Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

Y A-T-Il Un Dealer Dans L’Avion?

Netflix

‘De feiten in deze documentaire zijn nauwkeurig gecontroleerd’, waarschuwt de driedelige serie Y A-T-Il Un Dealer Dans L’Avion? (132 min.) bij aanvang. ‘Het is echter mogelijk dat sommige mensen niet de volledige waarheid vertellen.’ En dat vinden Olivier Bouchara en Jérôme Pierrat, de makers van deze kokette real life-misdaadkomedie, helemaal niet erg. Die dubbelheid kunnen ze naar hartenlust uitspelen, met rücksichtslos tegen elkaar weggesneden personen en volstrekt tegenstrijdige verklaringen, liefst in splitscreen.

Op 19 maart 2013 worden de vier inzittenden van een Franse privéjet, voor het oog van een camera van het antidrugsagentschap DNCD, aangehouden op het vliegveld Punta Cana in de Dominicaanse Republiek. Het is de piloten Bruno Odos en Pascal Fauret al snel duidelijk waarnaar de agenten op zoek zijn: ‘mucha drogas’. Uiteindelijk worden er 26 koffers aangetroffen in het vliegtuig, met in totaal bijna zevenhonderd kilo cocaïne. Ook de twee passagiers Nicolas Pisapia en Alain Castany, die als enige niet in deze productie participeert, weten natuurlijk van niks.

De kwestie komt bekend te staan als de zaak Air Cocaïne, waarbij ook de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy nog even betrokken raakt. Hij werpt alle beschuldigingen ver van zich. Sterker: dat doen alle verdachten. Niemand is schuldig! Of we ze maar op hun al dan niet blauwe ogen willen geloven. Bouchara en Pierrat geloven alvast he-le-maal niemand. Tenminste, als we dan weer afgaan op de montage van deze miniserie. Van vrijwel elke persoon wordt met kekke vormgeving, koddige muziek en pure ongein een (karikaturaal) personage gemaakt.

Zelfs de Franse onderzoeksrechter Christine Saunier-Ruellan, die de vier, ogenschijnlijk op heterdaad betrapte verdachten van grootschalige drugssmokkel eveneens in de peiling heeft gekregen, ontkomt niet aan spontane terzijdes, beeldgrapjes en ongepaste close-ups. Zij speelt het spel ook lekker mee. Met veelkleurige stiften onderstreept of omcirkelt de steile Française desgevraagd op enorme vellen papier de belangrijkste speerpunten of conclusies van haar onderzoek. En ook het standvastig in de camera blikken beheerst Saunier-Ruellan als weinig anderen.

Of ‘t moet het olijke driemanschap zijn, dat een onbezonnen bevrijdingsactie op het Caraïbische eiland op touw zet voor de twee piloten. Ze zijn ‘t over werkelijk niets eens: de klunzige luchtvaartveiligheidsspecialist (Christophe Naudin), mediageile Europarlementariër van het Front National (Ayméric Chauprade) en stronteigenwijze ex-militair die graag in het gezelschap van good old Jean-Marie Le Pen verkeert (Pierre Malinowski). Mengen ze zich in de zaak vanuit de pure goedertierenheid van hun hart of toch om de belangen van de georganiseerde misdaad te dienen?

Aldus ontspint zich in Y A-T-Il Un Dealer Dans L’Avion? een aardig spelletje Cops & Robbers, waarbij drugssmokkel wordt gereduceerd tot een vermakelijke schelmenstreek, volledig ontdaan van z’n ethische component of maatschappelijke schade. Waarna het aan advocaten, met lekker opzichtige kapsels of gezeten in een decor van koffers, is om de verdachten bij de rechter vrij te pleiten. Liefst allemaal.

Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius)

Disney+

Sly Stone maakte van zelfsabotage z’n tweede natuur. Hij verloor zichzelf gaandeweg volledig in dope, kwam bij optredens steeds vaker veel te laat (of helemaal niet) opdagen en zette daarmee al z’n persoonlijke en professionele relaties onder druk. Zo doofde een muzikale carrière, die hem als zwarte artiest naar de absolute wereldtop had gebracht, in een tijd waarin dat nog vrijwel zonder precedent was, langzaam maar zeker helemaal uit. Totdat Stone niet meer dan een schim was van de baanbrekende muzikant die hij eind jaren zestig, begin jaren zeventig was geweest – en helemaal uit beeld verdween.

Inmiddels is Stone al een kleine halve eeuw vrijwel onzichtbaar. Hij schijnt te zijn afgekickt, maar ontbreekt in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius) (110 min.) van Ahmir ‘Questlove’ Thompson, de drummer van de Amerikaanse hiphopband The Roots die zich steeds nadrukkelijker begint te manifesteren als maker van muziekdocu’s, getuige Summer Of Soul (…Or, When The Revolution Could Not Be Televised) (2021) en Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music (2025). Questlove was ook betrokken bij Stone’s autobiografie Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin), maar heeft hem blijkbaar niet weten te overtuigen (of aangespoord) om ook in deze film te verschijnen.

Die (non-)keuze zit de documentaire overigens helemaal niet weg. Juist door het ontbreken van de hoofdpersoon, die alom wordt beschouwd als een muzikaal genie, wint die aan mysterie. Een aandoenlijke opa, genoeglijk terugblikkend op zijn eigen roemruchte verleden, zou waarschijnlijk alleen maar afbreuk hebben gedaan aan de onmiskenbare brille van zijn vroegere zelf. Vanaf halverwege de jaren zestig zette Sylvester Stewart, alias Sly Stone, de muziekwereld namelijk helemaal op z’n kop met een multiraciale groep mannen en vrouwen, die erin slaagde om de voorheen gescheiden zwarte en witte muziekliefhebbers te verenigen: Sly & The Family Stone.

Van de oorspronkelijke groep participeren bassist Larry Graham, drummer Greg Errico en saxofonist Jerry Martini in deze swingende film. De andere leden, waaronder Sly zelf, leveren hun stukje van de puzzel via archiefinterviews. Zij worden terzijde gestaan door platenbaas Clive Davis en muzikale zielsverwanten en navolgers zoals George Clinton (Parliament/Funkadelic), Chaka Khan, Andre 3000 (Outkast), D’Angelo, Nile Rodgers, Jimmy Jam en Terry Lewis, Vernon Reid (Living Colour) en Q-Tip. En tegen het eind verschijnen ook Sly’s zoon zoon Sylvester Jr. en z’n dochters Novena en Phunne, het kind dat hij kreeg met Family Stone-trompettiste en zangeres Cynthia Robinson, ten tonele.

Questlove legt zijn hypothese rond zwarte genieën aan hen voor: hebben die ’t niet extra zwaar omdat ze de verantwoordelijkheid voor hun volledige gemeenschap met zich meetorsen? Zeker in een tijd waarin de verhoudingen tussen zwart en wit, als gevolg van de burgerrechtenstrijd, sowieso al onder druk staan, kan dit een nauwelijks te dragen last worden. De muziek van Sly & The Family Stone was zowel een uitdrukking van die turbulente tijd (There’s A Riot Going On) als een verzoenende reactie daarop (Everyday People). Daarmee wist de groep een mainstream-publiek voor zich te winnen, zoals bijvoorbeeld is te zien in een dampende performance in de Ed Sullivan Show.

De ommekeer wordt, in elk geval in deze typische popdocu, al ingezet tijdens het onbetwiste hoogtepunt uit de bandhistorie: het legendarische optreden tijdens het Woodstock-festival in 1969. Als Sly Stone niet alleen z’n gehoor ‘higher’ brengt en er vast geen idee van heeft dat zijn eigen tocht naar beneden al snel zal worden ingezet. Sly Lives! neemt de tijd om te laten zien hoe de ultieme wegbereider voor funk, de man die een blauwdruk leverde voor Prince en de essentiële inspiratiebron voor hiphop langzaam maar zeker verwerd tot een doorgesnoven karikatuur van zichzelf, die rücksichtslos werd voorbijgestreefd door al wat hij zelf in gang had gezet.

