It’s A Hard Truth Ain’t It

Op tweederde van de documentaire komen ze bij elkaar om de balans op te maken: is dit de film die we willen maken? De mannen hebben nog drie draaidagen om een passend einde te bedenken voor dit project over hun eigen leven. Welke kant slaan ze daarin op? Eigenlijk is er maar één gepast slot. Dat weten ze zelf ook wel.

En nu staan ze, dertien man sterk, gezamenlijk op de toonaangevende filmwebsite IMDB als coregisseur van It’s A Hard Truth Ain’t It (74 min.), een aangrijpende documentaire over levens die allemaal op dezelfde manier lijken te eindigen: achter de tralies. Stuk voor stuk hebben ze één of meerdere geweldsdelicten achter hun naam staan. De gevangenis is hun thuis geworden.

Daar, in hun eigen Pendleton Correction Facility in de Amerikaanse staat Indiana, maakten ze ook deze film, tijdens een project dat werd geïnitieerd en begeleid door Madeleine Sackler. Zij filmde ter plaatse de speelfilm O.G., een gevangenisdrama waarin enkele gedetineerden hun acteerdebuut maakten. Daarna was de tijd rijp om van die bijrollen een hoofdrol te maken.

Al doende leren de mannen hoe je dat doet: het maken van een film. Maar ook: het vertellen van een verhaal. Sterker: het zien van je eigen leven als een verhaal. Met een inleiding (vrijwel altijd: een beroerde jeugd), kern (de steeds verdergaande ontsporing) en een ellenlang slot (tientallen jaren in de bajes). Een verhaal dat je misschien niet opnieuw mag schrijven, maar wel achteraf kunt proberen te begrijpen.

Ze interviewen elkaar en leren zo ook iets over zichzelf. Hetzelfde geldt voor de fraaie animaties van Yoni Goodman (die eveneens betrokken was bij het voor een Oscar genomineerde Waltz With Bashir) waarmee hun herinneringen indringend zijn verbeeld. Ook die zorgen ervoor dat de mannen meer zicht krijgen op zichzelf. En ze mogen het beeld tevens corrigeren als het hen, op tweederde van de docu, tóch niet helemaal bevalt.

Die vrijheid heb je nu eenmaal als coregisseur. Met die zeggenschap komt ook verantwoordelijkheid: dat eerlijke einde. En dat krijgt deze aangrijpende film, die doet denken aan het eveneens in een Amerikaanse gevangenis gesitueerde The Work. Terwijl in die film confrontatie, amateurpsychologie en catharsis voor vuurwerk zorgden, is It’s A Hard Truth Ain’t It juist bespiegelend van aard: hoe had ik dit leven kunnen voorkomen?

Beide films humaniseren de mensen die schuilgaan achter vreselijke misdrijven. Mensen die wij, brave burgers, simpelweg kennen als ‘dader. ‘We zijn niet zo slecht als het ergste wat we ooit hebben gedaan’, zegt producer Stacey Reiss daarover in de meegeleverde Behind The Scenes-reportage. Zoals we – en dat zou eveneens een sterke film kunnen opleveren – natuurlijk ook niet zo goed zijn als onze beste daad.

Madeleine Sackler is overigens niet onomstreden als filmmaker. Als telg van de beruchte Sackler-familie, die met het ongegeneerd aan de man brengen van de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin zo’n beetje aan de basis heeft gestaan van The Opioid Crisis, wordt haar een hoge mate van hypocrisie verweten. Ze noemt zichzelf een sociale activist terwijl ze rijk is geworden door de ellende van anderen, verwijt fotografe Nan Goldin haar in dit Guardian-artikel.

Lost Boys, 5 Jaar Later

EO

Het ene probleem veroorzaakt het andere, dat weer een nieuw probleem oplevert. De situatie van Demo is als een Gordiaanse knoop, die nauwelijks meer valt te ontwarren. Wie hakt hem door? Het begon ooit met gewapende overvallen. Of eerder: met een jeugd, die verder onbesproken blijft. Daarna volgde in elk geval een detentie, voorwaardelijke invrijheidstelling en strubbelingen met de reclassering.

