Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism

Hoe zou de eerste ambtstermijn van Donald Trump eruit hebben gezien zónder de kabelzender Fox News? Het is de vraag of hij überhaupt ooit president had kunnen worden zonder de onvoorwaardelijke steun van Fox’s oerconservatieve eigenaar Rupert Murdoch, CEO Roger Ailes (een voormalige spin doctor van de Republikeinse partij) en bijzonder partijdige talkshow hosts zoals Sean Hannity, Laura Ingraham en Tucker Carlson.

In de activistische documentaire Outfoxed: Rupert Murdoch’s War On Journalism (77 min.) uit 2004 ontleedde de linkse filmmaker Robert Greenwald al de modus operandi van de nieuwszender, die zich destijds afficheerde met slogans als ‘fair & balanced’ en ‘we report, you decide’ en intussen doelbewust geen enkel onderscheid meer maakte tussen feiten en meningen daarover. Alles, werkelijk alles, werd consequent bezien vanuit een bijzonder rechtse bril.

Daarmee leverde Fox een aanzienlijke bijdrage aan de vergiftiging van het Amerikaanse politieke klimaat. Om over de verruwing van het debat nog maar niet te spreken. ‘Shut up’ werd bijvoorbeeld het vaste mantra van de toenmalige ster van de nieuwszender, Bill O’Reilly, ‘some people say’ een slim voorwendsel om oncontroleerbare meningen in te brengen in het gesprek, zo laat Outfoxed zien. Het werkte wel: de benadering van Fox News bleek zowel succesvol als lucratief.

Greenwalds politieke pamflet komt enigszins traag op gang en heeft met linkse kopstukken als Bernie Sanders en Al Franken ook een wat eenzijdige bronnenlijst, maar overlegt uiteindelijk overtuigend bewijsmateriaal van de ontzettend partijdige manier waarop Fox bericht over onderwerpen als het homohuwelijk, abortus en de verkiezingen van 2000, waarbij de rechtse zender het pleit echt in het voordeel van de Republikein George W. Bush probeert te beslechten.

Diens oorlog in Irak zorgt bovendien voor heel wat tromgeroffel op Fox News. En pijnlijke taferelen. Als Jeremy Glick, de zoon van een man die sneuvelde bij de aanslagen van 11 september 2001, zich in The O’Reilly Factor bijvoorbeeld tegen die oorlog uitspreekt, krijgt hij meermaals van de gastheer te horen dat hij zijn bek moet houden. ‘Ik hoop dat je moeder dit niet zit te kijken.’ Bijna een jaar na het bewuste twistgesprek wordt Glick in uitzendingen nog altijd regelmatig zwartgemaakt door O’Reilly.

Sindsdien heeft het stijfrechtse Fox News bepaald geen gas teruggenomen. Zo heeft de zender, onbewust, de bodem gelegd voor een populistische politicus als Donald Trump, die als president regelmatig blindelings de ‘talking points’ van zijn favoriete programma Fox & Friends doortweet en soms zelfs beleid lijkt te ontwikkelen op basis van wat Murdochs zender hem die dag voorschotelt. Intussen blijkt uit allerlei publicaties dat Fox News-kijkers er inmiddels een geheel eigen wereldbeeld op nahoudt.

‘Fox News maakt zijn kijkers immuun voor bewijsmateriaal dat niet past in hun wereldbeeld’, constateerde Alvin Chang al in dit onderzoek van Vox uit 2018. Inmiddels heeft zich met One America News Network (OANN) bovendien een nóg extremere nieuwszender aangediend, die ongegeneerd naar de gunsten van de Amerikaanse president dingt.

In de nabrander Outfoxed Effect: Ten Years Later blikt Robert Greenwald terug op hoe ze de documentaire maakten (bijvoorbeeld door met een team letterlijk 24 uur per dag Fox News te kijken) en het effect dat die had.

The Brink

‘Wat zou Leni Riefenstahl doen?’, geint Steve Bannon tegen documentairemaakster Alison Klayman, nadat zij hem kritisch heeft bevraagd over een nieuwe, opruiende Trump @War-campagnefilm voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen van 2018. ‘Hoe zou zij die scène monteren?’

