My Undesirable Friends: Part II – Exile

Julia Loktev / Marminchilla LLC

Welgeteld twee dagen zitten er tussen My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (2025), de vijfdelige serie waarin de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev enkele jonge vrouwelijke journalisten volgt die door het Russische regime zijn bestempeld tot ‘buitenlandse agent’, en deze opvolger, My Undesirable Friends: Part II – Exile (354 min.), waarin Loktev de draad met hen oppakt. Na de Russische aanval op Oekraïne op 24 februari 2022 hebben ze binnen enkele uren hun spullen gepakt en zijn vervolgens halsoverkop het land uit gevlucht. Om in den vreemde direct hun werk weer op te pakken.

Behalve hun thuis zijn de ‘ongewenste vriendinnen’ Anna Nemzer, Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman en Ksenia Mironova op die tragische 24e februari in eerste instantie ook hun identiteit kwijt, als de gezichten van het onafhankelijke Russische tv-station Dozhd (TV Rain) en andere kritische Russische media. Ze dwalen, los van elkaar, rond in landen als Turkije, Israël, Tsjechië, Georgië, Polen en Oekraïne. Ontheemd, met nauwelijks geld, geen (vaste) plek om te slapen en heimwee naar het land waarin ze zijn opgegroeid – en dat twintig jaar lang toekeek hoe er in hun midden een monster groeide.

‘Ik kan zo’n geweldig land toch niet overlaten aan Poetin? zegt Elena Kostyuchenko, die net van haar bronnen heeft vernomen dat het regime haar wil laten verdwijnen en die daarom afziet van een bezoek als oorlogsverslaggever aan de Oekraïense stad Marioepol. Ze is desondanks vast van plan om terug te keren naar huis. ‘Zeker omdat ik beslist meer van Rusland hou dan hij.’ Eerst wil de dappere jonge journaliste van de gelauwerde Russische krant Novaya Gazeta nog een boek (I Love Russia) over de verwording van haar moederland schrijven. Waarna dan wel eens een Russische gevangeniscel zou kunnen wachten.

Julia Loktev kiest intussen ook in deze tweede reeks voor een zo authentiek mogelijke weergave van de werkelijkheid. Fly on the wall, zonder reguliere interviews, toegevoegde muziek of een ingenieuze montage. Alleen enkele verduidelijkende teksten, feitelijke informatie in sobere witte letters op een zwarte achtergrond. Ze neemt ook de tijd voor haar scènes, die behalve inzicht in de politieke ontwikkelingen en journalistieke werkzaamheden van haar protagonisten ook de impact op hun gemoed, relaties, familie en vriendschappen blootleggen. Het feit dat Poetin hen tot ‘de vijfde colonne’ rekent, beïnvloedt elk aspect van hun leven.

De filmmaakster belicht in deze vijfdelige vervolgserie ook hoe het verder gaat met Ksenia’s vriend Ivan Safronov, een journalist die meer dan twintig jaar gevangenisstraf dreigt te krijgen, en enkele nieuwe hoofdpersonen. De Russische podcaster Peter Ruzavin en zijn Oekraïense echtgenote Nataliya Gumenyuk bijvoorbeeld. Elena Kostyuchenko’s geliefde Yana Kuchina, die aan den lijve heeft ondervonden hoezeer je met een lichamelijke beperking wordt gediscrimineerd in Rusland. En Valeria Ratnikova, één van Dozhds vaste presentatoren wanneer de zender in augustus 2022 weer wordt opgestart in Riga, de hoofdstad van Letland.

Als haar collega Alexey Korostolev zich onhandig uitdrukt in een live-uitzending, leidt dit tot consternatie op de redactie. Hij wordt direct uit zijn functie ontheven, zijn collega Ekaterina Kotrikadze en haar echtgenoot Tikhon Dzyadko mogen dit nieuws aan de buitenwereld uitleggen. Terwijl de discussie wordt voortgezet op de Dozhd-burelen, mengt eigenaresse Natasha Sindeeva zich via een emotionele video in het openbare debat. Het resulteert in een fascinerende kijk achter de schermen bij een journalistieke organisatie onder hoogspanning. Want tegelijkertijd werkt Valeria Ratnikova aan verhalen over oorlogsmisdaden in Boetsja en Poetins ‘useful idiots’ in Europa.

