Sponsorloper

Prime Video

Hij lijkt niet het type om stil in een hoekje te gaan zitten en zijn verdriet te verwerken. Integendeel, hij wil dat delen, op de één of andere manier omzetten in iets positiefs. En dus bedenkt Jeroen van Veen, alias @Sponsorloper (74 min.), een doldriest plan: hij gaat een jaar lang elke dag tien kilometer hardlopen, om geld in te zamelen voor het Prinses Máxima Centrum in Utrecht.

Want daar werd zijn eigen zoontje Kasper behandeld, als één van de zeshonderd Nederlandse kinderen die jaarlijks kanker krijgen. Ruim duizend dagen was Kasper vaste gast bij de kinderoncologen en begeleiders. Hij groeide er zogezegd op. Met veel plezier. Leerde er lopen, goed praten. En toen, nadat het kwartje talloze malen nét de goede kant op was gevallen, viel ‘t alsnog de verkeerde kant op. Zijn hersentumor werd Kasper begin 2022, op slechts vierjarige leeftijd, toch fataal.

Kasper van Veen behoort tot de ongeveer 120 Nederlandse kinderen die jaarlijks overlijden aan de gevolgen van kanker. Nadat hij drie en een half jaar vaste klant was bij het Prinses Máxima Centrum wil zijn vader Jeroen nu lotgenoten, die nog altijd noodgedwongen de gang naar het Utrechtse ziekenhuis maken, een hart onder de riem steken. Zodat ze weten dat er iemand is die elke dag aan hen denkt. Hij rent zogezegd voor hun leven – en dat van zichzelf, natuurlijk.

In deze docu volgt Jasper Mulder dit proces op de voet: van de marathon van Utrecht in mei 2023 tot de Radio 538 Ochtendrun op 22 maart 2024, als de radiozender Van der Veers initiatief heeft omarmd met de actie ‘help Jeroen aan een miljoen’ en een groot benefietevenement organiseert. Zijn protagonist is het onbetwiste middelpunt van de film – ook omdat Kaspers moeder Charlotte liever buiten beeld blijft en hun andere kinderen zoveel mogelijk uit beeld worden gehouden.

Daarmee wordt Sponsorloper als film wel erg eenzijdig: met Jeroen van Veen vooral lopend – of zich daarop voorbereidend of ervan afkoelend – en tussendoor in zijn eentje terugkijkend op de lijdensweg die ze met Kasper hebben moeten afleggen. Intussen draagt hij alsmaar de, ondanks alles, blijde boodschap van zijn actie uit. Bij dat laatste krijgt hij nog wat hulp van bekendheden zoals Bas Smit, Maan, Maarten van der Weijden, Dafne Schippers en Sunnery James & Ryan Marciano.

Het resultaat is een film die van start naar finish gaat. En dan weer van finish naar start. Over een ouder die zijn kind koste wat het kost bij zich wil houden – al is het dan alleen in zijn hart – en anderen een hart onder de riem wil steken.

Sprint

Netflix

‘Fijne verjaardag!’ zegt Sha’carri Richardson tegen haar Jamaicaanse rivale Shericka Jackson, nadat ze haar tijdens een wedstrijd in Polen voor het eerst heeft verslagen bij de 100 meter Sprint (245 min.). Op 16 juli 2023, de dag waarop Jackson 29 jaar eerder werd geboren, gaat de grote favoriete voor de bijl. Eerst op de baan zelf, in dik tien seconden. Daarna, tijdens een al dan niet bewuste ‘slip of the tongue’, voor de camera van deze zesdelige sportserie van Phil Turner.

Het is een exemplarisch tafereel: winnen doe je tijdens de wedstrijd zelf, maar ook ervoor en erna. Door keihard te trainen en jezelf, je directe omgeving en de rest van de wereld wijs te maken dat jij toch echt de aller-allerbeste bent. Eerder is Sha’carri ook al eens heel hooghartig langs haar Jamaicaanse concurrente gelopen, als een onverslaanbare ridder te paard die tijdens het passeren z’n lans nog even bij zich houdt. Met een blik van: straks stoot ik je definitief van je ros.

Shericka Jackson behoort tot het Jamaicaanse team MVP, dat tijdens de laatste vier Olympische Spelen de winnaar bij de 100 meter sprint voor de vrouwen heeft geleverd. Voormalige coryfeeën zoals Shelly-Ann Fraser-Pryce en Elaine Thompson-Herah zijn inmiddels vertrokken bij het team van de broers Paul en Stephen Francis. De hoop is nu dus gevestigd op Shericka. Zij moet eerst met haar voormalige teamgenoten afrekenen, zodat ze daarna de strijd kan aanbinden met de Amerikanen.

