Active Measures

Als er inderdaad vuur is waar je rook ziet, dan móet er zoiets als Russiagate bestaan. Verdachte omstandigheden genoeg. Het rechtssysteem in een functionerende democratie vraagt echter om sluitend bewijs. Totdat dit wordt geleverd, moeten we ervan uitgaan dat Donald Trump en veelbesproken (ex-)medewerkers als Paul Manafort, Michael Flynn en Carter Page onschuldig zijn.

Ook de documentaire Active Measures (110 min.) krijgt de zaak (natuurlijk) niet sluitend. Die taak ligt bij speciaal aanklager Robert Mueller. Deze scherpe film levert echter wel een overvloed aan secundair bewijs en plaatst de affaire bovendien in zijn geopolitieke context. Van een Rusland dat een conventionele oorlog met de eeuwige rivaal Amerika nooit kan winnen. En dus voert Poetin een verhulde (informatie)oorlog.

Regisseur Jack Bryan zoomt in op de zogenaamde ‘active measures’ die Rusland inzet om de positie van het Westen te verzwakken. Desinformatie bijvoorbeeld, in de vorm van fake news op de sociale media. Of het ondersteunen van extreme politici, zoals Farage en Le Pen, om de plaatselijke democratie te ondermijnen. Enter Donald Trump. En verwante begrippen als Brexit, Kompromat en Cambridge Analytica.

Active Measures, aangekleed met kekke en spannende muziekjes, is een pamfletterige film. De documentaire wil duidelijk een punt maken. Dat blijkt ook uit de indrukwekkende bronnenlijst: behalve een hele trits deskundigen en journalisten komen ook Hillary Clinton en andere prominente Democratische politici aan het woord. Van de Republikeinen meldt zich alleen de onlangs overleden senator John McCain, een bekende tegenstander van Trump.

Is Trump een speelbal van de Russische georganiseerde misdaad? Of (zonder dat hij het zelf weet) zelfs een Russische agent? The proof of the pudding is in the eating, zou je zeggen. In die zin houdt een sequentie van Trump-statements over de Russische betrokkenheid bij MH17, het geboortebewijs van Barack Obama en de toekomst van de NAVO behoorlijk huis. Alles wat hij zegt is bijna letterlijk een verwoording van de officiële beleidslijn van Rusland. Vuur? Of toch alleen rook? Zeg het maar.

The War Room

Janus Film

Het is een klassiek geworden scène: de hevig geëmotioneerde campagneleider James Carville spreekt op verkiezingsdag zijn troepen toe. Of Bill Clinton daadwerkelijk president wordt, weet hij dan nog niet. ‘Ik was 33 toen ik voor het eerst naar Washington en New York ging’, stamelt Carville. ‘42 toen ik mijn eerste campagne won. En ik ben dankbaar voor jullie allemaal. Jullie hebben deel uitgemaakt van iets bijzonders in mijn leven.’ Zijn mond trekt, tranen dringen zich op. Niet alleen bij hem. ‘En ik zal nooit vergeten wat jullie hebben gedaan. Bedankt!’

‘The Ragin’ cajun’ Carville en zijn rechterhand, glamourboy George Stephanopoulos, zijn de absolute helden van deze ultieme politieke campagnefilm van de direct cinema-pionier D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Hun baas Bill Clinton, die ze slim The Comeback Kid dubden, is hooguit een interessant bijpersonage. Als twee politieke generaals zetten Carville en Stephanopoulos de lijnen uit in The War Room (96 min.), zodat hun kandidaat in 1992 de Republikeinse president George Bush kan verslaan en straks zelf leider van de westerse wereld wordt.

Je zou deze presidentscampagne kunnen zien als het startpunt van de (verdere) verruwing van de Amerikaanse politiek, die uiteindelijk in het reality-tv presidentschap van Donald Trump heeft geresulteerd. Gebruikte gouverneur Clinton een condoom?, wil een journalist bijvoorbeeld weten tijdens de persconferentie van Gennifer Flowers, die claimt jarenlang een affaire te hebben gehad met de presidentskandidaat. Zo ongeveer tegelijkertijd lekt uit dat Bill Clinton in de Vietnam-jaren de dienstplicht zou hebben ontdoken.

Die verhalen zijn volgens James Carville, de vuilgebekte southerner die van zijn hart nooit een moordkuil maakt, allemaal ingestoken door de Republikeinse spin doctor Roger Ailes (die later Fox News zal oprichten en daarmee een jarenlange hetze gaat voeren tegen alles wat links of Democratisch is). Intussen onderhoudt de ‘straight talking’ Carville een relatie met Mary Matalin, de stekelige woordvoerdster van de door hem zo gehate Bush-campagne. Over twee geloven op één kussen gesproken.

Carville en Matalin zijn 25 jaar later nog altijd een koppel. Hun huwelijk heeft de presidentschappen van Clinton, Bush jr. en Obama overleefd. Deze klassieke campagnefilm, die met zijn ongeëvenaarde blik in de machinekamer van een presidentscampagne de standaard heeft gezet voor politieke documentaires, maakte van hen celebrities. Hetzelfde geldt voor de mediagenieke George Stephanopoulos. Hij is al jaren anchor van This Week, het zondagochtendprogramma van de Amerikaanse televisiezender ABC.

In 2008 maakten Hegedus en Pennebaker nog een soort terugblikdocumentaire, The Return Of The War Room, waarin alle hoofdpersonen worden bevraagd over de campagne van ‘92 en hun eigen rol daarin. Dat is geen heel bijzondere exercitie geworden. Op het web is er ook nauwelijks meer iets over te vinden.

Ruim dertig jaar later, in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2024, verscheen er bovendien nog een afzonderlijk portret van de hoofdpersoon van The War Room: Carville: Winning Is Everything, Stupid.

Reversing Roe

Netflix

Het is een even bekend als naargeestig beeld: een Amerikaans meisje probeert stilletjes een abortuskliniek binnen te glippen, maar wordt opgewacht door enkele luidruchtige demonstranten, die iets in de trant van ‘abortion is murder’ scanderen, borden over ‘America’s holocaust’ omhoog houden en de zwangere vrouw op intimiderende wijze tot een persoonlijk gesprek proberen te verleiden. In naam van de Heer willen ze haar overreden om haar keuze te herzien.

Intussen trekken hun representanten in politiek, kerk en advocatuur onversaagd ten strijde tegen Roe vs. Wade. Tijdens deze rechtszaak in 1973, aangespannen door een anoniem gebleven vrouw met de schuilnaam Jane Roe, werd in 1973 door het toenmalige hooggerechtshof het recht op abortus voor Amerikaanse vrouwen wettelijk vastgesteld. Tot afgrijzen van religieus rechts, dat in de navolgende decennia een genadeloze anti-abortusstrijd ontketende, slim geframed als ‘pro-life’.

Reversing Roe (99 min.) brengt die strijd op een genuanceerde manier in kaart; van de talloze pogingen om de balans in het Amerikaanse hooggerechtshof, de plek waar het gevecht uiteindelijk opnieuw moet worden uitgevochten, naar rechts te doen overhellen tot de talloze wetten en regelingen die op staatsniveau zijn ingevoerd. Zo wordt een vrouw die een abortus wil tegenwoordig in bepaalde staten verplicht om eerst naar een echo van de foetus in haar buik te kijken. Als ze het dan nog zeker weet…

Deze gedegen televisiedocumentaire van Ricki Stern en Anne Sundberglaat zowel pro-lifers als pro-choicers aan het woord en neemt de actuele stand van zaken op; terwijl president Trump met een nieuwe kandidaat het hooggerechtshof een ruk naar rechts probeert te laten maken, neemt het aantal abortusklinieken zienderogen af. In sommige staten is er nog maar één plek over waar vrouwen een abortus kunnen krijgen. Waardoor zij wellicht worden gedwongen om ervan af te zien – of om hun heil in het illegale circuit te gaan zoeken.