Questlove heeft tegen die tijd echter allang aangetoond hoe cruciaal Sly & The Family Stone waren als portaal naar een nieuwe inclusievere muziekwereld – en hoe geweldig hun performances, ruim een halve eeuw na dato, nog altijd klinken (en ogen).

Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami

Netflix

Het waren getapte jongens, Sal Magluta en Willy Falcon. In hun powerboats maakten ze in de jaren tachtig zo’n beetje onderling uit wie er met het Amerikaanse kampioenschap vandoor ging. En zoals dat gaat bij dit soort onweerstaanbare schelmen waren er in hun aanwezigheid altijd feestjes, mooie vrouwen en drugs. Cocaïne, om precies te zijn. Waar de twee Cubaanse Amerikanen dan weer zelf op grote schaal in handelden.

Als eerste generatie-immigranten hadden ze aan den lijve ondervonden wat armoe was, vertellen familie, vrienden en collega’s in de zesdelige serie Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami (272 min.). En dus kon je het Sal en Willy toch moeilijk verwijten dat ze gevoelig waren voor het snelle geld? Daarbij gedroegen ze zich overigens netjes, hoor: het olijke duo uit ‘The Sunshine State’ Florida hield zich altijd ver van geweld.

Tenminste, tótdat de grond hen echt te heet onder de voeten werd. Toen ze in de jaren negentig voor de rest van hun leven in de cel dreigden te verdwijnen, lieten hun advocaten in een juristen- en gevangenistijdschrift een lijst met potentiële getuigen van justitie publiceren. Die werden rücksichtslos uit de weg geruimd. It’s all in a day’s job for cocaine cowboy (die het appartement waar ze gingen feesten doodleuk ‘Scarface‘ noemden).

En regisseur Billy Corben laat alle ‘muchachos’, gangsterliefjes, consiglieres en domme krachten in deze pastiche op Miami Vice, The Sopranos en Narcos nu gewoon lekker leeglopen. Kritische kanttekeningen blijven achterwege. Hij voorziet hun sterke verhalen liever van kekke montagetrucs, popi humor en – natuurlijk – een overload aan latin-muziekjes, onderbroken door een enkele eighties-klassieker.

Want het moet natuurlijk wel leuk blijven, zo’n trip nostalgia door de gouden jaren van de cokebusiness. Gaandeweg krijgt Cocaine Cowboys een iets grimmiger karakter, als het politieonderzoek naar en de rechtszaken tegen de drugsbaronnen en hun trawanten de aandacht beginnen op te eisen. Deze gladde miniserie verzuimt echter om hun wereld écht bloot te leggen en blijft daardoor aan de, weliswaar best vermakelijke, oppervlakte steken.

Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy

Netflix

In het Amerika van de Republikeinse president Ronald Reagan (1981-1989) wordt de kloof tussen arm en rijk zienderogen groter en groter. Ze krijgen zelfs hun eigen drugs: een snuifje cocaïne voor elke getapte (witte) jongen met een dikke portemonnee. En de goedkope variant daarop: crack, rookbare coke voor (veelal zwarte) armoedzaaiers.

In de probleemwijken van grote steden ontstaat meteen een alternatieve economie rond dit verwoestende middel, dat gebruikers binnen enkele seconden superhigh maakt en hen al snel helemaal in zijn greep heeft. Het duurt niet lang of ‘straatkapitalisten’, verslaafden en (bad) cops maken het normale leven volstrekt onmogelijk.