De bokkige jongen, die zijn criminele verleden van zich af probeerde te schudden en begon aan een HBO-opleiding, was in 2011 de blikvanger van de documentaire Lost Boys: Bloods Forever van Margit Balogh (die nog altijd is te zien op de 2doc-website, net als een nabrander van vier jaar later). In die tijd was Demo lid van The Bloods, een Rotterdamse pendant van de beruchte Amerikaanse jeugdbende. Zijn vrienden Mr. T, Smockey en Lil-G hielden zich nog altijd bezig met drugs, geweld en criminaliteit.

In het vervolg Lost Boys, 5 Jaar Later (55 min.) fungeert Jeansen ‘Demo’ Djaoen als enige hoofdpersoon. Hij heeft de bendekleuren, in de vorm van rode bandana’s en shirts, afgelegd en werkt tegenwoordig als reporter/marketingmedewerker van de publieke radiozender Funx. Ogenschijnlijk moeiteloos houdt hij zich staande te midden van politici en collega-journalisten. Met Mijn Eerste Overval, een hoorspel over zijn criminele verleden, wordt hij zelfs genomineerd voor de prestigieuze NTR Radioprijs.

Zijn verleden blijft hem echter achtervolgen. Demo’s torenhoge schulden worden, ondanks aflossingen, door boetes en heffingen alleen maar hoger. En vanwege zijn strafblad komt hij niet in aanmerking voor schuldsanering. Dat is het centrale thema van deze tweede Lost Boys-film, een aangrijpend portret van een bijna-dertiger die blijft betalen voor oude fouten (al blijft wel schimmig waarvoor dan precies) en ervoor moet waken dat hij niet voor gemakkelijke oplossingen valt.

Tegelijkertijd is het (vrijwel geheel) ontbreken van de andere gangleden van The Bloods in deze film wel een gemis. Demo vormt ondanks zijn financiële malheur, die door Balogh zéér uitgebreid in beeld wordt gebracht, de uitzondering op de regel. Hoe zou het de meer stereotiepe bendejongens Mr. T, Smockey en Lil-G zijn vergaan? Die vraag blijft grotendeels onbeantwoord.

Ik Heb Het Niet Gedaan

Waarom, zo vraag je je af na de openingsscène van Ik Heb Het Niet Gedaan (85 min.), corrigeert documentairemaker Elena Lindemans haar hoofdpersoon zo nadrukkelijk als hij zijn eerste brief aan de Nederlandse autoriteiten voorleest? ‘Er staat toch wél Van der Dussen?’, stelt ze scherp. ‘Je vergeet je achternaam.’ ‘Maar dan komt het zo stom over’, werpt Romano tegen. Lindemans wil echter van geen wijken weten. Vanwaar deze prominente rol voor de regisseur zelf? In de tweede helft van de film volgt het antwoord als de filmmaker en haar subject serieus met elkaar beginnen te botsen.

Tot die tijd vertelt deze documentaire het verhaal dat je zou verwachten en blijft Lindemans grotendeels buiten beeld: Romano van der Dussen, in 2016 vrijgekomen nadat hij twaalf jaar onschuldig vastzat in een Spaanse cel, probeert zijn leven weer te op te pakken, de band met zijn vader Rob te herstellen en (financiële) genoegdoening te krijgen van de Spaanse overheid. Intussen weidt hij uit over zijn verleden. Nee, hij was geen lieverdje. En ja, hij is in zijn jeugd regelmatig in aanraking met justitie gekomen. Type ontspoorde ADHD’er. Maar dat is natuurlijk geen reden om iemand vast te zetten voor drie gewelddadige verkrachtingen die hij beslist niet heeft gepleegd.

Het is een schrijnend verhaal, dat vooralsnog echter niet tot een opzienbarende documentaire leidt. Enerverender wordt het als Van der Dussen halverwege de film besluit om een brief te schrijven aan de veroordeelde serieverkrachter en moordenaar Mark Dixie. Zijn DNA is aangetroffen bij één van de verkrachtingszaken waarvoor Romano werd veroordeeld. Die vondst leidde tot de vroegtijdige vrijlating van de Nederlander. Nu wil die hem een gunst vragen: of Dixie nog één keer wil proberen om zich te herinneren of hij ook die andere verkrachtingen heeft gepleegd. Van der Dussen sluit onwerkelijk beleefd af: ‘Bedankt voor wat je voor me hebt gedaan.’

