Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…

Kouwe Koppen

Moondocs / Omroep Max

Ondanks een gevoel van weerstand toch het water ingaan en er dan naderhand weer geheel verkwikt uitkomen. Het is een ervaring die alle Kouwe Koppen (57 min.) in deze warme documentaire van Nicole van Damme wel herkennen.

Die film ontstond vanuit eigen ervaring. Toen de 55-jarige filmmaakster werd geconfronteerd met een te hoog cholesterolgehalte en dreigende suikerziekte besloot ze eindelijk te gaan doen wat al zo lang voor de hand lag: het kanaal rond haar woonark opzoeken en regelmatig gaan zwemmen. Sindsdien is ze volgens eigen zeggen vrolijker, sterker en fitter.

Van Damme is verknocht geraakt aan het zwemmen in buitenwater. En ze is niet de enige, ontdekte ze via een Facebook-groep met maar liefst 10.000 leden. Ze delen ervaringen, adviezen en selfies. En die foto’s kan zij dan weer naschilderen. Deze schilderijen dienen nu als anker voor de film die ze wilde gaan maken over deze bijzondere watergemeenschap.

Zou iedereen zijn eigen belevenissen willen filmen? Ze besluit een oproep te plaatsen, die bepaald niet onbeantwoord bleef. Deze collageachtige documentaire vormt het tastbare resultaat: een ode aan de vriendschap, verbondenheid en vrijheid van het buitenzwemmen, die het land dat we allemaal al zo goed denken te kennen van een heel andere kant laat zien.

Vanuit het water of vanaf de kant oogt alles anders en tonen deze bijzondere Nederlanders zichzelf. Liselot moet het sluiten van haar winkels bijvoorbeeld een plek geven en intussen schulden wegwerken. Geoffrey probeert zijn verslaving en depressie op afstand te houden. En Christina, die borstkanker heeft gehad, wil om het leven te vieren de hele winter doorzwemmen.

Dat heeft Nicole van Damme zich zelf ook voorgenomen. Maar is dit werkelijk wat ze wil? Een wak in het ijs hakken en dan in de bittere kou te water? Voor doorgewinterde buitenzwemmers is dat misschien gesneden koek, maar voor een zelfverklaarde koukleum is ’t nog een hele toer. Zo heeft het water voor elke kouwe kop zijn eigen aantrekkingskracht en uitdagingen.

Intussen biedt deze fijne film broodnodige verkoeling aan alle heethoofden en kunnen kouwe koppen met angst voor open water, geheel verkwikt, gewoon aan de kant blijven liggen.

And The King Said, What A Fantastic Machine

September Film

Dit overrompelende filmessay van Axel Danielson en Maximilien van Aertryck ontleent zijn naam aan een treffende anekdote over de Britse koning Edward VII: And The King Said, What A Fantastic Machine (88 min.). Edward liet in 1901 zijn kroning vereeuwigen door de vermaarde cineast George Méliés (1861-1938). Deze registratie, in werkelijkheid opgenomen in een studio met Franse acteurs en figuranten, ging nog dezelfde dag in première in Engeland. De vorst was dolenthousiast over de gebruikte camera: ‘Die is zelfs in staat om delen van de ceremonie vast te leggen die nooit hebben plaatsgevonden.’

Inmiddels zijn we ruim 120 jaar verder en is diezelfde ‘machine’ met geen mogelijkheid meer weg te denken uit ons leven. Eerst leverde die zijn geheel eigen weerspiegeling van de werkelijkheid in de bioscoop, daarna ook thuis op televisie en sinds het begin van de 21e eeuw en de opkomst van het internet en sociale media letterlijk overal. Er valt nauwelijks meer te ontkomen aan wat de camera, en de beelden die deze produceert, teweeg brengt. De lens als pak ‘m beet lakei, waarheidszoeker, meesterverkoper, gluurder, grote gelijkmaker en bedrieger – en wij als zijn slaaf, vastgeketend aan een televisie, beeldscherm of smartphone.

Danielson en Van Aertryck gaan eerst terug naar de uitvinding van de fotografie en film, belichten daarna hoe die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog een geducht wapen voor propagandisten werd – filmmaakster Leni Riefenstahl kijkt op latere leeftijd nog altijd verlekkerd naar de majestueuze beelden die ze ooit van Hitlers Derde Rijk liet maken – en laten vervolgens zien hoe audiovisuele media tevens een essentiële rol speelden bij het erkennen van de navolgende genocide. Cameramensen kregen de opdracht om de gruwelen van de vernietigingskampen zo expliciet mogelijk vast te leggen. Zodat ontkennen onmogelijk zou zijn.