Met (voormalige) gebruikers, dealers, dominees, politici, agenten, journalisten en historici begeeft deze documentaire van Stanley Nelson zich naar het hart van de crackepidemie in de jaren tachtig en negentig, als complete gemeenschappen volledig worden ontwricht en de crisis ondertussen uitgroeit tot een enorme mediahype. Met bijvoorbeeld broodje aap-verhalen over talloze ‘crackbaby’s’ tot gevolg.

Dat vraagt om draconische maatregelen. En die komen er dan ook: crackgebruik wordt grondig gecriminaliseerd. Het betekent de definitieve escalatie van de Amerikaanse ‘war on drugs’, die zich vooral op de lagere echelons van de bevolking richt. En zo komt de ‘mass incarceration’ van opmerkelijk genoeg vooral zwarte Amerikanen op gang, die nog altijd zijn sporen achterlaat in de hedendaagse maatschappij.

Dat maatschappelijke drama is al eerder opgetekend, maar wordt in Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy (89 min.) nog eens kundig gereconstrueerd, met grauw archiefmateriaal vanuit de frontlinie en een lekkere soundtrack met gekende raphits. Het sterkst wordt de film als oud-gebruikers en –dealers geëmotioneerd de rekening opmaken en bekijken wat al dat gebruik en gehossel hen op persoonlijk en sociaal vlak heeft gekost.

Terwijl het volgens Ronald en zijn vrouw Nancy Reagan toch allemaal zo simpel was: just say no.

Diego Maradona

Cineart

Het contrast kan niet groter: de man die in de beginscène van de film letterlijk is achtervolgd naar zijn grootse presentatie als nieuwe held van de Italiaanse voetbalclub SSC Napoli, verlaat de club en stad waar hij wordt vereerd als een God ruim twee uur later als een dief in de nacht. Zeven jaren (1984-1991) zijn ondertussen gepasseerd. Die periode, waarin hij eigenhandig van een provincieclub een internationale grootmacht maakte en zelf zowel volksheld als meest gehate man van het land werd, vormt het woest kloppende hart van deze puike documentaire.

Regisseur Asif Kapadia vermijdt in Diego Maradona (130 min.) zo de valkuilen van de traditionele sportbiografie, waarin eerst de jeugdjaren aan bod komen, daarna de successen van de held uitbundig worden gevierd en tot slot diens onvermijdelijke neergang zijn beslag krijgt. Sterker: Maradona’s voetballeven van vóór zijn Napolitaanse periode, dat hem nochtans langs Boca Juniors en FC Barcelona voerde, worden met enkele grove pennenstreken afgedaan. En ook de schertsfiguur die hij ná zijn carrière werd komt nauwelijks aan bod.

Kapadia concentreert zich vrijwel volledig op zijn tropenjaren in Zuid-Italië, waar Diego Maradona zichzelf vond en ook weer kwijtraakte. Zoals Johan Cruijff bij Barcelona de Catalanen hun zelfrespect teruggaf, bezorgde hij intussen Napels, het riool van Italië, en haar inwoners, de Afrikanen van Europa, geloof in zichzelf. Hij zou er een enorme prijs voor betalen. Aan de lokale tifosi, die hem gaandeweg helemaal verzwolgen, én aan de Camorra, de plaatselijke tak van Italië’s beruchte georganiseerde misdaad. De Giuliano-clan om precies te zijn. Zij voorzagen hem tevens van vrouwen en coke.

Diego komt gaandeweg steeds nadrukkelijker tegenover Maradona te staan. Het lievige jongetje uit een volksbuurt tegenover het larger than life-personage. Bij de één voelde je je thuis, vertelt zijn personal trainer Fernando Signorini. Die ander probeerde je te mijden als de pest. Samen met Diego’s zus, de vrouwen uit z’n leven, teamgenoot en volbloed-Napolitaan Ciro Ferrara, clubfunctionarissen, fans, sportjournalisten en Diego zelf (of is het toch Maradona?) plaatst hij het buitengewone verhaal van het Argentijnse straatschoffie in zijn context.