En daarna komt Lindemans zelf in actie en gaat de confrontatie met haar hoofdpersoon aan. Want de puzzel Romano van der Dussen, zoals zijn eigen vader het treffend uitdrukt, blijkt nog enkele ontbrekende stukjes te bevatten. Die wending doet Ik Heb Het Niet Gedaan beslist goed. Het geeft de documentaire spanning en maakt van het hoofdpersonage, dat met enige verhaaltechnische soepelheid had kunnen worden gereduceerd tot een bordkartonnen slachtoffer, weer een man van vlees en bloed. Met zijn eigen karakterzwaktes, frustraties en geheimen. ‘Mensen worden niet zo geboren’, zegt hij er zelf over, als Lindemans hem de duimschroeven aanzet. ‘Mensen worden zo gemaakt door omstandigheden in het leven. En dan later zeggen ze: die is gek!’

Ik Heb Het Niet Gedaan is hier te bekijken.

The Sentence

HBO

Ooit, in de tijd van een louche, drugs dealende vriend, ging ze flink in de fout. Inmiddels heeft Cindy Shank haar leven echter helemaal op orde: een fijne echtgenoot en drie kleine dochters. Niets lijkt een bevredigend bestaan als huismoeder in de weg te staan. Totdat ineens de politie voor de deur staat…

Vanwege die jeugdzonde moet Cindy alsnog de gevangenis in.Voor vijftien jaar maar liefst, de verplichte minimumstraf in de Verenigde Staten voor een drugsvergrijp, waar geen geweld aan te pas is gekomen. Haar broer Rudy Valdez registreert met zijn cameraatje wat The Sentence (86 min.) aanricht bij Cindy en haar gezin.

Hij wil voor zijn zus vastleggen hoe haar dochters opgroeien, maar vangt intussen ook hoe het familieleven van Cindy, die noodgedwongen van de ene naar de andere gevangenis verhuist, volledig wordt ontwricht. De kleine meiden die ze verplicht achterliet, groeien in de tussentijd uit tot ontluikende pubers.

Deze aangrijpende documentaire bestrijkt meer dan tien jaar, een periode waarin Cindy zich vastklampt aan haar moederrol en toch onvermijdelijk op afstand raakt. Valdez heeft dat pijnlijke proces ruw gefilmd en gemonteerd. Authentiek en ‘in your face’ (al ligt de emotionele ontknoping er misschien nét iets te dik bovenop).

Waardoor The Sentence – zeker voor iedereen die zelf kinderen heeft – aanvoelt als een venijnige oorvijg, die nog wel even nagloeit.

The Bastard

‘Ik moet eerlijk zijn: dat was niet zo netjes.’ Joop Hoek maakt er halfhartige aanhalingstekens bij in de lucht. Goedgeluimd vertelt hij over zijn vertrek uit Ethiopië. Na enkele jaren werken bij een suikerfabriek van HVA besloot hij om thuis in Nederland te gaan studeren. Maar, zo beloofde hij zijn plaatselijke geliefde tegen beter weten in: ik kom terug. Hij liet haar achter met hun driejarige kind.

Enkele decennia later krijgt Joops zoon Michiel in het Friese dorp Oudemirdum een telefoontje van het Rode Kruis. Of hij ooit van een halfbroer in Ethiopië heeft gehoord? De man, ene Daniel, zit in de gevangenis van Addis Abeba en wil in contact komen met zijn Nederlandse familie. Michiel reist af naar Ethiopië en heeft daar een emotionele eerste ontmoeting met zijn halfbroer. Daniel Hoek heeft nog wel een verrassing voor hem in petto: hij zit in de cel vanwege moord.

Met de kennismaking tussen de twee bloedbroeders als startpunt construeert regisseur Floris-Jan van Luyn een virtuoze vertelling over familiesystemen en hoe meerdere generaties daarin de weg kwijt kunnen raken. Daniel is ergens onderweg verdwaald tussen twee werelden, de armoedige aardse van zijn moeder, waarin hij volledig ontspoorde, en de imaginaire van zijn Europese vader, waarover hij fabuleuze fantasieën koesterde. Met papa Hoek is het alleen niet al te veel beter gesteld.

