De Trut

Cinemien

Sinds 1985 organiseert de queerclub De Trut in Amsterdam elke zondagavond een feest, dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Iedereen mag zichzelf zijn en kan er zich veilig voelen. Met het geld dat met deze avonden wordt opgehaald, kan het Trutfonds bovendien wereldwijd LHBTIQA+-doelen steunen.

‘Queers and dykes’ only, meldt een bordje na binnenkomst. ‘No phones’, staat er even verderop. ‘No exceptions.’ Dat geldt dus ook voor regisseur Pim Mookhoek en deze aardige korte docu om het veertigjarige jubileum luister bij te zetten. De Trut (40 min.) is buiten de club zelf gefilmd en bestaat uit tien miniportretjes van vrijwilligers of bezoekers van De Trut en begunstigden van het bijbehorende fonds.

Die vormen samen een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Trut-populatie en de LHBTIQA+-gemeenschap in het algemeen. Van eerste generatie Trutters zoals Robbie, die vindt dat de huidige lichting soms wel ‘erg self-centered’ is en wat vaker op de barricaden zou mogen staan, tot Jamila, die met gender speelt ‘omdat het kan’ en als drag king optreedt onder de naam Jamal le Coq. ‘Waarom niet?’

‘Ik identificeer mezelf vaak alleen als queer omdat ik dat een hele mooie overkoepelende term vind voor van alles en niks’, vertelt vrijwilligster Emma, die al sinds haar zestiende, toen ze nog een ‘baby gay’ was, in De Trut komt. ‘En zo voel ik me soms ook een beetje: van alles en niks.’ Emma vindt het ook totaal niet belangrijk hoe mensen haar aanspreken, zegt ze. ‘Zolang het maar enigszins met respect is.’

Zo heeft elke geportretteerde z’n eigen kijk op en ervaringen met de ‘safe space’ die De Trut nu en in het verleden, tijdens de AIDS-crisis bijvoorbeeld, vormt voor mensen die zich elders, in een wereld die volgens sommigen alsmaar intoleranter wordt, niet altijd even veilig voelen. Behalve een terugblik op veertig jaar Trut dient deze korte docu dus vooral ook als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

Bang My Box: The Robin Byrd Story

HBO Max

In het hoardershuis dat ze samen met haar echtgenoot Shelly bewoont in New York, is al twintig jaar niemand meer te gast geweest, vertelt Robin Byrd. Haar hele leven ligt er uitgestald, waaronder meer dan zeshonderd videotapes van het erotische programma dat ze een half leven lang had op de Amerikaanse kabeltelevisie. Met The Robin Byrd Show werd de oud-deelnemer aan Miss Bare America, zelfverklaarde orgiekoningin en voormalige porno-actrice vanaf halverwege de jaren zeventig een icoon van het ‘seks-positief feminisme’, waarbij het bovendien heerlijk inbellen was.

In de zeer vermakelijke documentaire Bang My Box: The Robin Byrd Story (79 min.) neemt ze Jylian Gunther en Stephanie Schwam mee in haar leven met echtgenoot Shelly, met wie ze nu al ruim vijftig samen is. Het was ‘liefde op het tweede gezicht’, aldus de inmiddels bijna zeventigjarige liefde & seks-activiste. Shelly, sinds 1974 een aandachtig observator van ‘The Byrd’, kampt tegenwoordig echter met dementie. Daardoor wordt zijn vrouw ook gedwongen om na te denken over haar nalatenschap. Hoe voorkomt ze dat fatsoensrakkers er straks vandoor gaan met haar archief?

Geestverwanten van hen hebben de vrijgevochten Robin Byrd al eerder het leven zuur gemaakt. Toen haar show in de jaren tachtig een hit werd, ontwikkelde zij zich, in de woorden van New York Times-journalist Bob Morris, tot ‘a kind of kitsch Lady Liberty For the city that never sleeps’. Met haar stralende glimlach, blonde haren en uitdagende poses ontving ze talloze iconen van de Amerikaanse sekswereld, met wie ze dan tot besluit het sexy liedje Baby, Let Me Bang Your Box zong. In haar gehaakte bikini werd Byrd zo zowel een rolmodel als een steen des aanstoots voor conservatief Amerika.

