Kill. Bury. Print.

Peacock

There’s a new sheriff in town. Letterlijk. Sinds 2016 is Kevin Clardy het gezicht van de wet in McCurtain County in de Amerikaanse staat Oklahoma. Net als zijn voorgangers onderhoudt hij een prima relatie met de plaatselijke krant The McCurtain Gazette-News. Tenminste, totdat die in Kill. Bury. Print (86 min.) begint te publiceren over de wanordelijke opslag van bewijsmateriaal op het politiebureau, de deputies die Clardy heeft ontslagen én de affaire die hij zou hebben met een ondergeschikte, Alicia Manning…

The Gazette wordt sinds 1988 gerund door de Willingham-familie. Vader Bruce fungeert als uitgever, zijn vrouw Gwen doet de financiën. Zoon Chris is bovendien sterverslaggever en diens vrouw Angie werkt als redacteur van de krant. Zij beschikken over anonieme bronnen op Clardy’s kantoor en slagen er ook in om daar een balpen, met ingebouwde opnameapparatuur, achter te laten. De geluidsopnamen die daarmee worden gemaakt , vol racistische opmerkingen en doodsbedreigingen aan het adres van de journalisten, veroorzaken een storm van verontwaardiging.

Intussen beginnen er online ook ernstige beschuldigingen over Chris Willingham rond te zingen. Die maken het leven in de kleine gemeenschap steeds lastiger voor de lokale tegellichter en zijn gezin. Regisseur Ben Klein volgt de verwikkelingen in McCurtain intussen vrijwel volledig vanuit het perspectief van de krant. Hij zet daar slechts één enkele medestander van Clardy tegenover, de typische ruwe bolster blanke pit-agent John Mowrer. Dat gebrek aan wederhoor – de omstreden sheriff en zijn deputy Manning wilden niet meewerken – wreekt zich wel een beetje. 

Klein haalt er ook allerlei andere plaatselijke misdrijven bij en zet de zaak nogal dik aan: in hoeverre waren die bedreigingen in eerste instantie nu werkelijk meer dan stoerdoenerij en borrelpraat? Later, als de zaak volledig is ontspoord en landelijk nieuws geworden, lijkt er echter geen weg terug meer. Het lot van de lokale journalisten is verbonden geraakt met de toekomst van de sheriff. Als die in 2024 wordt herkozen – de vanzelfsprekende climax van dit portret van de schemerzijde van ‘Small Town America’ – kan The McCurtain Gazette-News z’n borst natmaken.

Mr. Dynamite: The Rise Of James Brown

Jagged Films

Ook hij breekt halverwege de jaren zestig door via het programma van de meest kleurloze gastheer uit de televisiegeschiedenis: Ed Sullivan (ahum). James Brown (1933-2006), ‘the hardest working man in show business’, bevindt zich in goed gezelschap. Elvis Presley, The Beatles en The Stones glorieerden eveneens bij de houterige host.

Brown staat erop dat hij met zijn eigen band The Famous Flames mag optreden en geeft, croonend als een krolse kater en dansend als de enige echte voorvader van Michael Jackson, een nauwelijks te overtreffen performance. Die eindigt met de entree van ‘s mans assistent Danny Ray. Als de soulzanger tijdens het wanhopige Please Please Please theatraal door de knieën gaat, gooit hij een cape over de man heen en begeleidt hem van het podium. Het is de treffende apotheose van een wervelwindoptreden, dat James Brown later nog een welgemeende klap op de rug van Sullivan oplevert.

Zijn kostje lijkt daarmee gekocht – al is de Amerikaanse soulzanger en funkmeister geen man om dat dan uitbundig te vieren met zijn muzikale gevolg. Hij geldt als een ‘loner’, een man die alle touwtjes in handen wil houden en een perfectionist die met minder nooit genoegen neemt. In Mr. Dynamite: The Rise Of James Brown (120 min.) gaat Alex Gibney niet zozeer op zoek naar de achtergronden daarvan. Browns uiterst armoedige jeugd zonder moeder, hoe hij daarna opgroeide in het bordeel van zijn tante Honey en de jeugddetentie die hij kreeg vanwege diefstal worden in enkele zinnen afgedaan.

Dit is een film over James Browns muzikale hoogtijdagen en hoe die, al dan niet toevallig, samenvallen met een nieuw zwart bewustzijn. In 1968 schrijft hij het lijflied van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, Say It Loud – I’m Black And I’m Proud. Gibney illustreert ’s mans schier onaantastbare positie als boegbeeld van de zwarte gemeenschap met beelden van Browns optreden in Boston, een dag na de moord op de Afro-Amerikaanse leider Martin Luther King op 4 april van dat jaar, waarbij hij resoluut rellen in de kiem smoort. Zijn woord is dan nog wet in de zwarte gemeenschap.

Want als Brown later publiekelijk de Republikeinse president Nixon omarmt, wordt hem dat bepaald niet in dank afgenomen. ‘Soul Brother No. 1’ komt te boek te staan als een verrader van de goede zaak, een man bovendien die zijn beste tijd lijkt te hebben gehad. Gibney tekent die geschiedenis in deze muziekfilm uit 2014 op met een combinatie van fraai archiefmateriaal, oude televisie-interviews met de man zelf en gesprekken met Browns bandleden Bobby Byrd, Alfred ‘Pee Wee’ Ellis, Martha High, Fred Wesley, Clyde Stubblefield, John ‘Jab’o’ Starks, Bootsy Collins en de broers Melvin en Maceo Parker.

En ook Afro-Amerikaanse iconen zoals Al Sharpton, Chuck D en Ahmir ‘Questlove’ Thompson doen nog hun duit in het zakje over de ‘Godfather of Soul’. De man daarachter – een kerel die zijn handen bijvoorbeeld niet altijd thuis kon houden – blijft een enigma. Alex Gibney en mede-initiatiefnemer Mick Jagger, die zelf natuurlijk ook nog even aan het woord komt over zijn inspirerende tijdgenoot, kiezen liever voor de zanger, de danser, het fenomeen James Brown. Ofwel voor: Mr. Dynamite.