Tricky Dick

CNN

Als de huidige Amerikaanse president Donald Trump al een politieke voorvader heeft, dan moet het Richard Milhous Nixon zijn. De 37e president van de Verenigde Staten moest op 9 augustus 1974 aftreden vanwege een dreigend impeachment (een afzettingsprocedure die ook Trump, vanwege de nasleep van Russiagate, nog altijd boven het hoofd hangt). Het Watergate-schandaal was hem fataal geworden.

De drang van zowel Nixon als Trump om ten koste van alles te winnen, waarbij stelselmatig grove taal wordt gebezigd, geen ‘dirty trick’ onbenut blijft en de opponent liefst he-le-maal kapot wordt gemaakt, blijft ongeëvenaard. Het lijkt bovendien alsof beide mannen een aartsvijand nodig hadden/hebben om zichzelf als politicus te definiëren. Wat de Clintons, Crooked Hillary voorop, zijn voor Trump, waren destijds de Kennedys voor Nixon.

Hoewel de parallellen tussen de twee omstreden leiders onmiskenbaar zijn, worden die in Tricky Dick (168 min.) niet getrokken. De vierdelige docuserie brengt sec, chronologisch en zonder voice-over Nixons leven in beeld met een uitputtende collectie (nog niet eerder vertoond) archiefmateriaal. Uit de tijd dat de hele westerse wereld in brand leek te staan en Nixon als zelfverklaarde pleitbezorger van de gewone man afwisselend als pyromaan en brandweerman optrad.

Intussen wordt steeds duidelijker zichtbaar hoe de slinkse Nixon zich, net als Donald Trump een halve eeuw later, kon ontwikkelen tot de meest gehate Amerikaanse politicus van zijn tijd. Met behulp van ‘the silent majority’ wist hij nochtans twee presidentsverkiezingen te winnen. Niet dat hij daarvan gelukkig werd, trouwens. De persoonlijke achtergronden en motieven van de getroebleerde politicus worden in deze serie echter nauwelijks belicht. Naar wat Nixon werkelijk dreef – en uiteindelijk verteerde – blijft het gissen.

Deel 1 opent met zijn afscheidsspeech, gaat vervolgens terug naar zijn armoedige jeugd en stapt daarna met zevenmijlslaarzen door de beginperiode van zijn politieke carrière. Die culmineert in de presidentsverkiezingen van 1960, waarbij hij het nét aflegt tegen John F. Kennedy. In de volgende episode klimt hij uit een diep dal en hervindt zichzelf voor de presidentscampagne van 1968. Daarin komt het uiteindelijk niet tot een reprise van de tweekamp Nixon-Kennedy, omdat ook Johns jongere broer Bobby wordt vermoord.

Als president heeft Nixon in het derde deel van Tricky Dick vervolgens zijn handen vol aan de oorlog in Vietnam, die steeds verder ontspoort en ook in eigen land tot gewelddadige confrontaties leidt. Het is ook in deze periode dat hij geheime opnameapparatuur – die zijn gekonkel en vuilbekkerij rücksichtslos vastlegt – installeert in zijn ‘oval office’. Deze beslissing zal als een boemerang bij hem terug komen en in de slotaflevering ook zijn politieke lot bezegelen.

En daarmee zijn we weer aanbeland bij de openingsscène van deze gedegen geschiedenisles, die de kritische momenten uit Tricky Dicks veelbewogen leven netjes op een rij zet, zonder daaraan nieuwe elementen toe te voegen: het historische moment waarop diezelfde Richard Milhous Nixon zich klaarmaakt voor de aankondiging van zijn gedwongen afscheid, als eerste en vooralsnog enige Amerikaanse president. Zittend voor de camera maakt hij enkele belegen grapjes en lacht zijn tanden nog eens bloot, waarna hij de moeilijkste woorden van zijn leven probeert te vinden.

The Great Hack

Is deze geest ooit nog in de fles te krijgen? vraag je je in gemoede af na The Great Hack (114 min.), een unheimische film van Karim Amer en Jehane Noujaim over hoe het verzamelen van onwerkelijke hoeveelheden persoonlijke data door techgiganten en de (online) inzet daarvan voor propaganda-doeleinden wereldwijd een bedreiging vormen voor de democratie.

De filmmakers, die eerder samen de bekroonde docu The Square over het begin van de Arabische Lente op het Egyptische Tahrir-plein maakten, focussen zich op één concrete casus: Cambridge Analytica, het Britse bedrijf dat illegaal enorme datacollecties van Facebook ripte en daarmee online campagnes opzette om stiekem het stemgedrag van grote groepen mensen, de zogenaamde ‘persuadables’, te beïnvloeden. De Britse keuze voor een Brexit en de verkiezing van Trump gelden als hun voornaamste wapenfeiten – al blijft schimmig welke invloed de politieke marketeers nu precies hebben gehad.

