This Is The Zodiac Speaking

Netflix

Eens in de zoveel tijd meldt zich iemand die zegt ‘t te weten. En dan begint de hele mediahype weer van voor af aan. Ik ben de Zodiac. Of: hij is The Most Dangerous Animal Of All. Want wie de seriemoordenaar was die zich eind jaren zestig begon te bedienen van een mysterieuze schuilnaam en een serie berichten in geheimschrift naar kranten stuurde, is nooit vastgesteld. Voer voor speculatie dus – en een eindeloze stroom boeken, films en docuseries.

De seriemoordenaar zocht die aandacht doelbewust op. This Is The Zodiac Speaking (135 min.), schreef hij in 1969 in een open brief aan enkele kranten, toen San Francisco en omgeving werden opgeschrikt door een aantal geruchtmakende moorden. Die bevatten daderkennis, gecodeerde boodschappen en het dreigement dat hij nog meer slachtoffers, een bus met schoolkinderen bijvoorbeeld, zou gaan maken. De Zodiac was volgens eigen zeggen ‘slaven voor het hiernamaals’ aan het verzamelen.

David, Connie en Don Seawater weten het zeker: Arthur Leigh Allen is de man die de politie altijd te slim af is gebleven. Zij leerden hem begin jaren zestig op school kennen als leraar. Een goeie lobbes, die ook regelmatig leuke dingen met hen ging doen. Zoals een dagje naar het strand of een weekendje naar het racecircuit, plekken waar toevallig ook moorden van de Zodiac-moordenaar blijken te hebben plaatsgevonden. Dat klinkt in eerste instantie niet al te geloofwaardig, maar wordt allengs steeds aannemelijker.

Deze driedelige serie van Ari Mark en Phil Lott stoelt, behalve op de getuigenissen van de Seawaters, vooral op Robert Graysmith. Als cartoonist van The San Francisco Chronicle was hij erbij toen de zoektocht naar de seriemoordenaar de Verenigde Staten in z’n greep kreeg. Hij beet zich jarenlang vast in de zaak en schreef er een boek over. Zodiac (1986) vormde het uitgangspunt voor de gelijknamige speelfilm van David Fincher uit 2007, waarin Arthur Leigh Allen ook al een prominente rol kreeg toebedeeld.

Deze fascinerende true crime-productie is een soort ideaal vervolg op de Fincher-film. Een miniserie die ook niet alle antwoorden heeft, maar wel degelijk nieuwe informatie en verbanden lijkt toe te voegen aan de zaak die, juist omdat hij al zo lang onopgelost is, onverminderd tot de verbeelding blijft spreken. Tijdens een huiszoeking bij Arthur Leigh Allen werden in 1991 bijvoorbeeld allerlei spullen aangetroffen, die serieuze vragen oproepen. Het bleek alleen te weinig om de zaak definitief rond te maken.

En dus blijft er ruimte voor Jan en alleman om te zeggen: ik ben ‘t. Óf: hij is ‘t. Beter: hij wás ‘t. Want ruim een halve eeuw later wordt de kans natuurlijk steeds kleiner dat de Zodiac of mensen met zicht op ‘s mans identiteit nog in leven zijn. Arthur Leigh Allen, die volgens één van de Seawater-kinderen wel wat weg had van de goedmoedige Hoss uit de westernserie Bonanza, geldt nog altijd als een ‘droomkandidaat’. Maar of hij – of toch één van de andere gegadigden – ook daadwerkelijk de übercreep is?

Of ís er helemaal geen seriemoordenaar en zijn al die gruwelijke misdrijven in werkelijkheid door verschillende daders gepleegd, zoals schrijver Thomas Henry Horan betoogt in de documentaire Myth Of The Zodiac Killer (2023)? Feit is dat er nog altijd ongecodeerde brieven van de killer liggen, die nieuw licht op de zaak kunnen werpen. Tot nader order behoort This Is The Zodiac Speaking evenwel tot de meest overtuigende cases tegen een verdachte in deze serie weerzinwekkende moorden.

