The Treasure Hunter

Gex Film

De vindplaats is natuurlijk niet met een kruis aangegeven, stelt Jack nog maar eens ten overvloede. De jonge Brit zoekt nu al een jaar of zes, geheel verblind en met één arm op zijn rug gebonden, naar Yamashita’s goud.

Bij de invasie van de Filipijnen, in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog, beroofde de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita het land van zijn schatten. En toen de Japanners na de capitulatie weer met de staart tussen de benen uit de Aziatische archipel moesten vertrekken, zou hij volgens plaatselijke legenden het verzamelde goud hebben verstopt in het labyrint van grotten, gangen en tunnels van zijn strijdkrachten.

Jack is ervan overtuigd dat hij die schat kan vinden – en zijn beste vriend Giacomo Gex, die eigenlijk beter zou moeten weten, legt zijn verwoede pogingen om schathemeltjerijk te worden van zeer nabij vast. Één blik op al dat gegraaf en gewroet in claustrofobische kuilen, gangetjes en grotten en een buitenstaander weet genoeg: Jack zal nooit iets vinden en zal desondanks altijd blijven doorgaan. Tot hij er helemaal aan kapot is gegaan.

Steun van zijn ouders hoeft The Treasure Hunter (84 min.) niet te verwachten. Beter: echte steun. Geld is – herstel: wás – er in overvloed. Jacks vader, die ooit een flinke rederij bezat, heeft naar verluidt al miljoenen gepompt in de redeloze queeste van zijn zoon. Het water staat ook hem inmiddels aan de lippen. En Jacks moeder had ’t al niet zo breed. Ook zij legt echter haar laatste cent apart. Zodat ze met z’n allen naar de Gallemiezen gaan.

Het is een tragische geschiedenis. De jonge protagonist, een lastig invoelbaar personage, trekt zijn hele omgeving, inclusief zijn Filipijnse vrouw en kind, mee in zijn verslaving. Plaatselijke huurkrachten zijn er goed mee – al denken zij er vast het hunne van. Totdat Jack zichzelf tot de orde roept en z’n leven weer in het gareel probeert te krijgen. Hij kan natuurlijk ook een normale huisvader worden, die tegen betaling Engelse les geeft.

Dat lijkt eigenlijk wel zo gemakkelijk, maar hoeveel jaren er ook overheen gaan, de goudzucht laat hem nooit helemaal los. Die aap op Jacks rug blijft zich maar roeren, toont Giacomo Gex, in deze donkere en beklemmende film, waarvan het einde, dat geen einde kan zijn, bij het begin al vast lijkt te staan. En dat is ook voor de kijker een ontmoedigende gedachte.

One To One: John & Yoko

Magnolia Pictures

Eind 1971 verhuizen John Lennon en Yoko Ono van Londen naar New York, waar ze anderhalf jaar lang in een klein appartement in Greenwich Valley wonen, kunstenaars en politieke activisten ontvangen en héél véél televisie kijken. Ze zijn zelf overigens ook vaak op de buis, getuige de documentaire One To One: John & Yoko (100 min.) van Kevin Macdonald en Sam Rice-Edwards, in één van de vele Amerikaanse nieuws-, entertainment- of praatprogramma’s.

Want dat kennen ze dan nog niet buiten de Verenigde Staten: de hele dag door televisie, een permanent venster op de wereld, gewoon in je eigen huiskamer. Waarop bijvoorbeeld is te zien hoe een lid van The Ray Conniff Singers in het Witte Huis de Amerikaanse president Richard Nixon de mantel uitveegt over de Vietnamoorlog, leden van de tegencultuur zoals Jerry Rubin ongegeneerd hun kans grijpen in talkshows en een opstand in de Attica-gevangenis met brute kracht wordt neergeslagen.

John en Yoko’s Greenwich-periode culmineert in One To One, het énige volledige optreden dat Lennon heeft gegeven ná het einde van The Beatles. Macdonald en Rice-Edwards matchen fragmenten van dit benefietconcert voor kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, op 30 augustus 1972 in Madison Square Garden, met andere activiteiten van de Britse zanger/gitarist en de Japanse kunstenares, die elkaar hebben gevonden in zowel de liefde als een alomvattend activisme.