Cambridge Analyticas business model voelt voor de Engelse schrijver en politiek technoloog Paul Hilder in elk geval ‘als een inbreuk op de autonomie en vrijheid van een individu en het idee van democratie’. Hij spoort ‘somewhere in Thailand’ voormalig kopstuk Brittany Kaiser op en confronteert haar met die onrustbarende conclusie. ’Ik weet het niet’, houdt de vrouw, die een sleutelrol speelde bij het Britse bedrijf en begin 2018 ineens last kreeg van haar geweten, de boot af.

Zij verwijst naar het door haar en haar collega’s gemanipuleerde stemvee in Amerikaanse swing states en het Engelse Leave-kamp. ‘Uiteindelijk zijn zij degenen die het stembiljet invullen.’ Liever spreekt Kaiser over haar leven vóór Cambridge Analytica toen ze werkte voor Team Obama en zich volgens eigen zeggen bezighield met mensenrechten en internationale betrekkingen. Totdat ze dus op een onbewaakt ogenblik, toen het water haar en de haren aan de lippen stond, Cambridge-CEO Alexander Nix tegenkwam…

Wil de enigmatische Brittany Kaiser, die inmiddels onder de noemer OwnYourData een eigen campagne voor meer transparantie is begonnen, werkelijk openheid van zaken geven? Of probeert ze vooral haar eigen straatje schoon te vegen? The Great Hack geeft daarop geen eenduidig antwoord. In die zin is ze een ideaal documentairepersonage: a woman you love to hate. Die je op zijn minst wantrouwt. Met een achtergrond waarin, wellicht, ook wel weer een geloofwaardige verklaring huist voor haar gedrag.

Intussen eist de New Yorkse dataprofessor David Carroll in een Britse rechtbank de van hem gestolen persoonlijke gegevens terug, vergelijkt onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr Cambridge Analyticas propagandacampagne met PSYOPS, een psychologische oorlogsvoeringscampagne van de CIA, en is de voormalige CFO van de gewraakte Engelse onderneming nog altijd geschokt dat juist zijn werkgever publiekelijk onder vuur is komen te liggen.

Gezamenlijk schetsen deze insiders een schemerwereld waarin ‘data’ de plek van ‘olie’ als meest waardevolle grondstof hebben ingenomen, morele overwegingen nauwelijks een rol lijken te spelen en in de tussentijd ons on(der)bewuste op alle mogelijke manieren wordt bespeeld. Met datamisbruik, fake news en haatcampagnes als logisch gevolg. Deze documentaire, vlot verteld en lekker bij de tijds vormgegeven, doet zo een overtuigend appel op eenieder die de democratie een warm hart toedraagt, om zich daartegen véél beter te gaan wapenen.

The Brink

‘Wat zou Leni Riefenstahl doen?’, geint Steve Bannon tegen documentairemaakster Alison Klayman, nadat zij hem kritisch heeft bevraagd over een nieuwe, opruiende Trump @War-campagnefilm voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen van 2018. ‘Hoe zou zij die scène monteren?’

De zelfverklaarde ideoloog van het Trumpisme begint te glunderen. Propaganda is voor hem helemaal geen vies woord. En hij weet dat hij met het verwijzen naar de beruchte Duitse filmmaakster zijn ideologische tegenstanders gemakkelijk op de kast kan krijgen – en dat het de doelgroep van zijn campagne, de mensen die hij de van aartsvijand Hillary Clinton geleende geuzennaam ‘the deplorables’ heeft gegeven, tegelijkertijd geen barst uitmaakt. Win-win, zogezegd.

Misschien is dat ook de reden dat hij opnieuw meewerkt aan een documentaire van een filmmaker die niet per definitie in zijn kamp zit. Ná Errol Morris’ vlammende film American Dharma uit 2018, die tijdens de opnames voor The Brink (91 min.) in première is gegaan. Er is een duidelijk verschil tussen de twee docu’s: terwijl Morris Bannons extreme ideologie en de mogelijke implicaties daarvan onder vuur neemt in een gestileerde setting, legt Alison Klayman als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, die slechts een heel enkele keer een vraag stelt, de praktische uitwerking daarvan vast.

Zo volgt ze Trumps voormalige campagnemanager naar achterafkamertjes in de Verenigde Staten, waar de populistische revolte (verder) gestalte moet krijgen, en reist ze tevens mee naar Europa, waar Bannon vergaande samenwerking tussen nationalistische partijen uit verschillende landen hoopt te bewerkstelligen. In een ontspannen atmosfeer dineert de man bijvoorbeeld gezellig met (extreem-)rechtse kopstukken als opper-Brexiteer Nigel Farage, Vlaams Belang-leider Filip de Winter, de Zweedse scherpslijper Kent Ekeroth en Lega Nord-voorman Matteo Salvini. Ook adviseurs van Marine le Pen en de Hongaarse premier Orbán laten zich gewillig door hem influisteren.

In eigen land schuift Alison Klayman aan als de onvermoeibare Bannon de financiers bezoekt van zijn campagne om, met alle beschikbare middelen, Amerika’s hart en ziel te veroveren: Erik Prince (de oprichter van het omstreden beveiligingsbedrijf Blackwater), de Chinese multimiljonair Miles Kwok en voormalig topman van Goldman Sachs, John Thornton. Mannen die hun geld graag voor hen laten spreken. En laat het maar aan Steve Bannon over om de juiste woorden te vinden. ‘Haat motiveert’, zegt hij daarover in deze documentaire. ‘Woede motiveert.’

