Baby God

HBO

De Nederlandse fertiliteitsarts Jan Karbaat lijkt verwant te zijn aan een arts in de Verenigde Staten. Quincy Fortier (1912-2006) was een Amerikaanse gynaecoloog, bij wie vrouwen die jarenlang onvruchtbaar leken ineens toch in verwachting raakten. ‘Vrouwen werden zwanger als ze bij hem langs waren geweest’, vertelt zijn volwassen zoon Quincy Jr. ‘Andere doktoren kregen dat niet voor elkaar. Hij wel. Hij wist wat hij moest doen – of wat er gedaan moest worden.’

Thuis maakte Fortier senior er geen geheim van: in zijn eigen Womens Hospital ‘hielp’ hij patiënten met zijn eigen sperma, dat net zulke wonderen bleek te kunnen verrichten als het in Nederland zo omstreden zaad van Karbaat. Ook de Amerikaanse arts had zichzelf in stilte benoemd tot een Baby God (78 min.). Hij kon destijds natuurlijk niet vermoeden dat er ooit zoiets als DNA-onderzoek zou worden ontwikkeld. En dat gewone burgers daarvan gebruik konden gaan maken.

Wendi Babst, een net gepensioneerde politieagente, had op haar beurt geen idee dat de man die ze haar hele leven ‘papa’ had genoemd niet haar biologische vader was. Haar moeder tastte ook in het duister. Toen Wendi een genealogisch onderzoek opstartte, stuitte ze echter plotseling op allerlei verwanten met een voor haar onbekende achternaam: Fortier.

Hoe moet je die naam eigenlijk uitspreken? wil een andere nazaat weten. Hij lijkt als twee druppels water op de omstreden dokter en vraagt zich af of alle dingen die hij van zichzelf niet begrijpt misschien tot deze onbekende ‘donor’ zijn te herleiden? Nannette en Sonia, de twee dochters die Fortier als alleenstaande man van in de vijftig adopteerde, zijn ondertussen nog altijd overtuigd van diens goede bedoelingen en nemen het voor hem op in deze wrange documentaire van Hannah Olson.

In het kielzog van Wendi Babst, die zich helemaal heeft vastgebeten in de affaire, belandt zij op het spoor van nog andere sinistere zaakjes van de dokter. Zodat deze Amerikaanse evenknie van de Nederlandse documentaire Het Zaad Van Karbaat, waarvan binnenkort een nieuwe driedelige variant in première gaat op het Sundance Film Festival, nog een venijnig kartelrandje krijgt.

Playing God

Hoeveel geld moet je neertellen voor een mensenleven? Dat verschilt nogal, eerlijk gezegd. ‘Als het een beurshandelaar of bankier is die op straat dood valt, dan moet je echt meer betalen dan bij een ober, soldaat, agent of brandweerman’, zegt Ken Feinberg nuchter in Playing God (98 min.). ‘Zo werkt het systeem nu eenmaal.’

De Amerikaanse advocaat weet waarover hij praat: Feinberg wordt met de regelmaat van de klok gevraagd om als arbiter op te treden als na een ramp, ongeluk of aanval de schade moet worden opgemaakt (en bedrijven of de overheid zelf mogelijke rechtszaken willen voorkomen). Na tragedies zoals de aanslagen van 11 september 2001, Orkaan Katrina en de Sandy Hook-school shooting was hij het die zich boog over de verzoeken van slachtoffers – of van lieden die een slaatje probeerden te slaan uit de situatie.

Dat vereist een olifantshuid. Eigenlijk kan een man als Kenneth R. Feinberg geen goed doen, er is altijd wel iemand die teleurgesteld is, z’n onmacht op hem richt of behoefte heeft om zijn woede te koelen. En geld – bloedgeld, zeggen sommigen – kan sowieso de onderliggende ellende nooit wegpoetsen. ‘Er zit geen enkel plezier in dat geld’, zegt Rosemary Cain, die een familielid verloor tijdens de aanslagen van 11 september. ‘Het is overladen met schuld.’

Deze interessante documentaire van de Duitse documentairemaakster Karin Jurschick behandelt de belangrijkste klussen en dilemma’s van Feinbergs werkzame leven, dat in de jaren tachtig een vlucht nam met een zaak van veteranen die compensatie wilden voor het gebruik van napalm tijdens de Vietnamoorlog, en zoekt daarbij ook de rafelranden op: is hij wel altijd zo onafhankelijk? Kan dat überhaupt in gevallen waarbij hij zelf is ingehuurd door een partij die de schade of het letsel heeft veroorzaakt?

Duidelijk is dat een levenlang salomonsoordelen vellen een wissel op je trekt. ‘Overdag zie ik het slechtste van de menselijke beschaving: dood, woede, frustratie, drama’, zegt Feinberg in de openingsscène, terwijl hij in het donker voor de televisie zit en weldadige klassieke muziek op zich laat inwerken. ‘In de nacht laaf ik me aan een concert of opera, het summum van menselijke beschaving: Wagner, Verdi, Beethoven, Brahms, Mahler.’

