Maiden

Als een zeepaard van Troje voeren ze in 1989 plotseling een absoluut mannenbolwerk binnen. Tot dat moment hadden vrouwen een ondergeschikte rol gespeeld in de Whitbread Round The World Race, de grootste zeilwedstrijd van de wereld die eenmaal per drie jaar plaatsvindt. Koken, mochten ze. Of schoonmaken.

Totdat de 24-jarige Tracy Edwards, die de race al eens in de keuken van een mannenschip had doorgebracht, met een eigen boot en een volledig vrouwelijke crew wilde gaan deelnemen. Het benodigde geld daarvoor kwam, uiteindelijk, van koning Hoessein van Jordanië. En Sarah Ferguson, de hertogin van Yorke, had het schip alvast heel toepasselijk Maiden (93 min.) gedoopt.

Die vrouwenboot zou de eerste etappe van het Britse Southampton naar Punta Del Este in Uruguay niet gaan uitvaren, spraken insiders toentertijd uit. De twaalf crewleden, onder wie de Nederlandse Tanja Visser, hadden helemaal niets te zoeken in zo’n loodzware race, zo was het idee. Zelf dachten en denken ze daar heel anders over. Voor de camera van Alex Holmes doen de vrouwen bijna dertig jaar na dato hun relaas over de negen maanden die ze op het woelige water zouden doorbrengen.

De filmmaker vermengt hun herinneringen met opwindende beelden vanaf de boot en smeedt zo een behoorlijk enerverend geheel, dat de ervaring aan boord heel aardig invoelbaar maakt. En zoals dat gaat in dit soort verhalen stijgen de heldinnen, na de nodige uitdagingen en ontberingen, uiteindelijk boven zichzelf uit en leren ze elkaar én zichzelf beter kennen. Waarna als vanzelf ook het respect van al die sceptische mannen volgt.

Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story

Je zou hem de ultieme winnaar kunnen noemen. Ten koste van alles en iedereen, ongeacht de middelen. De ideale posterboy voor het winner-takes-all wereldbeeld – en in het verlengde daarvan: het onversneden roofdier-kapitalisme. En toen haalde het verleden Lance Armstrong, zevenvoudig winnaar van de Tour de France, alsnog met duizelingwekkende snelheid in. De ultieme Gele Truidrager werd de risee van zijn sport.

De ontluisterende documentaire Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story (100 min.) uit 2014 gaat terug naar het moment waarop de opkomst – en navolgende neergang – van de Amerikaanse wielercrack gestalte krijgt: zijn noodlottige ontmoeting met dopingdokter Michele Ferrari. Armstrong werd zijn ideale pupil. Of, zoals David Walsh, de Ierse journalist die hem jarenlang op het spoor was en daarvoor, niet alleen door Armstrong zelf, met pek en veren werd overgoten, het formuleert: ‘Als jij je werk als Frankenstein doet, word ik het beste monster dat je ooit hebt geschapen.’

Filmmaker Alex Holmes ontleedt de veelvraat van het moderne wielrennen, die bereid was om werkelijk alles te vreten (of slikken of injecteren of transfuseren of…) om te kunnen winnen, met zijn voormalige secondant Frankie Andreu en diens vrouw Betsy, oud-ploeggenoot en klokkenluider Tyler Hamilton, z’n voormalige masseuse Emma O’Reilly die eveneens een boekje open deed over Armstong en die andere Amerikaanse wielergrootheid Greg Lemond, met wie hij een uiterst moeizame relatie onderhoudt. Samen met enkele journalisten, een strijdbare advocaat en het hoofd van de Amerikaanse anti-dopinginstantie belichten zij de strijd om de waarheid boven tafel te krijgen.

De all American hero, moedige kankeroverwinnaar en naamgever van zijn eigen goede doel-stichting laat zelf verstek gaan in deze film, waarin hij wordt geportretteerd als een aartsleugenaar en gewetenloze psychopaat die geen middel onbenut laat om zijn grote geheim te beschermen. De hoofdpersoon komt wel veelvuldig aan het woord in archiefmateriaal, waarin hij talloze statements doet die naderhand stuk voor stuk zijn ontkracht. Ook, uiteindelijk, door hemzelf: in een zogenaamd ‘tell all‘- interview met Oprah Winfrey. Met zijn gedrag heeft hij zijn sport dan al op systematische wijze besmeurd.

Er is nóg een andere Armstrong-documentaire over min of meer hetzelfde thema: The Armstrong Lie van regisseur Alex Gibney uit 2013. Vier jaar eerder had hij de Amerikaanse beroepswinnaar gevolgd tijdens zijn terugkeer in de Tour de France. Die film werd echter ingehaald door de feiten. Toen het dopingschandaal zijn opnamen irrelevant had gemaakt, ging Gibney verhaal halen. Bij mensen uit Armstrongs entourage en bij Lance zelf.

The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley

‘One tiny drop changes everything.’ In die soepele slogan zat de complete bedrijfsfilosofie van Theranos verscholen. Met één klein druppeltje bloed zou de startup van Elizabeth Holmes, een idealistische jonge vrouw die het bedrijf op haar negentiende oprichtte en het sindsdien als haar eigen keizerrijk regeerde, vroegtijdig en goedkoop ziektes en aandoeningen kunnen opsporen, waarvoor tot dat moment nog heel duur onderzoek en héél veel bloed nodig was. 

Dat klonk als een revolutionaire vernieuwing. En zo presenteerde Holmes het door haar bedrijf ontwikkelde testapparaat ‘Edison’ ook. Binnen enkele jaren was de startup negen miljard dollar waard en stak Holmes met deze ‘Apple van de gezondheidszorg’ inderdaad haar grote idool Steve Jobs naar de kroon. Ze was net dertig en werd beschouwd als een genie, dat zich net zo gemakkelijk tussen CEO’s van topbedrijven als leden van de regering Obama bewoog. Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. En dat was het natuurlijk ook.

In The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley (119 min.) ontleedt Alex Gibney, die eerder al ‘vijandige’ portretten maakte van Julian Assange, Lance Armstrong en Steve Jobs, de opkomst van het bewierookte fenomeen Elizabeth Holmes en haar onvermijdelijke neergang in de afgelopen jaren. Gibney fungeert zelf als verteller en verbindt op gewiekste wijze een overload aan archiefbeelden van Holmes en Theranos, verzameld feiten- en bewijsmateriaal en interviews met belangrijke getuigen, journalisten en deskundigen met elkaar. De vormgeving is zoals gebruikelijk even fraai als bombastisch.

Met muziek zet de Amerikaanse regisseur bovendien lekker cynische accenten. Wie deze overtuigende film heeft gezien, zal MC Hammers U Can’t Touch This voortaan associëren met de zorgvuldig geënsceneerde zegetocht van Holmes voor haar eigen personeel, terwijl het water hen allang aan de lippen staat. Zo construeert Gibney een dwingend narratief waarin de hoofdpersoon steeds verder wordt afgeschminkt, totdat het demasqué compleet is en niemand er meer omheen kan: ook deze steevast in zwart geklede keizerin heeft in werkelijkheid helemaal geen kleren aan.