Gevraagd naar zijn eigen drijfveren windt de workaholic er ook geen doekjes om: ‘Het gaat mij maar om één ding: winnen.’ Het doel heiligt in zijn geval écht alle middelen. Al betekent dat niet dat dit doel ook daadwerkelijk wordt bereikt. Als Bannon – tijdelijk? – uit de gratie raakt bij Trump, een periode waaraan hij de bijnaam ‘Sloppy Steve’ overhoudt, raakt hij ook zijn momentum kwijt. Nadat de Democraten in het najaar van 2018 de congresverkiezingen winnen met een diversere kandidatenlijst dan ooit, lijkt de invloed van de Macher tanende en begint de geboren winnaar steeds meer te ogen als een praatjesmakende loser.

Fahrenheit 11/9

Als één linkse Amerikaan ruim vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 heeft gewaarschuwd voor het gevaar van Donald Trump, dan is het documentairemaker Michael Moore. Hij zag om zich heen hoe de arbeidersklasse in de zogenaamde Rust Belt zich afkeerde van de heersende politieke elite en een proteststem wilde uitbrengen. Moore vreesde én kreeg Trump.

De 45e president van de Verenigde Staten is een uitvergroting van alles waartegen de filmmaker in zijn inmiddels bijna dertig jaar omspannende carrière heeft gestreden. Deze achtste volwaardige documentaire Fahrenheit 11/9 (127 min.) is dan ook tegelijkertijd een schotschrift tegen het hedendaagse Amerika en een afrekening met de politieke cultuur, van Republikeinen én Democraten, die een nihilist zoals Donald Trump heeft voortgebracht.

Moore bouwt z’n betoog op rond de watercrisis in zijn geboortestad Flint, de plek waar hij eind jaren tachtig tevens zijn eerste film Roger & Me maakte en waar hij nu een tastbaar symbool heeft gevonden voor de verwording van de Amerikaanse democratie: sinds gouverneur Rick Snyder van Michigan de staat als een bedrijf runt en de watervoorziening van de stad in handen van private partijen heeft gelegd, kampt Flint met ernstig vervuild water.

Dat de bewoners er ziek van worden, doet de Republikeinse gouverneur ogenschijnlijk weinig. Zodra een autofabrikant schade meldt, komt hij echter direct in actie. Het resulteert in een typische Michael Moore-actie. Met draaiende camera en een paar handboeien arriveert hij op Snyders kantoor om een burgerarrestatie te plegen. Hij wordt opgevangen door een communicatiemedewerker, die het glas water dat hem wordt aangeboden evenwel resoluut weigert.

Ook bij de gouverneurswoning van Snyder vangt de provocateur bot, in een scène die doet denken aan zijn roemruchte confrontatie met NRA-boegbeeld Charlton Heston in z’n belangrijkste film Bowling For Columbine. Het thema van die documentaire, Amerika’s verwrongen verhouding tot wapens, krijgt eveneens een prominente plek in Fahrenheit 11/9 als Moore zich associeert met de jeugdige overlevenden van de ‘school shooting’ in Parkland en beziet hoe zij de barricaden opgaan voor een ander Amerika.

Moore voorziet ellende. Als de koers niet wordt verlegd, dan veranderen de Verenigde Staten in een dictatuur. Het startpunt van die ontwikkeling legt hij bij 11 september, de crisis die ondemocratische  stappen mogelijk maakte, een thema dat hij eerder behandelde in alweer een andere film, Fahrenheit 9/11. En de toekomst zou wel eens inktzwart, of diepbruin, kunnen zijn: terwijl we Trump horen speechen, zien we een zekere Duitse leider bijna lip-sync oreren.

Subtiel is anders, maar een verfijnde aanpak was natuurlijk nooit Michael Moores forte. Fahrenheit 11/9 is zo bezien ook een volstrekt logische film, de optelsom van zijn oeuvre en politieke stellingnames. Het is tevens Moores grimmigste film. Behalve enkele koddige muziekjes valt er ditmaal weinig te lachen. En het is een lange en onevenwichtige film. De rasverteller, die zo gemakkelijk een groot publiek bereikt, moet al zijn talenten aanspreken om de verschillende verhaallijnen bijeen te houden en aan elkaar te knopen.

Our New President

Als het niet zo gevaarlijk en ontwrichtend was, zou het grappig zijn. De manier waarop de Russische televisie – de omschrijving staatsomroep is hier wel op zijn plaats – Hillary Clinton op alle mogelijke manieren zwart heeft gemaakt. Het begint in Our New President (78 min.), een documentaire die volledig is opgebouwd uit beelden van Russische makelij, al direct prachtig: in 1997 zou Clinton tijdens een bezoek aan Rusland als Amerika’s first lady de vloek van een mummie-prinses over zichzelf hebben afgeroepen.

