The Painter And The Thief

Neon

Het is een onvergetelijke scène: Karl-Bertil Nordland ziet voor het eerst een schilderij van zichzelf en barst in tranen uit. Hij, de outcast, heeft nooit iets moois in zichzelf kunnen ontdekken. En nu krijgt hij te zien hoe schilderes Barbora Kysilkova hem, met zijn troebele blik en opzichtige tatoeages, blijkbaar ziet: als een intrigerend mens, de perfecte muze voor haar, de gedreven kunstenaar.

Ze hebben elkaar op een héél bijzondere plek en manier ontmoet, de twee hoofdpersonen van The Painter And The Thief (102 min.). In de rechtbank, waar hij terechtstond voor de diefstal van haar schilderijen. Samen met een kornuit ontvreemdde Bertil uit een Noorse galerie twee werken, die sindsdien spoorloos zijn. Ook voor hemzelf. Hij weet, werkelijk waar, niet meer waar hij ze met z’n stonede kop heeft gelaten.

Barbora herkent Bertil van de bewakingscamerabeelden en besluit hem aan te spreken. Als tegenprestatie wil ze dat hij poseert voor een portret. Het is de start van een hartveroverende vriendschap, tussen twee jonge mensen die regelmatig in de hoek hebben gezeten waar de klappen vallen. Letterlijk. Hij is uiteindelijk gevlucht in dope en misdaad, zij in obsessief schilderen.

Regisseur Benjamin Ree observeert de toenadering tussen de twee dolende zielen en spreekt hen tevens los van elkaar, over zichzelf én die ander. Die wisseling van perspectieven en een bijzonder effectieve flashback-structuur zorgen ervoor dat het relaas van The Painter en The Thief, en de beschadigde mensen die achter deze twee personages schuilgaan, echt onder de huid kruipt en daar voorlopig ook van geen wijken wil weten.

En als Bertil dan ook nog eens ongenadig uit de bocht vliegt, krijgt deze intrigerende film over lotsverbondenheid en zielsverwantschap helemaal een dramatische lading…

Vieren Wat Kapot Is

AVROTROS

‘Van wie is dit werk hier?’ vraagt kunstenaar Bas van Wieringen aan een suppoost van het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘Nee, dat is gewoon stuk eigenlijk’, antwoordt de man. Toch staan er mensen te kijken bij de plek waar het parket is opengebroken en die officieel lijkt te zijn afgezet. ‘Ik vind het eigenlijk wel mooi’, zegt Van Wieringen. ‘Sommige mensen denken dat het een kunstwerk is’, reageert de suppoost met een brede glimlach.

De kunstenaar besluit bezoekers ermee te confronteren: is dit nu kunst of niet? De meesten denken dat het een gat in de grond is, maar helemaal zeker weten ze het ook niet. Waarmee het thema van de documentaire Vieren Wat Kapot Is (50 min.) meteen goed in de verf is gezet. Want Van Wieringens eigen kunst wordt ook niet altijd als zodanig herkend. In 2017 is een klein minimalistisch schilderij per ongeluk door een medewerker van het Frans Hals Museum overgeschilderd met latex. Dat veroorzaakte nogal wat commotie.

Het voorval was voor Denise Janzée aanleiding om een film te maken over ‘beschadigde kunst’, waarin ze de conceptuele kunstenaar aan het werk laat zien. Met een lamp die kapot wordt geslagen tegen de muur, een klok die op een vaste tijd wordt vastgespijkerd en een brandblusser die vuur en vlam vat, bijvoorbeeld. Intussen speelt op de achtergrond nog altijd de vraag wat er moet gebeuren met het overgeschilderde schilderijtje? Is dat een beschadigd kunstwerk of juist een nieuw werk geworden? Heeft het zijn waarde behouden? En kan er wellicht zelfs nog waarde aan worden toegevoegd?

Zo wordt deze documentaire behalve een aaneenschakeling van vermakelijke experimenten en projecten tevens een interessante gedachte-exercitie over wat nu eigenlijk kunst is of wordt. Én, als aardige uitsmijter, hoe je dat dan exposeert.

Exit Through The Gift Shop

Zodra de geblinddoekte pop in het oranje pak helemaal naar wens staat, maakt guerrillakunstenaar Banksy zich uit de voeten. Thierry Guetta blijft achter. Met zijn cameraatje legt hij vast hoe bezoekers van Disneyland reageren op Banksys versie van een gevangene van de omstreden strafkolonie Guantanamo Bay, waar na elf september 2001 vermeende terroristen zonder enige vorm van proces werden vastgezet. Ook vanuit de achtbaan kunnen ze de provocerende pop goed zien. Even later wordt het ding stilgezet en krijgt Thierry de beveiliging op zijn dak. Banksy heeft het park dan al verlaten.