Yorkshire Ripper: The Secret Murders

ITV

De Britse truckchauffeur Peter Sutcliffe (1946-2020) is in 1981 tot levenslang veroordeeld voor dertien moorden, voornamelijk op prostituees. Hij zou daarnaast ook zeven andere vrouwen hebben belaagd. De tweedelige true crime-docu Yorkshire Ripper: The Secret Murders (92 min.) betoogt echter dat hij nog veel meer huiveringwekkende daden op zijn geweten heeft.

Ruim twintig andere, nog altijd onopgeloste moorden, eveneens in de periode 1968-1981, lijken perfect in Sutcliffes modus operandi te passen. De slachtoffers zijn echter nooit als zodanig erkend, tot groot verdriet van hun nabestaanden. En de beruchte seriemoordenaar kan hen niet meer uit de nachtmerrie helpen. Peter Sutcliffe overleed in het najaar van 2020 aan de gevolgen van het Coronavirus en nam al z’n geheimen mee het graf in.

Als filmmaker Adam Luria met direct betrokkenen, deskundigen en enkele journalisten die zich in de casussen hebben verdiept, alle feiten op een rijtje zet in deze documentaire, is het nauwelijks voor te stellen dat de Britse politie The Ripper niet eerder in de kraag heeft gegrepen – en dat het verband met die andere openstaande moordzaken nooit is gelegd. Los van het feit dat daarvoor ook volstrekt onschuldige Britten jarenlang hebben vastgezeten.

De Britse politie werd in die tijd vrijwel volledig bevolkt door mannen. Een deel daarvan leek ook van mening dat vrouwen die actief waren als sekswerker ’t er zelf naar hadden gemaakt. De verschillende politiekorpsen werkten in die tijd bovendien volledig langs elkaar heen. Ze beschikten niet over adequate middelen om theorieën, dossiers of bewijsmateriaal uit te wisselen. En dus kon een gestoorde killer jarenlang ongestoord zijn gang gaan.

In het DNA-tijdperk zou een veelpleger zoals Peter Sutcliffe ongetwijfeld snel tegen de lamp zijn gelopen. Hij liet op diverse plaatsen delict sporen achter, die scherpe speurders direct naar hem hadden kunnen leiden. Net als zijn beruchte Amerikaanse ‘vakbroeders’ die in dezelfde periode actief waren en ook konden blijven. Hoewel de kranten volstonden over zijn wandaden, slaagde The Yorkse Ripper er dus in om onder de radar te opereren.

Deze docu zet deze tragische geschiedenis, met een eindeloze rij verminkte vrouwen, stemmig en duister weg, maar blikt verder tamelijk nuchter en ingetogen terug op ’s mans inktzwarte moordlust. Geen galmende voice-over of overspannen horrormuziek dus, maar een grondige ontleding van de feiten en oog voor de verpletterende gevolgen daarvan voor allerlei betrokkenen: overlevenden, nabestaanden en vals beschuldigden.

De schade die – zo laat het zich toch echt aanzien – door één enkele gestoorde man is veroorzaakt, blijkt enkele decennia later nog altijd nauwelijks te overzien.

Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man

National Geographic

In de loop van veertig jaar sprak hij volgens eigen zeggen met maar liefst 77 seriemoordenaars. En zeker in Frankrijk geldt Stéphane Bourgoin al enkele decennia als een absolute autoriteit op het gebied van deze ‘sexy’ moordenaars. Totdat er in het true crime-wereldje serieuze twijfel ontstaat over al zijn beweringen. Het online-burgercollectief The 4th Eye Corporation gaat op onderzoek uit en vindt al snel aanwijzingen dat de killerexpert, die ooit werd getraind door de legendarische FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), uitgebreid sprak met Charles Manson en tientallen boeken schreef over seriemoordenaars, in werkelijkheid een doorgewinterde fantast is. Een ‘Serial Mytho’.