De gevolgen daarvan zijn verpletterend: haar man Bill begint een affaire met Monica Lewinsky, zij gaat zich ronduit bizar gedragen en later volgen serieuze gezondheidsproblemen. Heeft ze epilepsie of wordt ze misschien dement? En zo gaat Russia Today, dat sinds 2013 helemaal onder controle staat van president Vladimir Poetin, vrolijk verder: Hillary blijkt een fervente cokegebruiker, runt haar eigen pedonetwerk en is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor al die mysterieuze sterfgevallen in haar directe omgeving (‘Killary’).

Intussen wordt haar tegenstrever bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, Donald Trump, ongegeneerd op het schild gehesen als een selfmade man, die het volledig verrotte systeem van de Amerikaanse elite komt opschonen. Hij is, opmerkelijk genoeg, ook enorm populair bij gewone Russen, die de moeite nemen om een liedje aan hem op te dragen, de man openlijk de liefde verklaren of een tribute-filmpje voor hem opnemen. In Rusland is zelfs een heuse collectie Trump-merchandise te koop.

Propaganda en censuur zijn woorden uit de vorige eeuw, aldus Dmitry Kiselyov, de hoofdredacteur en blikvanger van Russia Today die liefde voor het vaderland heeft gelijkgeschakeld aan steun voor de regering Poetin. Al die loftuitingen aan het adres van de huidige Amerikaanse president zijn nochtans onderdeel van een grootscheepse propagandacampagne, zo betoogt deze zinsbegoochelende documentaire van Maxim Pozdorovkin. Zonder het uitdrukkelijk zo te stellen. Die conclusie mag de kijker zelf trekken.

De stortvloed aan suggestieve beelden met bijna absurde voice-overs, aangezet met een unheimische soundtrack, werkt intussen regelmatig op de lachspieren en oogt soms ronduit onwerkelijk. Letterlijk alles wordt uit de kast gehaald om de tegenstander, of die zich nu in eigen land of aan de andere kant van de Beringstraat bevindt, te koeioneren. Niemand is uiteindelijk veilig. Zodra Donald Trump eenmaal is geïnstalleerd als president, wordt ook hij aangepakt en geridiculiseerd in deze oncomfortabele film, die een angstaanjagende schijnwereld blootlegt.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Active Measures

Als er inderdaad vuur is waar je rook ziet, dan móet er zoiets als Russiagate bestaan. Verdachte omstandigheden genoeg. Het rechtssysteem in een functionerende democratie vraagt echter om sluitend bewijs. Totdat dit wordt geleverd, moeten we ervan uitgaan dat Donald Trump en veelbesproken (ex-)medewerkers als Paul Manafort, Michael Flynn en Carter Page onschuldig zijn.

Ook de documentaire Active Measures (110 min.) krijgt de zaak (natuurlijk) niet sluitend. Die taak ligt bij speciaal aanklager Robert Mueller. Deze scherpe film levert echter wel een overvloed aan secundair bewijs en plaatst de affaire bovendien in zijn geopolitieke context. Van een Rusland dat een conventionele oorlog met de eeuwige rivaal Amerika nooit kan winnen. En dus voert Poetin een verhulde (informatie)oorlog.

Regisseur Jack Bryan zoomt in op de zogenaamde ‘active measures’ die Rusland inzet om de positie van het Westen te verzwakken. Desinformatie bijvoorbeeld, in de vorm van fake news op de sociale media. Of het ondersteunen van extreme politici, zoals Farage en Le Pen, om de plaatselijke democratie te ondermijnen. Enter Donald Trump. En verwante begrippen als Brexit, Kompromat en Cambridge Analytica.

Active Measures, aangekleed met kekke en spannende muziekjes, is een pamfletterige film. De documentaire wil duidelijk een punt maken. Dat blijkt ook uit de indrukwekkende bronnenlijst: behalve een hele trits deskundigen en journalisten komen ook Hillary Clinton en andere prominente Democratische politici aan het woord. Van de Republikeinen meldt zich alleen de onlangs overleden senator John McCain, een bekende tegenstander van Trump.

Is Trump een speelbal van de Russische georganiseerde misdaad? Of (zonder dat hij het zelf weet) zelfs een Russische agent? The proof of the pudding is in the eating, zou je zeggen. In die zin houdt een sequentie van Trump-statements over de Russische betrokkenheid bij MH17, het geboortebewijs van Barack Obama en de toekomst van de NAVO behoorlijk huis. Alles wat hij zegt is bijna letterlijk een verwoording van de officiële beleidslijn van Rusland. Vuur? Of toch alleen rook? Zeg het maar.

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

John McCain: For Whom The Bells Toll


Zijn dagen waren al geteld toen deze documentaire werd gefilmd. De Republikeinse senator John McCain blijft niettemin strijdbaar tot zijn allerlaatste ademtocht. Zo kreeg partijgenoot Trump onlangs nog te horen dat hij wel mocht wegblijven bij McCains uitvaart. Niet veel later werd hij met gelijke munt terug betaald. Nadat McCain protesteerde tegen de benoeming van Gina Haspel als directeur van de CIA, omdat ze ooit verantwoordelijk zou zijn geweest voor martelingen, merkte een medewerkster van de president op: ‘He’s dying anyway’.

