Sexy Baby

Filmbuff

Of ze nu 12, 22 of 32 zijn, de drie vrouwelijke hoofdpersonen van Sexy Baby (83 min.) krijgen elk op hun eigen manier te maken met de seksualisering van de wereld waarin zij leven. Jill Bauer en Ronna Gradus tonen hoe Amerikaanse meisjes en vrouwen in videoclips, op sociale media en in porno continu worden geconfronteerd met expliciete beelden van hoe zij eruit moeten zien en hoe ze zich dienen te gedragen.

Myrtle, het vierjarige zusje van de vroegwijze New Yorkse puber Winnifred (12), heeft de boodschap ook al begrepen, zo blijkt in de openingsscène van deze prikkelende documentaire uit 2012. Ze danst lekker mee met de sexy clip van Lady Gaga’s Pokerface en blijkt bovendien fan van ‘Britney Bitch’. Ze refereert daarbij, zo wordt al snel duidelijk, aan de openingsregel van de Britney Spears-hit Gimme More: ‘It’s Britney, bitch.’

Haar oudere zus weet intussen heel goed hoe het wél moet. Tenminste, volgens haar gescheiden ouders Ken en Jennifer en hun sociale kring. ‘Mensen weten meer over Paris Hilton en Lindsay Lohan dan over Susan B. Anthony en Ruth Bader Ginsberg’, debiteert de Joods-Amerikaanse tiener netjes in een theaterstuk, dat is gebaseerd op persoonlijke ervaringen van meisjes uit haar toneelgroep. ‘En dat moet maar eens veranderen.’

Dat het leven niet zo eenvoudig is, blijkt als Winnifred desondanks sexy foto’s op haar Facebook-pagina heeft gepost. Daarmee verkent ze in zekere zin het terrein waarop Nichole (32) al kind aan huis is. Zij maakte naam als de (paaldansende) pornoster Nakita Kash en haalde zo zelfs het televisieprogramma America’s Got Talent. ‘Vrouwen willen Nakita Kash zijn’, zegt zij (ont)nuchter(end). ‘Terwijl ik gewoon één van hen wil zijn.’

Veel van wat porno je voorschotelt ziet er goed uit, legt Nichole uit. Dat betekent nog niet dat het ook goed voelt. Het is volgens haar ‘sport fucking’, het neerzetten van een prestatie. Pornificatie. En dat is volgens de ex-pornoster iets totaal anders dan de liefde bedrijven. Het duurde overigens even voordat ze dit in haar eigen relatie met Dave doorkreeg. Nu proberen zij samen zwanger te worden. Dat gaat alleen nog niet vanzelf.

Hulponderwijzeres Laura (22) tenslotte is duidelijk niet ongevoelig voor de ideaalbeelden die op vrouwen en seks worden geprojecteerd. Ze meldt zich met ‘labia envy’ bij een plastisch chirurg voor wat zomaar een scène uit Sunny Bergmans baanbrekende docu Beperkt Houdbaar (2007) had kunnen zijn. Ze wil een ‘designer vagina’. Haar moeder Terry snapt het niet helemaal, maar steunt Laura door dik en dun.

Dochterlief kan niet wachten op de eerste keer seks, zegt ze, met een lichaam waarop ze daadwerkelijk trots kan zijn. Het is de tragiek van een generatie meisjes en vrouwen die permanent wordt geconfronteerd met vrijwel onbereikbare ideaalbeelden, tonen Bauer en Gradus. Zij hadden destijds, zo’n vijftien jaar geleden, er vast alleen een vermoeden van dat ook jongens en mannen daaraan massaal ten prooi zouden gaan vallen.

We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

Critical: Between Life And Death

Netflix

Elke patiënt gaat naderhand mee naar huis, stelt orthopedisch chirurg Ibraheim. Ze worden stuk voor stuk doodsbang binnengebracht bij het Londense ziekenhuis King’s College, lijdend aan helse pijnen en volledig overgeleverd aan hen, de zeer professioneel opererende verleners van traumazorg. En die nemen hen na gedane arbeid in gedachten mee naar hun eigen leven, waarbij vaak dan pas tot hen doordringt wie ze voor hun ogen, op hun monitor of onder hun mes hebben gekregen en wat het letsel dat zij hebben opgelopen zou kunnen betekenen voor hun verdere levens.

Aan de hand van enkele concrete casussen brengt Critical: Between Life And Death (278 min.) het werk in beeld van meldkamermedewerkers, traumahelikopterartsen, ambulanceverpleegkundigen, eerste hulp-doktoren, traumaspecialisten en chirurgen van verschillende Londense ziekenhuizen. De eerste aflevering van deze zesdelige docuserie van Jermaine Blake, Matt Haan en Toby Paton zet de kijker enigszins op het verkeerde been met de nasleep van een ernstig ongeluk met een kermisattractie, verteld door familieleden en hulpverleners, waarbij het tot het einde ongewis blijft wie er hoe overleeft. Een gedegen real life-thriller, die niettemin redelijk inwisselbaar blijft

In de volgende afleveringen graaft Critical, dat doet denken aan de Amerikaanse ziekenhuisseries Lenox Hill en Emergency NYC, aanmerkelijk dieper. Via enkele gewone Londenaren die ingrijpend letsel hebben opgelopen als gevolg van een ongeluk of aanval wordt, doorgaans verspreid over meerdere afleveringen, het systeem in beeld gebracht waarin zij dan terechtkomen. Multidisciplinaire teams proberen de opgelopen schade – gevisualiseerd met verhelderende animaties – zoveel mogelijk te beperken en komen uiteindelijk soms voor de ultieme keuze te staan: leven of ledemaat. Die vraag kan natuurlijk maar op één manier worden beantwoord. Het is wel de vraag wat dit dan voor het leven van de desbetreffende patiënt betekent. Hoe moet die verder zonder hand of been?

Blake, Haan en Paton richten hun camera tevens op het precisiewerk in de operatiekamer  – als het bordje ‘theatre in use’ oplicht – dat zéér expliciet In beeld wordt gebracht. De bloederige close-ups van chirurgische ingrepen zijn vast niet aan iedereen besteed en voelen soms wat overdadig. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor de mentale impact van het lichamelijke trauma. De 23-jarige jongeling Isaac is bijvoorbeeld bruut mishandeld. Wat hebben de schoppen tegen zijn hoofd te weeg gebracht in zijn brein? Zal dit ooit weer normaal functioneren? En hoe is ’t überhaupt om verder te gaan na zo’n traumatische ervaring, of ’t nu gaat om een ingrijpend ongeval of een laffe aanval?

Verder zoomt Critical in op de persoonlijke verhalen van zowel enkele patiënten en hun families als de individuele leden van het traumateam, die in hun eigen levens soms ook met fysiek letsel te maken hebben gekregen en zich daarom terdege realiseren wat de impact van hun job kan zijn. Deze miniserie zet hun essentiële werk vol in de schijnwerpers en maakt zo de gevolgen van trauma bij gewone burgers en de permanente balanceeract van het zorgsysteem om de schade weer zoveel mogelijk te herstellen zichtbaar en voelbaar.

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.