Abortus is een typisch ‘wedge issue’ in Amerika. Het zet zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum mensen aan tot actie. Een ideaal onderwerp voor documentaires dus. Zo portretteert Emmy-winnaar After Tiller bijvoorbeeld vier artsen die ‘late term abortions’ verrichten nadat hun collega, de abortusarts/’massamoordenaar’ George Tiller, is vermoord.

12th & Delaware van Rachel Grady en Heidi Ewing, die eerder de klassieker Jesus Camp afleverden, richt zich op een plek in Florida waar zowel een abortuskliniek als een ‘crisis pregnancy center’, waar vrouwen een abortus juist uit het hoofd wordt gepraat, is gevestigd.

En Trapped zoomt in op de abortusklinieken die ondanks de stringentere wet- en regelgeving open proberen te blijven.

The Oslo Diaries


Op 13 september 1993, 25 jaar geleden dus, werd er gedroomd over vrede in de Noorse hoofdstad Oslo. De Israëlische premier Yitzhak Rabinschudde op neutraal terrein de hand van zijn gezworen vijand Yasser Arafat, de leider van de Palestijnse vrijheidsbeweging/terroristische organisatie PLO. En er leek zowaar een reële kans op een permanent staakt het vuren in het explosieve hart van het Midden-Oosten.

Inmiddels weten we helaas wel beter. Ruim twee jaar later, in de turbulente dagen na het tweede Oslo-akkoord van 1995, zou de Joodse kolonist Yigal Amir, een fervente tegenstander van de akkoorden, de Israëlische leider vermoorden en daarmee ook de droom van vrede om zeep helpen. Anno 2018 kunnen we ons de wereld nog altijd nauwelijks voorstellen zonder het deprimerende Palestijns-Israëlische conflict, dat steeds weer opnieuw oplaait.

In The Oslo Diaries (97 min.) wordt de aanloop naar het vredesakkoord, waarbij er in het diepste geheim op het scherp van de snede is onderhandeld, gereconstrueerd met enkele direct betrokkenen. Daarbij putten de filmmakers Mor Loushy en Daniel Sivan ook veelvuldig uit dagboeken die enkele onderhandelaars hebben bijgehouden. Enkele cruciale scènes zijn bovendien gedramatiseerd met acteurs.

Behalve voor het grote politieke verhaal heeft deze boeiende documentaire ook aandacht voor de menselijke kant van het vredesproces; de onderhandelaars zijn elkaar gaandeweg als mens (of zelfs als vriend) gaan zien, in plaats van als gezichtsloze vijand. In hun hart, en dat van veel anderen, groeide intussen de hoop dat er wellicht tóch een uitweg was uit alle ellende. Uiteindelijk is die echter (nog) nooit gevonden.

De Achtste Dag


Er zit letterlijk geen enkele vrouw in de documentaire De Achtste Dag(92 min.). Alleen maar mannen. Gezamenlijk moesten die, op het moment dat de financiële crisis van 2008 ontbrandde, het bankroet van de Belgisch-Nederlandse systeembank Fortis zien te voorkomen. Een crisis die, zo zou je kunnen betogen, door typisch mannengedrag was veroorzaakt.

Ze kijken recht in de camera, de mannen die dat klusje toen klaarden. Ze dragen namen als Wouter Bos, Yves Leterme, Nout Wellink, Didier Reynders, Mervyn King en Jean Claude Trichet. En bekleedden officiële functies zoals premier, minister van financiën en president van de centrale Europese Bank. Tien jaar na dato leggen ze verantwoording af voor hun handelingen toen het water hen, en ons, aan de lippen stond.

Deze film van Yan Ting Yuen en Robert Kosters doet denken aan de documentaires van Brian Lapping, die geopolitieke gebeurtenissen reconstrueert met de hoofdrolspelers. Ook De Achtste Dag bestaat voor het leeuwendeel uit zitinterviews met politieke kopstukken, die smaakvol zijn aangekleed met archiefmateriaal en figuratieve beelden. De turbulente acht dagen in het najaar van 2008, waarin Nederland en België achter de schermen soms recht tegenover elkaar kwamen te staan, komen tot leven.

De acute crisis werd met het nodige kunst- en vliegwerk bezworen, maar het achterliggende gevaar is tien jaar later nog altijd niet verdwenen, zo constateren ze stuk voor stuk. Het haantjesgedrag dat de bancaire sector, en de financiële wereld in het algemeen, in de afgrond dreigde te storten, doet nog altijd opgeld. In die zin kan De Achtste Dag gerust als een waarschuwing worden opgevat. Zolang de machomores onaangetast blijft, lijkt elke vorm van regelgeving nog altijd kansloos.

John McCain: For Whom The Bells Toll


Zijn dagen waren al geteld toen deze documentaire werd gefilmd. De Republikeinse senator John McCain blijft niettemin strijdbaar tot zijn allerlaatste ademtocht. Zo kreeg partijgenoot Trump onlangs nog te horen dat hij wel mocht wegblijven bij McCains uitvaart. Niet veel later werd hij met gelijke munt terug betaald. Nadat McCain protesteerde tegen de benoeming van Gina Haspel als directeur van de CIA, omdat ze ooit verantwoordelijk zou zijn geweest voor martelingen, merkte een medewerkster van de president op: ‘He’s dying anyway’.

Het kan elk moment daadwerkelijk zover zijn: het einde van de ‘maverick’ John McCain, na een veelbewogen leven dat hem over de hoogste toppen en door de diepste dalen voerde. In John McCain: For Whom The Bells Toll (103 min.), een titel die verwijst naar zijn favoriete boek van Ernest Hemingway, leidt de hoofdpersoon zelf de kijker, zonder al te veel schroom of voorbehoud, door de ruim tachtig tropenjaren van zijn leven. Hij laat daarbij ook zijn flaters niet onbenoemd, zoals bijvoorbeeld zijn betrokkenheid bij het financiële schandaal rond de zogenaamde Keating Five, het feit dat hij het gebruik van de vlag van de Geconfedereerden vergoelijkte tijdens de presidentscampagne van 2000 en zijn selectie van Sarah Palin als vice-presidentskandidaat tijdens zijn campagne in 2008.

Na al die jaren overheersen echter ‘s mans verrichtingen: zijn positie als onafhankelijke stem binnen de Republikeinse partij. McCain was afgelopen week bijvoorbeeld zo’n beetje de eerste partijgenoot die keihard afstand nam van Trumps statements na de top met Poetin. Een ronduit heroïsche periode als krijgsgevangene in Vietnam heeft ervoor gezorgd dat zijn patriottisme nooit ter discussie kan worden gesteld. Als zoon van een opperbevelhebber van het Amerikaanse leger en kleinzoon van een andere admiraal weigerde hij een voorkeursbehandeling en vervroegde vrijlating. Hij zou uiteindelijk ruim 5,5 jaar gevangen worden gehouden, waarvan ruim twee jaar in eenzame opsluiting. Donald Trump, die zelf vanwege hielspoor nooit in militaire dienst is geweest, merkte na weer een meningsverschil met de eigenzinnige McCain eens op dat hij de voorkeur gaf aan mannen die zich niet gevangen laten nemen.