Niet in het minst omdat ze, in een periode die wordt gemarkeerd door de Stonewall-rellen van 1969 en de AIDS-crisis van halverwege de jaren tachtig, in haar programma ook volop ruimte bood aan de LHBTIQ+-gemeenschap. Toen het gevreesde HIV-virus huis begon te houden onder Amerikaanse gays, schroomde ze niet om het gebruik van condooms en beflapjes te propageren. En toen de minister van Justitie Ed Meese, in de rug gedekt door de conservatieve ‘moral majority’, obscene televisieprogramma’s en telefoonsekslijnen het leven zuur begon te maken, verzette zij zich met hand en tand.

Onder het motto ‘Free The Byrd’ werd die dekselse Robin Byrd, promiscue tot op het bot, zowaar een uithangbord voor de vrijheid van meningsuiting. En nu, als vrouw van respectabele leeftijd en als kind van het parool ‘vrijheid blijheid’ (dat in Bang My Box overigens overtuigend over het voetlicht wordt gebracht), is ze daar maar wat trots op.

Big Girls Wanted: Escaping Pearadise

HBO Max

Welkom bij Pearadise in Las Vegas, ‘a place of acceptance and love’ voor plus size-vrouwen. Het huis wordt gerund door ‘just a normal guy’, de van origine Duitse oprichter Stefan Wilhelmy. Hij is ooit helemaal binnengelopen met een ingenieuze uitvinding en heeft nu een ‘safe space’ gecreëerd voor de vrouwen, waarnaar zijn eigen hart uitgaat. Stefan zorgt er meteen ook voor dat alle activiteiten worden gefilmd voor social media of live worden gestreamd. Van kokkerellen en eten in de keuken tot dollen in bikini in het binnenhuiszwembad.

De Amerikaanse fotojournaliste Emily Kask laat zich ook verleiden om eens naar Pearadise te komen. Wellicht houdt ze er nog een goed verhaal aan over voor The New York Times. Regisseur Tara Malone heeft er in elk geval ‘een goed verhaal’ aan overgehouden voor Big Girls Wanted: Escaping Pearadise (132 min.). Want natuurlijk gaat er in Pearadise nog veel meer om dan alleen het vieren van ‘body positivity’. Deze driedelige docuserie toont dat er een hele wereld schuilgaat achter Wilhelmy’s specifieke beeld van vrouwelijke schoonheid.

Restaurants zoals Heart Attack Grill bijvoorbeeld, dat gegarandeerd ongezonde maaltijden serveert. Als de weegschaal aangeeft dat je meer dan 159 kilo weegt, kun je er bovendien gratis eten. Of ‘feederism’, een seksuele voorkeur voor mensen met overgewicht of obesitas. En die goeïge Stefan lijkt een ‘feeder’ van het zuiverste water, die erop kickt om anderen te zien eten en aankomen. Maar betekent dit ook meteen dat hij zich schuldig maakt aan seksueel misbruik? Op de sociale media beginnen zulke beschuldigingen wél rond te zingen.

In deze miniserie doen enkele vrouwen, waaronder Kimmi Haueter (die zich online Piggy Stardust noemt), hun verhaal. Stefan zou stelselmatig over hun grenzen gaan. De man zelf en enkele getrouwen geven hen weerwoord. Voor een buitenstaander blijft het intussen lastig om te bepalen wat er precies is gebeurd. Feit is dat vanaf het begin duidelijk was – door alle video’s vanuit Pearadise – dat Wilhelmy hun uiterlijk erotiseerde en wilde exploiteren, maar daaraan kan hij (of een ander) natuurlijk nooit het recht ontlenen om over hun persoonlijke grenzen te gaan.