Ook binnen Team USA is de concurrentie moordend. Sha’carri Richardson moet Gabby Thomas voorblijven. En bij de mannen wil 200 meter-topper Noah Lyles zijn vleugels ook uitslaan naar de100 meter. Daarvoor moet hij dan wel de favorieten Marcell Jacobs, Zharnel Hughes en Fred Kerley verslaan. Met zijn mond is de blufkikker overigens allang kampioen. ‘Binnen de atletiek moet je je gedragen als de absolute hoofdpersoon’, zegt Lyles daarover. ‘Anders ben je niet op je plek op de baan.’

Voor Turner volstaan zulke platitudes blijkbaar. Hij krijgt er, sprintend van de ene naar de andere dramatische races, maar geen genoeg van. Zeker de Amerikaanse atleten spreken voortdurend in pocherige oneliners. Alsof ze van tevoren zijn bedacht – wat ook zeker niet is uitgesloten. Veel dieper reikt deze miniserie niet. Op grootspraak volgen eclatante overwinningen – of daverende nederlagen, die dan weer direct onschadelijk worden gemaakt met beloftes voor de toekomst.

Slechts zelden komt Sprint voorbij de buitenkant van de influencer-achtige atleten en achter hun glorieuze titel of smadelijke aftocht, die met obligate quotes van voormalige sprintkanonnen zoals Usain Bolt, Alyson Felix en Michael Johnson en een bombastische montage en soundtrack nog eens worden geaccentueerd. Vreugde en verdriet liggen dicht bij elkaar, zoveel is duidelijk, en worden dus panklaar uitgeserveerd. Maar wat er verder in de topsporters omgaat…

Rebound

Watertower TV

Als Sebastien Bellin in oktober 2022 aan de start van de Ironman-triatlon in Hawaï verschijnt, zijn er zo’n 2391 dagen verstreken. 2391 dagen sinds de terroristische aanslagen op het Brusselse vliegveld Zaventem van 22 maart 2016, waarbij hij ernstig gewond raakte aan zijn benen en heup. ‘It’s not about the setback’, houdt Ironmans speaker van dienst de voormalige topbasketballer nu voor. ‘It’s about the comeback.’ ‘That’s right’, reageert Bellin met een glimlach. ‘That’s right.’

De zwaarste ééndagswedstrijd van de wereld is jarenlang zijn richtpunt geweest. In Rebound (61 min.) reconstrueren Tim Vervoort, Vincent Stevens en Gilles Simonet dit proces, dat zowel lichamelijk als geestelijk het uiterste van de Braziliaanse Belg vraagt en hem onderweg steeds weer confronteert met zijn fysieke beperkingen: een lichaam dat niet langer alles doet en kan wat hij wil. En dat is een hard gelag voor de oud-topsporter die altijd heeft gedacht dat waar een wil is ook een weg moet zijn.

Van dit uitgangspunt, dat toch weer het leidmotief voor zijn weg naar Ironman zal worden, moest hij zelf in eerste instantie overigens ook overtuigd worden, blijkt tijdens een emotionele ontmoeting met de arts die hem na de terreuraanslagen heeft behandeld. Sta op en loop, zei Dimitrios Koulalis tegen Bellin toen hij verslagen in een ziekenhuisbed lag en geen enkel gevoel in zijn benen meer had. Dat ging hij uiteindelijk toch maar doen. En het zwemmen en fietsen volgden daarna vanzelf.

Behalve Bellin zelf laten Vervoort, Stevens en Simonet ook diens echtgenote Sara, schoonvader Richard Oldham, zijn basketbaltrainer Greg Kampe, inspanningsfysioloog Jan Bourgois en zijn huidige coach, tweevoudig Ironman-winnaar Luc van Lierde, aan het woord. Ze begeleiden de verrichtingen van hun held bovendien met tamelijk opdringerige muziek. Alsof de kijker moet worden overtuigd van de emotionele lading van Bellins remonte, een man met een broos lichaam en ijzeren wil.

Aan het eind van Ironman en deze gedegen weerslag van zijn setback en comeback komt er een herboren versie van Sebastien Bellin over de finish. Een man die zichzelf heeft overwonnen – en daarmee ook de tegenslag die hij op zijn weg heeft gevonden. ‘Ik heb nu alles in me’, constateert hij gelouterd, ‘om elke afzonderlijke dag te winnen.’