Het kan elk moment daadwerkelijk zover zijn: het einde van de ‘maverick’ John McCain, na een veelbewogen leven dat hem over de hoogste toppen en door de diepste dalen voerde. In John McCain: For Whom The Bells Toll (103 min.), een titel die verwijst naar zijn favoriete boek van Ernest Hemingway, leidt de hoofdpersoon zelf de kijker, zonder al te veel schroom of voorbehoud, door de ruim tachtig tropenjaren van zijn leven. Hij laat daarbij ook zijn flaters niet onbenoemd, zoals bijvoorbeeld zijn betrokkenheid bij het financiële schandaal rond de zogenaamde Keating Five, het feit dat hij het gebruik van de vlag van de Geconfedereerden vergoelijkte tijdens de presidentscampagne van 2000 en zijn selectie van Sarah Palin als vice-presidentskandidaat tijdens zijn campagne in 2008.

Na al die jaren overheersen echter ‘s mans verrichtingen: zijn positie als onafhankelijke stem binnen de Republikeinse partij. McCain was afgelopen week bijvoorbeeld zo’n beetje de eerste partijgenoot die keihard afstand nam van Trumps statements na de top met Poetin. Een ronduit heroïsche periode als krijgsgevangene in Vietnam heeft ervoor gezorgd dat zijn patriottisme nooit ter discussie kan worden gesteld. Als zoon van een opperbevelhebber van het Amerikaanse leger en kleinzoon van een andere admiraal weigerde hij een voorkeursbehandeling en vervroegde vrijlating. Hij zou uiteindelijk ruim 5,5 jaar gevangen worden gehouden, waarvan ruim twee jaar in eenzame opsluiting. Donald Trump, die zelf vanwege hielspoor nooit in militaire dienst is geweest, merkte na weer een meningsverschil met de eigenzinnige McCain eens op dat hij de voorkeur gaf aan mannen die zich niet gevangen laten nemen.

McCains periode in het Hanoi Hilton, die hem levenslange fysieke klachten bezorgde, heeft desondanks een prominente plek gekregen in zijn politieke biografie – en dus ook in deze oerdegelijke, uiteindelijk positief geframede film van Peter W. Kunhardt die lijkt te zijn bedoeld als een soort testament. In het traditioneel opgezette portret komen zowel politieke vrienden van beide partijen (zoals Bill en Hillary Clinton, George W. Bush, Barack Obama, Henry Kissinger en Joe Biden) als zijn kinderen en beide echtgenotes aan het woord, waarbij ook zijn pijnlijke echtscheiding gewoon aan de orde komt. Het past bij de ‘straight talking’ politicus McCain, een onafhankelijke geest die meestal zonder meel in de mond sprak. Deze politieke biografie doet hem zeker recht.

Inside Job


Alan Greenspan wilde geen interview geven voor deze film.’ Het zijn dergelijke, steeds terugkerende mededelingen, ditmaal over de voormalige directeur van de Amerikaanse Centrale Bank, die de premisse van Inside Job (108 min.) elke keer opnieuw bevestigen: de verantwoordelijken voor de financiële crisis van 2008 laten zich daarvoor niet ter verantwoording roepen.

Deze pamflettistische film, waarvoor regisseur Charles Ferguson in 2010 met een Oscar werd beloond, laat er geen misverstand over bestaan dat die crisis door de financiële sector zelf is veroorzaakt, dat de kopstukken met onverantwoorde risico’s over de rug van hun eigen klanten schathemeltjerijk zijn geworden en dat dit bij hen op geen enkele manier tot berouw heeft geleid – of tot enige vorm van gedragsverandering.

De volgende crisis staat alweer in de steigers, zo wil Ferguson maar zeggen, als we deze überhaantjes niet stevig halt toeroepen. Ze smijten bovendien opzichtig met geld, snuiven cocaïne per strekkende meter en zijn vaste klant bij stripclubs en bordelen. Hun morele kompas hebben ze blijkbaar allang uitgezet. De betrokkenen die Ferguson wel te woord willen staan, zitten vaak al snel met een mond vol tanden (of worden gewoon op gezette tijden pislink).

Als we de deskundigen mogen geloven, zijn er weinig redenen om te veronderstellen dat er tien jaar later wél wet- en regelgeving ligt die financieel wangedrag kan en wil beteugelen. In die zin is Inside Job, dat ingewikkelde economische thema’s en financiële constructies razendknap toegankelijk en interessant maakt, ook in tijden van Trump (of in de Nederlandse context: Hamers en Van der Veer) nog steeds uiterst actueel.

Sterker: het is de vraag of The Donald, die zelf ook zweert bij ‘the art of the deal’, zonder de woede van gewone Amerikanen over de desastreuze gevolgen van de crisis, zoals massale werkeloosheid en mensen die hun huis kwijtraakten, ooit zou zijn verkozen tot president van de Verenigde Staten.