McCains periode in het Hanoi Hilton, die hem levenslange fysieke klachten bezorgde, heeft desondanks een prominente plek gekregen in zijn politieke biografie – en dus ook in deze oerdegelijke, uiteindelijk positief geframede film van Peter W. Kunhardt die lijkt te zijn bedoeld als een soort testament. In het traditioneel opgezette portret komen zowel politieke vrienden van beide partijen (zoals Bill en Hillary Clinton, George W. Bush, Barack Obama, Henry Kissinger en Joe Biden) als zijn kinderen en beide echtgenotes aan het woord, waarbij ook zijn pijnlijke echtscheiding gewoon aan de orde komt. Het past bij de ‘straight talking’ politicus McCain, een onafhankelijke geest die meestal zonder meel in de mond sprak. Deze politieke biografie doet hem zeker recht.

De Rode Ziel

VPRO

‘Pas op, nou gaan ze ons provoceren’, zegt één van de vrouwen in de openingsscène van De Rode Ziel (60 min.) voordat het interview van start gaat. ‘Waarom bent u vandaag hier?’ wil de vragenstelster weten. ‘Vandaag is de verjaardag van Jozef Stalin.’ Volgende vraag: wat Stalin voor hen betekent? ‘Stalin betekent voor ons alles: de zege in de oorlog. Socialistische democratie. Echte democratie. Het is de Sovjettijd. Het is onze industrie, het is onze…’ ‘De verovering van de kosmos’, vult een andere vrouw aan. ‘De eerste mens in de ruimte.’

Regisseur Jessica Gorter, die eerder de indringende documentaire 900 Dagen maakte over het gruwelijke beleg van Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog, geeft zulke gezworen Stalinisten ruim baan in haar film over De Grote Leider. Ze wil hen echt begrijpen. Tegelijkertijd laat ze ook slachtoffers van Stalins Grote Terreur aan het woord. Bij hen ontmoet ze al evenveel wantrouwen. ‘Zeg eens, waar heb je dit voor nodig’, wil één van de twee bejaarde zussen weten, die zojuist heeft verteld wie hun moeder, die tien jaar in één van Stalins werkkampen zat, heeft verraden.

Jozef Stalin werd vorig jaar in eigen land gekozen tot grootste figuur aller tijden. Veel Russen willen tegenwoordig geen kwaad woord horen over de man die van 1928 tot en met 1953 aan de macht was en in die periode ongelofelijke aantallen Russen naar het front of de Goelags stuurde. ‘Onder Stalin zaten we hier niet’, zegt onderzoeker Anatoli Razoemov tijdens een gesprek over de herwaardering van de Sovet-leider in een talkshow op televisie. ‘Na zo’n gesprek zou het slecht met ons aflopen.’

‘In die kampen zaten politieke vijanden van staat en volk’, werpt Michael Mashkovtsez, vertegenwoordiger van de Russische Communisten, tegen. ‘Doordat die zijn vrijgekomen, is ons land in 1990 verwoest.’ Daarmee zijn de stellingen betrokken in deze overtuigende film, die verder vooral gewone Russen aan het woord laat; mensen die ruim een halve eeuw na dato nog altijd zoeken naar bewijsstukken van Stalins schrikbewind tegenover anderen die ongegeneerd terugverlangen naar die goeie ouwe Sovjet-Unie.

Vooral die laatste groep is herkenbaar en doet bijvoorbeeld denken aan Brexiteers die dromen van een nieuwe glorieperiode van het Verenigd Koninkrijk – of aan Nederlanders die blijven zweren bij de knusse jaren vijftig. Mensen die de zekerheden van hun leven zagen verdwijnen en nu mijmeren over het almachtige Rusland, waaraan ook de huidige Grote Leider maar al te graag appelleert. Rusland is niet klaar voor democratie, stelt de schrijver Joeri Pavlovitsj Vjazemski. Het heeft behoefte aan een alleenheerser: de ‘monarch’ Vladimir Poetin. Deze krachtige documentaire dringt diep door in De (bloed)rode Ziel.

De Rode Ziel kan worden beschouwd als een soort zusterfilm van Liefde Is Aardappelen, een gevoelige egodocumentaire waarin de Nederlandse filmmaakster Aliona van der Horst het verhaal van haar Russische familie probeert te ontrafelen.

Liberation Day


Deze week moet de met veel bombarie aangekondigde top tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvinden. Een mooie gelegenheid om deze vermakelijke documentaire over het bezoek van Laibach, een belangrijke inspiratiebron voor de spraakmakende tanzmetalband Rammmstein, als eerste westerse rockband aan Noord-Korea te vertonen, dacht de VPRO. Ook al kan die top alsnog met veel bombarie worden afgeblazen – zoals al eerder gebeurde. Met King Don en King Kim weet je het nooit.

De tournee van de doorgewinterde provocateurs uit Slovenië door de verknipte communistische heilstaat kon enkele jaren geleden in elk geval gewoon doorgaan. Blijkbaar hadden beide partijen daarbij genoeg te winnen. De keuze van Kim Jong-un om juist Laibach, een band die veelvuldig gebruik maakt van militaristische symboliek en nooit vies is van controverse, toegang te verlenen is opmerkelijk. Wilde Kim zichzelf nog eens ongegeneerd bewonderen in de spiegel? Of hield de band hem (ongemerkt) gewoon een lachspiegel voor?

‘All art is subject to political manipulation except that which speaks the language of the same manipulation’, stelt Laibach zelf in het leidmotief voor Liberation Day (58 min.). Regisseur Morten Traavik organiseerde al eerder culturele projecten in Noord-Korea, had tijdens de toer de leiding over de Laibach-delegatie en speelt nu de hoofdrol in zijn eigen film. Met straffe hand probeert hij de afstand tussen band en land te overbruggen; de culturele misverstanden, continu opspelende technische perikelen en op de achtergrond altijd aanwezige censuur.

Bij Laibachs met veel bravoure geëtaleerde wansmaak (of is het gewoon kunst?) krijgt ook een op de vrijheid van meningsuiting gestelde Nederlander soms de neiging om de culturele politie te laten uitrukken, maar als het dan daadwerkelijk gebeurt is het toch even schrikken. De band zelf lijkt zich er van tevoren al mee te hebben verzoend dat er water bij de wijn moet worden gedaan. Dit proces, waarbij de film zowel bij land als band achter de facade komt, is alleraardigst om te zien. Het levert Laibach, net als in Noord-Korea, beschaafd applaus op.

The Fourth Estate


‘Wow, what a story!’ Hoofdredacteur Dean Baquet staart op de redactievloer van The New York Times voor zich uit. Hij kan het nog altijd niet geloven. Op het televisiescherm is de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te zien. ‘What a fucking story.’ Enkele seconden later heeft Baquet zichzelf herpakt: ‘Okay, let’s go!’

Die no-nonsense woorden vormen het startsein voor één van de spannendste en succesvolste jaren in de historie van ‘The Failing New York Times (aldus diezelfde Trump) én de vierdelige documentaireserie die Liz Garbus daarover maakte. The Fourth Estate zet de deuren van de redactieruimte wijd open. In deel 1 The First 100 Days (87 min.) coveren redacteuren en verslaggevers bijvoorbeeld de benoeming van een nieuwe rechter in het Hooggerechtshof, de MeToo-beschuldigingen tegen Fox News-boegbeeld Bill O’Reilly en – natuurlijk – het veelbesproken Rusland-onderzoek.