De zelfverklaarde ideoloog van het Trumpisme begint te glunderen. Propaganda is voor hem helemaal geen vies woord. En hij weet dat hij met het verwijzen naar de beruchte Duitse filmmaakster zijn ideologische tegenstanders gemakkelijk op de kast kan krijgen – en dat het de doelgroep van zijn campagne, de mensen die hij de van aartsvijand Hillary Clinton geleende geuzennaam ‘the deplorables’ heeft gegeven, tegelijkertijd geen barst uitmaakt. Win-win, zogezegd.

Misschien is dat ook de reden dat hij opnieuw meewerkt aan een documentaire van een filmmaker die niet per definitie in zijn kamp zit. Ná Errol Morris’ vlammende film American Dharma uit 2018, die tijdens de opnames voor The Brink (91 min.) in première is gegaan. Er is een duidelijk verschil tussen de twee docu’s: terwijl Morris Bannons extreme ideologie en de mogelijke implicaties daarvan onder vuur neemt in een gestileerde setting, legt Alison Klayman als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, die slechts een heel enkele keer een vraag stelt, de praktische uitwerking daarvan vast.

Zo volgt ze Trumps voormalige campagnemanager naar achterafkamertjes in de Verenigde Staten, waar de populistische revolte (verder) gestalte moet krijgen, en reist ze tevens mee naar Europa, waar Bannon vergaande samenwerking tussen nationalistische partijen uit verschillende landen hoopt te bewerkstelligen. In een ontspannen atmosfeer dineert de man bijvoorbeeld gezellig met (extreem-)rechtse kopstukken als opper-Brexiteer Nigel Farage, Vlaams Belang-leider Filip de Winter, de Zweedse scherpslijper Kent Ekeroth en Lega Nord-voorman Matteo Salvini. Ook adviseurs van Marine le Pen en de Hongaarse premier Orbán laten zich gewillig door hem influisteren.

In eigen land schuift Alison Klayman aan als de onvermoeibare Bannon de financiers bezoekt van zijn campagne om, met alle beschikbare middelen, Amerika’s hart en ziel te veroveren: Erik Prince (de oprichter van het omstreden beveiligingsbedrijf Blackwater), de Chinese multimiljonair Miles Kwok en voormalig topman van Goldman Sachs, John Thornton. Mannen die hun geld graag voor hen laten spreken. En laat het maar aan Steve Bannon over om de juiste woorden te vinden. ‘Haat motiveert’, zegt hij daarover in deze documentaire. ‘Woede motiveert.’

Gevraagd naar zijn eigen drijfveren windt de workaholic er ook geen doekjes om: ‘Het gaat mij maar om één ding: winnen.’ Het doel heiligt in zijn geval écht alle middelen. Al betekent dat niet dat dit doel ook daadwerkelijk wordt bereikt. Als Bannon – tijdelijk? – uit de gratie raakt bij Trump, een periode waaraan hij de bijnaam ‘Sloppy Steve’ overhoudt, raakt hij ook zijn momentum kwijt. Nadat de Democraten in het najaar van 2018 de congresverkiezingen winnen met een diversere kandidatenlijst dan ooit, lijkt de invloed van de Macher tanende en begint de geboren winnaar steeds meer te ogen als een praatjesmakende loser.

The War Room


Het is een klassiek geworden scène: de hevig geëmotioneerde campagneleider James Carville spreekt op verkiezingsdag zijn troepen toe. Of Bill Clinton daadwerkelijk president wordt, weet hij dan nog niet. ‘Ik was 33 toen ik voor het eerst naar Washington en New York ging’, stamelt Carville. ‘42 toen ik mijn eerste campagne won. En ik ben dankbaar voor jullie allemaal. Jullie hebben deel uitgemaakt van iets bijzonders in mijn leven.’ Zijn mond trekt, tranen dringen zich op. Niet alleen bij hem. ‘En ik zal nooit vergeten wat jullie hebben gedaan. Bedankt!’

De ‘ragin’ cajun’ Carville en zijn rechterhand, glamourboy George Stephanopoulos, zijn de absolute helden van deze ultieme politieke campagnefilm van de direct cinema-pionier D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Hun baas Bill Clinton, die ze slim The Comeback Kid dubden, is hooguit een interessant bijpersonage. Als twee politieke generaals zetten Carville en Stephanopoulos de lijnen uit in The War Room (96 min.), zodat hun kandidaat in 1992 de Republikeinse president George Bush kan verslaan en straks zelf leider van de westerse wereld wordt.