Big Girls Wanted krijgt intussen iets zéér ongemakkelijks: deze weerslag van een vuile oorlog, die zowel online als in het echte leven zonder enige gêne wordt uitgevochten, oogt al net zo trashy en voyeuristisch als de hoofdrolspeler zelf, zijn medestanders en hun opponenten. Samen belichamen zij een subcultuur waarin lichamelijke en psychische kwetsbaarheid, fetishes en ongezonde verdienmodellen op een gevaarlijke manier samenkomen.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

Blauwe Ballen En Andere Verkrachtingsmythes

Wietger Bosch / VPRO

Het onderwerp is actueel (seksueel geweld), de insteek scherp (zijn veel mannen potentiële verkrachters?), het uitgangspunt persoonlijk (een eigen ervaringsverhaal, dat ze voorlegt aan klinisch psycholoog Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld) en de gekozen vorm speels (een mobiele, aan de buitenkant met spiegels afgewerkte studio die dienst doet als safe space). Kortom: de nieuwe film van Sunny Bergman (Beperkt HoudbaarWit Is Ook Een Kleur en Oproepkraaiers), een maker die de tijdgeest altijd dicht op de huid zit.

Er is ook een concrete aanleiding voor deze documentaire: de Wet seksuele misdrijven (2024). Die biedt slachtoffers van aanranding en verkrachting meer gelegenheid om aangifte te doen. Ook als er geen sprake is van dwang of geweld. Het is tegenwoordig strafbaar als duidelijk was dat de ander geen seks wilde, maar iemand toch heeft doorgezet. De initiatiefnemer heeft zogezegd een inspanningsverplichting om te onderzoeken of/wat de ander wil. Die nieuwe wet leidt waarschijnlijk tot meer aangiften.

Blauwe Ballen En Andere Verkrachtingsmythes (70 min.) is in zekere zin een vervolg op Man Made, de documentaire die Sunny Bergman al in 2019 maakte over hedendaagse mannen, de crisis waarin zij zich lijken te bevinden en toxische mannelijkheid. Seksueel geweld is wel een mijnenveld. Want wat er zich precies heeft afgespeeld tussen twee mensen is in veel gevallen – zeker juridisch – heel lastig vast te stellen. Het blijft het woord van de één tegenover dat van de ander. Doorgaans: haar woord tegenover het zijne.

Bergman lijkt overigens vooral geïnteresseerd in haar woord. Terwijl ze enkele vrouwen in haar safe space laat vertellen over hun nare ervaringen met het andere geslacht en een jonge vrouw volgt terwijl zij onderzoekt of/hoe ze werk kan maken van haar traumatische nacht met een man die haar wellicht heeft gedrogeerd, blijven de bijdragen van de mannen, die in haar studio overigens ook in duo’s aantreden, veelal beperkt tot een enkele korte quote. Zulke vox pops laten doorgaans weinig ruimte voor verdieping of nuance.

‘Wij zitten nu echt zo in zo’n edit in de documentaire’, constateert een jongen in het biechthok dan ook lachend. ‘Dat het zo is: wie zijn die mannen? En dat wordt dan allemaal na elkaar gevraagd. Dan zijn er echt honderd mannen in dat hokje geweest. En iedereen zegt: wij niet, wij niet, wij niet…’ ‘Ja’, antwoordt Bergman gevat. ‘Dat was wel het idee, ja.’ Met die benadering laat ze tegelijkertijd de kans lopen op een serieus gesprek met dat manvolk – dat in het thematisch verwante Had Dan Nee Gezegd bijvoorbeeld wél wordt gevoerd – waardoor zij wellicht ook haar eigen overtuigingen kritisch zou moeten bevragen.

Ze gaat wel in gesprek met enkele zedenrechercheurs, volgt de rechtszaak tegen een man die wordt verdacht van meerdere aanrandingen en verkrachtingen en berekent in haar mobiele studio met een stift op een vel papier hoeveel verkrachtingen er eigenlijk plaatsvinden en hoe schrikbarend weinig aangiftes daaruit voortvloeien. ‘Waarom gebeurt dit zo vaak?’, vraagt ze zich hardop af. ‘Wie zijn al die mannen die drammen, die pushen, die seks afdwingen? Is het een klein groepje? Of zijn veel mannen potentiële verkrachters?’

Hoewel ze in Blauwe Ballen soms kort door de bocht gaat, snijdt Sunny Bergman in deze typische Sunny Bergman-film weer wezenlijke thema’s aan, die menige man tot nadenken en wellicht ook zelfreflectie zouden moeten aanzetten – al betekent dit natuurlijk niet dat ze dan ook klakkeloos al haar conclusies hoeven over te nemen.

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.