The Changin’ Times Of Ike White

VPRO

Volgens kenners had hij de potentie om de nieuwe Jimi Hendrix te worden, die toen net was overleden. Een virtuoze gitarist. Multi-instrumentalist zelfs. Soulvolle zanger, begenadigde songschrijver en muzikant met een geheel eigen visie bovendien. Één probleem: optreden kon niet. Ike White zat achter de tralies, in de beruchte San Quentin-gevangenis. Veroordeeld tot levenslang vanwege de moord op een winkelmedewerker.

The Changin’ Times Of Ike White (79 min.) ontrukt deze grillige artiest, die halverwege de jaren zeventig vanuit de gevangenis debuteerde met de elpee Changin’ Times, aan de vergetelheid. Als het leven anders was gelopen, had hij wellicht de status van generatiegenoten als Hendrix, Sly Stone of Stevie Wonder (met wie White kortstondig samenwerkte) kunnen verwerven. Zo zou het niet lopen, al kwam hij nog wel vrij: op 5 februari 1978 openden de gevangenisdeuren zich. Na veertien jaar eindigde Ike’s detentie, maar niet lang daarna verdween hij volledig uit beeld.

Regisseur Daniel Vernon gaat op zoek naar de man die na zijn gevangenschap een andere naam aannam en ontrafelt met de geliefden en kinderen die hij heeft achtergelaten het uiteindelijk toch tamelijk tragische levensverhaal van rasmuzikant, vrouwenverslinder en ‘zijn eigen grootste vijand’ Ike White. Hij kan daarbij een beroep doen op ’s mans privé-archief en heeft enkele cruciale gebeurtenissen uit zijn leven bovendien met animaties verbeeld.

Ike bleef weg lopen voor zijn verleden, luidt op basis daarvan de conclusie. Voor zichzelf ook, waarschijnlijk. Zonder ooit een klassieker als Hey Joe of Purple Haze achter te laten. Alleen beduimelde geluidsopnames, talloze rekwisieten en herinneringen, heel veel herinneringen. Aan een man met vele gezichten, die zijn potentieel nooit helemaal waarmaakte.

RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek

‘De naam Veulpoepers?’ vraagt zanger Zjef Naaijkens met Brabantse tongval en kenmerkende humor. ‘Eigenlijk betekent dat de Veulneukers.’ Hij verduidelijkt: ‘Op z’n Bels.’ De hippiegroep uit Hilvarenbeek was volgens hem ‘absurdisties aktivisties.’ Eenvoudiger gesteld: ze wilden ‘de zaak opnaaien’. Voor een ‘socialistische samenleving’ die ze volgens Naaijkens mede mogelijk gingen maken. ‘Vooruit’, voegt hij met twinkelende oogjes aan dat ‘mede’ toe. ‘We gingen het niet alleen doen.’

In RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek (75 min.) wordt de hele geschiedenis van de Brabantse rebellenclub, die met name in de jaren zeventig stad en land afreisde om op elke demonstratie of festival aan te treden, nog eens uitgebreid uit de doeken gedaan. Van het ontstaan als typische anarchistische folkband tot de verwording daarvan tot een heuse BV, met een eigen woongroep, café en drukkerij. Waarna de groep (natuurlijk) ten onder ging aan precies die dingen waar ze zich jarenlang in het openbaar, met veel bombarie en humor, tegen had verzet.

Deze documentaire van Joris Hendrix en Frank van Osch, die eerder een film maakte over de eveneens stijflinkse generatie- en provinciegenoot Bots, bevat een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal (waaruit glashelder wordt hoe populair die Veulpoepers ooit waren), maar heeft wel een erg anekdotisch karakter (met veel heerlijke verhalen, dat wel). Het is en blijft een verzameling herinneringen van een specifieke groep mensen en wordt nooit meer dan dat. Een exposé van Neerlands linkse protestbands uit de jaren zeventig bijvoorbeeld.

Dat gezegd hebbende: het schelmenverhaal van De Veulpoepers, en het aan hen gelieerde ‘actieorkest’ Fanfare Van De Eeuwigdurende Bijstand, biedt ruim voldoende stof voor vijf kwartier vermaak, waarbij de spanningen tussen het ‘Politburo’ en de anderen de groep uiteindelijk op een opvallend kille wijze de das om zullen doen. Die verwijdering, tussen mensen die samen zijn opgegroeid en jarenlang in één huis hebben gewoond, wordt door de filmmakers slim vervat in een actuele uitvoering van de enige echte (bijna)hit die de Poepers ooit hadden: Café Den Egelantier.

Een nummer dat ze destijds, natuurlijk, niet op televisie wilden playbacken. ‘Ja, een tweede huis in Spanje’, grapt Zjef Naaijkens daarover, geheel in stijl. ‘Had-ie kunnen hebben, heeft-ie niet gedaan!’