Alle commotie leidt tot een bijna absurd conflict met de Letse autoriteiten en opnieuw een overhaast vertrek voor Dozhd, naar Amsterdam ditmaal. De andere ‘buitenlandse agenten’ zijn tegen die tijd ook al over de westerse wereld verspreid geraakt. Nergens zijn ze echter veilig voor Poetins lange arm en het wapen dat hij sinds jaar en dag inzet: gif. Geduldig documenteert Julia Loktev hoe zijn regime zo huishoudt in haar vriendenkring, moedige jonge vrouwen die zich hebben geposteerd in de frontlinie van het vrije woord en die consequent weigeren om zich de mond te laten snoeren – ook al kunnen ze nergens blijven of zich écht thuis voelen.

Deze inmiddels tiendelige serie heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een essentieel ooggetuigenverslag van wat het kost om vast te houden aan je onafhankelijkheid en op te staan tegen een autocratisch regime. Een verslag dat een verder vervolg verdient.

10 Jaar #JeSuisCharlie

Marec / VRT

Niemand werd gespaard. Hard en grof, niets en niemand ontziend. De redactie van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, een zelfverklaard ‘journal irrespondable’, kende geen heilige huisjes. ‘Als iemand zei: je mag dat niet doen, dan deden ze het wel’, vertelt de Vlaamse cartoonist Marec in de tv-docu 10 Jaar #JeSuisCharlie (51 min.). ‘Met het idee: we zorgen dat we met veel zijn, want je kan ons niet allemaal doden.’

Dat was buiten de broers Chérif en Saïd Kouachi gerekend. Op 7 januari 2015 drongen deze zwaarbewapende moslimextremisten binnen bij de redactie en maakten daar twaalf dodelijke slachtoffers. De terroristische aanslag schokte de wereld. ‘Wie vermoordt er nu een clown?’ Cartoonist Monsieur KAK kan er nog altijd niet over uit. ‘Dat doe je niet.’ Ruim drie miljoen mensen gingen de straat om te betogen. Ook ruim veertig regeringsleiders liepen mee in Parijs en riepen vrij en onverveerd: je suis Charlie.

Op de eerste rij was de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te ontwaren, even verderop volgde de Hongaarse leider Viktor Orbán. Tien jaar later is duidelijk hoeveel waarde zij in werkelijkheid hechten aan de vrijheid van meningsuiting: nagenoeg niets. Zodra hun eigen imago of belangen in het geding komen, komen zulke heren – of hun politieke vrinden of trollenleger – direct in het geweer en laten ze zien dat ze geen haar beter zijn dan hun Turkse collega Recep Erdogan of andere autocratische regimes.

Sinds Charlie Hebdo lijkt het klimaat voor cartoonisten en politieke tekenaars zelfs alleen maar verslechterd. Als Marec in een Purple Lives Matter-cartoon bijvoorbeeld bestuurlijke perikelen bij de voetbalclub Anderlecht verbindt met de dood van George Floyd wekt dat de woede van de Belgische international Romelo Lukaku en zijn achterban. Zijn collega Lectrr krijgt na een Corona-cartoon zelfs de Chinese overheid achter zich aan. Die eist een publieke verontschuldiging van hem en z’n krant.

‘Het gaat niet over de tekening die je maakt’, concludeert de bekende Vlaamse absurdist Kamagurka, die dertig jaar werkte voor Charlie Hebdo en enkele maanden voor de aanslag in 2015 stopte. ‘Het gaat over degene die ernaar kijkt en de macht van de figuur die ernaar kijkt tegenover de cartoonist. Het is niet de cartoonist die zich iets permitteert, maar wel de macht.’ En dus heeft zijn beroepsgroep zich georganiseerd in belangenverenigingen zoals Cartooning For Peace en Reporters Zonder Grenzen.

Want ook in het vrije westen, waar de persvrijheid altijd min of meer gegarandeerd leek, krijgen individuele tekenaars en hun opdrachtgevers te maken met openlijke vijandigheid en censuur, toont deze boeiende documentaire via via voorbeelden uit alle uithoeken van de wereld. Simpel gesteld: je suis Charlie lijkt op sommige plekken stilaan te zijn vervangen door tu es Charlie.

Wat Is Het Waard?

Mave Media / BNNVARA

Aan de hand van drie concrete casussen belichten Max Vessies en Gonzalo Ochoa in de korte docu Wat Is Het Waard? (25 min.) het toenemende geweld tegen Nederlandse journalisten. In 2023 werden bij Persveilig, een organisatie die zich ten doel heeft gesteld om ‘de positie van journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op social media en tegen juridische claims’, maar liefst 218 incidenten met journalisten gemeld.