Het blijft in The Bastard (84 min.) knarsen en schuren tussen het miskende kind, dat in Afrika helemaal op drift is geraakt, en zijn achteloze vader, die zwarte mensen eigenlijk sowieso wantrouwt en vindt dat Nederlanders hun DNA moeten behouden en niet zomaar moeten ‘opmengen’. Gaandeweg, in hun parallel vertelde levensgeschiedenissen, blijken de twee totaal verschillende mannen echter meer gemeen te hebben dan wie dan ook had kunnen bedenken.

Van Luyn speelt intussen ingenieus met het op- en uitbouwen van de voornaamste karakters en de sympathie van de kijker, die steeds op het verkeerde been wordt gezet. The Bastard, winnaar van een Gouden Vlinder op het Movies That Matter-festival en genomineerd voor een Gouden Kalf, is daardoor een ronduit fascinerende film die afwisselend streelt, schuurt en ontroert en de kijker na bijna anderhalf uur, in de woorden van de broer van de bastaard, helemaal ‘flabbergasted’ achterlaat.

Zonder twijfel: één van de beste documentaires van dit jaar. Zo niet de allerbeste…

The Bastard vindt zijn oorsprong in twee journalistieke verhalen van Dick Wittenberg in NRC, Bloedbroeders uit 2007 en Een Echte Nederlander uit 2008.

Daniël Hoek schreef zelf bovendien een boek over zijn leven, De Vergeten Nederlanders.

American Jail


‘Hier noemde iemand me voor het eerst nikker’, herinnert Roger Ross Williams zich als hij zijn geboortestad Easton in Pennsylvania binnenrijdt. ‘Zijn moeder zei nog: “doe dat niet, anders branden die mensen ons huis plat”.’

Williams, die onlangs voor een Oscar werd genomineerd met het prachtige Life, Animated, onderzoekt in zijn nieuwe film American Jail (95 min.) het Amerikaanse justitiesysteem. Hij start daarvoor in zijn eigen jeugd. Terwijl hij zelf journalistiek ging studeren en zich ontwikkelde tot een gelauwerde documentairemaker, werden enkele van zijn jeugdvrienden vaste klant van de Amerikaanse gevangenisindustrie.

Hij reconstrueert bijvoorbeeld het verhaal van Tommy. Een goeie gast, aldus Williams. Na een onschuldig vergrijp belandde hij echter achter slot en grendel. De ene straf leidde vervolgens tot de andere. Al snel ging Tommy zich ook gedragen als een bajesklant. Door het systeem gereduceerd tot een soort ‘dead man walking’: een zwarte draaideurcrimineel die zijn eigen ondergang tegemoet gaat. Een verpletterde familie achterlatend.

American Jail is niet minder dan een pamflet. Tegen een inhumaan gevangenissysteem, volgens Williams gewoon een moderne variant op slavernij, dat zwarten ontmenselijkt en goedkope arbeidskrachten, slaven dus, van hen maakt. Onderdeel van een industrie, die zich inmiddels binnen en buiten de gevangenismuren heeft vertakt en overal tot wantoestanden leidt. Neem de man die vanwege een elektronische enkelband niet in aanmerking komt voor een baan, maar pas van die enkelband af mag als hij een baan heeft. Je zou van minder hoorndol worden – of gewoon in de cel belanden.

Het systeem moet rehabiliteren in plaats van criminaliseren. Zoals ze dat zo geweldig doen in Nederland, constateert Williams wat ongemakkelijk tijdens een bezoek aan ons land – zeker als je bedenkt dat deze, met fraaie animaties geïllustreerde film deels met een Nederlands team is gemaakt. Dat uitstapje naar ons land voelt een beetje als een fremdkörper in dit verder glasheldere betoog voor een humaner en kleurenblind Amerika.

Over de Amerikaanse war on drugs, gevangenis en opsluiting van een groot deel van de zwarte bevolking maakte Eugene Jarecki in 2012 al de indrukwekkende documentaire The House I Live In, die in zijn geheel op YouTube is te bekijken. Michelle Alexander schreef over dezelfde thema’s het indrukwekkende boek The New Jim Crow: Mass Incarceration In The Age Of Colorblindness.

