Martin Margiela In His Own Words

Hij is en blijft een mysterie. Een man die geen interviews geeft en zich niet laat filmen of fotograferen. Het werk van Martin Margiela moet voor zichzelf spreken. Soms heeft hij spijt van die beslissing, zegt de Belgische modeontwerper in de documentaire Martin Margiela In His Own Words (90 min.), waarvoor hij dus tóch heeft ingestemd met een interview. ‘Het is moeilijk om naam te maken voor jezelf als men die niet kan verbinden met een gezicht.’

Herkenbaar in beeld wil Margiela nog steeds niet. Dat laat hij in deze stijlvolle film van regisseur Reiner Holzemer over aan mensen uit zijn directe (werk)omgeving of kenners zoals trendwatcher Li Edelkoort, collega Jean Paul Gaultier en filmmaakster/model Sandrine Dumas, die zijn eigen visie op z’n leven, carrière en collecties aanvullen en becommentariëren. ‘Mij bevalt het idee niet, om beroemd te zijn’ zegt hij nog. ‘Anonimiteit is waardevoller voor mij. Zijn zoals alle anderen, houdt me in balans.’

Een kwestie van zelfbehoud, zo lijkt het. Geen opzichtige poging tot mythevorming. Al wordt Margiela her en der wel degelijk ‘de Banksy van de modewereld’ genoemd. En dus zijn in dit gedegen (zelf)portret, waarvoor Holzemer nauwgezet de verschillende shows van de ontwerper doorloopt en de toonaangevende Belgische band dEUS de soundtrack verzorgde, alleen zijn handen in beeld. De werktuigen van een eigenzinnige en inventieve geest, die de internationale modewereld stormenderhand heeft veroverd.

En die in 2008 plotseling ander werk kregen, toen hij bij het twintigjarige jubileum van de Maison Martin Margiela in Parijs op 29 september 2008 plotsklaps besloot om per direct de modewereld te verlaten. Sinds die tijd mogen die handen schilderen en beeldhouwen en leidt de man die hun arbeid ongetwijfeld met een kritisch oog beziet écht een anoniem leven. ‘Ik vind het heerlijk om alleen te zijn, met niemand om me heen. Gewoon alleen zijn en doen wat ik leuk vind.’

Exit Through The Gift Shop

Zodra de geblinddoekte pop in het oranje pak helemaal naar wens staat, maakt guerrillakunstenaar Banksy zich uit de voeten. Thierry Guetta blijft achter. Met zijn cameraatje legt hij vast hoe bezoekers van Disneyland reageren op Banksys versie van een gevangene van de omstreden strafkolonie Guantanamo Bay, waar na elf september 2001 vermeende terroristen zonder enige vorm van proces werden vastgezet. Ook vanuit de achtbaan kunnen ze de provocerende pop goed zien. Even later wordt het ding stilgezet en krijgt Thierry de beveiliging op zijn dak. Banksy heeft het park dan al verlaten.

In het dagelijks leven heeft de van oorsprong Franse huisvader Thierry een winkel in vintagekleding in Los Angeles, maar hij heeft een prominente plek in Exit Through The Gift Shop (87 min.) gekregen vanwege zijn passie voor straatkunst. Als een bezetene begint hij met zijn camera prikkelende graffiti-artiesten zoals Invader, Shepard Fairey en Borf te volgen. Uiteindelijk kruist hij zo ook het pad van ’s werelds bekendste straatkunstenaar Banksy, een man die angstvallig zijn eigen anonimiteit bewaakt en altijd weer controverse uitlokt met de bommetjes die hij zomaar in het gewone leven dropt.

Wat een portret van een ontluikende cultuur had moeten worden, met een hoofdrol voor Banksy, ontspoort gaandeweg echter tot een verwrongen portret van Thierry Guetta zelf, die eerst vastloopt tijdens het maken van zijn film over straatkunst en daarna een alter ego als straatkunstenaar ontwikkelt, Mr. Brainwash, en op weg gaat naar zijn eerste expositie. Althans, dat is het verhaal dat Banksy ons in deze sprankelende film uit 2010 voorschotelt. Maar is het daarmee ook waar?

