Pelé

Netflix

Dit had gemakkelijk een rechttoe rechtaan sportbiografie kunnen worden. Waarbij de held zich in de openingsscène van de film opmaakt voor het hoogtepunt van zijn carrière: de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 1970 in Mexico, waar hij Brazilië via een overwinning op Italië naar de derde wereldtitel moet leiden.

En daarna volgt de onvermijdelijke flashback: naar hoe het ooit armoedig in begon in het stadje Tres Coracoes, ‘s mans eerste wereldkampioenschap als zeventienjarige in 1958, zijn blessure bij de tweede Braziliaanse wereldtitel vier jaar later en de afgang van het nationale team in 1966. Zodat alle fundamenten zijn gelegd voor de glorieuze apotheose van de film tijdens dat WK van 1970. Waarna de protagonist met de wereldcup in z’n handen richting de aftiteling loopt. EINDE.

Het gekke is: Pelé (109 min.) heeft in grote lijnen inderdaad die overbekende opbouw en toch is het helemaal niet die film geworden. Omdat er ook kritisch wordt gekeken naar Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. En omdat zijn carrière niet als een volledig op zichzelf staand fenomeen wordt gepresenteerd, maar is ingebed in de recente geschiedenis van zijn land, een broze democratie die in 1964 een militaire coup kreeg te verwerken. 

Voor Pelé veranderde er ogenschijnlijk niets toen Brazilië een dictatuur werd: hij bleef driftig scoren en hield zich verder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tijdgenoot zoals Muhammad Ali, geheel afzijdig van elke vorm van politiek. Hij stond zogezegd boven de partijen. Pelé verschafte het Zuid-Amerikaanse land gewoon trots en zelfrespect. En daar kon een dictatoriaal regime natuurlijk weer van mee profiteren, in het bijzonder tijdens datzelfde wereldkampioenschap voetbal in Mexico.

‘Pelé was een stralende ster die schitterde in de zwarte hemel van het Braziliaanse leven’, stelt de Braziliaanse muzikant Gilberto Gil. ‘Hij was het symbool voor het potentieel van Brazilië om een eerlijker en gelukkiger land te worden.’ Pelé’s oud-ploeggenoot Paulo Cézar Lima is kritischer: ‘Hij gedroeg zich als een Oom Tom. De onderdanige zwarte man die alles maar aanvaardt, geen weerwoord geeft, geen vragen stelt of oordeelt. Dat neem ik hem vandaag nog steeds kwalijk.’

Zo krijgt deze meeslepende sportfilm van David Thryhorn en Ben Nicholas een lekker scherp randje, dat tegenwicht geeft aan de met veel schwung, drama en een volvette soundtrack doorgeakkerde loopbaan van Pelé en de hartverwarmende beelden van zijn ontmoeting met oude voetbalmaatjes. Op zulke momenten wordt de man die in eigen land voor een godheid wordt versleten ineens gewoon één van de jongens en voert hij ook meteen weer het hoogste woord.

In dit portret toont Pelé zo nu en dan tevens zijn kwetsbare kant. Hij telt inmiddels tachtig jaren, is moeilijk ter been en hoeft zich blijkbaar voor niemand meer groot te houden. Worden de besten soms nerveus? willen de filmmakers bijvoorbeeld op een gegeven moment van hem weten. ‘Niet soms’, antwoordt hij gedecideerd. ‘Altijd.’ Pelé denkt terug aan de laatste momenten, vóór de WK-finale van 1970. ‘Ik hield het gewoon niet meer’, zegt hij en schiet helemaal vol.

Zo nu en dan komt deze film, waarin behalve allerlei medespelers en kenners ook zijn zus en oom aan het woord komen, zo achter de facade van de gewone Braziliaan die het boegbeeld van zijn land en de grootste voetballer aller tijden werd. Als je naar zijn prijzenkast kijkt, staan alle anderen in zijn schaduw. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de documentaire Diego Maradona, over de Napolitaanse jaren van de Argentijnse superster, nog nét iets beter is dan dit eerbetoon. Ook omdat de hoofdpersoon zelf minder kleurrijk is.

Dat is echter op geen enkele manier bedoeld als diskwalificatie voor deze film over de man, de voetballer en het fenomeen Pelé, tot nader order één van de beste sportfilms van 2021.