The Work


‘Pas als iedereen heeft gehuild, mogen we naar huis’, maakten mijn klasgenoten en ik elkaar ooit wijs voor aanvang van enkele vormingsdagen, die hoorden bij de zorgopleiding die ik een grijs verleden volgde. Ik moest eraan denken tijdens de daverende documentaire The Work (89 min.), waarin een groep gedetineerden van de beruchte Folsom Prison én enkele mannen van buiten de gevangenis een gezamenlijke vierdaagse training aangaan.

Ze vertellen de anderen hun diepste trauma’s, kruisen gedurig de degens met elkaar en beleven vrijwel stuk voor stuk een soort catharsis. In een kring zitten ze en kijken elkaar diep in de ogen: de leider van een Crips-gang, het voormalige lid van de Aryan Brotherhood, de native American die helemaal kan doordraaien en… drie gewone mannen van buiten die aan zichzelf willen werken. Elk met hun eigen verhaal en reden om de confrontatie aan te gaan.

Soms wordt het contact fysiek en krijgt één van de mannen letterlijk de opdracht om zich ergens doorheen te vechten. Of geeft hij zichzelf die opdracht. Dan wordt het bijna knokken. Een andere keer wordt iemand uitgedaagd, getergd zelfs, om ‘het’ eruit te gooien. En vrijwel altijd volgen er aan het eind diepgewortelde tranen. Ze worden eruit geperst, gelepeld of geschreeuwd. En daarna zijn er knuffels. Van die typisch mannelijke ‘bear hugs’, die alles weer goed maken. Voor even. Heel even.

Regisseur Jairus McLeary en zijn cameraploeg concentreren zich in The Work op een groep van zo’n vijftien mannen. Van heel dichtbij en zonder enige opsmuk registreren ze de emotionele achtbaan die zij ondergaan. Mannen die zijn getekend door het leven en die zelf op hun beurt het leven van anderen hebben getekend. Ze maken voor de camera ongeremd de verlies- en winstrekening op en proberen zichzelf en elkaar vervolgens weer op koers te krijgen. Dat gaat gepaard met de allerbeste bedoelingen en ook heel wat psychologie van de koude grond.

Maar blijkbaar werkt dat wel; van de gedetineerden die Folsom na deze training hebben verlaten is tot dusver niemand teruggekeerd in de cel. Want die training komt ongenadig hard binnen, zeker bij mannen die nooit eerder over hun gevoelens hebben leren praten – laat staan dat ze die ook aan anderen hebben laten zien. Die ruwe emotie maakt van The Work een film die aanvoelt als een ongenadige kaakslag. Waarna deze kijker, eerlijk gezegd, ook wel een ‘bear hug’ had kunnen gebruiken.

Land of The Free

IDFA

Hoe één enkel gebaar een compleet verhaal kan vertellen. De achttienjarige Juan zet een coole zonnebril op en de aandachtige kijker weet genoeg: foute boel!

Juan kwam als elfjarige vanuit El Salvador naar de Verenigde Staten en belandde al snel in een bende. Na zijn detentie komt hij nu vrij. Samen met zijn zestienjarige vrouw Maggie en hun dochtertje Marilyn moet hij zijn proeftijd zonder problemen, zoals drugsgebruik en bendeactiviteit, zien door te komen. En dan zet hij dus die zonnebril op.

Drie van de vier Amerikaanse gedetineerden keert vroeger of later terug naar de gevangenis. Gevangen in de draaideur. De Deense filmmaakster Camilla Magid volgt in de heel intieme documentaire Land Of The Free(58 min.) drie voormalige gevangenen vanaf het moment dat ze de deur, liefst definitief, achter zich dicht trekken en opnieuw de achterbuurten van South Los Angeles in trekken.

Voor Brian was het 24 jaar geleden dat hij vrij man was. Sinds zijn negentiende, toen hij tot levenslang werd veroordeeld, zag hij zijn moeder welgeteld drie keer. En nu is hij terug. In een wereld die hem volkomen vreemd is geworden. Met supersonische auto’s. En e-mail. Hoe werkt dat eigenlijk? En, ook niet onbelangrijk, hoe ga je ook alweer met vrouwen om?