In Göteborg, waar hij samen met zijn Zweedse vriendin woont, vertelt podcasthost, columnist en programmamaker Sander Schimmelpenninck bijvoorbeeld over hoe hij vanuit extreemrechtse hoek aanhoudend wordt bestookt met bedreigingen, laster en stalking. Tot handgeschreven brieven aan zijn Zweedse schoonfamilie aan toe. Schimmelpenninck vindt het daarom wel zo prettig om buiten Nederland te wonen. In Zweden voelt hij zich veiliger, vertelt hij tijdens het uitlaten van de hond.

De Rotterdamse journaliste Tara Lewis werd in 2022 ernstig bedreigd na een column in NRC over de Roze Kameraden, de LHBTIQ+-supportersvereniging van de voetbalclub Feyenoord. Op een gegeven moment adviseerde de politie haar zelfs om tijdelijk haar woning te verlaten, omdat er vanuit de harde kern van de club concrete plannen zouden zijn om dat in brand te steken. Intussen wilde Lewis zelf gewoon wedstrijden van Feyenoord kunnen blijven bezoeken in stadion De Kuip.

Misdaadjournalist Paul Vugts tenslotte kreeg in de nazomer van 2017 concrete aanwijzingen dat er voor hem een moordopdracht was afgegeven. Uit zijn publicaties in het Parool hadden criminelen opgemaakt dat Vugts nog veel meer moest weten dan hij al had opgeschreven en op basis daarvan geconcludeerd dat hij daarom maar beter uit de weg kon worden geruimd. Vugts leefde vervolgens een aanzienlijke periode in een safehouse en mocht alleen met beveiliging de straat op.

De ervaringen van Schimmelpenninck, Lewis en Vugts maken tastbaar hoe kwetsbaar kritische journalisten kunnen worden in de huidige maatschappelijke verhoudingen en hoeveel moed en doorzettingsvermogen het dan van hen en hun directe omgeving vraagt om dat werk gewoon te vervolgen. De opzet en lengte van deze film laten echter niet toe dat zij verder gaan dan het simpelweg delen van wat hen is overkomen en welke rol dat nu nog speelt in hun leven.

Dat volstaat weliswaar om de problematiek (nogmaals) te agenderen, maar laat ook nog het nodige te wensen over.

The Price Of Truth

Stephen Foote / VPRO

De boodschap is duidelijk: houd je stil en zorg dat je krant zich stilhoudt. Als Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de Russische krant Novaja Gazeta, op 7 april 2022 met de trein van Moskou naar Samara reist, om daar zijn moeder te bezoeken, giet een man rode, giftige verf over hem heen. De journalist, die enkele maanden eerder nog samen met zijn Filipijnse collega Maria Ressa de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen, realiseert zich direct: de volgende keer kan ik wel eens besmeurd raken met bloed. Mijn eigen bloed.

Het zou de uiterste variant op The Price Of Truth (74 min.) zijn voor Moeratov, die zich staande moet houden in een land waar de vrijheid van meningsuiting allang dood en begraven is en ook individuele journalisten bepaald niet gevrijwaard zijn van de toorn van het Poetin-regime. Sinds Rusland in februari 2022 buurland Oekraïne is binnengevallen, is de ruimte om een afwijkend standpunt in te nemen alleen maar verder ingeperkt. Toch heeft Dmitri Moeratov zijn onafhankelijke krant altijd in leven weten te houden.

Moeratovs Britse collega Patrick Forbes, met wie hij al ruim twintig jaar bevriend is, vraagt of hij een film mag maken over het reilen en zeilen bij Novaja Gazeta. ‘Dima’ stelt slechts één voorwaarde: zet onze levens niet op het spel. Tegelijkertijd praat hij zelf bepaald niet met meel in de mond. ‘Poetin denkt dat hij de Tweede Wereldoorlog nog een keer moet winnen’, zegt hij bijvoorbeeld ferm. Of, over hoe de Coronaperiode de president wellicht heeft gedestabiliseerd: ‘Die ontmoeting van Poetin met Poetin leidde tot niets goeds.’

