Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe

 

Documentaire maken in real time, het kan. Slechts twee dagen na de WK-finale verscheen Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe (122 min.), een gelikte achter de schermen-film over het Franse voetbalelftal dat uiteindelijk de wereldtitel in de wacht zou slepen. De documentaire is in twee delen op YouTube te bekijken, waarbij je de kreupele ondertiteling voor lief moet nemen.

Erg diep graaft die film natuurlijk niet en de toon blijft altijd positief – naar de blunder van keeper Hugo Lloris in de WK-finale tegen Kroatië zul je bijvoorbeeld tevergeefs zoeken. De filmmakers Emmanuel le Ber en Théo Schuster hebben echter wel opmerkelijk veel toegang gekregen. Voor, tijdens en na de wedstrijd lijkt de camera overal welkom te zijn; van de wedstrijdbesprekingen van coach Didier Deschamps tot het opmaken van de balans in de rust en de euforie na alwéér een gewonnen wedstrijd. De spelers doen daarnaast regelmatig hun verhaal in een soort dagboekcamera en worden gefilmd als ze zich ontspannen of prepareren voor de volgende wedstrijd.

Intussen wordt glashelder wie de absolute leider is van de ploeg: Manchester United-middenvelder Paul Pogba. Voor de wedstrijden geeft hij steeds een ongenadige peptalk (‘we zijn gekomen om deze fuckin’ wereldcup te winnen’), tijdens de negentig minuten stroopt hij het hele veld af en na afloop geeft hij letterlijk het tempo aan bij het feestgedruis. Het voetbal van Les Bleus tijdens het wereldkampioenschap in Rusland mag dan wat al te zakelijk zijn gebleven, deze backstagedocu met straffe beelden en kekke muziekjes laat zien dat de kersverse wereldkampioen achter de schermen wel degelijk flink kon swingen.

Op Netflix is nog altijd Les Bleus: Une Autre Histoire De France 1996-2016 te zien, een documentaire waarin twintig turbulente jaren van het Franse elftal in beeld worden gebracht en zo meteen een beeld wordt geschetst van (de strubbelingen in) het hedendaagse, multiculturele Frankrijk.

The Workers Cup

 

Frankrijk is nog geen wereldkampioen of wij Nederlanders richten het vizier – noodgedwongen – alweer op het volgende wereldkampioenschap, in Qatar in 2022. Over vier jaar moet er een uitgebreide voetbalinfrastructuur zijn aangelegd in de Arabische golfstaat, die tegen de verwachtingen in enkele jaren geleden de organisatie van het WK heeft bemachtigd.

In dat kader verblijven er inmiddels ruim anderhalf miljoen, grotendeels Aziatische, Afrikaanse en Arabische arbeiders in Qatar. Gezamenlijk vormen ze op dit moment zestig procent van de totale bevolking van het land. Ze wonen in werkkampen en maken zo’n twaalf uur per dag, vaak zeven dagen per week. De arbeidsomstandigheden zijn belabberd. Al te veel gelegenheid om te klagen of een andere baan te zoeken is er echter niet, want hun werkgever heeft hun werkvergunning in beheer.

Gelukkig mogen ze zelf ook een potje voetballen. De bedrijven waarvoor ze werken hebben zich ingeschreven voor de strijd om The Workers Cup (58 min.), een toernooi dat door de WK-organisatie is georganiseerd om het voetbal in eigen land te promoten. Deze stevige documentaire van Adam Sobel volgt enkele spelers van het team van de Gulf Contracting Company (GCC). ‘Ons bedrijf heeft veel voor ons gedaan en daarom moeten we vandaag winnen’, houdt trainer Dean zijn mannen uit Kenia, Ghana, India en Nepal voor. Daarbij kunnen ze volgens hem uit eigen kracht putten: ‘eenheid in diversiteit.’

Buiten het veld bestaat het leven van de spelers uit niet veel meer dan werken, waarbij ze tussen de bedrijven door contact proberen te houden met hun vroegere leven en de geliefden die zijn achtergebleven in eigen land. Binnen de lijnen vinden ze een gelegenheid om zich te onderscheiden. De wedstrijden worden beleefd als echte WK-krakers. Waar hun werkgever vooral uit lijkt op prestige, staat er voor de voetballers zoiets elementairs als zelfrespect op het spel. Hoe blijf of word je meer dan een onbeduidend radertje in het systeem? Met een benutte penalty of katachtige reflex misschien?

Deutschland Ein Sommermärchen

 

Nog niet zo lang geleden was er niets leukers te bedenken: beelden van een terneergeslagen ‘Mannschaft’ die zojuist de deksel op de neus heeft gekregen. Toen de documentaire Deutschland Ein Sommermärchen (107 min.) werd uitgebracht in 2006, heeft menige Nederlandse voetballiefhebber vast nog likkebaardend gekeken naar de openingsscène: Duitse internationals in zak en as, na de nederlaag tegen Italië op het WK in eigen land.