De 28-jarige Cezanne, die is aangehouden met negentig kilo marihuana en daarna enige tijd in een cel doorbracht, kampt intussen met problemen van een geheel andere orde. Haar zoon Gianni is onhandelbaar. Hij mist thuis elke vorm van veiligheid. Het groeit moeder al snel boven het hoofd. Dat leidt tot intense confrontaties met haar kind, die echt van héél dichtbij zijn vastgelegd (en bijna niet om aan te zien zijn).

Juan, Brian en Cezanne proberen elk op hun eigen manier het hoofd boven water te houden. Ze krijgen daarbij extra begeleiding, in de vorm van persoonlijke- en groepsgesprekken, en hopen zo de ontnuchterende statistieken te logenstraffen. Deze observerende film brengt hun pogingen om écht terug te keren in de maatschappij treffend in beeld en raakt je soms ongenadig hard in de onderbuik.

Life And Death Row: The Mass Execution


‘Wie is hier dan de moordenaar?’, wil Stacey Johnson weten. Het is een retorische vraag. Johnson is ter dood veroordeeld vanwege moord – ook al is ie volgens eigen zeggen onschuldig. Binnen een maand wordt hij geëxecuteerd. Net als zeven anderen. Acht executies in tien dagen. Terwijl er in Arkansas al twaalf jaar niemand meer ter dood is gebracht. ‘Nu is het tijd voor gerechtigheid’, stelt gouverneur Asa Hutchinson van de Amerikaanse staat ferm.

Hij zegt er in eerste instantie niet bij dat de voorraad Midazolam, het dodelijke middel dat moet worden geïnjecteerd, zijn houdbaarheidsdatum nadert. En dus dringt de tijd. Voor zowel de familie van slachtoffers (de dochter van een vermoorde vrouw verwoordt het eenvoudig: ‘let’s get it over with’) als de beoogde ‘slachtoffers’ van The Mass Execution, die alles op alles zetten om de executiedatum op zijn minst uit te stellen. Hun zaken staan centraal in de zesdelige documentaireserie Life And Death Row (308 min.), die de komende dinsdagavonden is te zien op NPO2.

Deel 1 introduceert bijvoorbeeld de zaken van drie van de acht ter dood veroordeelde mannen: Stacey Johnson (de enige van de veroordeelden van wie je volgens zijn advocaat redelijkerwijs kunt veronderstellen dat hij onschuldig zou kunnen zijn), Don Davis (die overduidelijk schuldig is en ook berouw toont over zijn gruwelijke daad) en Bruce Ward (die helemaal niets zegt of toont en is gediagnosticeerd met paranoïde schizofrenie). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de veelheid aan mannen, daden en motieven, die in deze indringende serie worden belicht.

De filmmakers pluizen de daden van de te executeren mannen nauwgezet uit, waarbij zowel de aanklagers en politie als de verdediging aan bod komen. Daarnaast concentreren ze zich vooral op de aanloop naar de executie en de emotionele impact die deze laatste (?) dagen hebben op de mannen zelf, hun familieleden én de nabestaanden van hun slachtoffers. Met die brede insteek, waarbij ook nog voor- en tegenstanders van de doodstraf aan het woord komen, schetst Life And Death Row een krachtig en afgewogen beeld van een zeer gecompliceerde en omstreden kwestie: de doodstraf.

En intussen tikt de klok onverbiddelijk door en komt het galgenmaal voor deze ‘dead men walking’ zienderogen dichterbij…

Bewaarders

bewaarders
In de beperking toont zich de meester. De manier waarop Marc Schmidt in Bewaarders (76 min.) omgaat met het feit dat hij de gedetineerden van het hypermoderne Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) niet herkenbaar in beeld kan brengen, behoort tot de absolute pluspunten van deze observerende documentaire. De gevangenen zijn op een virtuoze manier, met een versluierend motiefje en een eigen kleur, gedigitaliseerd. Ze ogen nu als gezichtsloze objecten – werkmateriaal zou je kunnen zeggen – en hebben toch een individueel karakter gekregen.
 