Je zou deze presidentscampagne kunnen zien als het startpunt van de (verdere) verruwing van de Amerikaanse politiek, die uiteindelijk in het reality-tv presidentschap van Donald Trump heeft geresulteerd. Gebruikte gouverneur Clinton een condoom?, wil een journalist bijvoorbeeld weten tijdens de persconferentie van Gennifer Flowers, die claimt jarenlang een affaire te hebben gehad met de presidentskandidaat. Zo ongeveer tegelijkertijd lekt uit dat Bill Clinton in de Vietnam-jaren de dienstplicht zou hebben ontdoken.

Die verhalen zijn volgens James Carville, de vuilgebekte southerner die van zijn hart nooit een moordkuil maakt, allemaal ingestoken door de Republikeinse spin doctor Roger Ailes (die later Fox News zal oprichten en daarmee een jarenlange hetze gaat voeren tegen alles wat links of Democratisch is). Intussen onderhoudt de ‘straight talking’ Carville een relatie met Mary Matalin, de stekelige woordvoerdster van de door hem zo gehate Bush-campagne. Over twee geloven op één kussen gesproken.

Carville en Matalin zijn 25 jaar later nog altijd een koppel. Hun huwelijk heeft de presidentschappen van Clinton, Bush jr. en Obama overleefd. Deze klassieke campagnefilm, die met zijn ongeëvenaarde blik in de machinekamer van een presidentscampagne de standaard heeft gezet voor politieke documentaires, maakte van hen celebrities. Hetzelfde geldt voor de mediagenieke George Stephanopoulos. Hij is al jaren anchor van This Week, het zondagochtendprogramma van de Amerikaanse televisiezender ABC.

In 2008 maakten Hegedus en Pennebaker nog een soort terugblikdocumentaire, The Return Of The War Room, waarin alle hoofdpersonen worden bevraagd over de campagne van ‘92 en hun eigen rol daarin. Dat is geen heel bijzondere exercitie geworden. Op het web is er ook nauwelijks meer iets over te vinden.

John McCain: For Whom The Bells Toll


Zijn dagen waren al geteld toen deze documentaire werd gefilmd. De Republikeinse senator John McCain blijft niettemin strijdbaar tot zijn allerlaatste ademtocht. Zo kreeg partijgenoot Trump onlangs nog te horen dat hij wel mocht wegblijven bij McCains uitvaart. Niet veel later werd hij met gelijke munt terug betaald. Nadat McCain protesteerde tegen de benoeming van Gina Haspel als directeur van de CIA, omdat ze ooit verantwoordelijk zou zijn geweest voor martelingen, merkte een medewerkster van de president op: ‘He’s dying anyway’.

Het kan elk moment daadwerkelijk zover zijn: het einde van de ‘maverick’ John McCain, na een veelbewogen leven dat hem over de hoogste toppen en door de diepste dalen voerde. In John McCain: For Whom The Bells Toll (103 min.), een titel die verwijst naar zijn favoriete boek van Ernest Hemingway, leidt de hoofdpersoon zelf de kijker, zonder al te veel schroom of voorbehoud, door de ruim tachtig tropenjaren van zijn leven. Hij laat daarbij ook zijn flaters niet onbenoemd, zoals bijvoorbeeld zijn betrokkenheid bij het financiële schandaal rond de zogenaamde Keating Five, het feit dat hij het gebruik van de vlag van de Geconfedereerden vergoelijkte tijdens de presidentscampagne van 2000 en zijn selectie van Sarah Palin als vice-presidentskandidaat tijdens zijn campagne in 2008.

Na al die jaren overheersen echter ‘s mans verrichtingen: zijn positie als onafhankelijke stem binnen de Republikeinse partij. McCain was afgelopen week bijvoorbeeld zo’n beetje de eerste partijgenoot die keihard afstand nam van Trumps statements na de top met Poetin. Een ronduit heroïsche periode als krijgsgevangene in Vietnam heeft ervoor gezorgd dat zijn patriottisme nooit ter discussie kan worden gesteld. Als zoon van een opperbevelhebber van het Amerikaanse leger en kleinzoon van een andere admiraal weigerde hij een voorkeursbehandeling en vervroegde vrijlating. Hij zou uiteindelijk ruim 5,5 jaar gevangen worden gehouden, waarvan ruim twee jaar in eenzame opsluiting. Donald Trump, die zelf vanwege hielspoor nooit in militaire dienst is geweest, merkte na weer een meningsverschil met de eigenzinnige McCain eens op dat hij de voorkeur gaf aan mannen die zich niet gevangen laten nemen.