In het dagelijks leven heeft de van oorsprong Franse huisvader Thierry een winkel in vintagekleding in Los Angeles, maar hij heeft een prominente plek in Exit Through The Gift Shop (87 min.) gekregen vanwege zijn passie voor straatkunst. Als een bezetene begint hij met zijn camera prikkelende graffiti-artiesten zoals Invader, Shepard Fairey en Borf te volgen. Uiteindelijk kruist hij zo ook het pad van ’s werelds bekendste straatkunstenaar Banksy, een man die angstvallig zijn eigen anonimiteit bewaakt en altijd weer controverse uitlokt met de bommetjes die hij zomaar in het gewone leven dropt.

Wat een portret van een ontluikende cultuur had moeten worden, met een hoofdrol voor Banksy, ontspoort gaandeweg echter tot een verwrongen portret van Thierry Guetta zelf, die eerst vastloopt tijdens het maken van zijn film over straatkunst en daarna een alter ego als straatkunstenaar ontwikkelt, Mr. Brainwash, en op weg gaat naar zijn eerste expositie. Althans, dat is het verhaal dat Banksy ons in deze sprankelende film uit 2010 voorschotelt. Maar is het daarmee ook waar?

Banksy houdt vol van wel. Menigeen ziet in Exit Through The Gift Shop echter een onvervalste ‘mockumentary’, een speelfilm die zich consequent blijft voordoen als documentaire. Wat de conclusie ook luidt, de film maakt een dynamische subcultuur van binnenuit inzichtelijk, zoomt in op de meest tot de verbeelding sprekende representant ervan (die steevast onherkenbaar wordt gemaakt) en is bovendien een heel erg smakelijke film. Met een lekker vlot verteltempo, veel humor, smakelijke muziekjes en de Britse acteur Rhys Ifans als joyeuze verteller.

Of het nu een volbloed-documentaire of – en dat ligt er toch wel dik bovenop – een slim uitgewerkte hoax is, lijkt eigenlijk irrelevant. Deze Banksy-film steekt met sardonisch genoegen een middelvinger op naar de reguliere kunstwereld. Zoals we inmiddels zijn gewend van de gezichtsloze kunstenaar die alleen zijn eigen spelregels lijkt te accepteren.

The Price Of Everything

Trigon Film

‘Er zijn veel mensen die alles van de prijs weten’, zegt Stefan Edlis. ‘Maar niets van de waarde.’ Het is een opmerkelijke tekst voor een man die fortuin heeft gemaakt met de aan- en verkoop van kunst. Edlis is inmiddels dik in de negentig, plaatst met de nodige zelfspot kanttekeningen bij de kunstwereld en denkt na over de toekomst van zijn eigen indrukwekkende collectie, die werk van toonaangevende kunstenaars als Andy Warhol, Gerhard Richter en Jeff Koons bevat.

In de uiterst vermakelijke documentaire The Price Of Everything (98 min.) belicht regisseur Nathaniel Kahn de musea, galeries en veilinghuizen waar moderne kunst en het grote geld elkaar ontmoeten. De jacht en de deal, daar gaat het om, aldus Amy Capellazzo van Sotheby. ‘Kunst en geld hebben altijd hand in hand gegaan’, stelt veilingmeester Simon de Pury zelfs. ‘Het is belangrijk dat goede kunst ook duur is. Je beschermt alleen iets wat ook waarde vertegenwoordigt. Als iets geen enkele financiële waarde heeft, kan het niemand schelen wat ermee gebeurt.’

Tegenover die benadering plaatst Kahn de traditionele Amerikaanse schilder Larry Poons, die sinds 1971 in zijn eigen atelier werkt aan grote en abstracte doeken, die verdomd lastig zijn te verhandelen. Poons is volgens eigen zeggen kunstenaar tegen wil en dank. Uit pure noodzaak. Geld speelt daarin geen enkele rol. ‘Je kunt ook je ouders niet uitkiezen’, zegt hij uitdagend. ‘Zoals je ook niet kunt bepalen wie je zelf bent.’ In de jaren zestig had Poons rijk en beroemd kunnen worden. Nu leeft en werkt hij in de schaduw van tijd- en vakgenoten.