The Fourth Estate


‘Wow, what a story!’ Hoofdredacteur Dean Baquet staart op de redactievloer van The New York Times voor zich uit. Hij kan het nog altijd niet geloven. Op het televisiescherm is de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te zien. ‘What a fucking story.’ Enkele seconden later heeft Baquet zichzelf herpakt: ‘Okay, let’s go!’

Die no-nonsense woorden vormen het startsein voor één van de spannendste en succesvolste jaren in de historie van ‘The Failing New York Times (aldus diezelfde Trump) én de vierdelige documentaireserie die Liz Garbus daarover maakte. The Fourth Estate zet de deuren van de redactieruimte wijd open. In deel 1 The First 100 Days (87 min.) coveren redacteuren en verslaggevers bijvoorbeeld de benoeming van een nieuwe rechter in het Hooggerechtshof, de MeToo-beschuldigingen tegen Fox News-boegbeeld Bill O’Reilly en – natuurlijk – het veelbesproken Rusland-onderzoek.

The New York Times (slogan: the truth is more important now than ever) moet door concurrentie van Facebook en Google intussen continu zijn verdienmodel aanpassen en is bovendien in een voortdurende concurrentieslag verwikkeld met The Washington Post (slogan: democracy dies in darkness). De twee kranten richten zich met hernieuwde kracht op hun journalistieke kerntaak: het controleren van de macht. Intussen blijft de nieuwe president hen, bedoeld en onbedoeld, van nieuwsverhalen voorzien en bombardeert hij de Amerikaanse pers en passant tot ‘the enemy of the people’.

De serie belicht enkele van die vijanden in het bijzonder. Levende voorbeelden van journalistiek als een full life-job die nooit, werkelijk nooit, ophoudt. Behalve voor hoofdredacteur Baquet en Washington-chef Elisabeth Bumiller geldt dat bijvoorbeeld ook voor Maggie Haberman, de correspondent voor het Witte Huis. Ze volgt Trump al sinds jaar en dag, maar had net als de rest van Amerika niet verwacht dat hij president zou worden. Na de campagne zou ze weer meer thuis zijn, had ze haar kinderen beloofd. Nu maakt ze permanent overuren en zit ze tussen de opnames voor de podcast The Daily door met thuis te facetimen.

Enige tijd later, als pogingen van de Republikeinen om de zorgwet Obamacare te ontmantelen zijn gestrand, krijgt ze op de redactie telefoon van de president zelf. Hij probeert de publicitaire schade te beperken, maar blijft amicaal en relaxt. Het ligt, natuurlijk, aan de Democraten. Na het ontspannen belletje moet Haberman, die ook vaak de gebeten (bloed)hond is bij Trump, linea recta door naar de studio van CNN om duiding te geven. ‘Ik ben zo moe’, verzucht ze in de taxi terug. ‘Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen.’

Zulke kleine menselijke scènes houden dit grootse verhaal over de staat van de Amerikaanse democratie, en de rol van de journalistiek daarin, in balans. Het geheel wordt op smaak en temperatuur gebracht door de meeslepende muziek van Trent Reznor (Nine Inch Nails) en Atticus Ross. Zij gaven eerder de epische serie The Vietnam War een flinke boost en zorgen nu voor een voortdurend gevoel van urgentie in The Fourth Estate. De traditionele journalistiek doet er (weer) toe, zo wil de serie maar zeggen. Ook al wordt die door Trump en de zijnen regelmatig afgedaan als ‘fake news’.

Al die belletjes, het gezoek, de interviews, dat eindeloze overleg en het gesleutel op de vierkante millimeter aan woorden en zinnen mondt uiteindelijk uit in een symbolische actie: het demonstratief klikken op de blauwe Publish-knop. Waarmee al dat monnikenwerk met een dramatisch gebaar richting krant, website en sociale media, en daarmee de rest van de wereld, wordt ingestuurd. Zo bezien is The Fourth Estate niets minder dan een ode aan vrije media.

Als een soort epiloog verscheen onlangs The Family Business: Trump And Taxes (23 min.) van Jenny Carchman, waarin is te zien hoe drie journalisten van The Times in het financiële verleden van Donald Trump en zijn vader Fred duiken. Op die manier ontkrachten ze de door Trump zelf in het leven geroepen mythe dat hij zijn bedrijf startte met een lening van ‘slechts’ 1 miljoen dollar bij zijn vader, een lening die hij bovendien met een flinke rente moest terugbetalen.

Trump: An American Dream

Netflix

Is er iets óver, ván of mét Donald Trump te bedenken wat we nog niet weten (en wat we dan ook nog zouden wíllen weten)? Of is onze honger om alles te vernemen over de Amerikaanse president werkelijk niet te stillen? De vierdelige documentaireserie Trump: An American Dream(221 min.) zoekt het in elk geval niet in nieuwe schandalen of pijnlijke onthullingen, maar probeert via zijn publieke leven de man achter de (zelf gecreëerde) mythe te vinden en schetst intussen een portret van het hedendaagse Amerika.

