Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story

Je zou hem de ultieme winnaar kunnen noemen. Ten koste van alles en iedereen, ongeacht de middelen. De ideale posterboy voor het winner-takes-all wereldbeeld – en in het verlengde daarvan: het onversneden roofdier-kapitalisme. En toen haalde het verleden Lance Armstrong, zevenvoudig winnaar van de Tour de France, alsnog met duizelingwekkende snelheid in. De ultieme Gele Truidrager werd de risee van zijn sport.

De ontluisterende documentaire Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story (100 min.) uit 2014 gaat terug naar het moment waarop de opkomst – en navolgende neergang – van de Amerikaanse wielercrack gestalte krijgt: zijn noodlottige ontmoeting met dopingdokter Michele Ferrari. Armstrong werd zijn ideale pupil. Of, zoals David Walsh, de Ierse journalist die hem jarenlang op het spoor was en daarvoor, niet alleen door Armstrong zelf, met pek en veren werd overgoten, het formuleert: ‘Als jij je werk als Frankenstein doet, word ik het beste monster dat je ooit hebt geschapen.’

Filmmaker Alex Holmes ontleedt de veelvraat van het moderne wielrennen, die bereid was om werkelijk alles te vreten (of slikken of injecteren of transfuseren of…) om te kunnen winnen, met zijn voormalige secondant Frankie Andreu en diens vrouw Betsy, oud-ploeggenoot en klokkenluider Tyler Hamilton, z’n voormalige masseuse Emma O’Reilly die eveneens een boekje open deed over Armstong en die andere Amerikaanse wielergrootheid Greg Lemond, met wie hij een uiterst moeizame relatie onderhoudt. Samen met enkele journalisten, een strijdbare advocaat en het hoofd van de Amerikaanse anti-dopinginstantie belichten zij de strijd om de waarheid boven tafel te krijgen.

De all American hero, moedige kankeroverwinnaar en naamgever van zijn eigen goede doel-stichting laat zelf verstek gaan in deze film, waarin hij wordt geportretteerd als een aartsleugenaar en gewetenloze psychopaat die geen middel onbenut laat om zijn grote geheim te beschermen. De hoofdpersoon komt wel veelvuldig aan het woord in archiefmateriaal, waarin hij talloze statements doet die naderhand stuk voor stuk zijn ontkracht. Ook, uiteindelijk, door hemzelf: in een zogenaamd ‘tell all‘- interview met Oprah Winfrey. Met zijn gedrag heeft hij zijn sport dan al op systematische wijze besmeurd.

Er is nóg een andere Armstrong-documentaire over min of meer hetzelfde thema: The Armstrong Lie van regisseur Alex Gibney uit 2013. Vier jaar eerder had hij de Amerikaanse beroepswinnaar gevolgd tijdens zijn terugkeer in de Tour de France. Die film werd echter ingehaald door de feiten. Toen het dopingschandaal zijn opnamen irrelevant had gemaakt, ging Gibney verhaal halen. Bij mensen uit Armstrongs entourage en bij Lance zelf.

De Jacht Op Mijn Vader


Schrijfster Karin Amatmoekrim schreef een boek over haar afwezige vader, de in Suriname wereldberoemde taekwando-grootmeester en womanizer Eric Lie, en besloot dat hoogstpersoonlijk aan hem te gaan voorlezen. Die eenvoudige scènes – vader en dochter tegenover elkaar, met het boek ertussen – vormen het hart van de documentaire De Jacht Op Mijn Vader (59 min.).

Via de schrijfster richt regisseur Gülsah Dogan (Liefdeswinter, IDFA-publieksprijswinnaar Naziha’s Lente & De OK-vrouw, een veelbesproken film over Halina Reijn) het vizier op de man, die vooral voor zichzelf leek te leven en een spoor van verlaten liefdes en kroost achterliet.

De motieven van Karin Amatmoekrim om het contact met haar vader te herstellen lijken tamelijk ambigu; wil ze een relatie opbouwen met de man of vooral een boek over hem schrijven? Als ze in een interview een keuze moet maken kiest ze onverwijld voor het laatste. In het in 2016 verschenen boek Tenzij De Vader bedankt ze de man die haar ooit plompverloren op de aarde zette ‘voor uw mooie verhaal’.

Die spanning (tussen man en dochter, maar ook tussen dochter en schrijfster) drijft deze broeierige jacht op een verloren vader naar een geladen climax.