Natchez

VPRO

‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez (85 min.) halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.

Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De revenuen daarvan lopen alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen. Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door slaven. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.

Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.

Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen – zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.

En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: ni**er. Dat went gelukkig nooit meer.

We Komen Niets Verkopen

Human / dinsdag 23 december, om 22.50 uur, op NPO2

Uit onderzoek blijkt naar verluidt dat één op de tien mensen na een deep canvassing-gesprek blijvend van mening verandert. ‘Dat is tien procent van je wijk’, houdt een spreker de deelnemers aan een workshop over deze gesprekstechniek voor. ‘Tien procent van je stad. Tien procent van het land. Stel je voor dat die zich anders zouden verhouden tot nieuwkomers of anders zouden stemmen.’

Ruim anderhalf miljoen Nederlanders zouden zo bezien dus bereid zijn om hun mening bij te stellen. Daarvoor moeten dan natuurlijk wel achttien miljoen gesprekken gevoerd worden. Huis aan huis. Aanbellen en beginnen maar. Één misverstand moet daarbij meestal meteen uit de weg worden geruimd: We Komen Niets Verkopen (20 min.). En daarna het volgende: we zijn niet van een politieke partij – al gebiedt de eerlijkheid om te zeggen dat de mensen die zich in deze korte observerende documentaire van Halil Ibrahim Özpamuk aan de deur melden een links profiel lijken te hebben.

Als de cursisten die hordes hebben genomen en de deur niet met een ferm ‘geen interesse’ in hun gezicht is dichtgesmeten, kunnen ze ‘het goede gesprek’ aangaan over thema’s die als een splijtzwam fungeren in de Nederlandse samenleving. De deep canvassing-gesprekstechniek komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten en wil tegenstellingen overbruggen en de dialoog met andersdenkenden stimuleren. ‘Een deep canvasgesprek is oordeelloos’, hebben de nieuwe vrijwilligers nog meegekregen. ‘Maar niet neutraal.’ En Özpamuk kijkt mee wat er gebeurt nadat zij op de bel hebben gedrukt.

De behoefte om de ander te begrijpen en ‘common ground’ te vinden, staan voorop bij deze dialoogverkopers aan huis, die ook regelmatig hun eigen ervaringen en emoties inbrengen. Want, zo is ongetwijfeld de gedachte, als er begrip en empathie in het spel komen, verzacht zelfs de meest gestaalde hardliner – al zou juist die de deur wel eens helemaal niet open kunnen doen.

Darklands: Are You Ready To Go Deep?

Cinemien

Sinds 2010 wordt Darklands elk jaar nét iets groter. Behoedzaam brengt de Vlaamse organisator Jeroen van Lievenoogen het grootse indoor gay fetishfestival steeds een stapje verder. Totdat het Coronavirus in 2020 roet in het eten gooit en Darklands noodgedwongen pas op de plaats moet maken.

De COVID-19 periode, waarin ook Darklands verliezen moet incasseren en het doorgaan van het festival elke editie weer onzeker is, markeert het meest geladen deel van deze documentaire van Roland Javornik uit 2023, die soms bijna een promofilm lijkt voor het festival dat jaarlijks zo’n zevenduizend homomannen en andere fetishfreaks verleidt om een kleine week hun wildste fantasieën uit te leven in Waagnatie, een oude loods te Antwerpen.

In Darklands: Are You Ready To Go Deep? (84 min.) gunt Van Lievenoogen, net als tijdens het festival terzijde gestaan door zijn creatieve jongere zus Nathalie (die zelf overigens niet tot de doelgroep van alle festiviteiten behoort), eenieder een kijkje achter de schermen bij Darklands, Het festival heeft zich ontwikkeld tot een vrijplaats voor een internationaal publiek, dat zich onbekommerd kan overgeven aan z’n eigen kinky voorkeuren.