Kunst is intussen een soort luxeartikel geworden, constateert historica Barbara Rose met een vies gezicht. Puur effectbejag. Neem dat gouden toilet van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan. Dat is toch een belediging voor de goede smaak? Net als dat ‘sensationalisme’ van hedendaagse grootheden als Damien Hirst en Jeff Koons. ‘Ik heb nagedacht over waarom ik maak wat ik maak’, constateert Koons zelf nochtans droog in deze film. ‘Het enige wat ik heb is mijn eigen interesse.’

Met kunstenaars, historici, handelaren, critici en verzamelaars schildert The Price Of Everything, dat is aangekleed met ravissante kunstwerken en weelderige klassieke muziek, zo een gelaagd beeld van de contemporaine kunstwereld, die (vanuit economische motieven) zijn eigen popsterren heeft gecreëerd. Moderne kunst lijkt soms niet meer dan handelswaar, waarbij vraag en aanbod bepalen of de kunstenaar er nog toe doet of niet. Hoe voorkom je als individuele maker dat je wordt verzwolgen door je eigen hype?

Kunstcriticus Jerry Saltz ziet in die economische benadering van moderne kunst nog een ander bezwaar. Al die veilingen vormen in zijn ogen een soort afscheid. Als een kunstwerk voor een enorm bedrag is verkocht, belandt het aan de muur bij een puissant rijke verzamelaar. Waardoor de kunst die oorspronkelijk was bedoeld voor een groot publiek, zo toont deze levendige film feilloos aan, toch weer gewoon bij de elite terecht komt.

Boom For Real: The Late Teenage Years of Jean-Michel Basquiat

Op weg naar een expositie moest je bij wijze van spreken over de lijken heen stappen. Intussen behandelde de kunst in de galerie die je daarna bezocht dan onderwerpen uit een wereld die je volledig wezensvreemd voorkwam. De politieke situatie in een Midden-Amerikaans land. Of de beslommeringen van mensen van middelbare leeftijd.

Het is een herkenbaar beeld dat één van de sprekers in Boom For Real: The Late Teenage Years Of Jean-Michel Basquiat (75 min.) oproept: de kunst van de gevestigde orde representeert op geen enkele manier meer de wereld waarin de volgende generatie leeft en jaagt daarmee automatisch een nieuwe kunststroming aan. Omdat ouwe lullen nu eenmaal weg moeten.

Deze documentaire van Sara Driver zoomt in op het New York van de jaren zeventig, dat met enorme hoeveelheden drugsgebruikers, daklozen en moorden nieuwe dimensies gaf aan het begrip stedelijk verval. De stad zou een ideale voedingsbodem blijken voor punkrock en de bakermat worden voor hiphop, met aanverwante uitingsvormen als breakdance en graffiti.

Binnen die laatste stijlvorm zou ook de neo-expressionistische kunstenaar Basquiat opkomen, dan nog als onderdeel van het duo SAMO, een verwijzing naar ‘same old shit’. Met zijn enigmatische straatpoëzie zou hij zich gaandeweg ontwikkelen tot één van de toonaangevende kunstenaars van het einde van de twintigste eeuw. Voordat heroïne hem definitief in zijn greep zou krijgen…

Deze film concentreert zich evenwel op de jaren dat Basquiat als een getalenteerde krabbelaar op zoek was naar zijn ideale uitingsvorm. Nog meer is het echter een documentaire over de underground-scene waarbinnen hij opgroeide. Filmmaker Jim Jarmusch, kunstenaar/hiphopper Fab 5 Freddy en talloze andere insiders belichten de wereld waarin zij hun stiel vonden.

De kunstenaar waaraan deze documentaire is opgehangen delft daarbij het onderspit. Jean-Michel Basquiat is na vijf kwartier nog altijd een vreemde voor de kijker. En ook zijn kunst en biotoop hebben geen nieuwe dimensie gekregen. Dat is al met al een teleurstellende conclusie. Boom For Real is daardoor vooral interessant voor mensen die sowieso al interesse hadden in de New Yorkse artscene.

11 Friese Fonteinen


Wat zouden ze van ‘ons’ vinden, de internationale kunstenaars die in het kader van het 11 Friese Fonteinen-project zijn ingevlogen? Zouden ze verrast zijn door de scepsis van de plaatselijke bevolking? En zouden ze soms stiekem een beetje moeten gniffelen om ‘het visioen’ van Anna Tilroe, de begeesterde curator van het prestigeproject van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa 2018? Het zijn vragen die de eerste twee afleveringen van de driedelige documentaireserie 11 Friese Fonteinen (41 min.) onwillekeurig oproept. Filmmaker Roel van Dalen belicht daarin het wederzijdse onbegrip dat kunst in de openbare ruimte kan oproepen.