Misschien was zijn levensverhaal ook wel te ‘mooi’ om waar te kunnen zijn: in 1976 werd Stéphanes vriendin Eileen om het leven gebracht door een brute killer. Die tragische gebeurtenis zou hem op het spoor van seriemoordenaars hebben gezet. En dat bracht hem begin jaren negentig in de Verenigde Staten, waar hij voor een documentaire mocht spreken met tot de verbeelding sprekende killers zoals Gerard Schaefer, Ottis Toole en Ed Kemper. Volgens zijn toenmalige collega’s gedroeg Bourgoin zich daarbij als een kind in een snoepwinkel, een ‘fanboy’ die z’n lotsbestemming had ontdekt – en de kortste weg naar wereldwijde roem. Waarbij een beetje fabuleren geen bezwaar bleek.

Nu wordt Stéphane Bourgoin zelf kritisch doorgelicht in Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man (129 min.), een driedelige serie die is gebaseerd op een artikel in The New Yorker van de Amerikaanse journalist Lauren Collins. Zij treedt ook op als getuige-deskundige in deze productie, die tevens een metablik wil werpen op het true crime-genre – in het verlengde van true crime²-producties zoals I’ll Be Gone In The Dark, Citizen Sleuth en Cybersleuths: The Idaho Murders – en de werking van de media in het algemeen. In een tijd waarin gewone burgers steeds vaker zelf het voortouw nemen, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse ‘wisdom of the crowd’-initiatief Bureau Dupin.

Voor Bourgoin lijkt de werkelijkheid een homp klei die je naar eigen believen kan kneden en vervolgens mag verkopen, soms letterlijk, binnen je eigen verhaal. Dat klinkt onschuldiger dan het is. Zo spreekt hij bijvoorbeeld met Dahina Sy-Le Guennan, een getraumatiseerde jonge vrouw die een aanval van de beruchte Franse seriemoordenaar Michel Fourniret heeft overleefd. Daarna meldt Bourgoin doodleuk in een televisieprogramma: ‘Het interview is onderdeel van een drie uur durende DVD die ik deze week uitbreng.’ Enige tijd later figureert zij, zonder overleg, ook nog in een graphic novel over de Fourniret-zaak. Het is helder: volgens Bourgoin mag misdaad wel degelijk lonen.

Dan rest nog de vraag waarom Stéphane Bourgoin zich decennialang zo gigantisch heeft vergaloppeerd. ‘Veel schrijvers liegen nu eenmaal over hun eigen biografie’, probeert de man zelf de kwestie met een boutade af te doen, als hij in de slotaflevering van deze miniserie van Ben Selkow zowaar voor de camera verschijnt. Daarmee neemt de filmmaker geen genoegen. Samen met Lauren Collins gaat hij de confrontatie aan. Zo hopen ze Bourgoin eindelijk te kunnen ontsluiten, diens signatuurverhaal over ‘Eileen’ in het bijzonder, en te begrijpen waarom de man zo achteloos met de waarheid omgaat.

Crime Scene Berlin: Nightlife Killer

Netflix

Wie deed wat met wie en waar, hoe en in welk kamertje? wil de Duitse recherche op 5 mei 2012 weten als ’s nachts het levenloze lichaam van de 32-jarige Nicky M. wordt aangetroffen in de Berlijnse gaybar Grosse Freiheit. Maar wie houdt er nu een overzicht bij van wie zich in welke darkroom heeft teruggetrokken? En waarom heeft niemand het slachtoffer gehoord toen hij van het leven werd beroofd? Duidelijk is dat Nicky’s creditcard vlak na zijn dood nog is gebruikt.

En dan dient zich nog een tweede slachtoffer aan in Crime Scène Berlin: Nightlife Killer (106 min.). Levend. Miroslaw Wawak kwam een uur na de moord op Nicky, rond vijf uur ’s nachts, in een trein een man tegen. Ze wisselden een flaconnetje sterke drank uit. Daarna is de jonge man kwijt wat er met hem is gebeurd. Miroslaw komt pas bij zijn positieven in het ziekenhuis. Hij blijkt ternauwernood een GHB-vergiftiging te hebben overleefd. Z’n creditcard en contant geld zijn wel ontvreemd.