Voor deze kleurrijke gemeenschap – van gayporno- en BDSM-liefhebbers tot leer- en furryfreaks – weerspiegelt het festival de ‘pure vrijheid’, die elders in de wereld nog wel eens ontbreekt. Zo bezien heeft deze productie, die toewerkt naar de festivaleditie van 2022, zeker z’n waarde – al is de Darklands-docu wel héél veel braver dan de thematiek van het festival, waar eigenlijk weinig te gek lijkt, doet vermoeden.

Deep Water: The Golden Globe Race

The Weinstein Company

Aan het begin van 1968 is het nog niet meer dan een stoutmoedig plan: een zeilrace rond de hele wereld. Vanuit Zuid-Engeland via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika langs Australië en Nieuw-Zeeland, richting Kaap Hoorn te Chili en van daaruit weer, ten oosten van Zuid-Amerika, naar huis. Geen mens heeft dit al eens gedaan. Kan de boot ’t wel aan? En is een mens überhaupt in staat om zeker tien maanden helemaal alleen te zijn?

Bij echte durfals hebben zulke elementaire vragen geen enkele afschrikwekkende werking. Don Crowhurst, een 36-jarige Britse ingenieur met vier jonge kinderen, wil de uitdaging bijvoorbeeld graag aangaan. Hij weet een sponsor, de zakenman Stanley Best, te strikken en zet zijn eigen huis in als onderpand. Als hij voor de start van de Sunday Times Round The World Race alsnog afhaakt, dan is het gezin Crowhurst dus alles kwijt.

De voortekenen zijn vanaf het begin slecht: zijn boot vertoont nogal wat mankementen. De feestelijk bedoelde champagnefles om die te dopen bij de tewaterlating wil maar niet kapot. En Crowhurst is eigenlijk ook helemaal niet zo’n ervaren zeiler. Op de allerlaatste startdag, eind oktober 1968, zet hij alsnog koers richting Kaap de Goede Hoop. Daarmee kan ook de documentaire Deep Water: The Golden Globe Race (93 min.) definitief van start.

Deze film van Louise Osmond en Jerry Rothwell uit 2006 reconstrueert met Donald Crowhursts vrouw, zoon en beste vriend, concurrent Robin Knox-Johnston en enkele journalisten die destijds verslag deden hoe de race daarna verloopt. Na een typische ‘slow start’ begint Crowhursts boot recordsnelheden te ontwikkelen. Hij wordt ineens beschouwd als een potentiële winnaar van de 5000 pond die beschikbaar zijn gesteld voor de snelste boot.

In werkelijkheid ligt de situatie totaal anders. De Brit wordt aan boord vergezeld door een 16 mm-camera en taperecorder. Als die draaien speelt Don Crowhurst vol overtuiging de vaardige lange afstandszeiler. Uit zijn persoonlijke logboek, voor deze film ingelezen door de acteur Simon Russell-Beale, komt echter een heel ander beeld: van een man in nood, die geen reddingsboei meer ziet. Aan het eind wacht de dood of een totaal bankroet.

Tijdens de race haken een aantal van de negen deelnemers snel af. Uiteindelijk zijn er nog maar een handvol over voor de prijzen: de Britse zeilers Nigel Tetley en Robin Knox-Johnston, de Fransman Bernard Moitessier (die een zeildagboek bijhoudt, waaruit Osmond en Rothwell ook regelmatig putten) én Don Crowhurst. Zelf weet hij wel beter. De desperate zeiler beseft dat hij zich in te Deep Water heeft begeven. Er is geen weg meer terug.

Deze meermaals bekroonde documentaire, waarin de Britse actrice Tilda Swinton als verteller fungeert, maakt de tocht die hij is aangegaan, zowel fysiek als mentaal, invoelbaar. Wat begint als een onbezonnen onderneming groeit door een leugentje om bestwil uit tot een menselijk drama. Niet alleen voor de eenzame zeiler Donald Crowhurst.

