Het Gedoogdrama

Kathleen Ferrier / BNNVARA

De politieke spanning van het moment culmineert in dat ene moment op het CDA-congres van 2 oktober 2010: als partijprominent Camiel Eurlings salueert naar politiek leider Maxime Verhagen, die het CDA een minderheidskabinet met de VVD, met gedoogsteun van de PVV, wil binnenloodsen. ‘Maxime, jij hebt hier uit je hart gesproken’ houdt Eurlings, die zich maar al te bewust lijkt van de camera, een emotioneel betoog. ‘Je bent een Christen-Democraat in hart en nieren. Jij zult onze idealen nooit verloochenen!’ Verhagen neemt de loftuitingen met een stralende glimlach en trotse vuist in ontvangst en verlaat het congres als beoogd vicepremier van het omstreden kabinet.

Het onvergetelijke tafereel ontbreekt natuurlijk niet in Het Gedoogdrama: Regeren Met Populistisch Rechts (55 min.), een journalistieke reconstructie van de totstandkoming en korte regeerperiode van Rutte I, en is net als andere archiefbeelden geprojecteerd op meubels van Sociëteit De Witte in Den Haag. Op die statige plek, vlakbij Het Binnenhof, gaat interviewer Frénk van der Linden in gesprek met politieke insiders uit die turbulente tijd. De absolute hoofdrolspelers Mark Rutte (VVD), Maxime Verhagen (CDA) en Geert Wilders (PVV) weigerden overigens mee te werken aan deze tv-film, die werd geregisseerd door Piet de Blaauw. En ook de bekendste CDA-dissident tijdens de formatie, Ab Klink, laat verstek gaan.

PVV-kamerlid Hero Brinkman, VVD-minister Ivo Opstelten en -staatssecretaris Fred Teeven, CDA-voorzitter en staatssecretaris Henk Bleker, CDA-minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers, PvdA-leider Job Cohen en het kritische CDA-kamerlid Kathleen Ferrier zijn nochtans prima in staat om vanuit verschillende perspectieven de achterkant van de politieke gebeurtenissen te schetsen. Waarbij er en passant nog een saillant nieuwtje boven tafel komt over oud-premier Ruud Lubbers, die vanwege zijn rol als informateur kan worden beschouwd als geestelijk vader van de omstreden samenwerking.

Het Gedoogdrama wordt zo een interessante terugblik op een woelige periode uit de recente politieke historie, die tevens de start betekende van het premierschap van Mark Rutte dat tot de dag van vandaag voortduurt, het CDA in een diepe crisis zou storten en de PVV, de partij die de ongemakkelijke gelegenheidscoalitie uiteindelijk opblies, tot nader order zou veroordelen tot de oppositie. En hoewel Wilders en de zijnen weer hoog staan in de peilen, is het de vraag of daar na de komende verkiezingen verandering in gaat komen. Voor een meerderheidskabinet zijn vermoedelijk (in elk geval) dezelfde drie partijen nodig. Het lijkt niet waarschijnlijk dat die opnieuw samen een avontuur – laat staan in zo’n vermaledijde gedoogconstructie – willen aangaan.

Schapenheld

Er zijn dagen waarop de gemiddelde Nederlander niet mijmert over de toestand van de vaderlandse heide. Totdat je dat typische landschap krijgt te zien zoals schaapsherder Stijn Hilgers het dagelijks ziet – of beter: zoals filmmaker Ton van Zantvoort de hei laat zien in zijn meeslepende documentaire Schapenheld (80 min.). Een uitgestrekt landschap, waar de kou nog van de grond opstijgt, de opkomende ochtendzon de lucht blauw-oranje kleurt en een man met een hoed en zijn trouwe metgezel Hekske, een ‘flapdrol’ van een hond, hun kudde naar graasplekken leiden. ‘Dat is mijn werk’, stelt Hilgers in karakteristieke krachttaal met Brabantse tongval. ‘Zorgen dat die schapen hun pens volvreten op de goeie plekkies.’

Zo ongeveer zou een Nederlandse versie van het Wilde Westen eruit zien, met Hilgers als de onverschrokken held die sneller (verwensingen) schiet dan zijn eigen schaduw. Verweerde kop, twee oorringen in en het haar samengebonden in een staartje. Stuurs in de verte starend, zo nu en dan trekkend aan het shaggie in zijn hand. Onversaagd trekt hij ten strijde voor het behoud van de vaderlandse heide en zijn eigen bedreigde stiel. Ondertussen onophoudelijk foeterend op de Nederlandse regeltjeszucht en de, ja, neoliberalisering van het natuurbehoud. Want zelfs een authentieke schaapsherder, een beroep dat toch op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed staat, moet concurreren. Totdat-ie er kapot aan gaat.

‘Openheid, rust, ruimte’, zocht de schaapsherder ooit in het vak, dat hem soms acht tot tien uur per dag alleen op de hei brengt. ‘Vrijheid. Dingen die ik zelf heb gekozen, die me niet opgelegd zijn. Dát. Simpel leven.’ Hilgers – of beter: filmmaker Van Zantvoort – laat een korte pauze vallen. ‘Dacht ik.’ En dan is het weer even stil, totdat Hilgers op zijn bouwradio stevige dansmuziek aanzet en zijn schapen begint te scheren. In die beginquote van de documentaire zit het complete drama van de film verscholen. Want de solitaire herder krijgt nauwelijks meer ruimte om zich te bewegen. Als de schapenheld, met zwarte hoed overigens, zijn kudde van de ene naar de andere wei dient te verplaatsen, moet hij bijvoorbeeld uit de minste van twee kwaden kiezen: door het bos kan een boete van de boswachter opleveren, door het dorp betekent andere mogelijke ellende.

Hilgers kiest overtuigd voor het laatste. Het ziet er ook majestueus uit, zo’n stoet schapen die door het dorp heen trekt. Een beeld uit lang vervlogen tijden. ‘Hadden ze bijna dat gloednieuwe gazon te grazen genomen’, roept de herder grappend naar enkele kijkende bewoners. Niet veel later krijgt hij de politie op zijn dak: de beesten hebben keutels achtergelaten nabij een ijssalon. ‘Het is afgelopen met dit vak, hier in Nederland’, foetert de man in kwestie machteloos. Het is één van de sleutelscènes van deze knarsetandende film, die past in een traditie van vaderlandse documentaires over plattelanders die langzaam maar zeker helemaal vastlopen in het moderne Nederland, zoals De Kleine Oorlog Van Boer Kok of Het Mysterie Van De Melkrobots.

Altijd weer is er het gevecht met de ‘teringlijers’ en de noodzaak om samen met zijn vrouw Anna op de één of andere manier, vraag niet hoe, de eindjes aan elkaar te knopen. De geboren rebel Hilgers – laten we hem een wolf in schaapskleren noemen – moet de tering naar de nering zetten en ziet zich bijvoorbeeld gedwongen om allerlei commerciële activiteiten te ontplooien. Van Zantvoort legt ‘s mans strijd tegen de bierkaai met compassie vast en brengt intussen het verdwijnende, of op zijn minst veranderende, beroep van schapenherder prachtig in beeld. De onontkoombare keuze waar Stijn Hilgers uiteindelijk voor komt te staan wordt ondertussen uitstekend invoelbaar.