Deze archieffilm bevat ook talloze telefoongesprekken van het tweetal. Met vrienden, managers, journalisten en allerlei andere lieden die iets van hen willen. Lennons echtgenote moet zich bijvoorbeeld de vele Yoko-haters van het lijf houden, die haar het einde van Johns eerste huwelijk en van The Beatles verwijten, en probeert zelf, ook via de televisie overigens, de relatie met Kyoko, de dochter uit haar relatie met kunstpromotor Anthony Cox, te herstellen. Haar ex is spoorloos verdwenen met het meisje.

Terwijl de camera zwerft over een replica van het voormalige appartement van Lennon en Ono, komt via de beeldbuis de rest van de wereld binnen. Zowel het segregatie-boegbeeld George Wallace als zijn absolute tegenpool, de zwarte vrouw Shirley Chisholm, stellen zich bijvoorbeeld namens de Democratische Partij kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1972. Het Watergateschandaal rond de Republikeinse president Nixon komt op gang. En intussen zijn er tv-reclames in alle soorten en maten.

Via het iconische duo John en Yoko – en hun optredens, opgenomen belletjes en televisietoestel – brengen Macdonald en Rice-Edwards haarscherp een getroebleerde natie in beeld. Een land dat aan het begin van de jaren zeventig wordt verscheurd door Vietnam, raciale spanningen en maatschappelijke tegenstellingen. Waar Richard Nixon in 1972 een gigantische verkiezingsoverwinning kan boeken, om nog geen twee jaar later, als gevolg van Watergate, roemloos af te druipen als niets meer dan een ‘crook’.

John Lennon en Yoko Ono zijn dan al enige tijd weg uit Greenwich Valley en hebben elders in New York een appartement betrokken.

The Contestant

Disney+

Iedereen die bekend is met emoji’s zal weten waar de aubergine voor staat: een penis. De oorsprong van die connectie ligt waarschijnlijk bij Tomoaki Hamatsu, een deelnemer aan het Japanse reality-programma Susunu! Denpa Shonen. Vanwege zijn lange gezicht kreeg de would be-komiek uit Fukushima als kind de bijnaam ‘Nasubi’. Ofwel: aubergine.

Toen Nasubi in januari 1998 auditie deed voor het programmaonderdeel A Life In Prizes had hij geen idee waarin hij verzeild zou raken. Nadat hij bij een loterij het ‘winnende’ lot had getrokken, werd The Contestant (91 min.) geblinddoekt naar een spaarzaam aangeklede ruimte gebracht. Met behulp van een telefoon, briefkaarten, een televisie, tijdschriften en een pen moest hij de komende tijd in z’n eigen levensonderhoud gaan voorzien. Daarvoor was hij volledig aangewezen op prijsvragen. Want, zo vroegen de televisieproducenten zich af, zou je kunnen overleven op wat je daarbij wint? En Japan smulde ervan. De lotgevallen van de deelnemer werden een gigantische kijkcijferhit.

Nasubi had er geen idee van – dat zegt hij tenminste in deze verbijsterende documentaire van Clair Titley – dat zijn verrichtingen zouden worden uitgezonden. Eerst alleen een wekelijkse samenvatting op tv, daarna ook live op internet. Er was Nasubi simpelweg voorgehouden dat hij weer naar buiten mocht als ie een miljoen yen bij elkaar had gewonnen. En dat hij poedelnaakt aan de eerste challenge moest beginnen, dat ook. Om de kijkers van Susunu! Denpa Shonen, die zich te barsten lachten om Nasubi’s strapatsen, niet al te zeer te shockeren, moest zijn kruis natuurlijk worden afgedekt. Met een – goed gevonden, zullen we maar zeggen – aubergine.

A Life In Prizes oogt 25 jaar na dato als een extreme Japanse mixture van Big Brother (*), Prijzenslag (**) en The Truman Show (***). Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat dit programma op de Japanse televisie kon worden uitgezonden. Zo wreed, vernederend én gevaarlijk. ‘Het enige waar ik aan kon denken was: niet sterven’, zegt de enige deelnemer nu, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. ‘Maar toen begon de echte hel pas.’ Het verhaal is zo bizar dat het zich via de tv-fragmenten bijna vanzelf vertelt. En dus ‘beperkt’ Titley zich veelal tot ‘show, don’t tell’. Ze voegt daarnaast een aantal straffe songs en terugblikinterviews met enkele kernfiguren toe.

