Leven Na De Dictatuur

TMD Media / NTR / zondag 14 en 21 december, om 16.25 uur, op NPO2

In 2014 stemde Thaeer Muhreez bij de presidentsverkiezingen nog op de Syrische leider Bashar al-Assad, een jaar later ontvluchtte hij zijn land en de oorlog die daar woedde. In de tweedelige docu Leven Na De Dictatuur (51 min.) kijkt hij terug op zijn eigen vluchtverhaal, dat hem tien jaar geleden naar Nederland heeft gebracht. Helemaal loskomen van de wereld die hem heeft voortgebracht is moeilijk gebleken. ‘Zonder dictator raak je verdwaald’, constateert Thaeer in de voice-over waarmee hij zijn persoonlijke relaas richting geeft. ‘Je voelt eenzaamheid die moeilijk te beschrijven is.’

Vluchten is ‘alsof je opnieuw bent geboren’, stelt zijn beste vriend en collega-filmmaker Jamil Makhoul zelfs. Thaeer heeft hem destijds overgehaald om uit Syrië te vertrekken. Samen legden ze hun reis naar Europa ook vast. In de herfst van 2015 kwamen de twee in Nederland aan, waar ze werden opgevangen in een tent. Al snel ontmoetten ze daar de filmmaker Robert van Tellingen, die vriendschap met de Syriërs sloot en bijvoorbeeld Sinterklaas met hen vierde. Later kwam er een ruis op de lijn tussen de Nederlander en Jamil, die ook z’n weerslag had op de relatie tussen de Syrische vrienden.

Tien jaar later kijkt Thaeer Muhreez met hen terug op deze periode en hoe hun leven in het ‘vrije’ westen sindsdien is verlopen. Robert en Jamil hebben geen contact meer – al wordt niet helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Ook de gesprekken tussen Thaeer en zijn Syrische vriend daarover blijven tamelijk omfloerst. Duidelijk is dat hun achtergrond in een wereld waarin alles voor hen werd bepaald daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo’n dictator bepaalt niet alleen ieders hele leven, maar kruipt ook onder de huid. Hij wordt ongemerkt onderdeel van wie iemand is of denkt te zijn.

‘Eigenlijk ben je eerst uit de oorlog gekomen’, zegt Robert tegen Thaeer, als zij tijdens een wandeling hun vriendschap bespreken. ‘En de afgelopen tien jaar is de oorlog uit jou gekomen.’ Dat proces van vasthouden wie je bent en tegelijk loskomen van wat je belemmert is tevens vervat in fraaie animaties van Studio Yoko. Terwijl hij veel dogma’s van zijn oude wereld, waarin achter zich heeft gelaten, maakt Thaeer Muhreez zich in deze bespiegelende film intussen zorgen over de roep om een sterke leider zoals Geert Wilders. Weten Nederlanders wel hoe ’t is als je niet hardop mag denken?

Salo: Nee Is Misschien

Witfilm / EO

Zijn naam was vooral verbonden met het grote Ajax van begin jaren zeventig. Salo Muller, de man die Johan Cruijff, Piet Keizer en al die andere sterren van het Nederlandse totaalvoetbal masseerde en verzorgde. Enkele jaren geleden deed hij op een totaal andere manier van zich spreken: Muller dwong de Nederlandse Spoorwegen tot het betalen van vijf miljoen euro schadegeld aan de slachtoffers van de Jodenvervolging.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoerden zij Joodse Nederlanders van Westerbork naar vernietigingskampen zoals Sobibor en Auschwitz. De Spoorwegen kregen daarvoor gewoon betaald. En dat werd weer gefinancierd vanuit ingeleverd Joods geld en sieraden. ‘Dat is roofgeld, bloedgeld’, zegt Muller daarover fel in Salo: Nee Is Misschien (60 min.). ‘De mensen hebben hun eigen treinkaartje betaald naar de gaskamers.’

Nu heeft de inmiddels 89-jarige Joodse Nederlander zijn blik verlegd naar Duitsland: ook Deutsche Bahn moet over de brug vormen. Documentairemaker Joris Postema gebruikt deze campagne als rode draad voor zijn portret van Salo Muller, die het leeuwendeel van zijn familie kwijtraakte tijdens de oorlogsjaren. Zelf moest hij zich staande houden op maar liefst negen onderduikadressen. Naderhand sprak hij nooit meer over de oorlog.