The New York Times (slogan: the truth is more important now than ever) moet door concurrentie van Facebook en Google intussen continu zijn verdienmodel aanpassen en is bovendien in een voortdurende concurrentieslag verwikkeld met The Washington Post (slogan: democracy dies in darkness). De twee kranten richten zich met hernieuwde kracht op hun journalistieke kerntaak: het controleren van de macht. Intussen blijft de nieuwe president hen, bedoeld en onbedoeld, van nieuwsverhalen voorzien en bombardeert hij de Amerikaanse pers en passant tot ‘the enemy of the people’.

De serie belicht enkele van die vijanden in het bijzonder. Levende voorbeelden van journalistiek als een full life-job die nooit, werkelijk nooit, ophoudt. Behalve voor hoofdredacteur Baquet en Washington-chef Elisabeth Bumiller geldt dat bijvoorbeeld ook voor Maggie Haberman, de correspondent voor het Witte Huis. Ze volgt Trump al sinds jaar en dag, maar had net als de rest van Amerika niet verwacht dat hij president zou worden. Na de campagne zou ze weer meer thuis zijn, had ze haar kinderen beloofd. Nu maakt ze permanent overuren en zit ze tussen de opnames voor de podcast The Daily door met thuis te facetimen.

Enige tijd later, als pogingen van de Republikeinen om de zorgwet Obamacare te ontmantelen zijn gestrand, krijgt ze op de redactie telefoon van de president zelf. Hij probeert de publicitaire schade te beperken, maar blijft amicaal en relaxt. Het ligt, natuurlijk, aan de Democraten. Na het ontspannen belletje moet Haberman, die ook vaak de gebeten (bloed)hond is bij Trump, linea recta door naar de studio van CNN om duiding te geven. ‘Ik ben zo moe’, verzucht ze in de taxi terug. ‘Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen.’

Zulke kleine menselijke scènes houden dit grootse verhaal over de staat van de Amerikaanse democratie, en de rol van de journalistiek daarin, in balans. Het geheel wordt op smaak en temperatuur gebracht door de meeslepende muziek van Trent Reznor (Nine Inch Nails) en Atticus Ross. Zij gaven eerder de epische serie The Vietnam War een flinke boost en zorgen nu voor een voortdurend gevoel van urgentie in The Fourth Estate. De traditionele journalistiek doet er (weer) toe, zo wil de serie maar zeggen. Ook al wordt die door Trump en de zijnen regelmatig afgedaan als ‘fake news’.

Al die belletjes, het gezoek, de interviews, dat eindeloze overleg en het gesleutel op de vierkante millimeter aan woorden en zinnen mondt uiteindelijk uit in een symbolische actie: het demonstratief klikken op de blauwe Publish-knop. Waarmee al dat monnikenwerk met een dramatisch gebaar richting krant, website en sociale media, en daarmee de rest van de wereld, wordt ingestuurd. Zo bezien is The Fourth Estate niets minder dan een ode aan vrije media.

Als een soort epiloog verscheen onlangs The Family Business: Trump And Taxes (23 min.) van Jenny Carchman, waarin is te zien hoe drie journalisten van The Times in het financiële verleden van Donald Trump en zijn vader Fred duiken. Op die manier ontkrachten ze de door Trump zelf in het leven geroepen mythe dat hij zijn bedrijf startte met een lening van ‘slechts’ 1 miljoen dollar bij zijn vader, een lening die hij bovendien met een flinke rente moest terugbetalen.

House Of Saud: A Family At War


Deze driedelige documentaireserie over Saudi-Arabië start enkele duizenden kilometers verderop: in Sarajevo, waar de grootste moskee van Bosnië en Herzegovina, die een radicale variant van de islam predikt, net als diverse Nederlandse moskees blijkt te zijn gefinancierd met Saudisch geld. Halverwege de jaren negentig was het Arabische regime ook al actief in het voormalige Joegoslavië, toen Bosnische moslims en Servische christenen elkaar naar het leven stonden in een bloedige burgeroorlog.

De betrokkenheid van de Saudi’s bij de interne aangelegenheden van een Europees land tekenen de internationale ambities van het regime, dat ook in verband gebracht met Osama Bin Laden’s al-Qaida, verantwoordelijk voor de aanslagen op elf september, en de gruwelen van Islamitische Staat. House Of Saud: A Family At War (174 min.) onderzoekt de rol van de koninklijke familie van Saudi-Arabië als grootfinancier van extremistisch geweld en hoe het kan dat die niet ten koste is gegaan van de internationale positie van het land.

Welke rol speelt olie daarin? En smeergeld? En is er met kroonprins Mohammed bin Salman wellicht een kentering op komst? Deze gedegen journalistieke documentaireserie probeert met politici, deskundigen, critici en vertegenwoordigers van het Saudische bewind antwoorden te formuleren en neemt intussen bij direct betrokkenen en slachtoffers de schade op van terroristische acties die door de Saudi’s zouden zijn ondersteund, zoals de aanslag in het Taj Mahal-hotel in Mumbai, het steeds weer de kop opstekende Taliban-bewind en de voortdurende strijd in Syrië.

En dan is er natuurlijk ook nog de aanzienlijke hoeveelheid boter op het hoofd van westerse leiders en bedrijven, die het Saudische regime misschien verafschuwen, maar altijd bereid blijken te zijn om er tóch geld aan te verdienen. Zo belandt de BBC-productie House Of Saudbijvoorbeeld in Amsterdam, waar het Nederlandse bouwbedrijf Ballast Nedam ettelijke honderden miljoenen naar een sowieso al puissant rijk lid van de Saudische koninklijke familie zou hebben overgemaakt om een lucratieve deal binnen te halen.

De Saudische leiders, die doorgaans wel raad weten met afwijkende meningen en zich schuldig zouden maken aan massale surveillance van de eigen burgers en propaganda via sociale media, wilden naar verluidt niet reageren op de bevindingen in deze interessante en op dit momentbijzonder actuele serie, die op drie opeenvolgende dinsdagen wordt uitgezonden op NPO2. De filmmakers kregen, volgens een verklaring aan het eind van elke aflevering, ook geen toestemming om te filmen in het Saudische koninkrijk.

Bobby Kennedy For President

Netflix

Een dramatischer gegeven is, zeker achteraf bezien, nauwelijks voorstelbaar. 4 April 1968. De Democratische presidentskandidaat Robert Kennedy moet zijn gehoor tijdens een campagnebijeenkomst in Indianapolis vertellen dat enkele uren eerder de burgerrechtenleider Martin Luther King is vermoord. Het wordt zijn beste speech. Al improviserend weet Bobby enkele troostende woorden van de Griekse dichter Aeschylus te vinden, die een halve eeuw nog altijd nazinderen. Ook omdat de gedoodverfde Amerikaanse president zelf slechts twee maanden later, op de fatale woensdag 5 juni, eveneens ten prooi zal vallen aan een eenzame schutter. En als klap op de vuurpijl wordt de omstreden Republikein Richard Nixon, een aartsvijand van de Kennedys, president van de Verenigde Staten.