Behalve Tomoaki Hamatsu zelf en zijn moeder Kazuko en zus Ikuyo, die vanuit Fukushima met afgrijzen toekeken hoe hij heel dociel vijftien (!) maanden lang bleef participeren, neemt ook de televisieproducent/kwade genius Toshio Tsuchiya plaats voor de camera. Hij lijkt nog wel trots op het realityprogramma – al snapt ie ook wel dat veel anderen niet mild over hem zullen oordelen. Toen ze aan het naargeestige avontuur begonnen, beschouwde Nasubi hem nog als een soort televisiegodheid. Inmiddels zijn hem de schellen wel van de ogen gevallen. ‘Ik zou mezelf geen God noemen’, reageert Tsuchiya minzaam lachend. ‘Een god is meer…. Nee, ik ben de duivel.’

Dat is wellicht te veel eer, maar hij mag zich wel degelijk de geestelijk vader noemen van één van de meest dubieuze experimenten uit de televisiehistorie, dat in deze fascinerende film in al z’n lelijkheid, tristesse en totale smakeloosheid wordt getoond.

(*) Big Brother werd pas in 1999 voor het eerst op de Nederlandse televisie uitgezonden.

(**) De eerste afleveringen van het Amerikaanse spelprogramma The Prize Is Right dateren alweer van halverwege de jaren vijftig.

(***) De film The Truman Show werd enkele maanden na de start van A Life In Prizes uitgebracht.

Black Box Diaries

Dogwoof

Bij de persconferentie die ze belegt op 29 mei 2017 krijgt Shiori Ito de vraag waarom ze zich eigenlijk bekendmaakt. De meeste slachtoffers van verkrachting blijven liever anoniem. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan’, antwoordt ze resoluut. ‘En als ik me nu niet uitspreek, bedacht ik me, zullen de wetten nooit veranderen. Daarom zit ik hier.’ Haar zaak moet nu eindelijk eens serieus worden genomen, vindt Shiori.

Twee jaar eerder belandde ze als jonge Japanse journaliste, na een sollicitatiegesprek in een restaurant, in dezelfde taxi als haar gerenommeerde vakbroeder Noriyuki Yamaguchi. Zij wilde afgezet worden op het station, herinnert de taxichauffeur zich. Yamaguchi stond er echter op dat ze hem zou vergezellen naar zijn hotel. Ito hield nog maar eens staande dat ze toch echt naar het station wilde.

Op beveiligingscamerabeelden van die fatale avond in het voorjaar van 2015 is te zien wat er daarna gebeurde. Hij trekt Shiori, met de nodige moeite, uit de auto en sleurt haar vervolgens mee het hotel in. Shiori Ito is daar verkracht, zegt ze. Yamaguchi ontkent echter in alle toonaarden. En wat de jonge vrouw ook probeert, de Japanse politie weigert om de beschuldiging serieus te onderzoeken.

In de egodocu Black Box Diaries (102 min.) is te zien hoe Shiori Ito de zaak aanhangig probeert te maken. Ze begint stiekem geluidsopnames te maken van haar contacten met de politie en oogst een storm van kritiek als ze naar buiten treedt met haar verhaal. Ito tekent al haar ervaringen op in het boek Black Box en zet zo uiteindelijk Japans eigen variant op de #metoo-beweging in gang.

Parlementair journalist Noriyuki Yamaguchi staat dan op het punt om een biografie over de Japanse premier Shinzo Abe uit te brengen en beschikt als bureauchef in Washington van Tokyo Broadcasting System Television sowieso over uitstekende connecties. En z’n vrinden zijn bereid om ver te gaan om de zaak af te dekken. De kwestie wordt niettemin meermaals besproken in het Japanse parlement.

Deze persoonlijke film laat ook duidelijk zien wat die aanhoudende strijd Shiori Ito heeft gekost. Via vlogs deelt zij haar meest kwetsbare momenten tijdens een jarenlang, moedeloos makend gevecht om gerechtigheid, binnen een archaïsch rechtssysteem waarin seksueel geweld heel moeilijk valt aan te tonen en elke vrouw sowieso automatisch met een fikse achterstand begint.

Binnen zulke maatschappelijke verhouden is het niet vreemd dat slechts vier procent van de verkrachtingen daadwerkelijk wordt gemeld bij de Japanse politie. En deze gevallen blijven doorgaans ook nog eens onder de radar – of worden daaronder gehouden door de daders, hun ‘old boys network’ of een systeem dat mannen sowieso uit de wind probeert te houden.