Totdat hij zich in 1995 liet overhalen voor een interview met de Shoah Foundation van Steven Spielberg, die zich ten doel heeft gesteld om de ervaringsverhalen van Holocaust-overlevenden op te tekenen. Dertig jaar later maakt Postema gretig gebruik van dit gesprek, waarin Muller zijn levensverhaal doet. Hij was nog maar zes jaar oud toen zijn ouders in 1942 via de beruchte Hollandsche Schouwburg werden afgevoerd.

Dat is een tamelijk klassiek overleversverhaal, dat later nog extra kleur krijgt als Muller verhaalt over zijn periode bij Ajax. Hij claimt bijvoorbeeld een belangrijke bijrol in de klassieke goal van Johan Cruijff tegen ADO Den Haag: als die vanaf de zijlijn, met een rolletje verbandgaas dat de fysiotherapeut hem net heeft overhandigd, naar binnen komt en met een boogbal over de keeper scoort. ‘Door mijn aanwijzingen en mijn bandje.’

Het interessantst wordt deze tv-docu echter als Muller reageert op actuele ontwikkelingen in Israël, de verkiezingswinst van de PVV, het veelbesproken bezoek van de Israëlische president Herzog aan zijn stad Amsterdam en de rellen na de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv. Hij is strijdbaar en maakt zich zorgen over toenemend antisemitisme. En Joris Postema schroomt niet om ook kritische vragen te stellen.

Dan is Salo: Nee Is Misschien ineens niet meer een film die over het verleden gaat, maar een urgent verhaal over het hier en nu. Waarin Salo Muller uitdrukt wat een deel van de Joodse Nederlanders denkt: ze voelen zich niet meer altijd veilig. Net als toen: in een tijd die nooit mag worden vergeten en toch langzaam van ons lijkt weg te glippen.

Home Game

Cinema Delicatessen

‘Lidija kan zich niet voorstellen dat haar wereld zou kunnen verdwijnen’, vertelt Lidija Zelovic in de persoonlijke documentaire Home Game (94 min), in de derde persoon, over haar vroegere zelf. ‘Dat oorlog ook haar kan overkomen. Dus zelfs als ze zelf de oorlog aankondigt, heeft ze dat niet door.’ 

‘In Bonn wordt de erkenning van Slovenië en Kroatië geëist’, leest een jonge Zelovic vervolgens, begin jaren negentig, voor in een Joegoslavische nieuwsuitzending. ‘De Kroatische president Franjo Tudjman heeft de bewegingsvrijheid beperkt van alle mannen tussen achttien en zestig jaar oud’, zegt ze in een ander journaal. Gevolgd door, in alweer een uitzending: ‘Rond één uur vannacht heeft er een schietpartij plaatsgevonden in Pakrac. Het mortiervuur duurde tot half acht in de ochtend. Tientallen gebouwen werden geraakt. De watertoevoer is afgesloten.’

En dan is die oorlog inderdaad begonnen. Joegoslavië, bijna dertig jaar bijeengehouden door de almachtige leider Josep Tito, spat uiteen. Ideeën over broederschap, eenheid en multiculturalisme sterven een pijnlijke dood. ‘De ander’ wordt voortaan beschouwd als een gevaar. Lidija Zelovic vlucht uiteindelijk van Sarajevo naar Nederland en bouwt daar als jonge vrouw een nieuw bestaan op. Haar familieleden volgen enkele jaren later. Samen met hen maakt ze in de egodocu My Own Private War (2015) de balans op van wat die oorlog in hun levens heeft aangericht.

Negen jaar later zijn er opnieuw belangrijke bijrollen voor Zelovic’s ouders Vojo en Vesna, haar broer Davor en zoon Sergej in Lidija’s nieuwe film over het leven dat ze nu al ruim dertig jaar leidt in Nederland, een land van rust, orde en harmonie. ‘Wat een ongelooflijk geluk dat ik hier terecht ben gekomen!’ constateert ze eerst nog, om later tot de conclusie te komen dat ze hier altijd ‘een vluchteling’ blijft. Intussen raakt ook dat gelijkmatige Nederland op drift. In het land dat van polderen z’n tweede natuur had gemaakt begint het te rommelen, donderen en bliksemen. 