Category: Woman

WMM

Is hij wel een vrouw? In die ene vraag zit alle twijfel – doelbewust gezaaid, volgens medestanders – over de negentienjarige Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya vervat. Als zij in 2009 op de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn de 800 meter hardlopen heeft gewonnen, is er volgens criticasters een ‘noodzaak tot genderverificatie’. Maakt Semenya misschien te veel testosteron aan om nog vrouw genoemd te kunnen worden? Is zij, kortom, een notoire valsspeler?

Aan de hand van deze en vergelijkbare casussen exploreert regisseur Phyllis Ellis in Category: Woman (76 min.) een bijzonder pijnlijke kwestie binnen de internationale sportwereld. Alles wat afwijkt van de standaard (wit, mannelijk en hetero) moet gereguleerd worden, of het nu gaat om ras, seksuele identiteit of gender. ‘Wanneer je als man exceptioneel presteert, dan ben je een superman’, stelt Payoshni Mitra, een juriste die gefnuikte vrouwelijke atleten bijstaat, pijnlijk nauwkeurig vast. ‘Wanneer je als vrouw exceptioneel presteert, dan moet je wel een man zijn.’

Daarvoor kan deze intrigerende film al teruggrijpen op de besmette Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, waarbij tweevoudig Gouden medaillewinnaar Helen Stephens wordt omgeven door roddels dat ze in werkelijkheid een man is. In de navolgende jaren zal de atletiekbond IAAF, in samenspraak met het Internationaal Olympisch Comité, dan ook talloze tests optuigen om bepaalde vrouwelijke atleten – en die hebben doorgaans geen witte huidskleur – te controleren op hun vrouw zijn; van medische certificaten en dopingtesten tot heuse inspecties van het lichaam. Naakt, natuurlijk.

Geruchten over met name sporters uit het Oostblok, die in werkelijkheid tot het mannelijke geslacht zouden hebben behoord, zetten de zaak nog verder op scherp. Bijzondere prestaties van vrouwelijke atleten worden daardoor nog meer met argusogen bekeken. Ellis introduceert vervolgens enkele sportsters die zijn gediagnosticeerd met hyperandrogenisme. Zij hebben van nature een hogere testosteronspiegel dan de meeste vrouwen, waardoor hun spierontwikkeling beter op gang komt. De atletiekbond heeft hen daarom de kwalificatie DSD toegekend: Differences of Sexual Development.

De Keniaanse atleten Margaret Wambui en Evangeline Makena raken daardoor hun droom en broodwinning kwijt. Hun Indiase collega Dutee Chand stapt vanwege soortgelijke issues naar de rechter en wordt zowaar in het gelijk gesteld. Daar tegenover staat echter het schokkende persoonlijke relaas van de Oegandese middellange afstandsloopster Annet Negesa. Zij is min of meer gedwongen tot een medisch niet-noodzakelijke chirurgische ingreep en daarna nooit meer de oude geworden. Ze is kapotgemaakt. Letterlijk. Geknakt doet ze haar verhaal in Category: Woman. 

De IAAF krijgt, bij monde van voorzitter en oud-atleet Sebastian Coe, slechts beperkt de gelegenheid om z’n positie toe te lichten. De bond wil vooral de ‘eerlijke en open competitie’ tussen sporters beschermen, zo luidt het verweer. Maar of daarvoor basale mensenrechten mogen worden geschonden? Het is duidelijk aan welke kant van deze discussie documentairemaker Phyllis Ellis staat. Ze agendeert de achterliggende kwestie op pregnante wijze in een film, die de vanzelfsprekendheden binnen de sport onder het vergrootglas legt en daarmee automatisch ook ter discussie stelt.

Over hetzelfde thema verscheen in 2024 de hybride van docu en drama Life Is Not A Competition, But I’m Winning.

Changing The Game

Als het verhaal van één minderheid in de afgelopen jaren zichtbaar is gemaakt via documentaires, dan is het waarschijnlijk de worsteling van de transgemeenschap om gezien en geaccepteerd te worden. Internationaal via films als Disclosure, Petite Fille en Seahorse: The Dad Who Gave Birth. En ook in Nederland. Via het baanbrekende Valentijn van Hetty Nietsch, natuurlijk, en recente titels zoals Mevrouw Faber, Jason en Ryan Is Zwanger.

De Amerikaanse documentaire Changing The Game (52 min.) uit 2019 richt zich specifiek op de dilemma’s van transsporters. Regisseur Michael Barnett portretteert enkele jongeren die een transitie hebben ondergaan en nu op een serieus niveau sport beoefenen. Kan dat nog? Wat zijn daarvoor de regels? Is een geslachtsbevestigende operatie een absolute vereiste of niet? En met wie mogen/moeten deze gedreven sporters zich dan meten? Het blijken verdomd venijnige vraagstukken, waarmee in elke staat bovendien anders wordt omgegaan.