Vijftig jaar na dato belicht de documentaireserie Bobby Kennedy For President (246 min.) de derde zoon van de politieke dynastie die vader Joe Kennedy probeerde te stichten. De eerste, Joe Junior, had president moeten worden, maar sneuvelde in de Tweede Wereldoorlog. Nummer twee, John, werd daadwerkelijk president, maar stierf op 22 november 1963 bij een aanslag door de ultieme ‘lone gunman’ Lee Harvey Oswald (of was ook hij niet meer dan een zondebok voor een uitgebreide samenzwering, de verdenking die boven zo’n beetje alle politieke moorden van de sixties hangt?). Zoon vier tenslotte, Edward, vergooide zijn kansen op dat presidentschap met een geruchtmakend ongeluk, waarbij een onbekende vrouw de dood vond, en moest zich tevreden stellen met een heldenrol als linkse leeuw in de Amerikaanse senaat.

En Robert F. Kennedy, kortweg RFK, zou dus ook geen president worden. Regisseur Dawn Porter concentreert zich in deze serie volledig op diens politieke carrière en brengt zijn transformatie van rijkeluiszoontje, dat als jong strebertje begon bij de foute communistenjager Joe McCarthy en later minister van justitie werd onder zijn broer John, naar sociaal bewogen icoon van Links Amerika overtuigend in kaart. Bobby was vóór de armen en tégen Vietnam, zogezegd. Porter laat vooral het overvloedige archiefmateriaal spreken en lardeert dat met quotes van bronnen als burgerrechtenactivist John Lewis, zanger Harry Belafonte, vakbondsvrouw Dolores Huerta en een handvol persoonlijke medewerkers van Kennedy. Stuk voor stuk zijn ze de hoofdpersoon nog altijd goedgezind, waardoor dit portret soms de contouren van een hagiografie krijgt.

Intussen blijft de gewone Bobby (telg van een hyperambitieuze familie, broer van een vermoorde president en vader van maar liefst elf kinderen) grotendeels buiten beeld. Ook omdat er geen directe familieleden participeren in deze serie. In deel 1, dat eindigt met de uitvaart van JFK, schetst Porter de aanloop naar Kennedys loopbaan als zelfstandige politieke kandidaat, die in de navolgende twee afleveringen wordt uitgediept. Culminerend in zijn overwinningsspeech bij de voorverkiezingen in Californië, waarna hij onder vuur wordt genomen door een eenzaat met een geweer en op 42-jarige leeftijd al Bobbys dromen definitief vervliegen. De afsluitende episode richt zich tenslotte op het proces tegen RFK’s eenzame schutter Sirhan Sirhan, waarbij ook diens broer Munir aan het woord komt, en maakt de balans op van Kennedys veelbewogen leven, dat getuige deze doortimmerde serie nog altijd veel emoties losmaakt.

Een veel persoonlijker perspectief op Robert Kennedy en vooral zijn echtgenote is te zien in het aangrijpende Ethel uit 2012, een film van de jongste dochter van Bobby en Ethel, Rory Kennedy, die bijna een half jaar na zijn dood werd geboren.

De documentaire RFK Must Die: The Assassination Of Robert Kennedy uit 2007 richt zich op moordenaar Sirhan Sirhan en het mogelijke complot waarbij hij betrokken zou zijn geweest.

Trump: An American Dream

Netflix

Is er iets óver, ván of mét Donald Trump te bedenken wat we nog niet weten (en wat we dan ook nog zouden wíllen weten)? Of is onze honger om alles te vernemen over de Amerikaanse president werkelijk niet te stillen? De vierdelige documentaireserie Trump: An American Dream(221 min.) zoekt het in elk geval niet in nieuwe schandalen of pijnlijke onthullingen, maar probeert via zijn publieke leven de man achter de (zelf gecreëerde) mythe te vinden en schetst intussen een portret van het hedendaagse Amerika.

Niet op de hap-slik-weg manier, waarbij boude statements, scherpe veroordelingen of overtrokken  loftuitingen elkaar afwisselen – op zijn Trumps, zeg maar. Maar gedegen, afgewogen en genuanceerd. Daarvoor gaat de serie van Barnaby Peel terug naar de jaren zeventig. Naar de beginnende ondernemer Donald J. Trump, een jonge hond die zijn succesvolle vader Fred naar de kroon wil steken. Een cocky mannetje, dat zeker, maar bepaald niet het karikaturale personage dat veertig jaar later president van de Verenigde Staten zal worden.

Trump: An American Dream belicht met een zorgvuldige mixture van treffend archiefmateriaal en interviews met intimi, medewerkers, journalisten en opponenten achtereenvolgens zijn vastgoedcarrière in New York, de casino’s in Atlantic City die hem aan de rand van de financiële afgrond brachten, zijn celebrity-huwelijken met de bijbehorende publieke crises en de politieke carrière die hem het presidentschap bracht. Ergens onderweg heeft hij elke reserve laten varen; de ambitieuze entrepeneur transformeert voor je ogen in zowat de verpersoonlijking van reality-tv. Van snelle jongen naar boze witte man, zogezegd.

Rest de vraag: waarom? Had hij al die bravado, zelffelicitatie en blufpoker nodig, zo vraagt deze Britse docuserie zich af, om uit de schaduw van Fred Trump te kunnen springen? En welke rol speelde de rücksichtslose advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de beruchte Amerikaanse communistenjager Joe McCarthy, in dat proces? Voor Cohn, die de jonge Donald onder zijn hoede nam, telde werkelijk maar één ding: winnen. Ten koste van alles en iedereen. Graag zelfs. En als een ander toevallig eens won, dan betekende dat indirect verlies voor jou en moest diens kop er dus af. Liefst in het openbaar.

Die eenvoudige logica lijkt Trump ook als politicus te typeren. Trump: An American Dream hamert dat er niet in. Het vierluik doet het bijvoorbeeld zonder voice-over en laat de beelden, getuigen en The Donald zelf voor zichzelf spreken. En zo kom je tot nieuwe inzichten – de gelijkenissen tussen de politieke carrières van Trump en worstelaar Jesse Venturabijvoorbeeld – en stuit je zelfs nog op nieuwe weetjes over de vleesgeworden mediahype. Dat zijn favoriete film de Orson Welles-klassieker Citizen Kane is, bijvoorbeeld. Over een tycoon die alleen en verbitterd eindigt. Waarbij Trump, de man die toch zo opzichtig zweert bij uiterlijk vertoon, vreemd genoeg constateert dat geld niet gelukkig maakt en je zelfs van de rest van de wereld kan isoleren.

Als bijsluiter voor deze uitstekende serie adviseer ik de documentaire Get Me Roger Stone van Morgan Pehme, eveneens te zien op Netflix. Deze kostelijke film over de schmutzige rechterhand van Donald Trump is zowel schokkend als grappig en geeft nog meer inzicht in het fenomeen The Donald.

OnsBelang

AVROTROS

In de aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen weerklinkt steevast kritiek op de nationale media en politici, die lokale verkiezingen altijd weer laten overschaduwen door landelijke thema’s. Dit jaar is het niet anders. Het blijft ook verduiveld lastig: hoe maak je plaatselijke onderwerpen toegankelijk én interessant voor mensen uit andere delen van het land? De driedelige documentaireserie OnsBelang (105 min.) van Simone Timmer en Sander ‘t Sas, die afgelopen donderdag is gestart op NPO2, waagt een serieuze poging en slaagt wonderwel.

Dat heeft alles te maken met de insteek en vorm die de filmmakers kiezen. Ze richten zich volledig op vertegenwoordigers van lokale partijen, mensen die met hun poten in de politieke modder staan, en leggen daarbij voortdurend de verbinding tussen hun persoonlijke leven en de politieke thema’s waarmee zij zich bezighouden. Zo maakt boer Wim van der Zanden van BALANS Boxtel, die voor zijn inwonende dementerende vader moet zorgen, zich bijvoorbeeld druk om het geld dat zijn gemeente besteedt aan mantelzorg. Je voelt zijn persoonlijke motivatie en betrokkenheid bij het onderwerp.