Bij haar eigen familie, die aan den lijve heeft ondervonden hoe alsmaar oplopende polarisatie kan uitmonden in oorlog, komen de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Geert Wilders en het Toeslagenschandaal extra hard binnen. En Lidija heeft altijd een camera bij de hand om haar eigen bespiegelingen, de gesprekjes met haar opgroeiende zoon en de discussies binnen de familie vast te leggen. Zelf is ze er bepaald niet gerust op. ‘Hier gaat het niet escaleren’, herhaalt Lidija in een krachtige scène tegen zichzelf. ‘Hier gaat het niet escaleren.’

Home Game is behalve een zelfportret van een vrouw die de zwartgeblakerde ziel van haar moederland met zich meedraagt ook een film over twee werelden. Die zijn bij de Zelovicen volledig met elkaar versmolten geraakt. Terwijl ze gezamenlijk naar voetbalwedstrijden van Ajax kijken, discussiëren ze ongemeen fel over de Bosnische aanvaller Edin Džeko. Tijdens een trip naar haar geboorteland ontspant moeder Vesna zich met het Nederlandse televisieprogramma We Zijn Er Bijna. En Lidija’s broer Davor galmt thuis al z’n emoties eruit bij een levenslied van André Hazes.

Tegelijkertijd maakt deze film tastbaar hoe ze stuk voor stuk de herinnering aan het voormalige Joegoslavië met zich meedragen – en de waarschuwing die daarvan uitgaat. Welvaart en voorspoed mogen nooit vanzelfsprekend worden. ‘Mijn beste kinderen, als alles in je leven prachtig lijkt, doe dan een steen in je schoen’, zei Lidija’s grootmoeder, die zelf twee wereldoorlogen overleefde, vroeger tegen haar. ‘Zodat er iets is dat je dwarszit.’ Ze moesten er altijd en overal op voorbereid zijn dat het dak van de wereld met donderend geraas naar beneden zou kunnen komen.

Daarmee doet Home Game ook onvermijdelijk nadenken over Nederland. Kan het ook hier zo gaan? Dat de oorlog in feite al is aangekondigd, zonder dat iemand ‘t echt doorheeft?

Wij & Zij

EO

‘Mensen praten over wij en zij’, constateert filmmaakster Klaartje Quirijns bij de start van deze film, terwijl op de achtergrond uitspraken van PVV-leider Geert Wilders klinken. ‘Waarom willen mensen bij een groep horen?’ vraagt ze zich af. ‘Waarom willen ze zich afscheiden van de ander?’ Ze gaat hiervoor te rade bij de Marokkaans-Nederlandse psychiater Zohra Acherrat. Quirijns sluit bijvoorbeeld aan bij een gesprek dat zij heeft met de Marokkaanse jongen Ayoub. Samen met z’n moeder vertelt de jongen, die niet herkenbaar in beeld wil, hoe hij vanaf de allereerste dag werd buitengesloten op school.

De situatie is exemplarisch voor het onderwerp dat Quirijns in Wij & Zij (50 min.) wil aankaarten: hoe groepsdenken kan leiden tot uitsluiting. Bij aanvang vraagt ze zich nog even af of zij, wit en geprivilegieerd, dit verhaal wel mag vertellen. Als die twijfel is weggenomen door haar gesprekspartner, kind van Marokkaanse gastarbeiders, vertrekken de twee naar het Rijksmuseum in Amsterdam. ‘Kunnen we iets van onszelf begrijpen door naar het verleden te kijken?’ werpt Klaartje Quirijns dan op. Zien zij, ondanks die verschillende achtergronden, hetzelfde in de kunstwerken?

Quirijns heeft dan al enkele lastig te volgen denkstappen gezet, die het doorgronden van deze film niet vergemakkelijken. Want waarom ze nu juist bij Zohra terecht is gekomen, wat hun gezamenlijke geschiedenis is en hoe een bezoek aan het museum, en later ook aan een door Acherrat uitgekozen dans- en muziekvoorstelling, precies bijdraagt aan het uitdiepen van het thema blijft enigszins ongewis. Die gedachtegang valt onderweg wel min of meer te bedenken, maar had explicieter benoemd mogen worden – ook om de urgentie van de gemaakte keuzes te kunnen communiceren.