Niet op de hap-slik-weg manier, waarbij boude statements, scherpe veroordelingen of overtrokken  loftuitingen elkaar afwisselen – op zijn Trumps, zeg maar. Maar gedegen, afgewogen en genuanceerd. Daarvoor gaat de serie van Barnaby Peel terug naar de jaren zeventig. Naar de beginnende ondernemer Donald J. Trump, een jonge hond die zijn succesvolle vader Fred naar de kroon wil steken. Een cocky mannetje, dat zeker, maar bepaald niet het karikaturale personage dat veertig jaar later president van de Verenigde Staten zal worden.

Trump: An American Dream belicht met een zorgvuldige mixture van treffend archiefmateriaal en interviews met intimi, medewerkers, journalisten en opponenten achtereenvolgens zijn vastgoedcarrière in New York, de casino’s in Atlantic City die hem aan de rand van de financiële afgrond brachten, zijn celebrity-huwelijken met de bijbehorende publieke crises en de politieke carrière die hem het presidentschap bracht. Ergens onderweg heeft hij elke reserve laten varen; de ambitieuze entrepeneur transformeert voor je ogen in zowat de verpersoonlijking van reality-tv. Van snelle jongen naar boze witte man, zogezegd.

Rest de vraag: waarom? Had hij al die bravado, zelffelicitatie en blufpoker nodig, zo vraagt deze Britse docuserie zich af, om uit de schaduw van Fred Trump te kunnen springen? En welke rol speelde de rücksichtslose advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de beruchte Amerikaanse communistenjager Joe McCarthy, in dat proces? Voor Cohn, die de jonge Donald onder zijn hoede nam, telde werkelijk maar één ding: winnen. Ten koste van alles en iedereen. Graag zelfs. En als een ander toevallig eens won, dan betekende dat indirect verlies voor jou en moest diens kop er dus af. Liefst in het openbaar.

Die eenvoudige logica lijkt Trump ook als politicus te typeren. Trump: An American Dream hamert dat er niet in. Het vierluik doet het bijvoorbeeld zonder voice-over en laat de beelden, getuigen en The Donald zelf voor zichzelf spreken. En zo kom je tot nieuwe inzichten – de gelijkenissen tussen de politieke carrières van Trump en worstelaar Jesse Venturabijvoorbeeld – en stuit je zelfs nog op nieuwe weetjes over de vleesgeworden mediahype. Dat zijn favoriete film de Orson Welles-klassieker Citizen Kane is, bijvoorbeeld. Over een tycoon die alleen en verbitterd eindigt. Waarbij Trump, de man die toch zo opzichtig zweert bij uiterlijk vertoon, vreemd genoeg constateert dat geld niet gelukkig maakt en je zelfs van de rest van de wereld kan isoleren.

Als bijsluiter voor deze uitstekende serie adviseer ik de documentaire Get Me Roger Stone van Morgan Pehme, eveneens te zien op Netflix. Deze kostelijke film over de schmutzige rechterhand van Donald Trump is zowel schokkend als grappig en geeft nog meer inzicht in het fenomeen The Donald.

Dirty Money

Netflix

Ze balanceren voortdurend op het slappe koord tussen gewiekste bedrijfsvoering en pure oplichting, de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Dirty Money (376 min.). Zolang ze niet worden betrapt – of door de mazen van de wet kunnen glippen – lijkt alles, werkelijk alles, geoorloofd.

En daarmee belanden ze op het vizier van documentairemaker Alex Gibney, die eerder financiële malversaties bij de energiegigant Enron, het pyramidespel van Jack Abramoff en wanpraktijken op Wall Street onder de loep nam. Onder zijn bezielende leiding buigen enkele gerenommeerde regisseurs zich nu over een eigen schandaal in zes, los van elkaar te bekijken afleveringen.

In deel één hard NOx (75 min.) rekent Gibney zelf af met Volkswagen, dat doelbewust sjoemelsoftware inbouwde in zijn dieselauto’s, zodat de werkelijke uitstoot van kwalijke gassen (en Gibney legt daarbij rücksichtslos de link naar een zekere Duitse leider, die ooit mede aan de wieg van het bedrijf stond en ook gedurig wordt geassocieerd met gas) werd versluierd. En als er dan ook nog levende apen blijken te zijn gebruikt om die uitlaatgassen te testen…

In andere afleveringen neemt Dirty Money bijvoorbeeld  de Amerikaanse medicijnenfabrikant Valeant, die de prijzen van cruciale pillen talloze malen over de kop liet gaan om zo de eigen financiële huishouding min of meer op orde te houden, en het bankconcern HSBC, dat zonder enige scrupules enorme geldbedragen aannam van Mexicaanse drugskartels, op de korrel. Als brave burger zie je het afwisselend met open mond, gebalde vuist of steen in de maag aan.