Die vormkeuze benadrukt de insteek van deze Teledoc, die volledig vanuit het perspectief van de bewaarders wordt verteld. Zij hebben ook letterlijk een stem gekregen in de film. ‘Mijn mond is mijn wapen’, zegt die. Of: ‘Het is heel gemakkelijk om conflicten te krijgen hier, het is juist de kunst om ze niet te krijgen.’ Én: ‘Het werk verandert eigenlijk nooit.’ En met die laatste stelling sluit de stem aan bij een kernvraag van deze film: levert de moderne manier van werken in de JCZ, de grootste en modernste gevangenis van Nederland, daadwerkelijk een andere gevangenis op, met een andere rolverdeling tussen bewakers en bewaakten?
 
De stem twijfelt hoorbaar: zijn de ‘boeven’ eigenlijk wel in staat om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen? En hebben de medewerkers van het Justitieel Complex Zaanstad, dat is voorzien van de nieuwste digitale technieken en volhangt met camera’s, op hun beurt voldoende tools om hen daarbij optimaal te ondersteunen? Zeker omdat het aantal gedetineerden met een psychiatrische stoornis en afwijkend gedrag lijkt toe te nemen, hangt die vraag voortdurend boven de markt. Zijn die camera’s er misschien ook een beetje om mij in de gaten te houden? vraagt de stem zich af.
 
De centrale verteller, die in de ik-vorm reflecteert op het werk van een medewerker van de JCZ, is een sterke troef van deze documentaire, die volledig binnen de afdeling Noord van de gevangenis is opgenomen. Terwijl echte hoofdpersonen ontbreken in deze beklemmende film – hooguit enkele gezichten keren steeds terug – verwoordt die stem wat er in al die verschillende bewaarders met hun eigen aanpak en ‘tone of voice’ omgaat. Zo brengt Schmidt zowel het dagelijks bestaan van een moderne cipier als diens psyche in kaart.

Ghost Hunting


In de openingsscène wordt direct voelbaar wat de Palestijnse filmmaker Raed Andoni zijn hoofdpersonen gaat aandoen in dit sociale experiment, dat slim is vermomd als documentaire. Hij leidt een geboeide en geblinddoekte man een kale, duistere ruimte binnen, trekt de kap van diens hoofd en opent vervolgens zijn handboeien. Samen kijken ze om zich heen: wat moet waar komen, zodat de hal straks zoveel mogelijk gaat lijken op de gevangenis waar de man ooit vastzat?

In Ghost Hunting (90 min) begeeft Andoni zich op het terrein van ongemakkelijke documentaires als The Act Of Killing, waarin Indonesische massamoordenaars met zichtbaar plezier hun vroegere wandaden naspeelden, en Stranger In Paradise, een film waarvoor de Nederlandse regisseur Guido Hendrikx acteur Valentijn Dhaenens opdracht gaf om als beurtelings barse en empathische leraar vluchtelingen de mores van Europa bij te brengen. Ook de associatie met het geruchtmakende Stanford Prison Experiment is natuurlijk onontkoombaar.

Samen met Palestijnen die ooit, vaak voor langere tijd, in een Israëlische gevangenis hebben gezeten bouwt Raed Andoni, die zelf als achttienjarige ook een jaar in een cel doorbracht, een nauwgezette replica van een cellencomplex. Intussen bepaalt hij wie voor welke rollen in aanmerking komt. Ook daarbij gaat hij tegendraads te werk. Een acteur die tijdens zijn auditie net een angstaanjagende ondervrager heeft neergezet, wordt doodleuk gecast als gevangene. Alsof de regisseur wil zeggen dat het in wezen ook niet uitmaakt welke rol je krijgt toebedeeld in deze horrorfilm: ondervrager of ondervraagde.

‘Wij moeten allemaal pionnen zijn in jouw schaakspel’, voegt één van de medewerkers aan de film hem fijntjes glimlachend toe, als ze inmiddels druk aan het improviseren zijn en niemand meer weet waar het experiment zal eindigen. ‘Denk je dat?’, wil Andoni weten. ‘Ja, jij bent een controlfreak.’ Even later vraagt een acteur waarom hij deze film überhaupt wil maken. Andoni, die met Ghost Hunting de massale Palestijnse gevangenschap zegt te willen aankaarten, heeft duidelijk ook een persoonlijk motief: ‘Jij verslaat je demonen of zij verslaan jou.’