Droomdorp

VPRO

Het begint met een idee van twee mensen: een Droomdorp (200 min.). In Almere. ‘t Eemgoed, ‘leven in verbinding met de aarde en elkaar’. De initiatiefnemers Sant Ruyter en Solange Ruyter-Schmeits willen zelf ook gaan wonen in het moderne ‘dorpslandgoed’. Ze werpen zich tegelijkertijd op als projectontwikkelaar van het ambitieuze woonproject. 82 huishoudens gaan een gemeenschap vormen ‘waar jong en oud naar elkaar omkijken als het nodig is’, wordt geëxperimenteerd met ‘deep democracy’ en zo’n drie hectare grond beschikbaar is ‘om van te eten’.

De promoteksten zijn al even aantrekkelijk als de ‘artist impressions’ die van ‘t Eemgoed zijn gemaakt. Een ‘Teletubbieland’ wordt ‘t volgens de één, ‘Tofuland’ grapt een ander. In het ‘Eemcafé’ maken de aspirant-bewoners alvast kennis met elkaar, zodat ze straks echt samen kunnen leven. Zover is ‘t echter nog lang niet. Zoals dat gaat bij dit soort bouwprojecten lopen de kosten natuurlijk al snel de spuigaten uit en duurt alles véél langer dan gepland. Totdat iedereen, al dan niet veroordeeld tot een tijdelijke woning, direct op z’n achterste poten staat zodra er weer een nieuw bouwbericht binnenkomt.

Deze vijfdelige serie van Martijn Kieft, die qua opzet, vorm en toon enigszins doet denken aan de recente miniserie Staal over Tata Steel en z’n directe omgeving, brengt dat jarenlange proces vanuit allerlei verschillende perspectieven in beeld. Intussen komen de initiatiefnemers Sant en Solange steeds nadrukkelijker tegenover de veelal hoogopgeleide, gedreven en soms ook stronteigenwijze bewoners te staan. Want pionieren gaat bepaald niet vanzelf. En misschien zijn de ambities – duurzaam, sociaal én zelfvoorzienend – ook wel erg hoog gegrepen voor een groep gewone stervelingen uit de polder.

Tussen alle vertraging, bezuinigingen, werkgroepen, sub-werkgroepen, open space-onderwerpen, initiatieriten en blubber door biedt Droomdorp tegelijkertijd ook wel degelijk aanknopingspunten voor een – laten we ‘t maar gewoon uitspreken – betere wereld. Als bewoonster Els bijvoorbeeld met een hernia aan bed is gekluisterd, maken andere leden van de minimaatschappij een planning, zodat zij dagelijks van eten wordt voorzien. En het enthousiasme waarmee pensionado Martin zich met andere dorpelingen stort op het aanleggen en onderhouden van een moestuin zorgt niet alleen bij hemzelf voor een gelukzalige glimlach.

Martins vrouw Jodien heeft ondertussen meer moeite om te wennen in haar nieuwe leefomgeving, die vooralsnog veel minder idyllisch oogt dan de brochure waarvoor ze ooit zijn gevallen. Daar hebben meer bewoners last van. Terwijl ze met elkaar steggelen over de meest geschikte organisatievorm – een coöperatie, vereniging of toch iets anders? – verworden Sant en Solange, tijdens de vier jaar dat het initiatief wordt gevolgd voor deze serie, tot een soort gemeenschappelijke vijand. Het starten van een nieuwe gemeenschap binnen de marges van een bestaande wereld is nu eenmaal geen kattenpis.

Naarmate de serie, waarin actrice Lies Visschedijk als verteller alle verhaallijntjes bij elkaar brengt en structuur geeft aan de verschillende afleveringen, vordert, krijgt het ecodorp steeds meer vorm en wordt duidelijk wie en wat er wel past – en wat niet. Droomdorp brengt dit continue zoeken naar ‘verbinding’ haarfijn in beeld.

