Giovanni/Carmen

Prospektor / NTR / maandag 5 oktober, om 22.45 uur, op NPO2

Op het eerste oog is de Nederlandse theatermaker Giovanni Brand natuurlijk niet de meest voor de hand liggende persoon om de rol van Carmen op zich te nemen. Toch staat ie dichter bij de hoofdpersoon van Georges Bizets befaamde opera (1875), een vurige zigeunervrouw die alle mannen om haar vingers windt, dan die eerste indruk doet vermoeden.

Brands wortels liggen in een woonwagen. Behalve een vrijgevochten vamp ziet hij in Carmen ook een representatie van de Roma en Sinti, waarbij vooroordelen en clichés regelmatig om voorrang vechten. In de korte documentaire Giovanni/Carmen (34 min.) volgt Laura Stek haar hoofdpersoon dus zowel naar een stierenvechtersarena in Sevilla, waar hij zich als een androgyne toreador uitleeft in zijn rol, als naar een wagen waar zijn familie op hem wacht.

In zijn eigen leven beweegt Giovanni Brand zich tussen de ene wereld, het leven op wielen, en de andere, de burgermaatschappij, met alle uitdagingen en complicaties van dien. Taalproblemen bijvoorbeeld, vanwege zijn aanvankelijke laaggeletterdheid. Of door zijn geladen verhouding, als queerpersoon, tot masculiniteit. Op dat pad is Carmen een logisch tussenstation – hoewel dat dansen als de vurige verleidster voor hem soms ook ‘heel Hollands’ voelt.

Brand spreekt verder met de ervaren Carmen-vertolker Matia Kataeva van het Teatro de la Maestranza, laat zich bijspijkeren door flamencodanseres Conchi Maya en bezoekt zijn eigen neef, volkszanger Bob Offenberg. Met dramatische en gestileerde scènes vangt Stek tegelijk hoe haar hoofdpersoon, afwisselend geheel overtuigd en licht beschroomd, werkt aan zijn eigen, satirische interpretatie van ‘het meest toxische liefdesverhaal dat er bestaat’.

Intussen lijkt hij ook weer een stukje van de liefde voor zichzelf, zijn achtergrond en de kronkelige weg die hij heeft afgelegd te vinden.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

How To Catch A Butterfly

Docmakers

‘De jongen die geloofde dat hij een jager moest zijn om een man te worden’ begint brieven te ontvangen. Ze zijn afkomstig van ‘het meisje dat geloofde dat ze jouw exotische fantasie moest worden’.

Hij is Robert Aaron Long, de man achter de Atlanta Spa Shooting. Op 16 maart 2021 vermoordde de Amerikaan, die was gediagnosticeerd met een seksverslaving, acht mensen, waaronder zes Aziatische vrouwen.

Zij is Kiriko Mechanicus, een Nederlands-Japanse vrouw en de maker van deze flonkerende film over culturele stereotypen rond Aziatische vrouwen en etnische fetisjes – en haar eigen verhouding daartoe.

Ze kennen elkaar niet als zij hem begint te schrijven in de Fulton-gevangenis, waar hij zijn straf uitzit. Is hij zo’n typische eenzame, door anime geobsedeerde jongen? Een man die bevangen is geraakt door ‘yellow fever’?

En wie is zij zelf, een vrouw die zich door diezelfde stereotypen in het keurslijf van de stille en volgzame Aziatische huisvrouw heeft laten wringen? Een exotische trofee voor mannen met een etnische fetisj?

In de korte documentaire How To Catch A Butterfly (26 min.) komen ze samen: mannen zoals hij met een Aziatische kick en vrouwen zoals zij die zich een ‘vlinderkostuum’ (hebben laten) aanmeten.

Mechanicus vertrekt daarbij vanuit Madama Butterfly, Puccini’s opera over een geisha, en gaat naar Japan met haar moeder, die niet meer aan het stereotiepe beeld van de gedweeë Aziatische vrouw wil en kan voldoen.

Het wordt een broeierige, ravissant vormgegeven tocht door een donkere wereld, langs culturele clichés, Aziatische porno en vrouwen die zich als een vlinder laten vangen. Op weg naar een onbegrijpelijke haatmisdaad.

Is haar vernietiging altijd onderdeel van jouw genot? vraagt de ‘exotische fantasie’ onderweg aan ‘de jager’.