De redeloze haat tegenover ‘die Duitsers’, waarbij verwijzingen naar de oorlog en 1974 nooit van de lucht waren, behoort gelukkig tot het verleden. Die ommekeer werd ingezet met datzelfde positief ingestelde Duitse elftal van 2006, zo roept deze documentaire van Sönke Wortmannnog maar eens in herinnering. Onder de hoede van coach Jürgen Klinsmann is de luizenploeg van weleer omgevormd tot een team waar ook de rechtgeaarde voetballiefhebber van kan houden. Met succes bovendien, getuige de derde plaats op het wereldkampioenschap.

Na de gewonnen openingswedstrijd tegen Costa Rica laat de ware Klinsmann zich direct kennen. ‘Geil!’, blijft hij maar roepen tegen zijn vermoeide spelers. ‘Die pakken ze ons niet meer af.’ Die positieve insteek tekent de coach Klinsmann, die in deze film als een op Amerikaanse leest geschoeide motivator opereert. De tactische besprekingen laat hij veelal over assistent Joachim Löw, die als zijn opvolger in 2014 de wereldcup overigens wel naar Duitsland zou brengen. Gezamenlijk durven ze ook harde keuzes durven te maken: Jens Lehman onder de lat bijvoorbeeld, in plaats van de onvermijdelijke Oliver Kahn. De eeuwige rivalen spreken er eerlijk over.

Deze traditioneel opgezette documentaire lijkt soms bijna te mooi om waar te zijn. Als in: is dit werkelijk de ongepolijste achterkant van het Duitse elftal? Of waren al die brave borsten, die we zien tijdens het bowlen, groepsgewijs handtekeningen zetten of luieren op hun hotelkamers, zich maar al te bewust van de camera? Wortmann heeft in elk geval ongeëvenaarde toegang gekregen tot de ploeg en beschikt met Lukas Podolski bovendien over zijn eigen spion, die met een cameraatje zelfs doordringt tot de badruimte.

Als je het Duitse voetbal nog altijd associeert met professionele etters als Lothar Matthäus en Rudi Völler, dan kantelt Deutschland Ein Sommermärchen (dat zonder ondertiteling in zijn geheel op YouTube is te bekijken) dit beeld volledig. Sterker: als de gehele selectie, inclusief trainersstaf, in de bus luidkeels begint mee te galmen met de schlager Marmor, Stein Und Eisen Bricht, lijken ze even een doodgewoon voetbalelftal dat zojuist zijn wekelijkse partijtje heeft gewonnen en nu onderweg is naar de kantine.

Gods Of Brazil: Pele And Garrincha


Ronaldo of Messi? Wie is de allergrootste? Of toch Cruyff, Maradona of Pelé? Geen zinnig mens zal in elk geval de naam Garrincha noemen. De Braziliaanse dribbelkoning met de kromme poten is al lang en breed vergeten.

Pelé en Garrincha, de helden van deze documentaire uit 2002 van Jean -Christophe Rosé, waren ooit de sterspelers van het Braziliaanse voetbalelftal dat in twaalf jaar tijd drie keer wereldkampioen werd. In een tijd, 1958 – 1970, dat voetbal nog in zwart-wit werd gespeeld en topspelers zoals Garrincha zich nog gewoon poedelnaakt onder de douche lieten filmen.

Toen het spel in de jaren zeventig letterlijk kleur kreeg, hadden spelers inmiddels de status van superster verworven. Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha (70 min.) portretteert twee tegenpolen, waarvan de een, het aaibare supertalent van Santos, nét iets te goed en de ander, de ongepolijste volksjongen van Botafogo uit Rio de Janeiro, helemaal niet tegen die plotselinge roem bleek opgewassen.

Toen Pelé in 1970 zijn derde wereldtitel in de wacht sleepte, was zijn voormalige strijdmakker Garrincha al ten prooi gevallen aan een uiteindelijk dodelijke combinatie van drank, vrouwen en depressies. Deze film, waarin een wel erg dominante verteller een vergeten voetbaltijdperk laat herleven, doet je denken over hoe ’t huidige helden als Ronaldo of Messi zal vergaan.

Hoe lopen ze er over twintig jaar bij? Als volledig doorgestreste toptrainers, als zelfingenomen beste stuurlui aan wal of wellicht toch als overjarige parvenu’s met een levensgroot gat in de hand, de drang om alles steeds weer op het spel te zetten en/of een nooit te stillen honger of dorst?

De tijd, die Garrincha uiteindelijk inhaalde en Pelé nooit te pakken kreeg, zal het leren.