Red Army

Sony Pictures Classics

Sport is oorlog voor de Sovjets. Tijdens ijshockeywedstrijden wordt dus de Red Army (84 min.) ingezet. Het nationale team van de Sovjet-Unie moet de suprematie van het communistische ideaal uitdragen en regelmatig een tik aan het vrije westen uitdelen in de Koude Oorlog.

In de jaren tachtig is vooral eerherstel nodig. Bij de Olympische Spelen van Lake Placid is ‘Het Rode Leger’ onverwacht verslagen door de Verenigde Staten, een overwinning die de Amerikaanse geschiedenis zal ingaan als ‘the miracle on ice’ en die onlangs nog is gereconstrueerd in de documentaire Miracle: The Boys Of ‘80 (2026). In de Sovjet Unie wordt de pijnlijke nederlaag beschouwd als niets minder dan een vernedering.

Aan het vernieuwde Sovjet-team, opgebouwd rond hockeyers die samen ‘De Russische Vijf’ worden genoemd, de taak om wraak te nemen. Dat moet gebeuren onder leiding van de bikkelharde coach Viktor Tikhonov, een man die intens wordt gehaat door zijn eigen team. ‘Als ik ooit een harttransplantatie nodig heb, wil ik het hart van Tikhonov’, zou één van zijn spelers ooit hebben gezegd. ‘Want hij heeft het nog nooit gebruikt.’

Dat wordt in deze boeiende film van Gabe Polsky uit 2014 nog eens benadrukt, als de hoofdpersoon daarvan, Tikhonovs sterspeler Slava Fetisov, in de Amerikaanse National Hockey League wil gaan spelen. Fetisov weigert om het leeuwendeel van zijn salaris af te staan aan de staat, roept daarmee heel wat ellende over zich af en krijgt dan van zijn coach en sommige teamgenoten zeker niet de rugdekking waarop hij hoopt.

Polsky omlijst alle verwikkelingen op, naast en boven het ijs met een zwierige Russische soundtrack, houdt het tempo er flink in en beschikt met de soms lekker dwarse Fetisov over een fijn centraal personage. Hij belichaamt de ontwikkeling die zijn land in die laatste jaren van de Koude Oorlog doormaakt. Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie zal ook hij bovendien een opmerkelijke remonte maken in Vladimir Poetins Rusland.

Red Army wordt daarmee méér dan zomaar een sportfilm, over een superteam dat de ene prijs op de andere stapelt. De documentaire dringt door tot het wezen van de Sovjet-Unie, waar de staat almachtig is en gewone burgers volstrekt ondergeschikt zijn, en laat ook zien hoe dat maatschappijmodel steeds verder onder druk komt te staan en daaronder bezwijkt. Waarna het aloude patriotisme al snel toch weer opgeld doet.

HyperNormalisation

BBC

In plaats van het richting geven aan een alsmaar gecompliceerdere wereld verkiezen leiders aan het einde van de twintigste eeuw steeds vaker een aansprekend verhaal. Tijdens het bewind van de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989) dubben zijn medewerkers dit stiefbroertje van ouderwetse propaganda ‘perception management’. Met sterke verhalen beginnen ze actief de collectieve beleving van de werkelijkheid te sturen, zodat gewone Amerikanen zich voortaan met het verhaal over de werkelijkheid bezighouden, in plaats van met de werkelijkheid zelf die veler bevattingsvermogen sowieso te boven gaat.

Het is slechts één van de voorbeelden van HyperNormalisation (166 min.) die de Britse essayist Adam Curtis (The Century of The Self en Can’t Get You Out Of My Head) in deze epische film uit 2016 inzet om zijn betoog te stutten. Daarin weerklinkt opnieuw zijn geheel eigen stem. Letterlijk: die typisch Britse woordkeus en lekker pedante dictie. En figuurlijk: die volstrekt eigenzinnige visie, dwarsverbanden en interpretatie van welbekende en de meest buitenissige archiefbeelden. Waarmee geopolitieke ontwikkelingen op onnavolgbare wijze worden gekoppeld aan ideeën van denkers, kunstenaars en wetenschappers. Zo krijgen Tarkovsky’s sciencefictionfilm Stalker, de workout-video’s van Jane Fonda en wat we nu TikTok-filmpjes zouden noemen een min of meer logische plek binnen een doolhof over de schijn van het zijn, waarvan alleen Adam Curtis de uitgang kan vinden.

De term hypernormalisatie ontleent hij aan een karakterisering van de Sovjet-Unie als een samenleving waarin iedereen weet dat de leiders onzin verkopen. Met eigen ogen kunnen gewone Russen immers vaststellen dat de economie bezig is om te imploderen. Tegelijkertijd moeten ze het spel dat alles geweldig is gewoon meespelen. Want wat is het alternatief? Later schetst Curtis hoe Vladislav Surkov, als rechterhand van de Russische president Poetin, doelbewust begint te morrelen aan het concept waarheid, zodat diezelfde gewone Russen nooit zeker kunnen weten wat waar is en wat niet. Een strategie die vervolgens in de Verenigde Staten wordt toegepast door presidentskandidaat Donald Trump, die eerder in deze film al is opgevoerd als een gemankeerde ondernemer die als geen ander de façade van succes weet op te houden. De politicus Trump verslaat zo de journalistiek, stelt Curtis, want hij maakt de waarheid waarnaar zij zoeken volstrekt irrelevant.

Het is de slotsom van een nauwelijks te reproduceren narratief waarin op de één of andere miraculeuze manier ook Prozac, zelfmoordaanslagen, de voormalige Syrische dictator Hafiz al-Assad, cyberspace, de therapeutische computer ELIZA en het steeds weer, al naar gelang de behoefte van het westen, rebranden van de Libische leider Muammar Gaddafi tot vrijheidsstrijder of superschurk nog zijn geïncorporeerd. Met de grandeur van een ziener die de wijsheid al een leven lang in pracht heeft – en die trouwens ook wel van een lekker tegendraads muziekje houdt – toont Adam Curtis zijn toehoorders en -schouwers hier de wereld op een manier waarop ze die vast nooit eerder hebben gezien en zonder hem ook nooit meer zullen zien.