Net als in zijn eerdere films (Ayrton) Senna en Amy (Winehouse) laat Kapadia intussen de beelden het werk doen. Alle geïnterviewden blijven volledig off screen. Het prachtige archiefmateriaal dat de filmmaker heeft verzameld van zijn protagonist is bovendien daadkrachtig gemonteerd en met slicke muziek flink op temperatuur gebracht. De filmmaker bouwt er een enerverende vertelling mee, een tragisch exposé over een (bijna) fatale combinatie van talent, succes en roem.

In zekere zin geldt ook voor ‘Diego’ het aloude adagio: Napels zien en dan sterven… En ‘Maradona’ staat nu al ruim 25 jaar op zijn graf te dansen.

The Legend Of Cocaine Island

Netflix

‘Ken je het verschil tussen een sprookje uit het Noorden van het land en een sprookje hier uit het zuiden?’ vraagt Russell, een goedlachse bewoner van het dorpje Archer in de Amerikaanse staat Florida, bij aanvang van deze kostelijke documentaire. ‘Een noordelijk sprookje begint met: Once upon a time. En een zuidelijk sprookje met: Y’all ain’t gonna believe this shit!’

Voordat Russell daadwerkelijk aan zijn verhaal begint, heeft Theo Love, de maker van The Legend Of Cocaine Island (97 min.), echter nog een disclaimer: ‘We can’t confirm many details of this story.’ Tis maar dat u ’t weet. Waarna Russell nog eens goed op zijn praatstoel gaat zitten en begint te vertellen over zijn buurman Julian: ‘Zijn vrouw runde een schildpaddencentrum in Culebra. Julian liep op het strand op zoek naar schildpadnesten en zo begon het verhaal.’

In de zee bij Puerto Rico heeft de hippie Julian vijftien jaar eerder een tas gevonden, die maar liefst 32 kilo cocaïne bevat. ‘Dus iemand was een hoop geld kwijt.’ Julian weet volgens Russell niet wat hij ermee moet doen. ‘Uiteindelijk zei hij: verrek! Hij begroef het. En daar lag het voor meer dan tien, vijftien jaar.’ Totdat het verhaal dat al tijden rondgaat in Julians nieuwe woonplaats Archer een plaatselijke aannemer bereikt, ene Rodney Hyden.

En die lijkt zo te zijn weggelopen – als ik niet zoveel respect had voor de medemens, zou ik zeggen: weggewaggeld – uit een doldwaze film van Quentin Tarantino of Guy Ritchie. Over kleine kruimelaars die het grote geld ruiken en maar al te graag die verborgen schat willen gaan opgraven – al zijn ze in eerste instantie wel de schop vergeten. Dat klinkt als een karikaturale avonturenfilm en dat is het ook. Een true crime-comedy, met vette humor, kekke muziekjes en kolderieke verhaalwendingen.

En, natuurlijk, talloze larger than life-personages: de nét iets te goedgelovige antiheld Rodney, diens verwende vrouw Jamie, hun schalkse dochter Emily, de plaatselijke ‘stoner kid’ Andy die wel een extra zakcentje kan gebruiken, een kleine naamloze dealer die zich verschuilt achter zijn sjaal met een skelet erop én Carlos, de authentieke Latijns-Amerikaanse drugscrimineel die zo lijkt te zijn weggelopen uit Scarface. Voor een grijpstuiver zijn ze voor zowat alles te porren.

The Legend Of Cocaine Island is zo’n beetje de antithese van de gemiddelde documentaire, waarin een zwaarwegende maatschappelijke kwestie tot achter de komma wordt uitgediept. In deze baldadige film verbindt Theo – zou ’t een artiestennaam zijn? – Love op onnavolgbare wijze humor en elementen uit documentaire en speelfilm met elkaar. Het eindresultaat, waarin de hoofdpersonen met zichtbaar plezier hun eigen lotgevallen naspelen, fladdert vrolijk op en neer tussen waarheid, herinnering en broodje aap en hapt verdacht lekker weg.