The Unknown Known

De verbeelding had in zijn ogen gefaald. Ze hadden moeten imagineren wat er zou kunnen gebeuren. Dan waren de terroristische aanslagen van 11 september 2001 wellicht voorkomen. En Donald Rumsfeld had zich bij het begin van zijn ambtstermijn als Amerikaans minister van defensie, acht maanden eerder, nog voorgenomen om nooit in een soort post-Pearl Harbor hoorzitting terecht te komen, waarin hij zou worden doorgezaagd over waarom er wanneer door wie niet was ingegrepen.

De man die als de architect van de navolgende Amerikaanse inval in Irak te boek is komen te staan, heeft in deze intrigerende interviewfilm van Errol Morris uit 2013 ook allerlei theorieën opgebouwd rond geheel eigen constructies zoals ‘known knowns’, ‘known unknowns’, ‘unknown unknowns en ‘unknown knowns’. Als Donald op zijn praatstoel zit, is het sowieso altijd genieten geblazen – ook al gruw je misschien van wat hij zegt. De man is een begenadigd denker en spreker en bovendien niet bang om de degens te kruisen met een opponent.

The Unknown Known (102 min.) ontwikkelt zich dan ook tot een heerlijk verbaal steekspel, door Morris aangekleed met strategisch geplaatste archiefbeelden en dwingende muziek, waarbij alle retorische middelen geoorloofd zijn. Nadat hij in alle toonaarden heeft ontkend dat iemand van de Amerikaanse regering heeft gesuggereerd dat Iraks leider Saddam Hoessein iets met 11 september had te maken, laat Morris bijvoorbeeld doodleuk archiefbeelden zien waarin ‘Rummy’ precies dat doet. Zonder het letterlijk te zeggen, dat wel.

‘Geloof in de onvermijdelijkheid van conflict kan één van de oorzaken van een conflict worden’, citeert Rumsfeld even later één van de vele memoranda uit zijn eigen archief, vervat in het boek Rumsfeld’s Rules. ‘Dat is echt zo. En dan heb je de andere kant van de medaille, die al even waar is: als je vrede wenst, bereid je dan voor op oorlog.’ Op dat moment grijpt Morris in: ‘Als die uitgangspunten allebei waar zijn, kun je zo’n beetje alles rechtvaardigen.’ Rumsfeld begint te glimlachen: ‘Alle generalisaties zijn vals’, zegt hij en laat een korte stilte vallen. ‘Ook deze.’

Gedurende zijn lange loopbaan werkte Donald Rumsfeld nauw samen met de Republikeinse presidenten Nixon, Ford en Reagan. Die laatste koos hem bijna, bijna!, als vicepresident. Als dat was gebeurd, zou waarschijnlijk de rode loper voor hem zijn uitgelegd als presidentskandidaat. George H. Bush, de man die ’t wél werd, belandde in 1989 inderdaad in het Witte Huis. De twee zouden nooit vrienden worden. Toch vroeg Bush’s oudste zoon George, de 43e president van de Verenigde Staten, Rumsfeld als minister. Lachend: ‘Ik denk niet dat George W’s vader mij heeft voorgedragen.’

Als diens minister van defensie zou hij definitief in de geschiedenisboeken belanden. Geassocieerd met schandvlekken als het illegale gevangenenkamp Guantanamo Bay, ‘verbeterde ondervragingstechnieken’ en die ene desastreuze poging om Irak te ontdoen van massavernietigingswapens die uiteindelijk nooit werden gevonden, maar altijd strijdbaar en vol (zelf)spot.

9/11: Inside The President’s War Room

Apple TV+

De dag begon met een lekker rondje joggen. Toen kreeg George W. Bush zijn dagelijkse CIA-briefing. En daarna stond er een bezoek aan de Emma E. Booker-basisschool in Florida op het programma voor de Amerikaanse president. Daar zouden uiteindelijk klassieke beelden van Bush worden gemaakt: terwijl hij geacht werd om te luisteren naar spellende kinderen, probeerde ‘Dubya’ zijn gezicht in de plooi te houden. Hij was zojuist geïnformeerd over huiveringwekkende gebeurtenissen in New York.

‘Het eerste vliegtuig leek op een ongeluk,’ vat hij de situatie op die hachelijke dinsdagochtend in september 2001 twintig jaar later samen. ‘Het tweede maakte duidelijk dat het een aanval was. En het derde toestel betekende niets minder dan een oorlogsverklaring.’ Hij omschrijft de situatie in 9/11: Inside The President’s War Room (90 min.) als ‘een psychologische tsunami’. Voor deze gebeurtenis bestond geen draaiboek. Zijn regering zou moeten improviseren, zo bevestigen ook vicepresident Dick Cheney, stafchef Andy Card, veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, minister van buitenlandse zaken Colin Powell en adviseur Karl Rove.

