Stel Dat Je Vliegt

Sounds Like Film

Via surfen, kitesurfen en skydiven is Jonneke van Dooren in steeds extremere sporten beland. Inmiddels maakt de jonge Nederlandse vrouw alweer enige tijd deel uit van de basejump-gemeenschap, een internationaal gezelschap van enkele duizenden springers dat z’n eigen grenzen blijft verkennen.

‘Die goeie angst’, legt ze uit in Stel Dat Je Vliegt (28 min.). ‘Dat is echt wel een fijn gevoel.’ En ‘the stoke’, de euforie erna, is zelfs onbetaalbaar en spat ook van het scherm in de talloze filmpjes die ze van hun sprongen maken en delen. Als alles goed is gegaan, tenminste. Janneke heeft al diverse vrienden verloren, vertelt ze aan haar goede vriendin Coco Belize Koldijk, de maker van deze straffe korte documentaire. Twee handen vol.

Getuige de halsbrekende toeren die ze uithalen, op beelden die zijn gemaakt vanaf een exitpunt of juist vanuit het oogpunt van de jumper, kan dit geen verrassing zijn. Ze zoeken het gevaar op, om oog in oog met de dood boven zichzelf uit te stijgen. Zoals Johno. Hij bracht Jonneke aan het wankelen. Met hem zag ze zowaar een toekomst ‘waarin we dezelfde hoeveelheid avontuur konden hebben, zonder dezelfde hoeveelheid risico.’

Dat zou anders lopen. Op een ochtend, nadat ze samen naar een trouwerij waren geweest, hadden Johno en Jonneke nog enkele uren om te doden en besloten ze om samen een duosprong te maken. Nu lijkt zij weer terug bij af, in deze geladen film die soepeltjes schakelt tussen opwinding en hartzeer. Klaar voor de volgende sprong in het diepe of onbekende. Alsof/omdat er geen weg terug is.

When You Hear The Divine Call

VPRO

‘De mens lijkt op de aarde’, zegt een nette Nederlandse vrouwenstem in de openingsscène bij beelden van het Afrikaanse platteland. ‘En keert uiteindelijk ook terug naar diezelfde aarde.’ De titel van de film verschijnt in beeld: When You Hear The Divine Call (20 min.). Donkere mannen trommelen bij een vuur. ‘We komen via hetzelfde proces op deze wereld’, constateert een Afrikaanse stem. Bliksem. Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat je de goddelijke roeping hoort. Alle creaties in dit universum zijn gelijk voor de schepper.’

Één van die schepselen zit in het volgende shot, gewoon in Nederland overigens, met een tutje in zijn mond in een stoeltje. Het is Genson, het pasgeboren neefje van documentairemaker Festus Toll. Hij luistert naar een wiegenliedje. <Rewind> Naar beelden van Tolls oom Mike, die in 1993 aan het strand in Kenia een blowtje rookt. Hij vertrok op zijn 22e naar Europa en besloot onlangs terug te keren naar Afrika. Neef Festus reist hem nu achterna, op zoek naar wat hen als drie verschillende generaties Afrikaanse Europeanen bindt en bepaalt.

Fundamentele vragen over identiteit spelen daarbij op: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En (hoe) bepaalt dit waar ik naartoe ga? Dat klinkt concreter dan het in When You Hear The Divine Call wordt. Deze korte documentaire, thematisch een logisch vervolg op Tolls debuutfilm We Will Maintain, weigert ten enen male om een lineair opgebouwde zoektocht naar zoiets elementairs als ‘thuis’ te worden, maar overkomt de nietsvermoedende kijker eerder als een desoriënterende koortsdroom. Waarbij de filmmaker zijn publiek slechts beperkt houvast geeft en zelf de mogelijke antwoorden laat construeren.

Bewaarders

bewaarders
In de beperking toont zich de meester. De manier waarop Marc Schmidt in Bewaarders (76 min.) omgaat met het feit dat hij de gedetineerden van het hypermoderne Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) niet herkenbaar in beeld kan brengen, behoort tot de absolute pluspunten van deze observerende documentaire. De gevangenen zijn op een virtuoze manier, met een versluierend motiefje en een eigen kleur, gedigitaliseerd. Ze ogen nu als gezichtsloze objecten – werkmateriaal zou je kunnen zeggen – en hebben toch een individueel karakter gekregen.
 
Die vormkeuze benadrukt de insteek van deze Teledoc, die volledig vanuit het perspectief van de bewaarders wordt verteld. Zij hebben ook letterlijk een stem gekregen in de film. ‘Mijn mond is mijn wapen’, zegt die. Of: ‘Het is heel gemakkelijk om conflicten te krijgen hier, het is juist de kunst om ze niet te krijgen.’ Én: ‘Het werk verandert eigenlijk nooit.’ En met die laatste stelling sluit de stem aan bij een kernvraag van deze film: levert de moderne manier van werken in de JCZ, de grootste en modernste gevangenis van Nederland, daadwerkelijk een andere gevangenis op, met een andere rolverdeling tussen bewakers en bewaakten?
 
De stem twijfelt hoorbaar: zijn de ‘boeven’ eigenlijk wel in staat om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen? En hebben de medewerkers van het Justitieel Complex Zaanstad, dat is voorzien van de nieuwste digitale technieken en volhangt met camera’s, op hun beurt voldoende tools om hen daarbij optimaal te ondersteunen? Zeker omdat het aantal gedetineerden met een psychiatrische stoornis en afwijkend gedrag lijkt toe te nemen, hangt die vraag voortdurend boven de markt. Zijn die camera’s er misschien ook een beetje om mij in de gaten te houden? vraagt de stem zich af.
 
De centrale verteller, die in de ik-vorm reflecteert op het werk van een medewerker van de JCZ, is een sterke troef van deze documentaire, die volledig binnen de afdeling Noord van de gevangenis is opgenomen. Terwijl echte hoofdpersonen ontbreken in deze beklemmende film – hooguit enkele gezichten keren steeds terug – verwoordt die stem wat er in al die verschillende bewaarders met hun eigen aanpak en ‘tone of voice’ omgaat. Zo brengt Schmidt zowel het dagelijks bestaan van een moderne cipier als diens psyche in kaart.

De Jacht Op de Match

VPRO

Vanavond vertoont NPO2 een documentaire van Hans Pool over de zoektocht naar de beruchte Utrechtse serieverkrachter. De Jacht Op De Match (89 min.) wordt verteld vanuit het perspectief van de rechercheurs en officieren van justitie, met bijzondere aandacht voor de inzet van DNA bij het onderzoek.

Intussen denkt filmmaker Pool hardop na over de maatschappelijke gevolgen van DNA-onderzoek en -gebruik; wat betekenen die voor onze privacy? Die regelmatig terugkerende voice-overs, waarmee de maker een soort Tegenlichtje lijkt te willen spelen, zijn het minst sterke deel van deze intrigerende documentaire.

Ze leiden een beetje af van de verbeten zoektocht van politie en justitie naar de man die Utrecht jarenlang in zijn gewelddadige greep hield en de manier waarop ze de verdachte, die na twintig jaar in beeld komt door een fietsdiefstal, uiteindelijk schaakmat proberen te zetten.

Want dat verhaal is boeiend genoeg en wordt in deze film ook prima verteld.