Zes van Moeratovs medewerkers, waaronder de befaamde journaliste Anna Politkovskaja, zijn in de afgelopen jaren vermoord vanwege hun kritische berichtgeving. Hun portretten hangen aan de muur in de vergaderruimte van Novaja Gazeta’s redactie. Het is een verantwoordelijkheid die duidelijk op de hoofdredacteur drukt. Om verder onheil te voorkomen is Dmitri Moeratov nu bereid om drastische maatregelen te nemen en bedient hij zich van slimme trucs, waarbij zijn eigen Nobelprijs-medaille nog van pas komt.

Terwijl de oorlog verder escaleert en steeds meer journalisten dreigen te worden bestempeld tot ‘buitenlands agent’, wordt ook Novaja Gazeta echter langzaam de keel dichtgeknepen. Totdat zelfs een onverschrokken pleitbezorger van het vrije woord zoals Dmitri Moeratov naar adem begint te happen en het filmen noodgedwongen stillegt. Deze documentaire brengt dat fnuikende proces, het open en bloot wurgen van de persvrijheid, indringend in beeld. De prijs van de waarheid is in Rusland stilaan naar recordhoogte gestegen.t

The Hungarian Playbook

Film Five

Een onafhankelijk opererende pers is alleen maar lastig als je als politicus of politieke partij de volledige macht wilt hebben. En dus hebben de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn Fidesz-partij, die alweer sinds 2010 aan de macht zijn in het Oost-Europese land, zich flink ingespannen om de journalistiek aan banden te leggen. Met een mediawet, het opzetten van faciliteren van een eigen mediaconglomeraat én het knechten van de publieke omroep.

Hoe The Hungarian Playbook (45 min.) er in de praktijk uitziet? Een concreet voorbeeld: ‘In 2015, toen er veel vluchtelingen en migranten naar Hongarije kwamen, kregen we de opdracht om geen kinderen te laten zien’, vertelt András, die destijds nog als journalist werkzaam was bij de Hongaarse publieke omroep. ‘Kinderen zouden voor empathie kunnen zorgen. En dat was duidelijk niet de bedoeling. Er kwamen alleen jonge mannen, die Europa wilden binnenvallen.’

‘Ik moest op zoek gaan naar migrantenverhalen’, vult zijn collega Krisztina aan. Zij behoort tot de Roma-minderheid in het land en heeft haar heil inmiddels buiten de journalistiek gezocht. ‘Ik moest beweren dat zij onbekende ziektes meebrachten en moest daarbij een dokter zoeken die dat voor me kon bevestigen. In Boedapest kon ik zo iemand niet vinden. Toen hebben collega’s van buiten de stad een arts gevonden die woord voor woord zei wat onze eindredacteur wilde horen.’

Zo gaat dat in een autoritair geleide staat. En uit deze journalistieke docu van Bence Máté en Áron Szenpéteri zijn nog wel meer regels te destilleren voor hoe media zich in zo’n omgeving dienen te gedragen. Aan de oppositie besteed je bijvoorbeeld geen of alleen negatieve aandacht. Kritisch berichten over de regering en bondgenoten (zoals de Russische leider Vladimir Poetin) is natuurlijk niet de bedoeling. En zulke regels schenden betekent automatisch de toorn van de staat over jezelf afroepen.

Inmiddels is zo’n tachtig procent van de Hongaarse media of min of meer in handen van Orbán, die zijn verhaal zo dus goed kwijt kan aan het land, tamelijk eenvoudig verkiezingen naar z’n hand zet en weinig last heeft van waakhonden die beginnen te blaffen bij belangenverstrengeling of corruptie. Dus slecht voor de portemonnee is het uiteindelijk ook niet, zo’n gedienstige pers. Alleen de lieden die waarde hechten aan democratie krabben zich misschien even achter de oren.

In dat opzicht zou deze degelijke docu toch ook als waarschuwing kunnen dienen voor bezorgde Nederlanders – ook al lijkt ons land zo op het eerste oog totaal anders dan Hongarije.

Bad Press

https://badpress.film/

Aan documentaires over ernstige inperkingen van de persvrijheid is er in de laatste jaren helaas geen gebrek. Zonder al te veel fantasie zijn de bijbehorende landen erbij te bedenken: Rusland (F@ck This Job), Brazilië (Amigo Secreto), India (While We Watched), de Filipijnen (A Thousand Cuts) en Afghanistan (The Etilaat Roz). Hier is er weer één: Bad Press (98 min.), gesitueerd in de Muscogee Creek Nation. En die soevereine staat, waarmee een indianenreservaat in Oklahoma wordt bestuurd, ligt toch echt in de Verenigde Staten.

