Love Child

Zij zou gestenigd worden, hij geëxecuteerd. En dus ontvluchten Leila en Sahand in 2012 op stel en sprong hun geboorteland Iran. Ze vluchten allebei ook uit een ongelukkig huwelijk. Met hún buitenechtelijke kind – al moet dat laatste feit via een DNA-test nog officieel worden aangetoond.

Voor dat Love Child (111 min.) is deze nieuwe werkelijkheid een hard gelag. De kleuter Mani wil de oom, die ook nog zijn vader blijkt te zijn, niet accepteren. Hij zet zich als een bezetene af tegen Sahand, die dit lijdzaam over zich heen moet laten komen. Het is een buitengewoon pijnlijke scène die deze observerende documentaire van Eva Mulvad nog verder op scherp zet.

Want de twee geliefden hebben hun onveilige zekerheid ingeruild voor veilige onzekerheid. Totdat hun asielaanvraag is afgehandeld, kunnen ze in relatieve rust leven in een appartement in Turkije. Wat de toekomst brengt, blijft echter ongewis. Leila en Sahand verversen zowat elke minuut de website van de vluchtelingenorganisatie UNHCR, om te bekijken wat de status van hun aanvraag is.

Mulvad mag daarbij ruim zes jaar ongegeneerd meekijken en is tevens welkom bij therapiesessies, waarin man en vrouw, los van elkaar, hun achtergrond en dilemma’s schetsen. Intussen lopen de spanningen in deze pijnlijk intieme film flink op als uitsluitsel over hun lot uitblijft en de belangen van Leila en Sahand uit elkaar (lijken te) gaan lopen.

Op hun donkerste dagen hebben ze vast wel eens gedacht: steniging of executie, was dat niet véél gemakkelijker geweest? Maar dan is er, gelukkig, nog altijd dat liefdeskind.

The Legend Of Cocaine Island

Netflix

‘Ken je het verschil tussen een sprookje uit het Noorden van het land en een sprookje hier uit het zuiden?’ vraagt Russell, een goedlachse bewoner van het dorpje Archer in de Amerikaanse staat Florida, bij aanvang van deze kostelijke documentaire. ‘Een noordelijk sprookje begint met: Once upon a time. En een zuidelijk sprookje met: Y’all ain’t gonna believe this shit!’

Voordat Russell daadwerkelijk aan zijn verhaal begint, heeft Theo Love, de maker van The Legend Of Cocaine Island (97 min.), echter nog een disclaimer: ‘We can’t confirm many details of this story.’ Tis maar dat u ’t weet. Waarna Russell nog eens goed op zijn praatstoel gaat zitten en begint te vertellen over zijn buurman Julian: ‘Zijn vrouw runde een schildpaddencentrum in Culebra. Julian liep op het strand op zoek naar schildpadnesten en zo begon het verhaal.’

In de zee bij Puerto Rico heeft de hippie Julian vijftien jaar eerder een tas gevonden, die maar liefst 32 kilo cocaïne bevat. ‘Dus iemand was een hoop geld kwijt.’ Julian weet volgens Russell niet wat hij ermee moet doen. ‘Uiteindelijk zei hij: verrek! Hij begroef het. En daar lag het voor meer dan tien, vijftien jaar.’ Totdat het verhaal dat al tijden rondgaat in Julians nieuwe woonplaats Archer een plaatselijke aannemer bereikt, ene Rodney Hyden.

En die lijkt zo te zijn weggelopen – als ik niet zoveel respect had voor de medemens, zou ik zeggen: weggewaggeld – uit een doldwaze film van Quentin Tarantino of Guy Ritchie. Over kleine kruimelaars die het grote geld ruiken en maar al te graag die verborgen schat willen gaan opgraven – al zijn ze in eerste instantie wel de schop vergeten. Dat klinkt als een karikaturale avonturenfilm en dat is het ook. Een true crime-comedy, met vette humor, kekke muziekjes en kolderieke verhaalwendingen.

En, natuurlijk, talloze larger than life-personages: de nét iets te goedgelovige antiheld Rodney, diens verwende vrouw Jamie, hun schalkse dochter Emily, de plaatselijke ‘stoner kid’ Andy die wel een extra zakcentje kan gebruiken, een kleine naamloze dealer die zich verschuilt achter zijn sjaal met een skelet erop én Carlos, de authentieke Latijns-Amerikaanse drugscrimineel die zo lijkt te zijn weggelopen uit Scarface. Voor een grijpstuiver zijn ze voor zowat alles te porren.

The Legend Of Cocaine Island is zo’n beetje de antithese van de gemiddelde documentaire, waarin een zwaarwegende maatschappelijke kwestie tot achter de komma wordt uitgediept. In deze baldadige film verbindt Theo – zou ’t een artiestennaam zijn? – Love op onnavolgbare wijze humor en elementen uit documentaire en speelfilm met elkaar. Het eindresultaat, waarin de hoofdpersonen met zichtbaar plezier hun eigen lotgevallen naspelen, fladdert vrolijk op en neer tussen waarheid, herinnering en broodje aap en hapt verdacht lekker weg.

Love & Hate Crime

‘Ik moet leren leven met het feit dat ik Mercedes heb vermoord’, zegt Josh Vallum bij de start van Double Lives, deel 1 van de zesdelige BBC-serie Love & Hate Crime (312 min.)Hij zit levenslang in een cel in de Amerikaanse staat Mississippi en heeft spijt als haren op zijn hoofd. Want Josh heeft vrede gesloten met God. ‘En zij zit nu in de hel.’

