The Painter And The Thief

Het is een onvergetelijke scène: Karl-Bertil Nordland ziet voor het eerst een schilderij van zichzelf en barst in tranen uit. Hij, de outcast, heeft nooit iets moois in zichzelf kunnen ontdekken. En nu krijgt hij te zien hoe schilderes Barbora Kysilkova hem, met zijn troebele blik en opzichtige tatoeages, blijkbaar ziet: als een intrigerend mens, de perfecte muze voor haar, de gedreven kunstenaar.

Ze hebben elkaar op een héél bijzondere plek en manier ontmoet, de twee hoofdpersonen van The Painter And The Thief (102 min.). In de rechtbank, waar hij terechtstond voor de diefstal van haar schilderijen. Samen met een kornuit ontvreemdde Bertil uit een Noorse galerie twee werken, die sindsdien spoorloos zijn. Ook voor hemzelf. Hij weet, werkelijk waar, niet meer waar hij ze met z’n stonede kop heeft gelaten.

Barbora herkent Bertil van de bewakingscamerabeelden en besluit hem aan te spreken. Als tegenprestatie wil ze dat hij poseert voor een portret. Het is de start van een hartveroverende vriendschap, tussen twee jonge mensen die regelmatig in de hoek hebben gezeten waar de klappen vallen. Letterlijk. Hij is uiteindelijk gevlucht in dope en misdaad, zij in obsessief schilderen.

Regisseur Benjamin Ree observeert de toenadering tussen de twee dolende zielen en spreekt hen tevens los van elkaar, over zichzelf én die ander. Die wisseling van perspectieven en een bijzonder effectieve flashback-structuur zorgen ervoor dat het relaas van The Painter en The Thief, en de beschadigde mensen die achter deze twee personages schuilgaan, echt onder de huid kruipt en daar voorlopig ook van geen wijken wil weten.

En als Bertil dan ook nog eens ongenadig uit de bocht vliegt, krijgt deze intrigerende film over lotsverbondenheid en zielsverwantschap helemaal een dramatische lading…

Magnus


Is het eigenlijk een zegen of een vloek als je van jongs af aan voorbestemd lijkt voor grote dingen? Kun je als ‘wonderkind’ de torenhoge verwachtingen ooit helemaal waarmaken? En wat moet je daar dan voor laten? Het zijn vragen die deze kinderen zich vroeger of later altijd stellen. Of ze nu virtuoos viool spelen, dansen alsof hun leven ervan afhangt óf –  zoals bij de Noorse bolleboos Magnus Carlsen – net zoveel zetten vooruit kunnen denken als een schier onfeilbare schaakcomputer.

De huidige nummer een op de wereldranglijst is nog altijd slechts 27 jaar oud. Sinds zijn dertiende is hij schaakgrootmeester. De enerverende documentaire Magnus (75 min.) van Benjamin Ree volgt hem, via familiefilmpjes en oude televisiereportages, vanaf zijn jongste jeugdjaren als vader Carlsen ontdekt dat zijn zoontje een fotografisch geheugen heeft en moeiteloos allerlei scenario’s op het bord kan uitdenken (nee: gewoon voor zich ziet in zijn geestesoog). Gezamenlijk zetten ze de tocht naar de absolute top in, die diverse memorabele momenten oplevert.

Zoals die ene keer als Magnus in 2004 tegenover de toenmalige nummer één van de wereld, Garry Kasparov, mag plaatsnemen. Terwijl zijn ouders en zusjes toekijken vanaf de tribune houdt Carlsen ogenschijnlijk moeiteloos stand. Kasparov wrijft intussen gedurig door zijn gezicht en schudt zo nu en dan mismoedig het hoofd. De beste schaker van zijn tijd sleept ternauwernood een remise uit het vuur tegen het 13-jarig broekie, de nummer 786 van de wereld.

Naderhand gaat het hele gezin Carlsen gewoon een hapje eten bij het bekendste fastfood-restaurant van de wereld. Zoals gewone families doen. Maar Magnus Carlsen is dan allang geen gewone tiener meer. Hij wordt gebombardeerd tot ‘de Mozart van het schaakspel’ en als idool in de dop gelanceerd op televisie en in de bladen. Intussen wil de introverte Noor het liefst gewoon pingpongen of volleyballen met vrienden. Weet hij, te midden van de mediastorm die rondom hem opsteekt, het hoofd koel te houden voor zijn tweekamp met de Indiase wereldkampioen Anand, die hij zijn titel wil ontfutselen?