We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

The Gullspång Miracle

Bantam Film

‘De eerste keer dat ik hier was, ging ik meteen naar de keuken’, begint May in de openingsscène van The Gullspång Miracle (oorspronkelijke titel: Miraklet I Gullspång, 108 min.) aan haar verhaal. Ze wordt onderbroken door documentairemaakster Maria Fredriksson. ‘Nog één keer’, zegt die. ‘Loop rustig naar de plek voor je begint.’ Het tafereel zal nog enkele malen worden herhaald. May stapt de Zweedse keuken binnen, ziet het schilderij waar ze klaarblijkelijk de hele zomer naar heeft gezocht en roept dan haar zus Kari erbij, steeds met andere regieaanwijzingen van Fredriksson erbij.

Want de oudere Noorse zussen May en Kari, die de documentairemaakster hebben gevraagd om deze film te maken, zijn bepaald geen volleerde actrices. De keukenscène is nochtans essentieel: daar kwamen ze op het spoor van een verhaal dat hun leven volledig op z’n kop zette. Die moet dus nauwgezet worden gereconstrueerd – of op zijn minst flink de nadruk krijgen. In die keuken kwamen de twee gelovige zussen op het spoor van een vrouw die als twee druppels waters leek op hun overleden zus Astrid. En die maakte in de zomer van 1988 een einde aan haar leven. Tenminste…

Deze ontregelende beginscène zet direct de toon voor een roerige familiegeschiedenis, met wortels in de Tweede Wereldoorlog, en voor een film die May en Kari vast niet voor ogen hadden toen ze Fredriksson benaderden. Want het verhaal gaat op de loop met hen, hun familie én Olaug, de vrouw die ze in het Zweedse gehucht ontmoetten. En Maria Fredriksson, die vast ook niet wist waar ze aan begon, legt alle verwikkelingen als een ‘fly on the wall’ vast en fabriceert daarmee uiteindelijk een soort Scandinavische thriller, die van de ene in de andere onverwachte ontwikkeling duikelt.

Fredriksson zet alleen niet in op een gelikte crimestory, maar gebruikt alle plotwendingen om de mensen achter een, ja, bizarre familiegeschiedenis te exploreren. Het verhaal dat is opgestart in een kneuterige keuken in Gullspång ontwikkelt zich zo tot een sprankelende vertelling over identiteit, verwantschap en nature/nurture, waarin niets lijkt wat het is. Tussen alle beleefdheidsgesprekjes, opgekropte spanning en woordenwisselingen door krijgen haar personages bovendien de ruimte om eens lekker te hoesten, te roken of uitbundig mee te zingen met een weemoedig lied.

Zo komen de personages daadwerkelijk tot leven. Ergens op de dunne lijn tussen karikatuur en levensecht. En met een bloemrijke soundtrack zorgt de Zweedse documentairemaakster zowel voor spanning als voor lucht en luchtigheid. The Gullspång Miracle ontpopt zich zo tot één van de meest verrassende documentaires van het jaar, een film die de argeloze kijker in een combinatie van opperste verrukking en verwarring achterlaat. Net als de zussen May en Kari, in die keuken in dat onbeduidende Zweedse gehucht.

Kiezen, Snijden, Zwijgen

VPRO

Een psycholoog vroeg aan Sharan Bala of ze een lotgenoot wilde ontmoeten. Bij een koffietentje maakte ze kennis met Marieke Schoutsen. ‘Vet ongemakkelijk’, vertelt Sharan. ‘Zaten we allebei zo te fluisteren naar elkaar. Dat was heel bizar, want ik sprak voor het eerst met iemand die precies hetzelfde had meegemaakt. Alle shit waar ik mee zat, daar zat zij ook mee.’ Marieke: ‘Het was eigenlijk een openbaring. Van hé: ik ben niet de enige alien op deze planeet.’

Zulke ‘buitenaardse wezens’ noemen we tegenwoordig intersekse. Ze hebben een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. De twee hoofdpersonen van Kiezen, Snijden, Zwijgen (60 min.) ogen nochtans duidelijk vrouwelijk. Samen met Chris van den Brink en Femke Klein Obbink leggen ze in deze moedige film een jaar lang hun ervaringen vast: als ze in hun eigen medische dossiers duiken, daarin nieuwe informatie over zichzelf ontdekken en hun geheim delen met hun directe omgeving.

Marieke en Sharan spreken tevens met intersekse onderzoeker Margriet van Heesch van de Universiteit van Amsterdam. Zij vertelt over de dominante theorie die de Nieuw-Zeelandse psycholoog John Money ontwikkelde rond mensen die toen nog ‘hermafrodiet’ werden genoemd. ‘Het idee was dat je elk kind tot een jongetje of meisje kon kneden. Dat was zijn idee om kinderen met een intersekse-variatie te genezen. In een cultuur die maar twee mensen toeliet: heteroseksuele mannen en heteroseksuele vrouwen.’