Kees Dijkstra, de no-nonsense conciërge van een middelbare school, is voor het eerst kandidaat voor de gemeenteraad en hoopt dat hij als vertegenwoordiger van de plaatselijke partij LEF! de raadsvergaderingen in Emmen wat minder saai en ambtelijk kan maken. Voor oudgediende Martin Stoelinga, het prototype man met snor, zou het wel eens de laatste keer kunnen zijn dat hij campagne gaat voeren. De lijsttrekker van Onafhankelijk Delft heeft kanker. Kunnen die verkiezingsposters over dat het met hen wel snor zit dan nog wel? Toch blijven Stoelinga en zijn mederaadslid Jolanda Gaal onvermoeibaar opkomen voor de belangen van hun achterban. ‘Ze noemen ons ook wel eens gekscherend de Tegenpartij’, zeggen ze in het platte Haags waarvan ook menig Van Kooten en de Bie-typetje zich bediende. ‘Want wij zijn vaak tegen.’

Ook landelijke thema’s sijpelen natuurlijk door naar de uithoeken van Nederland. In Naaldwijk bestaat bijvoorbeeld nog een lokale afdeling van de Lijst Pim Fortuyn en die maakt zich druk om asielzoekers. Statushouders, in vaktaal. Dat klinkt misschien rechts, maar is volgens Dave van der Meer, lijsttrekker van LPF Westland, gewoon realistisch. ‘Je mag ook best eens voor je eigen mensen kiezen.’ Trots ontvangt de bloemenhandelaar Forum Voor Democratie-kopstuk Theo Hiddema. Bij de LPR in Roermond hebben ze hun eigen landelijk bekende celebrity: voormalig VVD-wethouder Jos van Rey. Hoewel die werd veroordeeld vanwege corruptie. blijft fractievoorzitter Dré Peters, volgens eigen zeggen een echte straatvechter, echter vierkant achter hem staan. Intussen verzuren en verharden de verhoudingen in het Roermondse gemeentehuis zienderogen.

Via lokale situaties en onderwerpen maakt OnsBelang zo de balans op in Politiek Nederland, een land waar anno 2018 betrokkenheid, goede bedoelingen en idealen nog altijd voortdurend de strijd aangaan met cliëntelisme, bureaucratie en opportunisme. En hoewel de serie zich vooral richt op politici van oppositiepartijen, die soms een behoorlijk hoog beste-stuurlui-aan-wal gehalte hebben, blijven Timmer en ’t Sas weg van ironie en effectbejag. Het chic ogende drieluik doet soms zelfs een beetje denken aan Schuldig, een documentaireserie die er eveneens in slaagde om belangrijke maatschappelijke thema’s terug te brengen tot menselijke proporties.

Golden Dawn Girls

VPRO

Volgens eigen zeggen zijn ze gewoon nationalistisch. Beslist geen neo-nazi’s. Ze zijn toch niet Duits? De Grieken hebben juist gevochten tegen Hitler!

Het is alsof ze de vragen van filmmaker Havard Bustnes niet (willen) begrijpen, de vrouwen van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad. Ze werpen elke vergelijking met het Derde Rijk ver van zich. Ze zijn sociaal-nationalist. Geen nationaal-socialist. Ook al heeft een van de partijprominenten toevallig een ‘Sieg Heil’-tatoeage laten zetten. Die vond hij gewoon mooi en heeft verder helemaal niets met Hitler te maken.

Waarom de vrouwen wilden meewerken aan de documentaire Golden Dawn Girls (92 min.)? Om te laten zien dat ze gewone, normale mensen zijn. Die hun kinderen de universele waarde van liefde leren én die hen, letterlijk, wapenen tegen invloeden van buitenaf, mensen met een ander ras of andere huidskleur bijvoorbeeld. Dat dan weer wel.

Via de vrouwen – waaronder Ourania, de dochter van partijleider Nikos Michaloliakos – probeert Bustnes door te dringen tot het zwarte hart van Gouden Dageraad, dat zichzelf beschouwt als ‘het verzet’ in een vuile oorlog tegen oprukkende buitenlanders. En als hun mannen achter slot en grendel (dreigen te) verdwijnen, treden zij zelf op de voorgrond, strevend naar een klinkende verkiezingsoverwinning.

Golden Dawn Girls had soms wat meer vaart kunnen gebruiken. Tegelijkertijd slaagt de film er glansrijk in om van binnenuit een even omstreden als relevante politieke beweging te portretteren, die doorgaans uit de buurt blijft van (kritische) media. Want inmiddels heeft zo’n beetje elk zichzelf respecterend Europees land zijn eigen Gouden Dageraad.

The Final Year


Het lijkt al een eeuwigheid geleden dat de Verenigde Staten konden doorgaan voor de onbetwiste leider van de vrije wereld – ondanks de kritiek die je óók toen kon hebben op de grootmacht. Tegenwoordig lijkt de kwalificatie Vernederde Staten toepasselijker: een land dat soms verdacht veel weg heeft van een veredelde bananenrubriek, geleid door een onverlichte despoot die de hele wereld per tweet de wetten van de reality tv probeert op te leggen. Elke vorm van diplomatie lijkt de huidige Amerikaanse president, die voor iedereen wel een denigrerende bijnaam heeft, volledig vreemd.

De opkomst van Trump toont in elk geval op pijnlijke wijze aan hoe kwetsbaar de Amerikaanse democratie is – hoe kwetsbaar democratieën überhaupt zijn. In The Final Year (89 min.) van Greg Barker zien we Trumps voorganger aan het werk, ene Barack Obama, een naam uit een grijs verleden toen de economische crisis van 2008 nog volop nasmeulde, Democraten en Republikeinen elkaar ook al de tent uit vochten en Donald Trump daadwerkelijk de hoofdpersoon was van zijn eigen televisieprogramma, The Apprentice (dat volgens hem een Emmy Award had moeten winnen, elk jaar natuurlijk).

Deze observerende documentaire richt zich op de drie medewerkers die Obama’s buitenlandbeleid vormgeven: minister van buitenlandse zaken John Kerry, speechschrijver/confidant Ben Rhodes en de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties Samantha Power. Met bijrollen voor veiligheidsadviseur Susan Rice en de cerebrale president zelf. In de laatste twaalf maanden van zijn ambstermijn proberen ze nog een aantal belangrijke pijnpunten weg te werken en Obama’s erfenis veilig te stellen. Terwijl de tijd van de eerste zwarte Amerikaanse president zienderogen opraakt, dient Donald Trump zich steeds nadrukkelijker aan als potentiële nieuwe president.

The Final Year maakt de dagelijkse praktijk van internationale diplomatie op boeiende wijze inzichtelijk: het masseren en confronteren van medestanders en opponenten achter de schermen, de met veel ceremonieel omgeven officiële gelegenheden en het continue reizen, van de ene kant van de aardbol naar de andere. Tussen de bedrijven door – onderweg in de auto of het vliegtuig, in de aanloop naar of na afloop van alweer een internationale top en tijdens de spaarzame momenten thuis – reflecteren de bureaucraten op hun idealen, de weerbarstige praktijk en hoe ze die met elkaar in overeenstemming proberen te brengen.