Los daarvan neemt Wij & Zij wel erg veel tijd voor wat in wezen niet heel veel meer is dan een, smaakvol aangekleed, tweegesprek. Tussen twee vrouwen die tegelijkertijd uit hetzelfde land en heel verschillende werelden afkomstig zijn. Dat onderzoeken van elkaar, en daarmee ook van zichzelf, levert zowel interessante inzichten als gemeenplaatsen op en is uiteindelijk toch wat weinig om de aandacht voor de volle vijftig minuten vast te houden – ook al lijkt Quirijns’ startvraag in het hedendaagse Nederland urgenter dan ooit en doet die nadenken over onze toekomst, van wij én zij.

Akwasi

Videoland

Die ene omstreden uitspraak tijdens de Black Lives Matter-demonstratie van 1 juni 2020 vormt het startpunt voor de documentaire Akwasi (51 min.): ‘Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, ik trap hoogstpersoonlijk op z’n gezicht.’ De ‘slip of the tongue’ gaat in de maanden daarna een eigen leven leiden en zet allerlei ontwikkelingen in gang, waardoor de welbespraakte rapper indringend wordt geconfronteerd met de wereld om hem heen én zichzelf.

Johan Derksen, Geert Wilders en talloze anonieme onverlaten gaan helemaal los op Akwasi Ansah, die wordt weggezet als de archetypische ‘angry black man’. Al snel volgen er concrete bedreigingen. ‘Ik denk dat heel veel witte mensen zwarte mensen accepteren, tolereren, zolang je aan het beeld dat zij van je hebben voldoet’, zegt zijn vriend Mitchell Esajas. Hij legt uit: ‘Je mag protesteren, maar wel vreedzaam. Je mag iets zeggen over racisme, maar wel wanneer wij dat acceptabel vinden, dus niet tijdens de Sinterklaasperiode. Doe het maar daarbuiten.’

Deze documentaire van Remco Garcia laat met persoonlijke vlogs en intieme beelden vanuit de familiekring zien welke impact de commotie en dreigementen hebben op Akwasi, zijn vrouw Ahisha Ansah en hun kinderen, bijvoorbeeld als er een poederbrief wordt bezorgd of een stel boosaardige zwarte pieten voor de deur staat. Medestanders zoals schrijver Adriaan van Dis, rapper Bizzey, documentairemaker Sunny Bergman en rapper/zanger Typhoon geven daarbij duiding en context.

Iets meer tegengeluid of kritische vragen over Akwasi’s eigen rol in de controverses zouden daarbij welkom zijn geweest, al is het duidelijk niet Garcia’s bedoeling om z’n hoofdpersoon het vuur aan de schenen te leggen. Deze film wil zijn kant van het verhaal laten zien en werkt uiteindelijk toe naar het moment waarop Akwasi, in het najaar van 2020, betrokken raakt bij de ledenwerfactie van Omroep Zwart, dat een nieuw, kleurrijk geluid wil toevoegen aan het vaderlandse omroepbestel.

Daarmee lijkt het verhaal van deze uitgesproken stem van het hedendaagse Nederland overigens nog lang niet afgerond. Deze film is vooral een tussenopname, de weerslag van een formatieve periode uit zijn bestaan als opinieleider.

Het Gedoogdrama

Kathleen Ferrier / BNNVARA

De politieke spanning van het moment culmineert in dat ene moment op het CDA-congres van 2 oktober 2010: als partijprominent Camiel Eurlings salueert naar politiek leider Maxime Verhagen, die het CDA een minderheidskabinet met de VVD, met gedoogsteun van de PVV, wil binnenloodsen. ‘Maxime, jij hebt hier uit je hart gesproken’ houdt Eurlings, die zich maar al te bewust lijkt van de camera, een emotioneel betoog. ‘Je bent een Christen-Democraat in hart en nieren. Jij zult onze idealen nooit verloochenen!’ Verhagen neemt de loftuitingen met een stralende glimlach en trotse vuist in ontvangst en verlaat het congres als beoogd vicepremier van het omstreden kabinet.