De scènes die zich onder Andoni’s hoede ontvouwen kunnen elk moment ontsporen en doen dat soms ook. Soms moeten ze zelfs worden stopgezet omdat de emoties te hoog oplaaien. Als kijker blijf je intussen gissen naar wat gescript is en wat niet (en of dat ertoe doet). Duidelijk is dat de deelnemers, indachtig ook het beruchte experiment in de Stanford Prison-gevangenis (dat hier overigens wordt betwist), geen enkele moeite hebben om zich in hun ‘rol’ in te leven. Ghost Hunting, dat is aangekleed met stemmige animaties, reikt intussen geen hapklare emoties aan, maar brengt zowel de participanten op de buis als de observanten thuis systematisch uit het evenwicht.

Solitary: Inside Red Onion Prison / Last Days Of Solitary

HBO

Achter klinische, blauwe deuren speelt zich een compleet mensenleven af. In een helverlichte cel van 2,5 bij 3 meter spenderen de gevangenen van de Red Onion State Prison 23 uur van elke dag. De luchtruimte, waar ze het resterende uur mogen doorbrengen is niet veel groter en al even hermetisch afgesloten. Een leven zonder uitzicht. Letterlijk.

Eenzame opsluiting, het moet de hel op aarde zijn. Solitary: Inside Red Onion State Prison (60 min.) van Kristi Jacobson is een treffende sfeerschets van het doodse leven in de extra beveiligde penitentiaire inrichting in Wise County, Virginia. Voor de meeste gedetineerden is hun (levenslange) celstraf een logische optelsom van de ervaringen in hun jeugd, die ook al een soort gevangenis moet zijn geweest.

Tegenover hen staan de cipiers die gewoon hun boterham proberen te verdienen in Red Onion, dat sinds de sluiting van de lokale kolenmijnen één van de belangrijke werkgevers in de directe omgeving is geworden. Een naargeestige plek, waar ze zichzelf en de mannen die ze bewaken van geweld, depressie en gekte proberen af te houden.

Over de hel van de isoleercel werd dit jaar nog een andere documentaire gemaakt, waarvan ik zelf enkele maanden geleden echt een beetje van slag was. In Last Days Of Solitary, nog steeds te zien op de website van de Amerikaanse publieke omroep PBS, worden enkele gedetineerden van de Maine State Prison tijdens en na hun gevangenschap gevolgd.

Zo brengen de filmmakers Dan Edge en Lauren Mucciolo tevens de (lange termijn) effecten van eenzame opsluiting in kaart. Het resultaat is een nachtmerrieachtige film, waarin je de gedetineerden soms letterlijk voor je ogen gek ziet worden.

Real life-horror dus, die je móet kijken (maar niet wilt zien) en die je vervolgens als een angstaanjagende koortsdroom blijft achtervolgen.

No Burquas Behind Bars

EO

Binnen de gevangenis zijn de hoofdpersonen van No Burqas Behind Bars(77 min.) misschien wel vrijer dan erbuiten. Als de Iraans-Zweedse documentairemakers Nima Sarvestani en Maryam Ebrahimi in 2010 de vrouwelijke gevangenen van de Takhar-gevangenis in Afghanistan bezoeken, heeft het land bijvoorbeeld net enkele jaren onder het juk van de Taliban achter de rug.

Deze indringende film, die werd bekroond met een Emmy Award, focust zich op twee gevangenen: Sara, die een gearrangeerd huwelijk heeft geweigerd. En Najibeh die een huwelijk vol geweld is ontvlucht. In hun nieuwe toevluchtsoord proberen ze hun verleden te verwerken en een nieuw leven op te bouwen.

Woensdag vertoont NPO2 overigens ook Prison Sisters (90 min.), een vervolg op No Burqas Behind Bars. In deze film, die ik zelf nog niet heb gezien, wordt Sara gevolgd als ze na haar vrijlating naar Zweden vertrekt en van daaruit op zoek gaat naar Najibeh.