PS Een kleine twintig jaar geleden werd de documentaire Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha uitgebracht. Over de twee grootste Braziliaanse voetballers van hun tijd. Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan welke van de twee zal blijven voortleven in ons collectief geheugen en wie in de vergetelheid zal verdwijnen. In de film Pelé valt de naam Garrincha letterlijk niet één keer.

Finding Jack Charlton

‘Dat ben ik’, zegt de oudere man tegen zijn kleindochter als hij zichzelf op het televisiescherm ziet. ‘Dat ben ik. En ik herinner me er niets van.’ Samen met zijn gezin kijkt Jack Charlton naar oude beelden van hoe hij, en zijn onafscheidelijke pet, het één of andere kasteel aanprijst. Hij was decennialang een Bekende Brit: eerst als voetballer van Leeds United en het Engelse nationale elftal, later als coach, met name van Engelands grote rivaal Ierland.

En nu weet hij daar weinig meer van. Charlton is ten prooi gevallen aan dementie, een aandoening die voetballers van zijn generatie gemiddeld drie tot vijf keer zo vaak treft. Als gevolg van de kopduels die hij als boomlange verdediger, bijgenaamd ‘de Giraffe’, jarenlang uitvocht op ‘s werelds velden, zo is de veronderstelling. Samen met zijn meer getalenteerde jongere broer Bobby, met wie hij een moeizame relatie onderhield, werd Jack Charlton in 1966 wereldkampoen met het Engelse nationale voetbalelftal. Dat zijn teamgenoot Geoff Hurst een hattrick scoorde in de finale is hem echter allang ontglipt.

De delicieuze sportdocu Finding Jack Charlton (97 min.) is opgebouwd rond zijn periode als coach van het Ierse elftal, dat hij zelfvertrouwen gaf en eindelijk succes bracht. De opmars van het nationale voetbalteam aan het begin van de jaren negentig fungeerde als vliegwiel voor een nieuw zelfbewustzijn, stellen prominente Ieren als schrijver Roddy Doyle, U2-drummer Larry Mullen en de voormalige Taoiseach Bertie Ahern. Dat had namelijk een flinke deuk opgelopen tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland. Charlton, een Engelsman nota bene, bracht het elan terug. Hij werd zo een heuse volksheld, die als eerbetoon zou worden uitgeroepen tot ereburger. Net als Nelson Mandela. ‘De Kennedy-familie, moeder Teresa’, somt zijn oudste zoon John op, waarna hij naar zijn vader kijkt. ‘En dan heb je hem.’

‘s Mans werkwijze wordt in deze documentaire van Gabriel Clarke en Pete Thomas verbeeld via een pilaar waarop alle briefjes die Charlton als coach volkalkte zijn bevestigd. ‘You reap what you sow’, staat er bijvoorbeeld op. ‘Never assume they know and understand.’ En: ‘Be a dictator, but be a nice one.’ Bij dat laatste parasiteerde hij zonder enige twijfel op zijn heerlijke gevoel voor humor. Daarmee nam hij alles en iedereen voor zich in, zo kunnen voormalige pupillen als Paul McGrath, Niall Quinn en Pat Bonner bevestigen. Voor ‘the boss’, hoe eigenzinnig en koppig die ook kon zijn, gingen ze door het vuur.

En op basis van dit puntgave portret van Jack Charlton, een authentiek ‘character’ dat tot zijn dood op 10 juli jongstleden trouw bleef aan zichzelf, is dat niet meer dan logisch. De man mocht zichzelf dan langzaam maar zeker vergeten, dit betekent niet dat hij ook wordt vergeten.

Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe


Documentaire maken in real time, het kan. Slechts twee dagen na de WK-finale verscheen Les Bleus 2018, Au Coeur De L’épopée Russe (122 min.), een gelikte achter de schermen-film over het Franse voetbalelftal dat uiteindelijk de wereldtitel in de wacht zou slepen. De documentaire is in twee delen op YouTube te bekijken, waarbij je de kreupele ondertiteling voor lief moet nemen.

Erg diep graaft die film natuurlijk niet en de toon blijft altijd positief – naar de blunder van keeper Hugo Lloris in de WK-finale tegen Kroatië zul je bijvoorbeeld tevergeefs zoeken. De filmmakers Emmanuel le Ber en Théo Schuster hebben echter wel opmerkelijk veel toegang gekregen. Voor, tijdens en na de wedstrijd lijkt de camera overal welkom te zijn; van de wedstrijdbesprekingen van coach Didier Deschamps tot het opmaken van de balans in de rust en de euforie na alwéér een gewonnen wedstrijd. De spelers doen daarnaast regelmatig hun verhaal in een soort dagboekcamera en worden gefilmd als ze zich ontspannen of prepareren voor de volgende wedstrijd.