McCains periode in het Hanoi Hilton, die hem levenslange fysieke klachten bezorgde, heeft desondanks een prominente plek gekregen in zijn politieke biografie – en dus ook in deze oerdegelijke, uiteindelijk positief geframede film van Peter W. Kunhardt die lijkt te zijn bedoeld als een soort testament. In het traditioneel opgezette portret komen zowel politieke vrienden van beide partijen (zoals Bill en Hillary Clinton, George W. Bush, Barack Obama, Henry Kissinger en Joe Biden) als zijn kinderen en beide echtgenotes aan het woord, waarbij ook zijn pijnlijke echtscheiding gewoon aan de orde komt. Het past bij de ‘straight talking’ politicus McCain, een onafhankelijke geest die meestal zonder meel in de mond sprak. Deze politieke biografie doet hem zeker recht.

The Reagan Show

CNN

Met de wijsheid van nu, ruim een jaar in het tumultueuze presidentschap van Donald Trump, lijkt zijn Republikeinse voorganger George W. Bush, de president die onder valse voorwendselen de oorlog in Irak startte, bijna een toonbeeld van nuance en beschaving. De statuur van hun beider voorbeeld Ronald Reagan heeft in Amerika zelfs mythische proporties aangenomen.

Toentertijd werd vanuit Nederland en de rest van de wereld vaak smalend gesproken over de gewezen acteur die na enkele termijnen als gouverneur van Californië in 1980 het presidentschap bemachtigde. We waren met zijn allen in een slechte B-film verzeild geraakt, zo was de vaste overtuiging van ieder weldenkend mens, waarin Ron en zijn eveneens acterende vrouw Nancy een ‘all american first couple’ speelden in de Hollywood-versie van wat eens Washington was.

Hoewel we sindsdien veel milder zijn gaan kijken naar The Reagan Show (71 min.) bleek die karakterisering achteraf bezien niet eens zo heel ver bezijden de waarheid. Al was Reagan, door Jacobse en Van Es steevast aangeduid als Roland Regen, bepaald niet (alleen) de kluns die menigeen in hem meende te zien. Op zijn minst kon hij doorgaan voor een begenadigde communicator, die erin slaagde om zijn land, of althans de rechterflank daarvan, weer wat zelfvertrouwen aan te praten na Vietnam, Watergate en het debacle rond de bevrijding van gegijzelde Amerikanen in Iran.

‘Tijdens m’n ambtsperiode heb ik me af en toe afgevraagd’, vertelt Reagan tijdens zijn afscheidsinterview als president in 1988, ‘hoe je het werk kunt doen als je géén acteur bent geweest.’ Daarmee levert hij zelf het startschot voor deze documentaire over hoe beeldvorming letterlijk een essentieel onderdeel van zijn regeringsperiode vormde: The Reagan Show, die dagelijks vanuit het Witte Huis werd opgevoerd voor een miljoenenpubliek.

De eerste echte televisiepresident Reagan leverde evenveel beeldmateriaal af als zijn vijf voorgangers tezamen. Daar had hij zelfs een officieel vehikel voor: WHTV (White House television). Deze slimme film van Pacho Velez en Sierra Pettengill is grotendeels gebaseerd op WHTV-opnames: geënsceneerde activiteiten, photo ops en interviews met Reagan – met bijzondere aandacht voor wat er vóór en na de opnames en achter de schermen gebeurt. De achterkant van het ideaalbeeld van ‘The Happy Warrior’, dat door het PR-team werd gecreëerd, waar journalisten, critici en opponenten uiteindelijk nooit helemaal vat op kregen.

Met louter bestaand materiaal, alleen ondersteund door verbindende teksten, brengen Velez en Pettengill prachtig in beeld hoe alles in het werk wordt gesteld om Reagan, ook tijdens een internationale crisis of opstekende mediastorm, te portretteren als de onverzettelijke leider: Ronnie als ferme onderhandelaar met de Russen, als ultieme cowboy op zijn edele ros of als goedmoedige scoutingsleider op een kinderkamp. Waarbij de rasacteur Reagan voortdurend laat zien dat hij over de charme en discipline beschikt die de huidige president ten enenmale ontbeert.