No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

Dear Ms.: A Revolution In Print

HBO Max

Ze overwegen talloze namen voor het tijdschrift. Sojourner. Lilith. Bimbo. Bitch. Sister. De keuze valt uiteindelijk op Ms., een mix van mevrouw en juffrouw. Onder die vlag wordt het tijdschrift, dat is bedoeld als een platform voor de Amerikaanse vrouwenbeweging, in januari 1972 uitgebracht. De eerste reacties zijn direct enthousiast: Harry Reasoner, de presentator van ABC News en een zelfverklaarde ‘chauvinist pig’, geeft het blad in zijn televisiecommentaar bijvoorbeeld hooguit vijf nummers. Binnen een half jaar moet hij echter het boetekleed aantrekken en zich publiekelijk verontschuldigen.

Ms. wordt een doorslaand succes. Het vrouwentijdschrift past perfect in de tweede feministische golf en publiceert over thema’s die vrouwen raken, zoals kinderopvang, huiselijk geweld of seksuele intimidatie op het werk. Onder de kop ‘We have had abortions’ steken 53 bekende Amerikaanse vrouwen bovendien hun nek uit en maken bekend dat zij ooit een zwangerschap hebben laten afbreken. Onder hen zijn singer-songwriter Judy Collins, tennisser Billie Jean King, schrijver Susan Sontag én feministisch kopstuk Gloria Steinem, één van de initiatiefnemers van Ms. Zij riskeren zowel schade en schande als een veroordeling, want abortus is volstrekt illegaal.

Dear Ms.: A Revolution In Print (110 min.) verhaalt in drie bedrijven, geregisseerd door verschillende makers, over het baanbrekende vrouwenblad. In deel 1, A Magazine For All Women, belicht Salima Koroma de opkomst van Ms., met een vrijwel volledig wit colofon. Onder invloed van de zwarte concurrent Essence begint het tijdschrift een inclusievere koers te varen. Shirley Chisholm, de eerste zwarte en vrouwelijke presidentskandidaat, wordt de eerste zwarte vrouw op Ms.’s cover. En met eerst Alice Walker, auteur van bestseller The Color Purple, en later Michele Wallace en Marcia Ann Gillespie haalt het tijdschrift ook krachtige Afro-Amerikaanse stemmen binnen.

Alice Gu richt in A Portable Friend, het tweede deel van deze documentaire die als één geheel wordt gepresenteerd, het vizier op mannen. De spreekbuis van de ‘women’s liberation movement’ krijgt niet alleen stapels post van enthousiaste vrouwen, maar ook ontelbare boze brieven van mannen, die hun vrouw niet meer de baas kunnen, bang zijn voor welig tierende homoseksualiteit en/of een algeheel verlies aan vrijheid vrezen. Tegelijkertijd zijn er mannelijke feministen zoals de bekende acteur Alan Alda (*M*A*S*H), die zich verenigen in mannenbevrijdingsgroepen, om zich te kunnen bevrijden van ‘het stereotiepe beeld van mannelijkheid. Kritiek gegarandeerd.

In het slotdeel tenslotte, No Comment, zoomt Cecilia Aldarondo in op de soms lastige verhouding van de vrouwenbeweging tot seksualiteit en pornografie. De organisatie Women Against Pornography komt in de jaren tachtig lijnrecht tegenover de Feminist Anti-Censorship Taskforce te staan en dreigt intussen ook de zogeheten ‘moral majority’ van televisiedominee Jerry Fallwell en christelijk rechts in de kaart te spelen. De felle discussie wordt uitgevochten in Ms.-magazine en vormt tevens het sluitstuk van deze interessante, vrouw(enbeweging)vriendelijke film over het tijdschrift, dat decennia als betrouwbare barometer voor het feministische gemoed fungeert.

Bart En De Zoektocht Naar De Dubbelganger

VPRO

Nadat hij een zwerfkei met heimwee uit de ‘hunnebedhoofdstad’ Borger, door een gletsjer aan zijn moedersteen in Finland ontrukt tijdens de voorlaatste ijstijd, langs allerlei deskundigen en instanties terug naar zijn oorsprong heeft begeleid in Bart En De Steen Die Terug Naar Huis Ging (2020), staat kunstenaar Bart Eysink Smeets nu weer voor een andere, door hemzelf bedachte uitdaging: hij wil de mensheid, te beginnen met zichzelf, ontdoen van het idee dat ieder individu uniek is – of moet zijn.

‘Ons streven om uniek te zijn is het fundament van de gehaaste, individualistische samenleving waar we in vast zitten’, doceert hij bij de start van wat alweer een doldwaas avontuur lijkt te gaan worden. ‘De wens om uniek te zijn zet ons aan het consumeren, vervuilen en stressen. Het zou wel eens onze ondergang kunnen betekenen.’ Maar, stelt hij zijn publiek in Bart En De Zoektocht Naar De Dubbelganger (55 min.) meteen gerust. ‘Gelukkig voor de mensheid ben ik geboren.’