Met onthullende, grappige en schokkende fragmenten uit alle hoeken en gaten van de beeldgeschiedenis zwieren de Zweedse filmmakers vervolgens via thema’s als perspectief, framing en image naar het heden, waarin elke aardbewoner dagelijks een beeldenbombardement moet zien te overleven. En dan helpt het als je visueel geletterd bent. Want die camera beïnvloedt alles, betogen Danielson en Van Aertryck. Óók – of júist – hoe we naar onszelf kijken. Dit wordt treffend aangetoond met een fragment van enkele Papoea-mannen die voor het eerst een foto van zichzelf onder ogen krijgen. Eerst begrijpen ze niet wat ze zien, daarna blijven ze maar naar zichzelf turen.

And The King Said, What A Fantastic Machine is echter zeker niet alleen een Adam Curtis-achtige geschiedenisles, maar werkt tevens als ongenadige spiegel van deze tijd. Een influencer haalt bijvoorbeeld halsbrekende capriolen uit om gefotografeerd te worden op een wolkenkrabber. De grote emoties die loskomen door de trailer van een nieuwe Star Wars-film. Een chimpansee die ontspannen langs foto’s van zichzelf scrollt op een smartphone. De live-stream van een gamer die viral gaat als hij in slaap sukkelt. En, natuurlijk de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die waarschijnlijk ondenkbaar was geweest zonder mobieltjes, selfies en social media-accounts.

Het is de naargeestige climax van een verpletterende film, die je hele generaties, van jong tot oud, als een verplicht college mediawijsheid in de maag zou willen splitsen. Zodat eenieder zich staande kan houden in een wereld, die wordt gedomineerd door camera’s.

Selfie

Pietro (l) en Alessandro (r)

Selfie (80 min.), de titel verraadt het al, is een zelfportret van enkele Napolitaanse tieners. Pietro en Alessandro. Gezworen vrienden. Gewone jongens. Die zich ophouden aan de goede kant van de wet. Wat in Napels, bakermat van de Camorra, niet altijd vanzelfsprekend is. Of heel gemakkelijk.

Regisseur Agostino Ferrente gaf Pietro en Alessandro (en enkele andere tieners, die beperkt in beeld komen) een telefoon om hun leven te filmen. Deze vlogdocu laat van binnenuit zien hoe het is om op te groeien in de arme wijk Viale Traiano. Op de achtergrond speelt de afhandeling van de dood van hun 16-jarige vriend Davide, die na een wilde achtervolging per scooter werd neergeschoten door een politieman.

Selfie biedt geen strak gestructureerde vertelling, maar een collage van meer en minder interessante filmpjes die gezamenlijk een aardig inkijkje geven in het leven van jongeren met een beperkt toekomstperspectief. Een bestaan als kapper en barman, daarop zou het wel eens kunnen uitdraaien voor Pietro en Alessandro. Dat klinkt weinig enerverend. En dat geldt ook een beetje voor deze film, die nochtans veel wordt geprezen door filmcritici.

Camino: A Feature Length Selfie

‘Zo’n lange schaduw heb ik nog niet gehad’, mijmert Martin de Vries hardop tegen de camera van zijn smartphone. Hij loopt de Camino, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela en filmt zichzelf, de omgeving en dus zijn eigen schaduw. ‘Die volgt me niet. Die loopt vooruit steeds.’

Camino: A Feature Length Selfie (81 min.) is een uiterst sobere documentaire: de wandelende De Vries, zijn overpeinzingen over zichzelf, de tocht en het leven in het algemeen en het pad dat hem in een dag of zeventig door Frankrijk naar Spanje voert. Ondersteund door sfeervolle muziek. Dat is het. Een film zonder enige opsmuk.

Een particuliere beleving, dat ook. De mensen die De Vries, ooit de montagerechterhand van Van Kooten en De Bie, onderweg ontmoet en de plekken die hij bezoekt of waar hij overnacht ontbreken vrijwel volledig. Dit is het relaas van een man alleen, die iets aan zichzelf heeft te bewijzen of het een en ander wil doorakkeren.

‘You start as a hiker and you come back as a pilgrim’, houdt hij zichzelf voor. Gaandeweg wordt het steeds stiller in hem en komt ook zijn persoonlijke motivatie om de Camino te lopen wat meer naar voren. Erg veel context geeft de film nochtans niet. Alsof De Vries over zichzelf wil zeggen: ik ben gewoon één van die oudere mannen die elk jaar de pelgrimstocht onderneemt.

Zo voelt de documentaire zelf ook een beetje: als een willekeurige wandeltocht die voor de betrokkene vast een enorme betekenis heeft, maar waarvan de impact lastig is te communiceren naar buitenstaanders.