Soms komen ze daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan; de cocky en zakelijke Rhodes en de idealistische, emotioneel betrokken Power zijn het bijvoorbeeld helemaal niet eens over hoe het verder moet met Syrië. Op de een of andere manier moeten ze samen toch tot een coherent beleid zien te komen. Gelukkig is er altijd de onvermoeibare Kerry, die van geen ophouden wil weten, ondanks de deprimerende berichten vanuit steden als Aleppo. Intussen telt ieder voor zich Obama’s zegeningen: een deal met Iran, het klimaatakkoord van Parijs en de ontspanning tegenover Cuba. Een erfenis, die inmiddels, ruim een jaar later, voor een groot deel om zeep is geholpen door de regering Trump.

The Reagan Show

CNN

Met de wijsheid van nu, ruim een jaar in het tumultueuze presidentschap van Donald Trump, lijkt zijn Republikeinse voorganger George W. Bush, de president die onder valse voorwendselen de oorlog in Irak startte, bijna een toonbeeld van nuance en beschaving. De statuur van hun beider voorbeeld Ronald Reagan heeft in Amerika zelfs mythische proporties aangenomen.

Toentertijd werd vanuit Nederland en de rest van de wereld vaak smalend gesproken over de gewezen acteur die na enkele termijnen als gouverneur van Californië in 1980 het presidentschap bemachtigde. We waren met zijn allen in een slechte B-film verzeild geraakt, zo was de vaste overtuiging van ieder weldenkend mens, waarin Ron en zijn eveneens acterende vrouw Nancy een ‘all american first couple’ speelden in de Hollywood-versie van wat eens Washington was.

Hoewel we sindsdien veel milder zijn gaan kijken naar The Reagan Show (71 min.) bleek die karakterisering achteraf bezien niet eens zo heel ver bezijden de waarheid. Al was Reagan, door Jacobse en Van Es steevast aangeduid als Roland Regen, bepaald niet (alleen) de kluns die menigeen in hem meende te zien. Op zijn minst kon hij doorgaan voor een begenadigde communicator, die erin slaagde om zijn land, of althans de rechterflank daarvan, weer wat zelfvertrouwen aan te praten na Vietnam, Watergate en het debacle rond de bevrijding van gegijzelde Amerikanen in Iran.

‘Tijdens m’n ambtsperiode heb ik me af en toe afgevraagd’, vertelt Reagan tijdens zijn afscheidsinterview als president in 1988, ‘hoe je het werk kunt doen als je géén acteur bent geweest.’ Daarmee levert hij zelf het startschot voor deze documentaire over hoe beeldvorming letterlijk een essentieel onderdeel van zijn regeringsperiode vormde: The Reagan Show, die dagelijks vanuit het Witte Huis werd opgevoerd voor een miljoenenpubliek.

De eerste echte televisiepresident Reagan leverde evenveel beeldmateriaal af als zijn vijf voorgangers tezamen. Daar had hij zelfs een officieel vehikel voor: WHTV (White House television). Deze slimme film van Pacho Velez en Sierra Pettengill is grotendeels gebaseerd op WHTV-opnames: geënsceneerde activiteiten, photo ops en interviews met Reagan – met bijzondere aandacht voor wat er vóór en na de opnames en achter de schermen gebeurt. De achterkant van het ideaalbeeld van ‘The Happy Warrior’, dat door het PR-team werd gecreëerd, waar journalisten, critici en opponenten uiteindelijk nooit helemaal vat op kregen.

Met louter bestaand materiaal, alleen ondersteund door verbindende teksten, brengen Velez en Pettengill prachtig in beeld hoe alles in het werk wordt gesteld om Reagan, ook tijdens een internationale crisis of opstekende mediastorm, te portretteren als de onverzettelijke leider: Ronnie als ferme onderhandelaar met de Russen, als ultieme cowboy op zijn edele ros of als goedmoedige scoutingsleider op een kinderkamp. Waarbij de rasacteur Reagan voortdurend laat zien dat hij over de charme en discipline beschikt die de huidige president ten enenmale ontbeert.

Onze Manier Van Leven

onzemanier

 

Had de documentaire Onze Manier Van Leven (90 min.), over de verkiezingscampagne van de omstreden politieke beweging DENK, niet wat kritische vragen kunnen gebruiken? vroeg ik me af tijdens het bekijken van de film, waarin maker Jack Janssen zich veelal beperkt tot de rol van vlieg op de muur. Had hij het onafscheidelijke DENK-duo Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk niet gewoon moeten belagen met vlijmscherpe vragen over de Armeense genocide, hun verhouding tot de Turkse president Erdogan en de manier waarop ze andere Turks-Nederlandse politici aan de schandpaal te nagelen?

Pas als Sylvana Simons, volgens Kuzu als ‘een dief in de nacht’, is vertrokken, meldt Janssen zich met zijn eerste en weinig kritische vragen en krijgt de DENK-leider vervolgens ook nog de kans om zijn eigen verhaal te doen en haar van ‘backstabbing’ te beschuldigen. Ook in het navolgende gesprek met diens kompaan Öztürk bijt de interviewer niet door, zodat DENKs frame dat Simons en haar campagneleider uit puur opportunisme zijn vertrokken de overhand blijft houden.

Het plotselinge vertrek van Simons zie je als kijker helemaal niet aankomen, alle interne strubbelingen zijn netjes buiten beeld gehouden. Net als in die andere Nederlandse campagnedocu Jessekrijgen de hoofdpersonen van Onze Manier Van Leven daarnaast wel erg veel ruimte voor window dressing en toneelstukjes voor de camera. Het is alsof ook Jack Janssen zelf dat tijdens het maken van de film door begon te krijgen. Gaandeweg, als de Tweede Kamer-verkiezingen in zicht komen, grijpt hij steeds vaker en scherper in en wint de film aan spanning.

Dat ook kritisch doorvragen (en door en door en door) niet zaligmakend hoeft te zijn, bewijst overigens één van de eerste scènes van deze onderhoudende documentaire als een net iets te scoringsbeluste Powned-journaliste Kuzu blijft achtervolgen met steeds weer dezelfde vraag. ‘Bent u het eens met de uitspraken van Erdogan dat Nederlanders fascisten en nazi’s zijn? Ja of nee?’ Waarna de DENK-leider zich comfortabel kan terugtrekken in zijn positie van onheus bejegende politicus, die hem en zijn partij later bij de verkiezingen geen windeieren zal leggen.

Toch zijn het juist zulke confrontaties waaraan deze film zijn meerwaarde ontleent. Janssen brengt het speelveld waarop DENK zich beweegt, van stekelige twistgesprekken met collega-politici en journalisten tot de verplichte bezoeken aan lokale afdelingen en buurthuizen, van heel dichtbij in kaart en dringt zo bezien wel degelijk door tot de kern van een nieuwe en omstreden politieke beweging en de multiculturele gemeenschap die daarachter schuilgaat.

General Idi Amin Dada: A Self Portrait


Donald Trump heeft er inmiddels een goed gebruik van gemaakt om z’n kabinetsleden op te dragen om hem in het openbaar op te vrijen (waarbij vicepresident Mike Pence zich intussen heeft laten kennen als de ultieme ‘right hand man’). Zou Trump dat hebben afgekeken van een andere megalomane leider, die in de jaren zeventig voortdurend opzichtig naar liefde en aandacht hunkerde? Enter Idi Amin.