Intussen wordt glashelder wie de absolute leider is van de ploeg: Manchester United-middenvelder Paul Pogba. Voor de wedstrijden geeft hij steeds een ongenadige peptalk (‘we zijn gekomen om deze fuckin’ wereldcup te winnen’), tijdens de negentig minuten stroopt hij het hele veld af en na afloop geeft hij letterlijk het tempo aan bij het feestgedruis. Het voetbal van Les Bleus tijdens het wereldkampioenschap in Rusland mag dan wat al te zakelijk zijn gebleven, deze backstagedocu met straffe beelden en kekke muziekjes laat zien dat de kersverse wereldkampioen achter de schermen wel degelijk flink kon swingen.

Op Netflix is nog altijd Les Bleus: Une Autre Histoire De France 1996-2016 te zien, een documentaire waarin twintig turbulente jaren van het Franse elftal in beeld worden gebracht en zo meteen een beeld wordt geschetst van (de strubbelingen in) het hedendaagse, multiculturele Frankrijk.

The Workers Cup


Frankrijk is nog geen wereldkampioen of wij Nederlanders richten het vizier – noodgedwongen – alweer op het volgende wereldkampioenschap, in Qatar in 2022. Over vier jaar moet er een uitgebreide voetbalinfrastructuur zijn aangelegd in de Arabische golfstaat, die tegen de verwachtingen in enkele jaren geleden de organisatie van het WK heeft bemachtigd.

In dat kader verblijven er inmiddels ruim anderhalf miljoen, grotendeels Aziatische, Afrikaanse en Arabische arbeiders in Qatar. Gezamenlijk vormen ze op dit moment zestig procent van de totale bevolking van het land. Ze wonen in werkkampen en maken zo’n twaalf uur per dag, vaak zeven dagen per week. De arbeidsomstandigheden zijn belabberd. Al te veel gelegenheid om te klagen of een andere baan te zoeken is er echter niet, want hun werkgever heeft hun werkvergunning in beheer.

Gelukkig mogen ze zelf ook een potje voetballen. De bedrijven waarvoor ze werken hebben zich ingeschreven voor de strijd om The Workers Cup (58 min.), een toernooi dat door de WK-organisatie is georganiseerd om het voetbal in eigen land te promoten. Deze stevige documentaire van Adam Sobel volgt enkele spelers van het team van de Gulf Contracting Company (GCC). ‘Ons bedrijf heeft veel voor ons gedaan en daarom moeten we vandaag winnen’, houdt trainer Dean zijn mannen uit Kenia, Ghana, India en Nepal voor. Daarbij kunnen ze volgens hem uit eigen kracht putten: ‘eenheid in diversiteit.’

Buiten het veld bestaat het leven van de spelers uit niet veel meer dan werken, waarbij ze tussen de bedrijven door contact proberen te houden met hun vroegere leven en de geliefden die zijn achtergebleven in eigen land. Binnen de lijnen vinden ze een gelegenheid om zich te onderscheiden. De wedstrijden worden beleefd als echte WK-krakers. Waar hun werkgever vooral uit lijkt op prestige, staat er voor de voetballers zoiets elementairs als zelfrespect op het spel. Hoe blijf of word je meer dan een onbeduidend radertje in het systeem? Met een benutte penalty of katachtige reflex misschien?

Deutschland Ein Sommermärchen


Nog niet zo lang geleden was er niets leukers te bedenken: beelden van een terneergeslagen ‘Mannschaft’ die zojuist de deksel op de neus heeft gekregen. Toen de documentaire Deutschland Ein Sommermärchen (107 min.) werd uitgebracht in 2006, heeft menige Nederlandse voetballiefhebber vast nog likkebaardend gekeken naar de openingsscène: Duitse internationals in zak en as, na de nederlaag tegen Italië op het WK in eigen land.