Is het bijvoorbeeld fair als jonge vrouwelijke atleten in Connecticut het moeten opnemen tegen hardloopster Andraya Yearwood, die is geboren als jongen? Het verhaal van Mack Beggs is helemaal saillant. De worstelaar uit Texas wil graag om de eer strijden met jongens, maar is nog altijd veroordeeld tot de meisjes – en wint daar menig toernooi, ook dat nog. In een mediamaatschappij zoals de Verenigde Staten komt hem dat vanzelfsprekend op boude kritiek en onversneden haat te staan.

Gelukkig heeft Mack de steun van zijn grootouders, bij wie hij is opgegroeid. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Oma Nancy werkt bijvoorbeeld al 25 jaar als hulpsheriff, is overtuigd lid van de Republikeinse partij en heeft een heel arsenaal wapens in huis. Niet het prototype transvriendelijke Amerikaan, zou je op voorhand zeggen. Ook in dit geval wint liefde het echter van vrees en vooroordelen. Tegelijkertijd maakt dat het verlies niet minder zuur voor het worstelmeisje dat nu het onderspit delft tegen Mack.

Barnett sympathiseert duidelijk met zijn hoofdpersonen en legt hun strijd, binnen en buiten de sport, met de nodige bravoure en bombast vast. Bovendien verrijkt hij hun persoonlijke verhalen met quotes van gewone Amerikanen, sportofficials en deskundigen, fragmenten uit nieuwsprogramma’s en talkshows, en de resultaten van onderzoek binnen de transgemeenschap. Zo ontstaat een genuanceerd beeld van deze bijzondere en toch ook weer gewone Amerikanen, waarbij hun sportcarrière als een aansprekende arena voor de uitdagingen des levens fungeert.

Overgave

Docmakers

‘Dus ik moet me voorstellen dat ik dood ben?’ vraagt Annemarie Eigenhuis bij de start van de documentaire Overgave (56 min.) aan haar vriendin Marijn Frank, die de regie van de productie voor haar rekening neemt. Zij heeft haar ook gevraagd om in het interview niet óver maar tégen haar dochtertje Anna te praten. Voor als ze er, later, niet meer zal zijn.

Later blijkt, slechts even later, allang te zijn begonnen. Annemarie is in 2018 overleden. En sindsdien lijkt ook het leven van Marijn ernstig te stroppen. De gedachte aan haar beste vriendin beneemt haar de lust om te leven. Ze gaat uiteindelijk hardlopen, net als Annemarie, om het tij te keren – ook al heeft ze daar eigenlijk een bloedhekel aan. En de lat wordt meteen hoog gelegd: met coach Hesdy Lonwijk gaat Frank zich voorbereiden op de marathon van Berlijn.

Terwijl ze met frisse tegenzin begint te rennen en daarbij al snel tegen haar eigen grenzen oploopt spreekt Marijn Frank, die eerder al de egodocu Vleesverlangen maakte, tegen de persoon die ze als haar ‘zelfgekozen familie’ beschouwt. Intussen schetst ze parallel daaraan ook Annemarie’s laatste levensfase. Dat gaat gepaard met veel verdriet en zorg om haar dochtertje, die ze alvast kaartjes schrijft voor alle verjaardagen die ze zonder haar moeder moet vieren.

De levens van de twee hartsvriendinnen lopen zo nog eenmaal samen op. Totdat ze elkaar los moeten laten in dit Over Mijn Lijk-achtige drama, ditmaal verteld vanuit het perspectief van degene die moet achterblijven. Met bespiegelende, aan haar vriendin gerichte voice-overs, waarmee beelden uit haar privéleven en impressies van haar looptrainingen worden verbonden aan het lot van Annemarie, slaagt Frank erin om haar rouw bij de kladden te grijpen.

Of ze de werkelijkheid daarbij af en toe een beetje heeft gestroomlijnd? Haar rouwproces en voorbereidingen op de marathon komen in elk geval, na de nodige tegenslagen, heel mooi samen in een enigszins Amerikaans aandoend einde. Met haar film heeft Marijn Frank de kijker ondertussen in het gat laten turen dat de dood van een dierbare in je leven kan slaan. Het is een persoonlijk afscheid geworden van Annemarie – en ongetwijfeld van onschatbare waarde voor haar dochter Anna.