Elf fonteinen moeten er komen, in de elf steden van Friesland die tezamen ook die illustere schaatstocht vormen. Maar kunstenaars van eigen bodem worden er niet bij betrokken. Dat zint niet iedereen. De misprijzende blikken tijdens een van de vele inspraakavonden zijn niet van de lucht als het Amerikaanse kunstenaarsduo Jennifer Allora en Guillermo Calzadilla, dat Harlingen van een fontein moet gaan voorzien, ouder werk laat zien. Een militaire tank met een Olympische atleet op een loopband erop, dat motten we hier niet. Je ziet het sommige Harlingers denken. ‘Zij maken hele pompeuze kunstwerken’, constateerde een plaatselijke bewoner eerder al aan de rand van de stad, bij de buitenhaven. ‘Dus dan moet je hier wezen. Niet in de stad.’

In Stavoren krijgt het verzet een tastbare vorm. De lokale visboer meent dat het ontwerp voor de fontein van de Amerikaanse kunstenaar Mark Dion, een kabeljauw met een wijd opengesperde bek, is gebaseerd op een van de vissen die hij heeft uitgestald in zijn zaak. Hij is sowieso niet enthousiast: ‘Dat ding had beter in de Efteling kunnen staan.’ Curator Tilroe, die eveneens van ‘buiten’ komt, heeft van haar kant soms al even weinig op met de wensen van de lokale bevolking. Lopend door Workum constateert de Britse kunstenares Cornelia Parker dat een bepaalde plek haar niet aanstaat omdat er auto’s zijn geparkeerd. Mensen willen nu eenmaal dicht bij huis parkeren, probeert één van de leden van de speciaal ingestelde Fontein-commissie te verduidelijken. ‘Maar ja, dat is wel egoïstisch, hè?’, reageert Tilroe direct. ‘Het gaat om het beeld van de stad.’

Één man staat intussen boven de partijen: de van oorsprong Friese cabaretier Jan Jaap van der Wal. De koddige misverstanden en confrontaties, die steeds weer oplaaien en zich maar moeilijk definitief laten uitdoven, worden door hem van commentaar voorzien in een speciaal voor deze serie geschreven voorstelling. Van der Wal loopt zo nu en dan ook opzichtig door het beeld en beziet vanaf een afstandje het gekrakeel. Die toevoeging voelt een beetje als een kunstgreep; een Bekende Nederlander waarmee een documentaireserie die op primetime wordt uitgezonden blijkbaar nóg toegankelijker moet worden gemaakt.

Van der Wal is ook niet nodig. Veel scherper commentaar op de hele kwestie komt van de plaatselijke kunstenaar Henk de Boer, die als protest een alternatieve fontein heeft gemaakt: de zogenaamde Pauperfontein, een openbaar toilet in de vorm van een verzameling piemels die water beginnen te spuiten zodra er iemand naar de wc gaat. De Belgische kunstenaar Johan Creten, die een fontein in de vorm van vleermuis heeft ontworpen voor Bolsward, is de hele discussie rond kunstprojecten soms helemaal beu, bekent hij moedeloos. ‘Ik vind dat je in kunst vooral niet alles moet uitleggen.’ Maar zo werkt het niet in de Friese polder.

Intussen verliest 11 Friese Fonteinen zo nu en dan wat stoom. Bij elke ontmoeting tussen curator, kunstenaars en bevolking – constructief, ontmoedigend of met een hoog Jiskefet-gehalte – komen min of meer dezelfde thema’s bovendrijven. De serie wil wel heel veel verschillende fonteinen behandelen, met elk hun eigen kunstenaar, ontwerp en problematiek. Alsof de ontstaansgeschiedenis van wat ooit wellicht zal worden beschouwd als belangrijk Fries erfgoed – en dan vast ook door de nazaten van de hedendaagse criticasters – zo compleet mogelijk moest worden gedocumenteerd. Die overdaad schaadt de serie uiteindelijk weinig; 11 Friese Fonteinen is even vermakelijk als herkenbaar.

Het ambitieuze 11Fountains-project wordt komende vrijdag officieel geopend. Een feestelijke gelegenheid, die een plek krijgt in het afsluitende deel van deze serie (dat ik vanzelfsprekend nog niet heb kunnen zien).