De redeloze haat tegenover ‘die Duitsers’, waarbij verwijzingen naar de oorlog en 1974 nooit van de lucht waren, behoort gelukkig tot het verleden. Die ommekeer werd ingezet met datzelfde positief ingestelde Duitse elftal van 2006, zo roept deze documentaire van Sönke Wortmann nog maar eens in herinnering. Onder de hoede van coach Jürgen Klinsmann is de luizenploeg van weleer omgevormd tot een team waar ook de rechtgeaarde voetballiefhebber van kan houden. Met succes bovendien, getuige de derde plaats op het wereldkampioenschap.

Na de gewonnen openingswedstrijd tegen Costa Rica laat de ware Klinsmann zich direct kennen. ‘Geil!’, blijft hij maar roepen tegen zijn vermoeide spelers. ‘Die pakken ze ons niet meer af.’ Die positieve insteek tekent de coach Klinsmann, die in deze film als een op Amerikaanse leest geschoeide motivator opereert. De tactische besprekingen laat hij veelal over assistent Joachim Löw, die als zijn opvolger in 2014 de wereldcup overigens wel naar Duitsland zou brengen. Gezamenlijk durven ze ook harde keuzes durven te maken: Jens Lehman onder de lat bijvoorbeeld, in plaats van de onvermijdelijke Oliver Kahn. De eeuwige rivalen spreken er eerlijk over.

Deze traditioneel opgezette documentaire lijkt soms bijna te mooi om waar te zijn. Als in: is dit werkelijk de ongepolijste achterkant van het Duitse elftal? Of waren al die brave borsten, die we zien tijdens het bowlen, groepsgewijs handtekeningen zetten of luieren op hun hotelkamers, zich maar al te bewust van de camera? Wortmann heeft in elk geval ongeëvenaarde toegang gekregen tot de ploeg en beschikt met Lukas Podolski bovendien over zijn eigen spion, die met een cameraatje zelfs doordringt tot de badruimte.

Als je het Duitse voetbal nog altijd associeert met professionele etters als Lothar Matthäus en Rudi Völler, dan kantelt Deutschland Ein Sommermärchen (dat zonder ondertiteling in zijn geheel op YouTube is te bekijken) dit beeld volledig. Sterker: als de gehele selectie, inclusief trainersstaf, in de bus luidkeels begint mee te galmen met de schlager Marmor, Stein Und Eisen Bricht, lijken ze even een doodgewoon voetbalelftal dat zojuist zijn wekelijkse partijtje heeft gewonnen en nu onderweg is naar de kantine.

Gods Of Brazil: Pele And Garrincha


Ronaldo of Messi? Wie is de allergrootste? Of toch Cruyff, Maradona of Pelé? Geen zinnig mens zal in elk geval de naam Garrincha noemen. De Braziliaanse dribbelkoning met de kromme poten is al lang en breed vergeten.

Pelé en Garrincha, de helden van deze documentaire uit 2002 van Jean -Christophe Rosé, waren ooit de sterspelers van het Braziliaanse voetbalelftal dat in twaalf jaar tijd drie keer wereldkampioen werd. In een tijd, 1958 – 1970, dat voetbal nog in zwart-wit werd gespeeld en topspelers zoals Garrincha zich nog gewoon poedelnaakt onder de douche lieten filmen.

Toen het spel in de jaren zeventig letterlijk kleur kreeg, hadden spelers inmiddels de status van superster verworven. Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha (70 min.) portretteert twee tegenpolen, waarvan de een, het aaibare supertalent van Santos, nét iets te goed en de ander, de ongepolijste volksjongen van Botafogo uit Rio de Janeiro, helemaal niet tegen die plotselinge roem bleek opgewassen.

Toen Pelé in 1970 zijn derde wereldtitel in de wacht sleepte, was zijn voormalige strijdmakker Garrincha al ten prooi gevallen aan een uiteindelijk dodelijke combinatie van drank, vrouwen en depressies. Deze film, waarin een wel erg dominante verteller een vergeten voetbaltijdperk laat herleven, doet je denken over hoe ’t huidige helden als Ronaldo of Messi zal vergaan.

Hoe lopen ze er over twintig jaar bij? Als volledig doorgestreste toptrainers, als zelfingenomen beste stuurlui aan wal of wellicht toch als overjarige parvenu’s met een levensgroot gat in de hand, de drang om alles steeds weer op het spel te zetten en/of een nooit te stillen honger of dorst?

De tijd, die Garrincha uiteindelijk inhaalde en Pelé nooit te pakken kreeg, zal het leren.