Banksy houdt vol van wel. Menigeen ziet in Exit Through The Gift Shop echter een onvervalste ‘mockumentary’, een speelfilm die zich consequent blijft voordoen als documentaire. Wat de conclusie ook luidt, de film maakt een dynamische subcultuur van binnenuit inzichtelijk, zoomt in op de meest tot de verbeelding sprekende representant ervan (die steevast onherkenbaar wordt gemaakt) en is bovendien een heel erg smakelijke film. Met een lekker vlot verteltempo, veel humor, smakelijke muziekjes en de Britse acteur Rhys Ifans als joyeuze verteller.

Of het nu een volbloed-documentaire of – en dat ligt er toch wel dik bovenop – een slim uitgewerkte hoax is, lijkt eigenlijk irrelevant. Deze Banksy-film steekt met sardonisch genoegen een middelvinger op naar de reguliere kunstwereld. Zoals we inmiddels zijn gewend van de gezichtsloze kunstenaar die alleen zijn eigen spelregels lijkt te accepteren.

The Man Who Stole Banksy

‘Het is alsof iemand een gouden Rolls Royce achterlaat op een parkeerplaats’, zegt kunstverzamelaar Robin Burton. ‘En als parkeerplaatseigenaar zie je dat die auto blijft staan. Een maand, een jaar… Op een gegeven moment word jij dan de eigenaar. Want Banksy kan hem niet komen claimen.’

Die ‘hit and run’-benadering typeert de werkwijze van Banksy, een man die als een soort kunstguerrilla ergens opduikt, een prikkelend graffitiwerk achterlaat en daarna weer spoorslags verdwijnt. Zijn identiteit wordt strikt geheim gehouden. En soms wordt hij ineens wereldnieuws, zoals toen onlangs zijn doek Girl With Balloon voor ruim een miljoen euro werd verkocht bij veilinghuis Sotheby’s. Waarna het zichzelf, met een ingebouwde versnipperaar, terstond vernietigde.

In 2007 maakte de anonieme kunstenaar in Bethlehem zes muurschilderingen, waaronder een Israëlische soldaat die de papieren van een ezel controleert. Probeerde hij daarmee de Israëlische behandeling van Palestijnen onder de aandacht te brengen of hij maakte hij, zoals sommige lokale bewoners denken, gewoon alle Palestijnen uit voor ezels? De graffiti zorgt in elk geval voor de nodige commotie.

Een taxichauffeur/amateurbodybuilder, bijgenaamd Walid The Beast, ziet vooral geld in Banksys werk, besluit de muurschildering uit te zagen en brengt hem samen met een plaatselijke scharrelaar stiekem op de markt. Waarna ‘de soldaat en de ezel’ al snel in het decadente westen belandt. Regisseur Marco Proserpio volgt het werk naar alle uithoeken van de internationale kunsthandel; van een ‘expositie’ in een luxueus Brits winkelcentrum tot de verplichte veiling ervan in Los Angeles.

Intussen stelt The Man Who Stole Banksy (93 min.) prangende vragen over de waarde van straatkunst en of die ook/vooral wordt bepaald door zijn maatschappelijke context. ‘Het is niet alleen verf op een muur’, benadrukt Vera Baboun, burgemeester van Bethlehem. ‘Het werk drukt onze kernwaarden uit.’ Met het ontvreemden van de muurschildering van Banksy, die zij overigens consequent Bansky noemt, is in haar ogen dus ook de Palestijnse zaak geweld aangedaan.

Anderen noemen het uitzagen van Banksys kunstwerk gewoon diefstal en maken zich in deze interessante film, waarin Iggy Pop als verteller fungeert, boos over de vercommercialisering van kunst. De Italiaanse straatkunstenaar Blu, die samen met Banksy in Bethlehem was, besluit zelfs om bijzonder drastische maatregelen te nemen, om te voorkomen dat ook zijn werk ergens in de wereld onder de hamer belandt.