Na die intrigerende openingsscène ontwikkelt zich geen traditionele whoduunit, maar een televisiedocu die je een whydunnit zou kunnen noemen. Waarom is de schuldbewuste twintiger in godsnaam overgegaan tot zijn gruwelijke daad? Stapsgewijs wordt het diep tragische verhaal van zowel dader als slachtoffer onthuld, waarbij uiteindelijk niets is wat het lijkt.

Het tweede deel van deze broeierige true crime-miniserie van Ben Steele, Murder In Mississippi, behelst een wat traditionelere haatmisdaad in een typische redneck county bijgenaamd Jafrica, waar een groep blanke tieners de hoogtijdagen van de Ku Klux Klan doet herleven. Een willekeurige donkere man wordt als een hond overreden. Of ligt het toch nét iets genuanceerder?

Zo probeert deze serie steeds beide kanten van de medaille te laten zien. Is Onésimo Marcelino Lopez-Ramos, de Guatemalaanse jongen uit Trouble In Paradise, bijvoorbeeld werkelijk het slachtoffer van een racistische moord, van ‘Guat-jacht’? En was het inderdaad zelfverdediging toen de homoseksuele leerling Abel Cedeno uit Killing In The Classroom zijn klasgenoot Matthew McCree, naar verluidt een gevreesd bendelid, neerstak?

De Texaanse rechercheur moordzaken Fil Waters beweert in de aflevering Honour Killings dat hij ervoor heeft gezorgd dat negen mensen in de dodencel zijn beland. Vier van hen zijn ‘gerehabiliteerd’. Ofwel: geëxecuteerd. ‘Ze zijn nu kunstmest’, volgens Waters. En zo zou Ali Irsan ook nog van nut kunnen zijn. De Amerikaanse moslim, ’een afgezant van Satan’, wordt beschuldigd van dubbele moord. Eerwraak, om precies te zijn. Niet voor het eerst, trouwens.

Een andere aflevering van Love & Hate Crime, Killer With A Camera, duikt in de strafzaak tegen Adrian Loya. Hij heeft een vrouwelijke collega gedood en twee anderen ernstig verwond. De schietpartij is vastgelegd met een GoPro-cameraatje dat Loya speciaal voor die gelegenheid had meegebracht. De kogelregen vormde de zwartomrande apotheose van een ongenadige duik in zijn eigen duisternis.

Terwijl hij de aanval plande, legde de schutter twee jaar lang zijn gedachten vast in een geheim dagboek genaamd Loya Wars. In deze teksten, die in de beklemmende docu worden voorgelezen door een acteur, was een centrale plek weggelegd voor Loya’s obsessie voor één van zijn latere slachtoffers. Lisa bleek echter lesbisch en getrouwd – en tekende daarmee haar eigen doodvonnis.

‘Evil or… just kind of nuts?’, vraagt zijn eigen advocaat Drew Segadelli zich hardop af. En dat is tevens de centrale kwestie tijdens de rechtszaak tegen zijn cliënt, die een hoogtepunt vormt van deze sfeervolle en indringende misdaadserie.

20 Feet From Stardom


Ontbrak nu dat ene écht bijzondere talent waarmee ze de wereld helemaal naar hun hand hadden kunnen zetten? Of misten ze gewoon de nietsontziende ambitie, en het bijbehorende ego, om alles en iedereen aan de kant te schuiven en zelf de bovenste plek op het ereschavot te claimen? Die vragen hebben de hoofdpersonen van de Oscar-winnende documentaire 20 Feet From Stardom (91 min.) uit 2013 zichzelf ook regelmatig gesteld.

Zit er in Darlene Love, die een groot deel van Phil Spectors monsterhits inzong, werkelijk geen wereldster? Dat is nauwelijks voor te stellen. Zoals ook Lisa Fischer (The Rolling Stones/Tina Turner) en Cindy Mizelle (Bruce Springsteens E Street Band) meer dan genoeg kwaliteit en uitstraling hebben om vol in de spotlights te kunnen staan. In plaats daarvan nemen ze genoegen met een bijrol in een achtergrondkoortje. Tussen alle tweede stemmen en ‘woo-woo’- en ‘yeah-yeah’-koortjes door krijgen ze zo nu en dan een enkel momentje onverdeelde aandacht als Mick, Tina of Bruce even een stapje opzij doen.

Regisseur Morgan Neville, die enkele jaren geleden ook de Netflix-docu Keith Richards: Under The Influence afleverde, maakte een onweerstaanbare film over de vrouwen die de beste bijrollen uit de pophistorie afleverden. Met onvergetelijke vocalisten die waarschijnlijk toch zullen worden vergeten. Geen artistiek hoogstandje, deze documentaire, maar een bijzonder doeltreffende film waarin absolute toptalenten en hun opzwepende muziek (zwaar dooraderde soul, pop, rock en gospel) nu eens vol in de schijnwerpers worden gezet.

20 Feet From Stardom heeft in de afgelopen jaren navolging gekregen met films over andere bijfiguren uit de popgeschiedenis. De matige documentaire Hired Gun, te vinden op Netflix, focust zich op de beste huurkrachten van de rock & roll, zoals bijvoorbeeld Kenny Aronoff (John Mellencamp) en Justin Derrico (Pink), maar blijft een beetje in de bijbehorende clichés en sterke verhalen steken.

Dan is Rock ‘N Roll Guns For Hire: The Story Of The Sidemen, een film waarin voormalig David Bowie-gitarist Earl Slick optreedt als host, een stuk interessanter. Samen met musici die The Rolling Stones, Otis Redding, Prince, Billy Joel en Beyoncé ter zijde staan of stonden, probeert hij een karakterschets te maken van de ideale muzikale rechterhand.