Het onvergetelijke tafereel ontbreekt natuurlijk niet in Het Gedoogdrama: Regeren Met Populistisch Rechts (55 min.), een journalistieke reconstructie van de totstandkoming en korte regeerperiode van Rutte I, en is net als andere archiefbeelden geprojecteerd op meubels van Sociëteit De Witte in Den Haag. Op die statige plek, vlakbij Het Binnenhof, gaat interviewer Frénk van der Linden in gesprek met politieke insiders uit die turbulente tijd. De absolute hoofdrolspelers Mark Rutte (VVD), Maxime Verhagen (CDA) en Geert Wilders (PVV) weigerden overigens mee te werken aan deze tv-film, die werd geregisseerd door Piet de Blaauw. En ook de bekendste CDA-dissident tijdens de formatie, Ab Klink, laat verstek gaan.

PVV-kamerlid Hero Brinkman, VVD-minister Ivo Opstelten en -staatssecretaris Fred Teeven, CDA-voorzitter en staatssecretaris Henk Bleker, CDA-minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers, PvdA-leider Job Cohen en het kritische CDA-kamerlid Kathleen Ferrier zijn nochtans prima in staat om vanuit verschillende perspectieven de achterkant van de politieke gebeurtenissen te schetsen. Waarbij er en passant nog een saillant nieuwtje boven tafel komt over oud-premier Ruud Lubbers, die vanwege zijn rol als informateur kan worden beschouwd als geestelijk vader van de omstreden samenwerking.

Het Gedoogdrama wordt zo een interessante terugblik op een woelige periode uit de recente politieke historie, die tevens de start betekende van het premierschap van Mark Rutte dat tot de dag van vandaag voortduurt, het CDA in een diepe crisis zou storten en de PVV, de partij die de ongemakkelijke gelegenheidscoalitie uiteindelijk opblies, tot nader order zou veroordelen tot de oppositie. En hoewel Wilders en de zijnen weer hoog staan in de peilen, is het de vraag of daar na de komende verkiezingen verandering in gaat komen. Voor een meerderheidskabinet zijn vermoedelijk (in elk geval) dezelfde drie partijen nodig. Het lijkt niet waarschijnlijk dat die opnieuw samen een avontuur – laat staan in zo’n vermaledijde gedoogconstructie – willen aangaan.

Rechts In Beeld

Bromet

Je kunt zeggen: zie je wel, de zelfverklaarde ‘linkse kiezer’ Frans Bromet krijgt van de Publieke Omroep weer eens ouderwets de kans om rechtse partijen af te branden. Je kunt ook, zoals Bromets eigen dochter Laura (Tweede Kamerlid voor GroenLinks), op cynische toon tegen hem zeggen: ‘Rechts krijgt zó weinig aandacht in de media dat jij daar nog wat extra aandacht aan moet toevoegen.’

Zie daar de voorspelbare kritiek die de tweedelige interviewfilm Rechts In Beeld (90 min.) ongetwijfeld ten deel zal vallen. Hoe transparant Neerlands oer-camerajournalist ook te werk gaat en hoe open en toch kritisch hij zijn gesprekspartners daarbij tegemoet treedt. Het is spitsroeden lopen – óók voor de ‘linkse kiezer’ die dit stukje over deel 1 tikt – waarbij je het eigenlijk nooit goed kunt doen. Soit. Het zij zo.

Je moet Frans Bromet op zijn minst nageven dat hij, als gewone ‘linkse kiezer’ en relatieve buitenstaander, ‘t over de inhoud probeert te hebben. En het vliegen afvangen, de mannetjesmakerij en het politieke steekspel (zoveel mogelijk) aan zich voorbij laat gaan. Dat is op zichzelf al een verademing. Zoals ook de toonzetting prettig is: geen stemverheffing en/of (gespeelde) verontwaardiging. Gewoon een gesprek tussen twee mensen, met verschillende ideeën over hoe het verder moet.

Het is voor Bromet en zijn redactie overigens nog een hele toer om überhaupt iemand te spreken te krijgen. Ze worden constant aan het lijntje gehouden en moeten uiteindelijk genoegen nemen met mindere goden, zoals ex-leden en trouwe stemmers van de VVD, PVV en Forum voor Democratie. Van de tachtig kandidaten op de kieslijst van regeringspartij VVD is bijvoorbeeld helemaal niemand beschikbaar voor een interview met de man die natuurlijk als geen ander aanvoelt waar het wringt en dat dan genadeloos kan blootleggen.