De uitputtende bronnenlijst, inclusief talloze onderknuppels, behoort meteen tot de uitgesproken troeven van deze nauwgezette reconstructie van hoe Amerika’s belangrijkste gezagsdragers de terroristische aanslagen van 11 september beleefden. Vrijwel alle belangrijke spelers binnen de Republikeinse regering Bush leveren een bijdrage en geven de documentaire van Adam Wishart, waarvoor acteur Jeff Daniels als verteller fungeert, een gezaghebbend karakter. Dit is hoe de beslissers destijds hebben gedacht en gehandeld – of hoe ze het zich nu herinneren.

Saillant is bijvoorbeeld de situatie rond het door Al-Qaeda-terroristen gekaapte vliegtuig United 93. Cheney geeft het bevel ‘take the track’. Ofwel: haal het toestel neer. Ook Bush geeft zijn goedkeuring om het vliegtuig, waarin zich ook onschuldige Amerikaanse passagiers bevinden, te attaqueren. ‘Was ik blij met die beslissing?’ zegt de voormalige president nu. ‘Nee. Maar stond ik achter dat besluit? Zeker.’ Als United 93 even later inderdaad uit het luchtruim is verdwenen, weten Bush en zijn medewerkers vreemd genoeg niet of zij dat zelf op hun geweten hebben of niet.

Want de tv-ontvangst en telefoonverbinding in het regeringsvliegtuig Air Force One waren ronduit slecht. En ‘the leader of the free world’ was voor zijn nieuwsvoorziening veelal gewoon aangewezen op televisiezenders. Uiteindelijk bleken enkele dappere passagiers de kapers te hebben overmeesterd, waarna het vliegtuig was neergestort. De gedachte aan de moed van de United 93-passagiers en het lot dat hen ten deel viel zorgen nog altijd voor emoties bij de direct betrokkenen, die zich 9/11 sowieso herinneren als een emotionele achtbaan: twijfel, onzekerheid en ook angst vochten om voorrang, zo nu en dan gepareerd met galgenhumor.

Zulke momenten zijn tevens terug te zien op officiële foto’s van die fatale dag, die het optreden van Bush tijdens dit scharnierpunt in de moderne Amerikaanse historie in beeld brengen. De dag eindigde met de afkondiging van de zogenaamde Bush-doctrine: hij maakte in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat ze terug gingen slaan naar de terroristen én naar degenen die hen onderdak verschaften. Een kleine maand later zouden Amerikaanse troepen in Afghanistan landen. En anderhalf jaar later vielen de Verenigde Staten het Irak van Saddam Hoessein binnen.

9/11 – Life Under Attack

VPRO

‘Kijk, daar links zie je het World Trade Center’, zegt Randy Rousseau tegen zijn vrouw en twee kinderen. ‘Een paar jaar geleden was daar een terroristische aanslag.’ Het Californische gezin is op bezoek in New York. Op dinsdag 11 september 2001, de dag waarop er een nog veel grotere aanslag op de WTC-torens zal worden uitgevoerd. En vader Rousseau en diverse andere gewone Amerikanen zullen die fatale dag vastleggen met hun camera’s.

Hun ooggetuigenverslagen vormen de basis voor 9/11 – Life Under Attack (85 min.). Van het onbekommerde begin van de dag tot eerst het ongeloof en daarna de totale ontzetting dat het geen ongeluk of bom is, maar vliegtuigen die het World Trade Center zijn binnengevlogen. En dan gaan de wolkenkrabbers – die met geen mogelijkheid omver te krijgen zijn, volgens een overtuigde omstander – ook nog genadeloos onderuit. Om over het nieuws van buiten New York, toestel United 93 dat op weg is naar het Witte Huis of Capitool in Washington, nog maar te zwijgen.

Via de persoonlijke bijdragen van New Yorkers die hun ogen niet kunnen geloven vangt Karen Edwards de paniek, het verdriet en de chaos van deze rampdag, die zal fungeren als een belangrijk plotpoint in de moderne wereldgeschiedenis. De Britse filmmaakster laat het schokkende beeldmateriaal zijn werk doen en voegt slechts beperkt elementen toe: verbindende teksten in beeld, een sinistere soundtrack en het huiveringwekkende radiocontact met hulpverleners, mensen die vastzitten in de WTC-torens en stewardessen en passagiers van de gekaapte vliegtuigen.

Twintig jaar na dato wordt dat tragische etmaal zo weer probleemloos opgeroepen. Door mensen die de aanslagen moesten ondergaan kunnen wij, stuk voor stuk kinderen van de post-911 wereld, deze in zekere zin alsnog van minuut tot minuut beleven.

De zesdelige docuserie 9/11: One Day In America kent overigens een enigszins vergelijkbare opzet.