Trailer Droomdorp

The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart

Barry Gibb, 75 jaar inmiddels, is de laatste der Bee Gees. De andere twee broers, de tweeling Robin en Maurice, zijn al enige tijd overleden. Met de soundtrack voor de film Saturday Night Fever maakten ze in 1977 het best verkochte album aller tijden. Totdat Michael Jackson hen met Thriller van de troon stootte. Hun muziek leeft echter voort, zoals dat dan zo mooi heet.

Frank Marshall stoft de roerige geschiedenis van de drie gebroeders vakkundig af in The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart (111 min.). Via interviews met Barry, oude vraaggesprekken met zijn broers, herinneringen van intimi en de verplichte loftuitingen van collega’s (zoals Eric Clapton, Noel Gallagher, Chris Martin en Justin Timberlake; hun bijdragen passen overigens zo in dit hilarische Twitterdraadje) tekent hij hun opkomst, ondergang én wederopstanding op.

Het verhaal moge bekend zijn: hoe de Gibb-broers in de sixties, als een soort Australische surrogaat-Beatles, eerst uiterst succesvol werden, vervolgens ernstig gebrouilleerd raakten en daarna, via het ontdekken van hun eigen falsetstem, de weg omhoog terugvonden in de hoogtijdagen van disco. Met kneiterhits als Stayin’ Alive, How Deep Is Your Love en Night Fever als gevolg – en een positie als pispaal voor alle discohaters.

Intussen raakte hun jongere broer Andy Gibb, die op eigen kracht een tieneridool was geworden, steeds verder in de problemen en begonnen de Bee Gees zich toe te leggen op het produceren van collega’s als Barbra Streisand, Diana Ross en Celine Dion. Totdat de tijd hen definitief inhaalde. Het is een tamelijk stereotiep popverhaal, dat nochtans met veel plezier wordt verteld en natuurlijk helemaal is volgestort met hits.

Inside Deep Throat

De gimmick is eigenlijk te lachwekkend om nog enige vorm van seksuele opwinding toe te laten: Linda Lovelace zou een clitoris in haar keel hebben. En er is maar één manier om die te stimuleren. Deep throat, juist. Waarbij zij dan óók een orgasme krijgt. Een smakelijke premisse, die het mannelijke publiek destijds natuurlijk héél goed uitkwam.

De Amerikaanse pornofilm, die op 12 juni 1972 in première ging, zou een enorm kassucces worden. Een B-productie die een habbekrats, slechts 25.000 dollar, had gekost en uiteindelijk jarenlang in de bioscoop zou draaien en meer dan zeshonderd miljoen opbracht. Intussen kwam er een serieuze discussie over de vrijheid van meningsuiting op gang (en werd Deep Throat tevens de schuilnaam van de mysterieuze klokkenluider in het Watergate-schandaal).

De lekker schmutzige documentaire Inside Deep Throat (85 min.), een titel die verwijst naar de infame Deep Inside-seksfilmserie, neemt de kijker mee naar de tijd dat pornografie nog werd gezien als een belangrijk onderdeel van de seksuele revolutie en een soort cultuuroorlog met vertegenwoordigers van Conservatief Amerika, zoals de moraalridder Charles Keating, op gang bracht.

De filmmakers Fenton Bailey en Randy Barbato reconstrueren het maakproces van de film (met sleutelfiguren als regisseur Gerard Damiano en acteur Harry Reems), laten erotische kopstukken als Hugh Hefner, Xaviera Hollander en Larry Flynt aan het woord over de bijbehorende industrie en schetsen met opiniemakers als Gore Vidal, Camille Paglia en Norman Mailer het maatschappelijke klimaat (dat bijvoorbeeld gestalte kreeg via de actie porNO).

Het geheel wordt in deze sappige docu uit 2005 opgediend met jofele archiefbeelden, kekke seventiesmuziek én acteur Dennis Hopper als verteller en krijgt nog een rauw randje als de veelbesproken seksfilm blijkt te zijn gefinancierd met maffiageld en de grote ster Linda Lovelace begint te beweren dat ze in werkelijkheid wordt verkracht als ze haar orale arbeid verricht voor de camera.