De Oegandese dictator gebruikt de camera van regisseur Barbet Schroeder in de documentaire General Idi Amin Dada: A Self-Portrait (90 min.) uit 1974 welbewust om zijn eigen positie te bestendigen. In een legendarische scène veegt hij bijvoorbeeld zijn ministers de mantel uit en laat hen de meest banale bevelen (‘you must teach the people to love their leader’) opschrijven als ware het diepere levenswijsheden.

Niet veel later wordt een van hen aangetroffen in de Nijl. Zover had het overigens niet hoeven te komen. Voor hetzelfde geld was hij ‘gewoon’ opgegeten door krokodillen, een veel beproefde methode van Amin om politieke tegenstanders – of gewoon lastige mensen, mensen die hem ooit tegenspraken of mensen die hem even vreemd aankeken – uit de weg te ruimen.

‘De Slachter van Afrika’ is ook niet vies van een provocerende uitspraak. Of hij werkelijk ooit heeft gezegd dat Hitler tijdens de oorlog te weinig Joden heeft gedood?, wil Barbet Schroeder weten. Idi Amin begint onbedaarlijk te lachen. ‘Waarom vraag je me naar Hitler? Hitlers probleem is dat hij nu verleden tijd is.’ Waarna hij doodgemoedereerd een U-bocht maakt naar een wazig betoog over toekomstige generaties van zijn land.

De voormalige Oegandese opperbaas maakt een opgeruimde, bijna jolige indruk in deze boeiende, maar voor hedendaagse ogen soms ook wat trage film. Altijd in voor een gebbetje. Met een warm woord voor de vele wilde dieren in Oeganda: olifanten, leeuwen, nijlpaarden en die ene logge, valse beer, genaamd Idi. En: moeiteloos luchtige deuntjes uit zijn mouw schuddend. Op zijn accordeon componeerde hij zelfs hoogstpersoonlijk de soundtrack voor dit bepaald niet altijd vleiende portret.

Als je niet beter zou weten – en de berg lijken, zo’n 300.000, die hij na zijn gedwongen retraite achterliet even probeert te vergeten – zou je hem bijna verslijten voor een Afrikaanse variant op de onomstreden leider van De Tegenpartij, waarbij alles altijd net iets rottiger uit zijn mond komt dan hij het eigenlijk bedoelt. Een gevoel dat je ook bij Trump kan bekruipen. Totdat je nog eens goed kijkt…

The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee

HBO

‘WoodStein!’ Je hoort ’t hem bijna schreeuwen. Met die metersdiepe stem en duistere blik. Ben Bradlee, de legendarische eindredacteur van The Washington Post ten tijde van het Watergate-schandaal. In werkelijkheid zie en hoor je waarschijnlijk acteur Jason Robards, die van Bradlee een Oscar-winnende rol maakte in de ultieme journalistenfilm All The President’s Men. Intussen brachten Robert Redford (alias Bob Woodward) en Dustin Hoffman (alias Carl Bernstein) de Amerikaanse president Richard Nixon (alias Tricky Dick) ten val.

Terwijl Tom Hanks op dit moment in The Post, de enerverende Steven Spielberg-film over de zogenaamde Pentagon Papers, Jason Robards naar de kroon probeert te steken met zijn eigen versie van Bradlee, zet The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee (90 min.) in op het echte leven van de flamboyante alfaman, die als archetypische (kranten)journalist, met voortdurend een sigaret in de mondhoek en een opvallend rechte rug, de geschiedenisboeken inging.

De werkelijkheid is, zoals altijd, gecompliceerder. Want was het niet dezelfde Bradlee, zo blijkt uit deze degelijke biopic van John Maggio, die elke objectiviteit uit het oog verloor bij de Amerikaanse president Kennedy, met wie hij nét iets te goed bevriend was geraakt? En in hoeverre speelde die zielsverwantschap met JFK nog mee, zo vroeg ik me af, toen hij de gestage stroom krantenverhalen begeleidde die uiteindelijk het einde van het presidentschap van Richard Nixon, een aartsvijand van de Kennedys, zou inluiden?

The Newspaperman werpt zulke vragen wel degelijk op, maar is toch eerst en vooral een vakkundig gemaakte biografie van een all american hero, die door diverse journalistieke kopstukken, waaronder zijn vrouw Sally Quinn en natuurlijk ook het WoodStein-duo, nog eens ouderwets op het schild wordt gehesen. En Bradlee zou niet Bradlee zijn als hij zelf, ruim drie jaar na zijn dood, ook niet een duchtig woordje zou meespreken. Via geluidsopnames die hij ooit maakte voor zijn memoires is de gewezen krantenheld nog alom tegenwoordig in zijn eigen postume biografie.

In 2013 maakte Robert Redford (of was het nou toch Bob Woodward?) een interessante terugblik op het Watergate-schandaal: All The President’s Men: Revisited. En onlangs verscheen er weer een nieuwe speelfilm. Over de man die de geheimzinnige bron Deep Throat bleek te zijn: Mark Felt: The Man Who Brought Down The White House.

Weiner


Zou Anthony Weiner zich nog schuldig hebben gevoeld na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten? Het waren immers e-mails die werden aangetroffen op zijn laptop, die ervoor zorgden dat het FBI-onderzoek naar Trumps Democratische tegenstander Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen werd heropend. Weiner (spreek uit: wiener, oftewel: pik) zou Trump dus wel eens het presidentschap kunnen hebben bezorgd.

Er is overigens wel meer waarover het voormalige congreslid zich schuldig zou kunnen voelen. De documentaire Weiner (96 min.) uit 2016 volgt hem tijdens zijn tot mislukken gedoemde campagne voor het burgemeesterschap van New York. Dan heeft hij al een geruchtmakend sextingschandaal en vertrek met de – laten we zeggen – staart tussen de benen uit het Amerikaanse congres achter de rug.

Weiner, een linkse stokebrand die zijn keel regelmatig stuk heeft geschreeuwd naar Republikeinse opponenten, bleek foto’s van zijn – sorry, ik kan het niet laten – wiener te hebben doorgestuurd naar andere vrouwen. Terwijl hij toch echt netjes was getrouwd met Huma Abedin, de bevallige rechterhand van Hillary Clinton en alleen daarom al een van de machtigste vrouwen van Amerika.

Welnu, die Weiner (als in: lul) bezint zich na een korte bezinningsperiode op een politieke comeback. Zijn campagne voor het burgemeesterschap begint met het soort publieke boetedoening dat je van Amerikaanse politici verwacht, waarna hij weer vol goede moed ten strijde strekt voor een betere Big Apple. Met Huma, zoals mag worden verwacht van de vrouw van een Amerikaanse politicus, als representatieve steun en toeverlaat aan zijn zijde.

En dan – je voelt ’m vast al aankomen – duurt het natuurlijk niet lang voordat er weer stront aan de knikker is. Josh Kriegman en Elise Steinberg tekenen de afwisselend kolderieke, gênante en pijnlijke taferelen als een vlieg op de muur op. In een politieke documentaire in de allerbeste War Room-traditie, de legendarische film uit 1993 over de eerste presidentscampagne van Bill Clinton, wordt de politieke opportunist Weiner genadeloos afgeschminkt.

Kriegman werkte overigens een tijdje voor Anthony Weiner voordat hij aan deze cinema verité-documentaire over hem begon. Als die film niet zo vernietigend was uitgevallen, was daarover wellicht een Jesse-achtige discussie losgebarsten. Nu konden potentiële critici gewoon tevreden met de armen over elkaar toekijken hoe Weiner zich en plein publique in de politieke afgrond stortte – en Huma, en vervolgens ook Hillary, achter zich aan trok.