Sisters On Track

Netflix

Deze film begint met een onvervalst Surprise Show-moment: alleenstaande moeder Tonia en haar dochters Tai, Rainn en Brooke Sheppard – van respectievelijk twaalf, elf en negen jaar oud – zijn voor de tweede keer uitgenodigd in het televisieprogramma The View. Het gezin verblijft op dat moment al bijna twee jaar in een daklozencentrum en wordt live in de uitzending verrast door presentatrice Whoopi Goldberg: Tyler Perry heeft toegezegd dat hij een woning voor de familie gaat zoeken en twee jaar de huur zal betalen.

De Amerikaanse acteur investeert niet in een willekeurig gezin: de zussen Sheppard staan te boek als bijzonder talentvolle atleten. Begin 2017 trekken ze in een volledig gemeubileerd appartement in Bedford-Stuyvesant, een wijk in Brooklyn, New York. En dan kunnen de Sisters On Track (97 min.) gaan werken aan hun sportcarrière. Voor hun gedreven coach Jean Bell, een oudere Afro-Amerikaanse vrouw met een fulltimebaan als rechter, zijn hun atletiekprestaties vooral een manier om een sportbeurs te bemachtigen, zodat de zussen straks kunnen gaan studeren.

De in New York woonachtige Nederlandse documentairemaakster Corinne van der Borch en haar Noorse collega Tone Grøttjord-Glenne waren al enige tijd aan het filmen toen de mediahype losbarstte rond de zussen, die door het tijdschrift Sports Illustrated ook nog werden uitgeroepen tot SportsKids Of The Year. Ze volgen de drie opgroeiende meisjes in totaal ruim drie jaar, terwijl die vooruitgang proberen te boeken als atleet én in het dagelijks leven. Intussen gaat hun moeder op zoek naar een andere, beter betaalde baan.

Coach Jean Bell van de Jeuness Track Club – volgens eigen zeggen: gemeen, leuk, luidruchtig, zorgzaam, grappig, doodeng – speelt intussen een sleutelrol in het leven van de drie Sheppards. Ze drillt, troost en corrigeert haar pupillen rond de atletiekbaan, maar draaft ook op bij feestjes of geeft seksuele voorlichting. Zij is de belichaming van een begrip waar veel Amerikanen grote waarde aan toekennen: de gemeenschap. Want, zoals het gezegde gaat: it takes a village to raise a child. Zéker als het er drie zijn, die opgroeien in een eenoudergezin dat maar nét het hoofd boven water kan houden.

Rond de zussen Sheppard en hun moeder vormt zich een soort ‘sisterhood’ van zwarte vrouwen. Die probeert hen, tegen de verwachtingen in of de klippen op, op het slingerpad naar een beter leven te houden. Zoals vrijwel elke geslaagde sportfilm is de sport in Sisters On Track dus vooral een aansprekend decor, om een actueel en relevant verhaal te vertellen. Over een race waaraan sommige deelnemers met een aanzienlijke achterstand moeten beginnen en waarbij resultaten uit het verleden of heden geen enkele garantie bieden voor de toekomst. En de Surprise Show komt doorgaans ook maar één keer langs.

The Barkley Marathons: The Race That Eats Its Young


Ooit gehoord van The Barkley Marathons? Een bizarre ultramarathon, waarbij de deelnemers maar liefst 120 mijl moeten afleggen binnen maximaal 60 uur. Vrijwel niemand haalt de eindstreep. ‘Je kunt nu eenmaal niets bereiken’, zegt organisator Gary Cantrell met gevoel voor understatement in de bijbehorende documentaire. ‘Als er geen kans is dat het mislukt.’

Elk jaar zet Cantrell in de onherbergzame bossen van de Amerikaanse staat Tennessee, geïnspireerd door de tocht die de moordenaar van Martin Luther King ooit in hetzelfde gebied aflegde, een genadeloos parcours uit, dat nauwelijks wordt gemarkeerd. Behalve lopen, klimmen en ploegen moeten de maximaal veertig deelnemers dus ook kunnen navigeren en spoorzoeken.

Om te bewijzen dat ze daadwerkelijk alle tussenstations zijn gepasseerd, moeten de atleten bij de finishlijn boekpagina’s overleggen, die ze onderweg uit strategisch geplaatste klassiekers hebben gescheurd. Als ‘inschrijfgeld’ voor de ultramarathon dienen ze bovendien 1,60 dollar en een paar sokken of een flanellen blouse te overleggen. Waar Cantrell dat jaar toevallig behoefte aan heeft…

Het zijn zulke smeuïge details die The Barkley Marathons tot zo’n bijzondere race en deze documentaire (89 min.) tot zo’n vermakelijke film maken. Cantrell, de slimme broer van Gekke Gerrit, lacht snaaks: ‘Voor sommige mensen is alleen al levend terugkeren op het basiskamp het allermooiste wat ze kunnen bereiken.’