Noodgedwongen gaat Bromet te rade bij deskundigen als Bas Paternotte (adjunct-hoofdredacteur van de rechtse website The Post Online), Chris Aalberts (die een kritisch boek over Forum voor Democratie schreef) en zijn eigen oud-medewerker Rutger Castricum. Die laatste verbaast zich erover dat politici alleen nog maar met de waan van de dag bezig zijn en nooit meer een serieuze stip op de horizon plaatsen, maar vraagt zich blijkbaar niet af welke rol hij als verslaggever van PowNed daarin zelf heeft gespeeld. Hij wordt er door zijn voormalige leermeester ook niet op bevraagd.

Hoewel de belangrijkste vertegenwoordigers uiteindelijk niet thuisgeven, doet Frans Bromet in Rechts In Beeld een oprechte poging om de standpunten van Rechts Nederland over belangrijke verkiezingsthema’s, zoals het klimaat- en asielbeleid, duidelijk te krijgen en kritisch te bevragen. Dat levert vooralsnog vooral een enigszins pijnlijk beeld op van politici en partijen die weinig te winnen denken te hebben met zo’n gesprek.

Het tweede deel van deze tv-documentaire voegt eigenlijk weinig meer toe. Bromet gaat daarin het gesprek aan met Telegraaf-columnist Rob Hoogland, voormalig PVV’er Richard de Mos en zijn advocaat Peter Plasman (die tegenwoordig de politieke partij Code Oranje vertegenwoordigen), enkele lokale (aspirant)politici en een gefrustreerde linkse kiezer die zich tot de PVV heeft bekeerd. Tot nieuwe inzichten leidt dit echter niet meer en het verteltempo komt soms ook wel erg laag te liggen.

Nog heel even lijkt Frans Bromet zijn tanden te kunnen gaan zetten in niemand minder dan Thierry Baudet, met wie hij begint te bespreken of Nederland vol is. De FvD-voorman neemt echter al snel weer de benen en laat zijn gesprekspartner met vrijwel lege handen achter. Zodat die nog maar eens te rade gaat bij zijn eigen dochter Laura.

Wilders


Zou Geert Wilders met zijn medewerking aan deze Amerikaanse documentaire alvast een voorschot hebben genomen op het Nederlandse premierschap? De film Wilders, waarvan de NPO woensdag de oorspronkelijke versie van 91 minuten uitzendt, werd opgenomen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 15 maart jongstleden, toen hij nog de onbetwiste koploper was in de peilingen.

De PVV-leider houdt doorgaans strak de regie bij zijn media-optredens en levert zich zeker niet zomaar uit aan de een of andere documentairemaker. De grotendeels mislukte Nederlandse documentaire Wilders, The Movie liep daar in 2010 bijvoorbeeld nog helemaal op vast. De filmmakers Stephen Robert Morse en Nicholas Hampson, op zoek naar de volgende Brexit of Trump, hebben wél het vertrouwen gekregen.

Als documentaire heeft de film Wilders, ook wel Eurotrump genoemd, niet al te veel om het lijf. De bijzondere toegang die Morse en Hampson zouden hebben gekregen tot de PVV-voorman blijft in werkelijkheid beperkt tot verhalen over (en foto’s van) zijn jeugd en vrouw. Verder mogen ze een dagje bij hem in de auto en laat hij zijn kogelwerende vest zien. Dat is het wel zo’n beetje.

De meerwaarde van Wilders zit hem met name in zijn internationale perspectief op de omstreden Nederlandse politicus, die als frontman van een globale populistische beweging wordt geportretteerd. Hij krijgt zelf behoorlijk veel ruimte om zijn verhaal te doen, maar daar worden door de makers (wier objectivititeit op de sociale media volop in twijfel is getrokken) wel degelijk kritische kanttekeningen bij geplaatst. Bovendien laten ze diverse duiders en criticasters aan het woord, die het fenomeen Wilders (in hun allerbeste Engels) proberen in te kaderen.

Doordat de verkiezingen Wilders uiteindelijk niet het premierschap brachten, loopt ook deze film een beetje met een sisser af. Geert bleek uiteindelijk toch (nog) geen Eurotrump en zal voorlopig ook geen Nexit in gang kunnen zetten. Waardoor de internationale belangstelling voor de PVV-leider op dit moment vast ook al tanende is.