Mijn favoriet? Aflevering 2, Payday (68 min.), van Erin Lee Carr (die ook één van de spannendste films van 2017 maakte: de bizarre true crime-klapper Mommy Dead And Dearest). Zij volgt Scott Tucker tijdens de voorbereidingen op een grote rechtszaak. Deze Amerikaanse Dirk Scheringa werd schathemeltjerijk van zogenaamde flitsleningen en maakte met dat geld vervolgens goede sier met een eigen autoraceteam. De man blijft consequent de vermoorde onschuld spelen terwijl intussen zijn schandelijke modus operandi uit de doeken wordt gedaan.

Elke vorm van schaamte, of zelfs maar de meest basale vorm van zelfreflectie, lijkt te ontbreken bij de linkmiegels die worden geportretteerd in Dirty Money. Één man mag daarom niet ontbreken tussen al die hele en halve witte boordencriminelen: de huidige Amerikaanse president, die tijdens zijn lange carrière als Con(fidence) Man ook – het zal niemand verbazen – de nodige dubieuze deals heeft gesloten. Aan hem, de zelfverklaarde dealmaker, is de laatste aflevering gewijd.

Bannon’s War

PBS

Achter elke Republikeinse president gaat een onvervalste Raspoetin schuil, die welhaast demonische krachten moet worden toegedicht.  Zo liet Lee Atwater George H. Bush ooit het gemeenste campagnespotjes aller tijden uitzenden, fluisterde Karl Rove (ook wel Bush’s Brain bijgenaamd) diens zoon George W. allerlei wilde oorlogsplannen in en zorgt alt-righter Stephen K. Bannon er tegenwoordig voor dat Donald Trump xenofobe muren optrekt voor moslims en Mexicanen.

Dat is althans de beeldvorming. Zo’n kwade genius achter de schermen spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Óók van documentairemakers. En dus krijgen al die politieke poppenspelers hun eigen film. Zo waagt de gerenommeerde Amerikaanse documentairerubriek Frontline, van de publieke omroep PBS, nu een serieuze poging om Trumps meesteradviseur Steve Bannon te duiden.

Frontlines toon blijft daarbij zoals gewoonlijk zakelijk en neutraal. Dit portret van één van Amerika’s meest omstreden politieke figuren, met bijnamen als President Bannon en The Great Manipulator, moet ’t dus niet hebben van gepeperde meningen, smeuïge details en wilde theorieën. Of van de hoofdrolspeler zelf, want die spreekt zich zelden in het openbaar uit.

Met archiefbeelden en een keur aan pratende hoofden, zowel tegenstanders als medestanders, schetst Bannon’s War (54 min.) een afgewogen beeld van de voormalige hoofdredacteur van de Amerikaanse Geenstijl (Breitbart), die wordt gezien als Trumps connectie met extreem-rechts en architect van diens (vooralsnog mislukte) moslimban. Daarmee worden tevens de politieke filosofie, methoden en idealen die schuilgaan achter de regering Trump in kaart gebracht.

Get Me Roger Stone

Netflix

Sinds enkele dagen is op Netflix de documentaire Get Me Roger Stone (101 min.) te bekijken. Deze gloednieuwe film documenteert op uiterst soepele wijze de spraakmakende carrière van Trumps smoezelige rechterhand, Roger Stone. Stone knapt sinds jaar en dag smerige karweitjes op voor de huidige Amerikaanse president, zou hoogstpersoonlijk diens back channel naar Wikileaks zijn geweest en werd volgens eigen zeggen vorige week nog door de president geconsulteerd over het veelbesproken ontslag van FBI-directeur James Comey.

Om je een beeld te vormen: de flamboyante Roger Stone heeft op zijn rug een tattoo van ene Richard ‘Tricky Dick’ Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit heeft moeten aftreden. Op Comeys ontslag reageerde hij vorige week met een triomfantelijk ‘You’re fired!’-tweetje, een verwijzing naar de vaste oneliner van zijn baas in diens succesprogramma The Apprentice (‘should have won an Emmy’, aldus the Donald zelf).

In Get Me Roger Stone van regisseur Morgan Pehme debiteert de  consultant met veel aplomb de ene na de andere politieke straatwijsheid, zogenaamde Stone Rules. Van ‘Het is beter om berucht te zijn dan helemaal niet beroemd’ tot ‘Politiek is showbusiness voor lelijke mensen’. Of, zijn meest (zelf)onthullende oneliner: ‘Haat is een sterkere motivator dan liefde.’

De politieke professional Stone belichaamt zo de verwording van de Republikeinse partij; van de keurige president Eisenhower via de corrupte Nixon naar de ultieme narcist Trump. Dat levert een bruisende film op, die niet alleen erg entertainend en grappig is, maar ook context en achtergrond verschaft bij het fenomeen Trump en de enge politieke wereld die daarachter schuilgaat. Boeiende, maar ook belangrijke documentaire dus.

In de fascinerende documentaire A Storm Foretold (2023) volgt de Deense filmmaker Christoffer Guldbrandsen Roger Stone voor, tijdens én na de tumultueus verlopen Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020, waarbij hij zelf een dubieuze rol heeft gespeeld met het opzetten van de Stop The Steal-campagne.