Intussen zwerft de camera over foto’s van Feinberg met allerlei Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders. Ieder voor zich moesten ze soms voor God spelen en de waarde van een mensenleven bepalen. Die prijs was, afhankelijk van het gezichtspunt van de betrokkene, altijd te hoog of te laag.

A Gift From God

VPRO

Was het een mislukte staatsgreep? Of toch een slinkse streek om de macht van de zittende regering verder te versterken? De halfbakken poging van het Turkse leger op 15 juli 2016 om president Recep Erdogan af te zetten roept ruim twee jaar na dato nog altijd talloze vragen op. Jørgen Lorentzen concludeert in de journalistieke documentaire A Gift From God (53 min.) dat de gebeurtenissen onderdeel waren van een schijncoup, of op zijn minst van een staatsgreepje waarmee Erdogan zijn voordeel meende te kunnen doen.

Tekenend is bijvoorbeeld een brief van openbaar aanklager Serdar Coskun, die de juridische basis vormde om binnen 24 uur na de coup duizenden mensen te arresteren. Dit document werd al om één uur ‘s nachts ondertekend, ontdekken Lorentzen en zijn partner Nefise Özkal Lorentzen, terwijl de staatsgreep nog in volle gang was. Het verwijst bovendien naar gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Zou de brief al geschreven zijn vóór de couppoging, vraagt de Noorse filmmaker zich af, zodat allang geplande aanhoudingen in gang konden worden gezet?

Lorentzen zet zijn betoog stevig in de verf, met een gedegen bronnenlijst: enkele kritische journalisten, Midden-Oosten deskundige Henri Barkey, de ouders van een gelynchte soldaat, gewone burgers die aangehouden die dreigden te worden aangehouden, (anonieme) bronnen vanuit het Turkse leger en Erdogans voormalige samenwerkingspartner Fethullah Gülen (die gaandeweg tot diens aartsvijand is gebombardeerd). Alleen Recep Erdogan zelf, die niet reageerde op een interviewaanvraag, en zijn pleitbezorgers ontbreken in deze gedegen journalistieke zoektocht naar de waarheid.

A Gift From God komt uiteindelijk tot een schrikbarende slotsom: na de mislukte couppoging werden honderden journalisten gearresteerd, talloze scholen gesloten en een heleboel wetenschappers, juristen en militairen ontslagen. Een half miljoen gewone Turken werden onderzocht, bijna honderdduizend daarvan daadwerkelijk gearresteerd. Dat klinkt verdacht veel als een politieke afrekening, die past bij een land dat in een dictatuur dreigt te veranderen en zich daarnaast lijkt af te wenden van de NATO, om het gezelschap van Vladimir Poetin op te zoeken. Geen héél opbeurende conclusie.

God’s Address

KEG2010002G

(Geert van Kesteren)

 

God in Jeruzalem heeft het er maar druk mee. Via briefjes die zijn gemaild of verzonden naar de Westelijke Muur, volgens de overlevering het centrum van de wereld waar direct contact tussen mens en God mogelijk is, krijgt hij talloze brieven: ‘Heer, bescherm mij en mijn familie en het bedrijf.’ ‘Heer, help me om de vrouw te zijn die ik wil zijn.’ En natuurlijk: ‘Heer, ik heb gezondigd.’

Mensen van allerlei slag wenden zich tot het opperwezen van hun keuze in God’s Address (54 min.), een filmische ontdekkingsreis door gelovig Jeruzalem, de Israëlische stad waar het jodendom, de islam en het christendom samen (moeten) leven. Drie geloven op één kussen, daar slaapt zéker de Duivel tussen. Want natuurlijk beschouwt iedere stroming zijn eigen eigen God ook als De Enige Ware.

De onverzoenlijke houding van sommige stadsbewoners wordt in deze beklemmende film verpersoonlijkt door twee ijzeren Heinige vrouwen uit Oost-Jeruzalem, een joodse en islamitische fundamentalist. Van vreedzame coëxistentie lijken zij nog nooit te hebben gehoord. Aangevuurd door hun extremistische politieke leiders zoeken ze voortdurend de confrontatie.

De filmmakers Noa Ben-Shalom en Geert van Kesteren laten daarnaast met grootse, meeslepende beelden zien hoe intens en massaal religie wordt beleefd in de bakermat van het Jodendom en het christendom, die tegenwoordig door zowel Israël als de Palestijnen wordt opgeëist. Geloven lijkt behalve een persoonlijke aangelegenheid vooral ook een collectief gebeuren, waarbij de verschillende religies zichzelf in vervoering brengen en daarnaast met elkaar in botsing komen.

De joodse archeoloog en historicus Israel Finkelstein, christelijke filoloog en theoloog Thomas Römer en Palestijnse politicoloog Mohammed Dajani Daoudi voorzien de soms bijna middeleeuwse taferelen in deze documentaire van (hun eigen) context en plaatsen deze binnen de lange historie van de heilige stad Jeruzalem, die al van oudsher heeft te kampen met religieuze spanningen.

God heeft het er maar druk mee.