In Silico

Human

Over tien jaar wil hij het menselijk brein nagebouwd hebben. Hersenonderzoeker Henry Markram is ervan overtuigd dat hij een computermodel van de hersenen kan fabriceren. Hij wil dat bewerkstelligen via In Silico 52 min.), een digitale simulatie van de biologische werkelijkheid. Markram heeft een persoonlijke motivatie voor het ambitieuze experiment: zijn zoon Kal is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Het is voor Henry en zijn echtgenote Kamila, zelf ook neurowetenschapper, lastig om hun kind te begrijpen en contact met hem te leggen.

De jonge documentairemaker Noah Hutton besluit in 2010 om het even grensverleggende als omstreden initiatief van Henry Markram in de volgende tien jaar te gaan volgen. ‘Hij is een fantastische broodnuchtere wetenschapper’, zegt zijn vakbroeder Christof Koch over Markram. ‘Maar hij heeft ook een publiciteitsgevoelige Messias-kant. Dan zegt hij totaal belachelijke dingen als: “We gaan het brein doorgronden. Dan worden dierproeven overbodig.” Over een eeuw zijn we misschien zover, maar nu nog lang niet.’

Het wordt Hutton in eerste instantie niet in dank afgenomen door Team Markram dat hij critici zoals Koch ook aan het woord laat. Dat zorgt er echter wel voor dat ‘s mans gecompliceerde onderzoeksgebied, en de inhoudelijke discussies die daarbinnen worden uitgevochten, helder in kaart wordt gebracht. Bovendien geeft dat voortdurende twistgesprek over wat we wel/niet (kunnen) ontdekken over de werking van de hersenen zijn film een lekker kartelrandje. Niet in het minst doordat zijn protagonist in eigen kring eveneens met weerstand krijgt te maken.

Uiteindelijk komt in de fijne breinbreker In Silico dan ook de vraag op tafel in hoeverre Henry Markrams levensproject ooit meer is geweest dan een droom en of die stip op de horizon, de belofte dat er over tien jaar een computersimulatie van het brein zou zijn ontwikkeld, vooral was bedoeld om aandacht – en daarmee geld – te trekken. Markram is zijn geloof in de missie in elk geval nooit verloren. ‘De voltooiing van deze reis, door ons of de generaties na ons’, beweert hij nog altijd met een stalen gezicht, ‘zal belangrijker zijn dan de maanlanding.’

Human Nature

VPRO

Die wilde ik altijd al eens zien: een documentaire over Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats. Ofwel: CRISPR. Ik vertaal het even naar gewoon Nederlands: geclusterde korte palindromische herhalingen met regelmatige intervallen. Huh-huh.

Nu alleen nog proberen te begrijpen waar die sciencefiction-achtige film in hemelsnaam over zou kunnen gaan. Het heeft in elk geval te maken met zoiets als manipulatie van het menselijke genoom, het aanbrengen van mutaties daarin om erfelijke fouten te verbeteren. Ah, ja.

Vergelijk het met de cursor van een tekstverwerker, die je op de juiste plaats in het menselijke genoom zet, zegt één van de vele wetenschappers in Human Nature (87 min.). Op die plek kun je dan een verbetering in het DNA proberen te typen. Ooo-ké.

Al die pratende hoofden – van vooraanstaande genetici, biologen en biochemici – gidsen de kijker door een prachtig gevisualiseerd labyrint van ideeën en ontdekkingen naar een eenvoudige conclusie: we kunnen als mensheid tegenwoordig genetische eigenschappen verbeteren. Check.

Iets met klok en klepel inmiddels. Naar de menselijke maat dan maar: de Amerikaanse tiener David, om precies te zijn. Hij lijdt aan de aandoening sikkelcelanemie. Als de zwakke plekken in zijn DNA worden verbeterd, kan zijn leven aanmerkelijk beter worden – of gewoon een stuk langer. Juist.

Maar wat zijn de ethische implicaties van al dat gesleutel aan ons erfelijke materiaal? vraagt filmmaker Adam Bolt zich af. Loodst genetische manipulatie de mensheid misschien naar Aldous Huxleys Brave New World? Naar Jurassic Park? Of gewoon naar Hitler-Duitsland. Slik.

In hoeverre tasten designerbaby’s, soldaten zonder pijn of de Nobel-spermabank de menselijke natuur aan? Het fascinerende Human Nature werpt onontkoombare morele, filosofische en praktische vragen op. Voor de antwoorden is een fundamentele discussie nodig over wie we (willen) zijn. Denk-denk.