Miles Davis: Birth Of The Cool

Van ‘de verpersoonlijking van cool’ tot volledig doorgesnoven weirdo, die zich heeft teruggetrokken in zijn flat en geen muziekinstrument meer aanraakt. De ‘ontwikkeling’ die Miles Davis in zijn volwassen leven doormaakte is terug te zien op de talloze zwart-wit foto’s die van hem zijn gemaakt. Gelukkig heeft de biografie Miles Davis: Birth Of The Cool (155 min.) een derde akte. Net als het leven van de legendarische jazztrompetist.

Met een overvloed aan fraai archiefmateriaal documenteert regisseur Stanley Nelson Davis’ leven en carrière, die een kickstart kregen toen hij in 1944 als tiener bij Billy Eckstine & His Orchestra Charlie Parker en Dizzy Gillespie tegen het lijf liep. ‘Het geweldigste gevoel dat ik ooit heb gehad in mijn leven’, aldus de man zelf (in een voice-over, die is ingesproken door acteur Carl Lumbly). ‘Althans met mijn kleren aan.’ Gezamenlijk zou het drietal de toekomst van de moderne jazz vormen.

Tijdens zijn eerste buitenlandse trip, in 1949 naar Parijs, voelde Davis zich echt serieus genomen als artiest. Hij ontmoette er de Spaanse kunstenaar Pablo Picasso en schrijver/filosoof Jean-Paul Sartre en werd voor het eerst in zijn leven niet meer behandeld als ‘zomaar een zwarte’. Hij werd er ook verliefd op de Franse zangeres Juliette Gréco. ‘Het was een wonder’, zegt ze nu met glinsterende ogen. ‘Het was wat je het wonder van de liefde kunt noemen.’

Waarom trouw je niet met Gréco, zou Sartre haar hebben gevraagd. Omdat ik verliefd op haar ben, had Miles volgens zijn geliefde toen geantwoord. ‘Ik hou van haar.’ Eenmaal thuis kwam de kater: hij was weer gewoon een neger, in een volledig gesegregeerd land. ‘Ik raakte op drift’, zegt hij zelf. En voor hij het goed en wel in de gaten had, was Miles volledig verslingerd geraakt aan heroïne. Het lijkt nu, zeventig jaar later, een keerpunt in zijn leven. Het moment waarop hij verknoopt raakte in zichzelf – en, dat ook, zijn beste muziek ging maken: de langspeler Kind Of Blue (1959).

De kunst van Davis wordt door filmmaker Nelson prachtig in de verf gezet. De gehele film is doordrenkt met zijn expressieve trompet. Daarnaast laat hij z’n kinderen, zijn voormalige muze Frances Taylor (van die, zoals ze zelf gedurig zegt, geweldige benen, die Miles regelmatig, althans figuurlijk, probeerde te breken), jeugdvrienden, collega’s en historici aan het woord. Zij vervolmaken dit intieme portret van een even getalenteerde als getroebleerde man, die zichzelf uiteindelijk toch nog een derde akte toestond.

De Waarheid Over Mijn Vader

Mijn vader is een held. In zijn geboorteland Liberia probeerde hij jarenlang zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is nu eenmaal een echte wereldverbeteraar.

Tenminste, dat dacht journaliste/columniste Clarice Gargard, die zelf in Nederland opgroeide. Totdat ze ontdekte dat ‘daddy’ onderdeel was van het regime van Charles Taylor. En werd die, sinds de staatsgreep die hem in 1992 aan de macht bracht, niet in verband gebracht met gedrogeerde kindsoldaten, kannibalisme en misdaden tegen de menselijkheid?

Filmmaker Shamira Raphaëla volgt Clarice terwijl ze, bijna tegen beter weten in, klaarheid probeert te krijgen over de rol van haar vader in de voortdurende Liberiaanse burgeroorlog. Is hij werkelijk een man om trots op te zijn? Of heeft haar onvoorwaardelijke liefde als kind een eerlijke beoordeling van Martin Gargard altijd in de weg gezeten?

De Waarheid Over Mijn Vader (52 min.) verstrekt dochterlief geen gemakkelijke antwoorden. En Raphaëla ziet zich soms genoodzaakt om Clarice Gargard ongemakkelijke vragen te stellen. Ze omkleedt de verhalen en ontdekkingen van haar hoofdpersoon bovendien met getuigenissen van slachtoffers over de gruwelen van de Liberiaanse oorlog.

De tone of voice, het unheimische geluidsdecor en de duistere kleurzetting van deze film (Engelse titel: Daddy And The Warlord) zijn opvallend onheilszwanger. Alles wijst erop dat pa Gargard echt wat op zijn kerfstok heeft. De symboliek van een beeld waarin ‘Daddy’ zich achter tralies lijkt te bevinden, is bijvoorbeeld nauwelijks mis te verstaan.

Intussen blijft het de vraag of Clarice de waarheid over haar vader wil zien. Of ze die als dochter eigenlijk wel kán zien.