Van de 574 Amerikaanse stammen hebben er maar vijf de persvrijheid gegarandeerd. Herstel: slechts vier. Want op 8 november 2018 schrapt de National Council van Muscogee met een meerderheid van zeven tegen zes stemmen de onderliggende wet. De beslissende stem komt van Speaker Lucian Tiger III, die niet lang daarvoor in opspraak is geraakt door in de pers breed uitgemeten beschuldigingen van seksueel geweld. Hij wordt in de rug gedekt door de Principal Chief van de natie, James Floyd. Tiger lijkt zijn beoogde opvolger, als machtigste man op het reservaat.

Verslaggever Angel Ellis en de andere journalisten van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Mvskoke Media moeten voortaan verantwoordelijkheid afleggen aan Eli McIntosh, Secretary of the Nation And Commerce. Hij stelt onmiddellijk een nieuwe hoofdredacteur aan: Rita Courtwright. Zij heeft drie hele weken ervaring op een nieuwsredactie en moet het met een gedecimeerd medewerkersbestand gaan doen. Want tien van de zestien werknemers hebben hun ontslag genomen. En Secretary McIntosh schroomt ook niet om zo nu en dan inhoudelijke suggesties te doen.

Terwijl de overgebleven medewerkers van Mvskoke Media hun redactionele vrijheid proberen terug te krijgen, komen in deze documentaire van Rebecca Landsberry-Baker (zelf Muscogee Creek) en Joe Peeler tevens de verkiezingen voor een nieuwe Principal Chief op gang. Daarbij wordt uiteindelijk zelfs de hulp van The Carter Center ingeroepen, dat regelmatig in het buitenland als neutrale observator optreedt bij kwetsbare verkiezingen. Op de officiële lijst van de non-profit van oud-president Jimmy Carter staat Muscogee Nation tussen Mozambique en Myanmar.

De vraag of het land van deze ‘Native Americans’ – één van de minst zichtbare bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten en dus wel gebaat bij een stevige pers, zou je zeggen – onder de dictaturen moet worden geschaard of toch mag worden gerekend tot de democratieën, wordt echter pas enkele jaren later bepaald. Als de inwoners van Muscogee in 2021 zelf mogen stemmen over een amendement bij de grondwet, waarmee de persvrijheid alsnog wordt gegarandeerd. Dat is het logische – en voor de betrokkenen zenuwslopende – eindstation van deze ferme film.

Nobody Speak: Trials Of The Free Press

Netflix

Een sextape van all star wrestling-held Hulk Hogan. Die kostte de Amerikaanse website Gawker uiteindelijk de kop. Want na het publiceren van die smoezelige beelden spande de Hulkster een rechtszaak aan en werden Gawker en enkele betrokken journalisten veroordeeld tot het betalen van de lieve som van 140 miljoen dollar.

Dat is het kleine verhaal van de fascinerende documentaire Nobody Speak (95 min.): sleazy website werkt zichzelf in de nesten met onsmakelijke click bait. Maar, zoals de ondertitel van Brian Knappenbergers film (‘Trials Of The Free Press’) al verraadt, is er ook een groter verhaal.

Want achter Hogan, die eigenlijk Terry Bollea heet en Hulk beschouwt als een personage (waarachter hij zich soms lekker kan verschuilen), gaat ene Peter Thiel schuil. Een Amerikaanse entrepeneur uit Silicon Valley, die medeoprichter was van Paypal, als een van de eersten investeerde in Facebook én Hulk Hogans rechtszaak financierde.

De gefortuneerde Thiel is een van die mensen (nee: mannen) die er geen been in zien om hun geld te gebruiken om onwelgevallige media de mond te snoeren. Zoals zijn favoriete politicus Donald Trump de pers al tot ‘vijand van het volk’ verklaarde.

Deze pamflettistische film brengt die gevaarlijke ontwikkeling glashelder in kaart. Gawker, dat journalistieke scoops paarde aan sleazy berichtjes, blijft alleen een wat ongemakkelijk voertuig. Alsof je Gordon, die ooit onder vuur lag vanwege Chinezengrapjes, gebruikt om de maatschappelijke rol van humor te onderstrepen.

 

Wat Nobody Speak echter glashelder maakt, is dat het principe uiteindelijk de spelers overstijgt en dat Gawker, Hogan en Thiel slechts pionnen zijn in een veel groter spel, waarbij het draait om niets minder dan de vrijheid van meningsuiting.