Niet veel later komt in deze driedelige true crime-serie van Jan Zabeil en Caroline Schaper, onderdeel van Joe Berlingers Crime Scene-franchise, een dader in beeld. Deze man – vooralsnog blijft onbekend wie het is – vertelt over wat hem rond zijn misdaden bezig hield. Waarom hij precies tot zijn daden overging, blijft echter ongewis. Omdat het kon? ‘Ik weet dat ik iets doe wat verboden is, iets verkeerds’, stelt hij. ‘Bij ieder ander zou ik deze daden veroordelen. Maar het bevredigde iets in mij.’

Gaandeweg breidt de zaak zich uit naar mogelijke andere misdaden. Die zijn stuk voor stuk gesitueerd in de Duitse gayscene. Langzaam komt dan ook steeds nadrukkelijker de persoon in beeld achter de anonieme man, die eerder ook al met Miroslaw op beveiligingscamerabeelden van het Berlijnse station Ostbahnhof was te zien. Hij begint verdacht veel te lijken op een klassieke seriemoordenaar, inclusief de jeugdtrauma’s die wellicht ten grondslag hebben gelegen aan zijn drang om te doden.

De partyscene van de Duitse hoofdstad, waarin sowieso van alles gebeurt wat het daglicht niet kan verdragen, vormt een perfect jachtterrein voor deze ‘Koma-Killer’. Zabeil en Schaper nutten dit decor ook ten volle uit en geven de jacht op hem een naargeestig karakter met duistere reconstructiescènes en hectische dancemuziek. Enig effectbejag is hen daarbij niet vreemd. Het nachtelijke Berlijn wordt in hun handen geen plek om individuele vrijheid te beleven, maar een hedonistisch oord vol gevaren.

Uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes in Crime Scene Berlin min of meer in elkaar – al blijven er, mede door de afloop van deze intrigerende casus, ook de nodige vragen onbeantwoord.

The Truth About Jim

HBO Max

‘Ik denk dat ik er klaar voor ben om het konijnenhol van Jim in te duiken’, zegt Sierra Barter aan de telefoon tegen haar moeder, terwijl ze in de auto onderweg is naar haar halftante Jaime. ‘Ik weet alleen nauwelijks waar ik moet beginnen en ik wil ook niet zomaar allerlei trauma’s en emoties oprakelen en mensen boos maken.’

De jonge actrice heeft zich echter voorgenomen om nu voor eens en altijd – en voor de camera – alle geruchten rond haar grootvader te onderzoeken. The Truth About Jim (188 min.), juist. Stiefgrootvader, welteverstaan. En die nuance zegt in wezen alles. De man wordt bij de start van deze vierdelige docuserie direct geassocieerd met de seriemoordenaarsgolf, die ruim een halve eeuw geleden door Californië trok en toen talloze slachtoffers maakte. Was de Amerikaanse middelbare schoolleraar Jim Mordecai (1941-2008), thuis een bullebak van een vent, misschien één van hen?

Sierra kan in elk geval niet uit haar eigen geheugen putten. Daar is ze simpelweg veel te jong voor. Jim was de tweede echtgenoot van haar oma Judy Williams, die op haar beurt weer zijn derde vrouw was. Mordecai had in totaal vier biologische kinderen en drie stiefkinderen, waaronder Sierra’s moeder Shannon Barter. Om de ingewikkelde familieverbanden inzichtelijk maken heeft Sierra alvast een typisch true crime-bord gemaakt, zodat te allen tijde duidelijk is wie wat van wie is. Doodsbang voor Jim waren ze overigens allemaal. Want hij kon natuurlijk ook zijn handen niet thuishouden.

True crime-veelpleger Skye Borgman (Girl In The PictureI Just Killed My Dad en Sins Of Our Mother) draait haar hand niet om voor zo’n schmutzige familiegeschiedenis, die met opvallend veel privéfilmpjes – alsof ze wisten dat die ooit nog van pas zouden komen – kan worden verteld. De documentaire doet enigszins denken aan een andere recente film, Great Photo, Lovely Life, waarin Amanda Mustard het problematische verleden van haar opa verkent. Ook hij zou zich stelselmatig hebben vergrepen aan minderjarige meisjes en moet (en kan) daar nu rekenschap over afleggen.