Vanuit deze gedachte moest die heteroseksualiteit dan ‘bewezen’ worden met seks: penis in vagina. ‘Dus als jouw penis niet groot genoeg was om te penetreren, dan moest je een meisje worden’, legt Van Heesch uit. ‘En als je geen vagina had, moest die voor jou gemaakt worden.’ En daarover werden alle betrokkenen dan geacht om hun mond te houden. Ofwel: kiezen, snijden, zwijgen. Juist dat laatste aspect zit zowel Marieke en Sharan als hun ouders, blijkt tijdens persoonlijke gesprekken, nog altijd dwars.

Mariekes moeder herinnert zich als de dag van gisteren hoe haar dochter op haar achtste vroeg: ‘Mam, schaam jij je voor mij?’. Ze ervoer dit als een ‘dolksteek’. Vreemd was die vraag overigens niet: op advies van artsen hadden ze hun dochter voorgehouden om er vooral niet over te vertellen aan anderen. En bij Sharan werd er zelfs wezenlijke informatie achtergehouden. Toen zij nog heel jong was, hebben artsen keuzes met heel verstrekkende gevolgen gemaakt. Ze is er boos over: ‘Dat kleine jongetje, dat nooit heeft mogen bestaan.’

Het is een pijnlijke constatering, diep persoonlijk ook, illustratief voor het taboe dat er nog altijd rust op het thema intersekse. Van de ongeveer tachtigduizend mensen in Nederland, die niet helemaal voldoen aan de oppositie man-vrouw, zijn er volgens schattingen van de Nederlandse Organisatie voor Seksediversiteit slechts veertig helemaal uit de kast. ‘Jullie maken 41 en 42’, zegt Margriet van Heesch tegen Marieke Schoutsen en Sharan Bala. ‘Dus het allerbelangrijkste is dat je je verhaal blijft vertellen.’

Met deze aangrijpende film maken ze de gecompliceerde problematiek rond intersekse, die onlangs ook al zijn weg vond naar de indringende documentaire Who I Am Not, inzichtelijk en tastbaar. Het moet tegelijkertijd ongelooflijk spannend zijn om die het levenslicht te laten zien.

Hermanos Por Accident

Netflix

Jorge Bernal valt in 2014 van de ene in de andere verbazing. Nadat de 25-jarige jongeling eerst heeft ontdekt dat er elders in Colombia een carbonkopie van hemzelf rondloopt, ene William Cañas Velasco, volgt even later nóg een opzienbarende ontdekking: deze William heeft, net als hijzelf, een tweelingbroer. En Carlos en Wilber lijken ook weer als twee druppels water op elkaar!

De conclusie is onvermijdelijk: ze hebben elkaars levens geleid – en een ander heeft hún leven geleefd. Na hun geboorte in december 1988 moet er iets fundamenteel mis zijn gegaan op de couveuseafdeling van het ziekenhuis in Bogota. Of heeft er zich toch een Three Identical Strangers-scenario voltrokken – of om het dicht bij huis te houden: een Peter en Erik-je – en zijn enkele verlekkerde onderzoekers hun boekje helemaal te buiten gegaan?

De Hermanos Por Accidente (Engelse titel: The Accidental Twins, 85 min.) zouden zomaar onderdeel kunnen zijn van een soort ideaal wetenschappelijk experiment rond nature-nurture, waarbij dan wel alle denkbare ethische codes zijn geschonden. Want de twee broederparen blijken ook nog in de stad en op het platte land terecht te zijn gekomen. Domme pech is echter ook bepaald niet uitgesloten, blijkt in deze documentaire van Alessandro Angulo Brandestini.

De gevolgen zijn in elk geval aanzienlijk. Niet alle ouders zijn bijvoorbeeld nog in leven. Daar hebben alle vier de broers maar mee te dealen. En waar horen ze uiteindelijk thuis, bij hun biologische familie in hoofdstad Bogota of bij de familie waarbij ze zijn opgegroeid in Santander, dat ruim tien uur verderop ligt op het Colombiaanse platteland? Of andersom, natuurlijk. En wie is eigenlijk hun échte broer? En hoe verhouden ze zich dan tot die andere (twee)?

Het verhaal van de Colombiaanse dubbelbroers groeit al snel uit tot een enorme mediahype, die zich zelfs uitstrekt tot The New York Times. Het bizarre gegeven van die twee identieke tweelingen – die hun allereerste ontmoeting zelfs hebben vastgelegd, inclusief het zenuwachtige ongeloof dat daarmee gepaard gaat – is overigens enerverender dan deze film. Géén Three Identical Strangers zogezegd, waarin de kijker steeds via een soort valluik in een nieuwe verhaallaag belandt.

Hermanos Por Accidente is vooral een adequate weergave van vier levensverhalen, die op een onmogelijke wijze met elkaar zijn vervlochten.