Nail Bomber: Manhunt

Netflix

Zie hem in de beginscène van Nail Bomber: Manhunt (72 min.) zitten in een net iets te donkere ruimte, die lijkt op een verlaten wegrestaurant. Verscholen in zijn kraag. Het gezicht verduisterd. Een biertje bestellend. Arthurs identiteit moet, ruim twintig jaar na dato, nog altijd geheim blijven. Omdat Zij nog altijd geloven dat hij, de infiltrant, óók een nazi is. ‘Een spion zijn vind ik leuk’, zegt Arthur nochtans. ‘Het geeft een kick.’

In 1999 ging hij undercover bij de extreemrechtse British National Party. Arthur begaf zich daarmee tevens in de omgeving van de man die dat jaar een spijkerbom op een multiculturele markt in de Londense wijk Brixton plaatste. Ook deze ‘David’ komt aan het woord. Niet letterlijk overigens, maar via een re-enactment van zijn politieverhoor. ‘s Mans identiteit blijft in eerste instantie onbekend en wordt in deze documentaire van Daniel Vernon pas gaandeweg onthuld.

In de weken na ‘Brixton’ zou de mysterieuze extremist, die op de onscherpe beelden van beveiligingscamera’s een wit honkbalpetje lijkt te dragen, nog meerdere malen toeslaan. En wederom op plekken waar vooral minderheden waren te vinden. De getroffen gemeenschap wist het zeker: de dader moest in extreemrechtse kringen worden gezocht. Dat hadden ze goed aangevoeld. De bommenlegger, op wiens persoonlijkheid en achtergrond overigens nauwelijks wordt ingegaan, wilde niets minder dan een rassenoorlog ontketenen.

Deze degelijke reconstructie van de terreurcampagne die de Britse neonazi net voor de eeuwwisseling ontketende en de klopjacht die er vervolgens op hem werd geopend moet het intussen niet van zijn spanning hebben. Op voorhand staat immers al vast dat de man uiteindelijk in de boeien wordt geslagen en valt ook te voorspellen dat het infiltrant Arnold zal zijn die hem het laatste zetje geeft. Nail Bomber: Manhunt is vooral geslaagd als sfeertekening van een onguur milieu, een geschokte gemeenschap en een grimmig tijdsgewricht, die op een noodlottige manier zullen samenkomen.

Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam

‘Jij goddeloze hoer.’

‘Ik ga je neuken.’

‘Je moet worden doodgestoken.’

Zomaar wat reacties die Seyran Ates op social media krijgt. Zowel rechts als links kunnen haar bloed soms wel drinken. Conservatieve moslims moeten bijvoorbeeld niets hebben van de seksuele revolutie die de vrijdenker bepleit in de islam. En linksmensen en feministen hebben dan weer flinke kritiek op haar verzet tegen hoofddoekjes, die zij als een wapen van het patriarchaat ziet. De Turkse activiste en juriste, sinds haar jeugd woonachtig in Duitsland, wordt er alleen maar strijdbaarder van.

Vanwege haar baanbrekende boeken gaat ze al meer dan tien jaar met beveiliging door het leven. En, oh ja, ook vanwege de progressieve Ibn Rushd-Goethe-moskee in Berlijn, waar mannen, vrouwen en LGBT’ers van harte welkom zijn. En waar vrouwen als imam kunnen functioneren, dat ook. In dit opzicht is ze een geestverwant van Sherin Khankan, de gedreven moslimfeminist uit de documentaire The Reformist die zich in Denemarken beijvert voor een vooruitstrevende islam.

In Seyrans moskee heeft ook haar neef Tugay z’n plek gevonden. Na de dood van z’n vader dreigde hij te radicaliseren, vertelt hij in Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam (82 min.). Zijn tante nam hem net op tijd onder haar hoede. Anders was de tiener, die al jaren met een geheim rondliep, volgens eigen zeggen beslist de geschiedenisboeken ingegaan als dader van een terroristische aanslag. De dreiging van fundamentalistisch geweld speelt sowieso een belangrijke rol in deze stevige film.

Regisseur Nefise Özkal Lorentzen begeleidt Seyrans activiteiten met een jazzy soundtrack en gestileerde sequenties en laat de activiste met haar moeder en zus bovendien met speelgoedtreintjes, blokken en huisjes haar jeugd reconstrueren. Ze volgt haar ook tijdens het zendingswerk dat ze in de hele wereld verricht. Ates bezoekt bijvoorbeeld een herdenkingsbijeenkomst voor de terroristische aanslagen in Madrid en ontmoet nabestaanden van een slachtoffer van Anders Breivik.

In haar jonge jaren blijkt ze zelf ook een traumatische ervaring te hebben opgelopen. Ontspannen liggend op een matje in het park vertelt ze over de gebeurtenis die haar heeft gemaakt tot de uitgesproken moslimvernieuwer die ze nu is. In haar eigen moskee neemt Seyran Ates vervolgens lacherig met Tugay de respons daarop door: een archiefmap met verwensingen en bedreigingen. Hoewel haar (anonieme) opponenten creatief te werk proberen te gaan, is er één constante.

‘Uiteindelijk ben ik’, constateert ze met een zekere berusting, ‘toch altijd weer een hoer.’