Als een gezette Nederlandse variant op Kuifje, met een ondeugende glimlach en krulhaar, zet Bart een zoektocht op touw naar, ja, zichzelf. Of, beter: naar mannen zoals hij. Die sprekend op hem lijken. Van buiten én van binnen. En dat blijkt een enorme uitdaging. ‘Je gaat hem niet vinden, hè, dat weet je?’ voegt een uniciteitsdeskundige hem al snel toe. Want wie lijkt er nu écht op hem en hoe vind je zo’n figuur? Via posters, een (social) mediacampagne of imagesearch op het web?

Intussen krijgt Bart, of het personage dat hij hier van zichzelf maakt, het nieuws dat er thuis een kleine dubbelganger op komst is. Die moet zijn tamelijk ongerichte zoektocht richting en lading geven. Het zorgt alleen ook voor elementaire twijfel. ‘Ieder kind wordt uniek geboren’, zegt de mevrouw van de kinderopvang overtuigd. ‘En wij vinden het gewoon belangrijk dat ieder kind ook uniek mag zijn.’ Geen kind is volgens haar hetzelfde. ‘En gelukkig mag dat in deze tijd. Uniek zijn.’

Het speurwerk naar Barts dubbelganger is net zo vermakelijk als eerder de tocht huiswaarts van zijn steen met heimwee, al krijgt het idee erachter nooit echt diepte. Zoals ook de ethische dilemma’s die de man op zijn missie tegenkomt – mag hij bijvoorbeeld met gezichtsherkenningssoftware Facebook hacken? – soms enigszins gezocht lijken. En hoe en waar moet deze Indiana Jones-achtige queeste eindigen? In een verdoemde tempel? Met de Arks des Verbonds? Of toch op een willekeurige knollenweide?

Al die keuzes hebben Bart – in alle consternatie zou je zijn achternaam bijna vergeten – Eysink Smeets ongetwijfeld het nodige kruim gekost. Tegelijkertijd: kom er maar eens om, een documentaire waar je regelmatig smakelijk om moet lachen. Deze serie (?) mag dus gerust een vervolg krijgen: Bart En De Ongenadige Valkuilen Van Het Vaderschap, wellicht. Bart En Het Werk Dat Weer Een Hobby Moet Worden. Of, als het echt niet anders kan: Bart En De Documentaire Die Maar Geen Subsidie Kreeg.

Alleen Tegen De Staat

BNNVARA

Ze had net een pretecho gehad. Een dochter! Na twee jongens. ‘Één van de mooiste dagen van mijn leven.’ En toen kwam die brief. ‘Ik dacht: oh, mijn God, ik ben zo blij geweest dat ik een dochter krijg’, herinnert Nazmiye zich. ‘Dit is een straf van God.’ Die had er niets mee van doen. Ze was in het vizier gekomen van de Nederlandse Belastingdienst.

Vijf vrouwen. Alleen Tegen De Staat (54 min ), in een interviewfilm van Stijn Bouma. Ze heten Derya, Janet, Nazmiye, Badrya en Naoual. De vrouwen, stuk voor stuk van buitenlandse afkomst, hebben plaatsgenomen in een nondescripte ruimte met oranje stoelen. Één van hen wil niet in beeld. Schaamte? Geen weldenkend mens zal het haar kwalijk nemen.

Ze waren ooit medewerker van justitie, tandartsassistente of werkzaam in de financiële sector. Totdat ze plotseling werden aangemerkt als fraudeur. Ten onrechte, welteverstaan. Terwijl ze hun verhaal doen, worden de vrouwen in de rug gedekt door hun lotgenoten. Die luisteren toe. Ingehouden. Gelaten ook. Met een pijnlijke blik van herkenning.

Hun individuele getuigenissen, recht in de camera opgetekend, ballen zich samen tot een collectieve ervaring, die we inmiddels kennen als de Toeslagenaffaire. Een Kafkaëske maalstroom van vernederingen: schulden, ontslag, voedselbank, depressie, kinderen uit huis geplaatst… Totdat er van hen en wie ze waren nauwelijks meer iets over is. Volledig ontmenselijkt.

‘Ik hoop echt dat ze allemaal de tering krijgen en allemaal doodvallen’, zegt Derya uit de grond van haar vertrapte hart. ‘Dat hoop ik. Maar ja, ik weet niet wat ik daarmee bereik, want het wakkert allemaal haat aan in me.’ In de climax van deze kale, uiterst doeltreffende docu draait ze zich vervolgens om naar de medegedupeerden achter haar. ‘Weet je, ik haat ze gewoon. Haten jullie ze niet dan?’