The Weather Underground

Duitsland had de Baader Meinhof Gruppe, Italië de Brigate Rosse en de Verenigde Staten The Weather Underground. Stuk voor stuk extreem-linkse groeperingen, voortgekomen uit de militante studentenbeweging, die in de jaren zeventig overgingen tot terroristische aanslagen. Die (communistische) revolutie moest en zou er komen, desnoods met grof geweld. En daarmee zouden ook rassendiscriminatie, monogamie en die godvergeten oorlog in Vietnam verdwijnen.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire The Weather Underground (90 min.) reconstrueren de filmmakers Sam Green en Bill Siegel, die afgelopen week op 55-jarige leeftijd is overleden, met allerlei voormalige leden de historie van de ondergrondse organisatie. De radicale studentengroep, ook wel bekend als The Weathermen, ontstond tijdens het paranoïde presidentschap van Richard Nixon als bijproduct van de Students For A Democratic Society (SDS) en ging al snel over tot geweld. Ze besloten om de Vietnam-oorlog naar huis te brengen.

‘Dit zijn geen romantische revolutionairen’, aldus de toenmalige Republikeinse president, die de FBI direct instrueerde om zich niet al te druk te maken om wet- en regelgeving bij het opjagen van de groep. ‘Dit is hetzelfde tuig en uitschot dat de goeie mensen altijd dwars heeft gezeten.’ Politiek activist Todd Gitlin, in principe een medestander van The Weather Underground, formuleert het nog scherper dan Nixon. Volgens de voormalige SDS-leider waren de geradicaliseerde studenten bereid om massamoordenaars te worden. ‘Ze kwamen tot de conclusie – en dat is dezelfde conclusie die alle grote moordenaars, zoals bijvoorbeeld Hitler, Stalin en Mao, ook trokken – dat bij hun grote project voor de transformatie en zuivering van de wereld de levens van gewone mensen er niet toe deden.’

Zo heet werd de soep niet gegeten, stellen de voormalige kaderleden in deze traditioneel opgezette documentaire uit 2002, waarin verteller Lili Taylor een bulk aan treffend archiefmateriaal verbindt met interviews met voormalige Weathermen en -girls en tevens het woord geeft aan criticasters en opponenten van de anti-establishmentgroep (waarvan sommige leden, later, toch echt tot datzelfde establishment zouden gaan behoren). Met gemengde gevoelens kijken ze terug op een tijdsgewricht waarin Amerika serieus aan zichzelf begon te twijfelen en zijzelf, in al hun jeugdige overmoed, de ‘moral high ground’ meenden te bewandelen. In dat opzicht is The Weather Underground echt een film van alle tijden.

Toen Barack Obama in 2008 een serieuze kandidaat bleek te zijn voor het Amerikaanse presidentschap, speelde ineens ook het verhaal van The Weather Underground weer flink op. Hij zou onder de invloed staan van Bill Ayers, een voormalig lid van de terreurgroep dat afstand had genomen van zijn verleden en inmiddels les gaf op de Universiteit van Illinois in Obama’s woonplaats Chicago.

Dig!

Oscilloscope

Not If You Were The Last Junkie On Earth, de eerste hit van The Dandy Warhols uit 1997, werd direct vilein gecounterd door The Brian Jonestown Massacre met Not If You Were The Last Dandy On Earth. Het was natuurlijk ook de wereld op zijn kop: Anton Newcombe’s band had de ‘next big thing’ moeten worden, maar de groep van zijn vriend/rivaal Courtney Taylor-Taylor ging er met de eer vandoor.


Dat ‘onrecht’ vormt het hart van de bruisende rockdoc Dig! uit 2004, waarvoor Ondi Timoner beide rockbands gedurende zeven jaar op de voet heeft gevolgd. In die periode kreeg Taylor-Taylor (tevens de verteller van deze film) steeds meer succes, terwijl Newcombe gaandeweg he-le-maal uit de bocht vloog. Totdat het zelfs te veel werd voor zijn trouwe secondant Joel Gion, die jarenlang met een veel te grote zonnebril op en een tamboerijn in de hand naast hem op het podium übercool stond te wezen.

Want de decadente levensstijl waarmee The Dandy Warhols uitbundig flirtten en uiteindelijk ook scoorden – met als meest tastbare resultaat de door een commercial tot wereldhit gebombardeerde kraker Bohemian Like You – werd door The Brian Jonestown Massacre daadwerkelijk geleefd. Hun muzikale verrichtingen, vastgelegd op een stortvloed aan platen, werden steevast overschaduwd door drankgelagen, sterallures, arrestaties, drugsmisbruik en zelfs vechtpartijen op het podium.

De losgeslagen multi-instrumentalist Anton Newcombe wordt door menigeen nog altijd beschouwd als een muzikaal wonderkind, maar in Dig! is hij vooral te zien als een enfant terrible, dat steeds opzichtig aan de noodrem trekt zodra zijn trein op stoom dreigt te komen. De mediagenieke Dandy Courtney Taylor-Taylor oogt intussen als de gedroomde popster, een ideale posterboy voor de lekker slicke alternatieve rock van het fin de siècle.

Behalve lof oogstte filmmaakster Ondi Timoner overigens ook kritiek met deze rudimentaire documentaire, die de juryprijs won op het Sundance Festival van 2004; ze zou wel erg weinig oog hebben gehad voor de muzikale verrichtingen van beide bands en het drama tussen hen bovendien nogal kunstmatig hebben aangezet. Zodat er aan het eind van de film duidelijke winnaars en losers lijken te zijn. De werkelijkheid lag, zoals altijd, een stuk genuanceerder. Maar dat levert natuurlijk niet per definitie ook een spannendere film op.

Ruim twintig jaar dato maakte Ondi Timoner een update van Dig!: Dig! XX, met extra beelden en interviews.