Dan voelt de queeste van Sierra Barter, die tevens persoonlijke motieven heeft om zich te weer te stellen tegen seksueel geweld, toch wel erg gekunsteld. Óók omdat Jim Mordecai zich natuurlijk al ruim vijftien jaar niet meer kan verdedigen. Dat wordt des te pregnanter als zijn stiefkleindochter hem concreet in verband begint te brengen met de zogenaamde Santa Rosa Hitchhiker Murders van begin jaren zeventig. Nog geen aflevering later komen zelfs de geruchtmakende Zodiac-moorden in beeld. Barter is overigens bepaald niet de eerste die The Most Dangerous Animal Of All wil claimen.

Ze legt bij nieuwe ‘ontdekkingen’ ook niet gewoon contact met de politie, maar neemt haar toevlucht tot een liftersmoorden-kenner, huurt een privédetective en gepensioneerde profiler in, laat opa’s DNA onderzoeken en legt haar bevindingen voor aan een Zodiac-deskundige (die zowaar nog wat koud water over heeft). Zoals bij de meeste true crime-producties wordt er onderweg heel wat stof opgeworpen, maar als dat is neergedaald blijft er verdacht weinig over om mee te werken. Als dat kleine beetje aan de politie is overhandigd, lijken Sierra en haar familie ineens te vinden dat hun taak erop zit.

Het proces heeft hen samen naar verluidt veel goeds gebracht, maar of de waarheid over (stief)opa Jim ook dichterbij is gekomen?

Six Silent Killings: Ireland’s Vanishing Triangle

SkyShowtime

Dertig jaar later zijn ze nog altijd spoorloos. Zes jonge vrouwen, in de loop van de jaren negentig verdwenen in The Wicklow Mountains bij Dublin. Zonder duidelijk reden of verdachte. Geraldine Niland, een voormalige misdaadjournalist van de Ierse krant The Sunday Independent, vraagt zich nog altijd af: waar zijn ze? En, natuurlijk, wat is er met hen gebeurd? Was er misschien een seriemoordenaar actief in de zogenaamde ‘Verdwijndriehoek’, een naam die Niland zelf muntte als journalist?

De Garda, de Ierse politie, behandelde de verdwijningen oorspronkelijk als reguliere vermissingszaken. De kans dat de jonge vrouwen, die ook wel eens niet van onbesproken gedrag konden zijn geweest, zich vanzelf wel weer zouden melden was volgens hen aanzienlijk. Hun families waren zeer gefrustreerd dat de Gardaí niet gewoon een moordonderzoek startten. Zij gingen direct uit van een misdrijf. Hun dierbaren hadden geen reden om zich zomaar uit de voeten te maken.

De Ierse politie had volgens Geraldine Niland meteen moeten zoeken naar verbanden tussen de zaken in ‘de Verdwijndriehoek’. ‘Ben je blij dat je het zo noemde?’ vraagt Colette Camden, de maker van de tweedelige truecrime-docu Six Silent Killings: Ireland’s Vanishing Triangle (97 min.) aan haar. ‘Ja, dat ben ik’, zegt de journaliste. Het ging volgens Niland beslist niet om losse gevallen. En zo’n smeuïge term zou misschien kunnen helpen om de zaken in samenhang te gaan zien.

En als de speciaal opgerichte taskforce Operation Trace eindelijk gaat zoeken naar dwarsverbanden tussen de zes zaken en bovendien hulp krijgt van profilers van de FBI, omdat één van de verdwenen vrouwen Amerikaans is, wordt een vrouw uit Carlow bruut aangevallen. Zo komt er in 2000 zowaar een verdachte in beeld. ‘Hij is een jager’, stelt Niland. ‘Hij jaagt niet alleen op dieren, maar ook op vrouwen.’ De man krijgt een tot de (ergste) verbeelding sprekende bijnaam: The Beast Of Baltinglass.

Dit gedegen tweeluik, dat zich nauwelijks schuldig maakt aan effectbejag, zaait echter meteen ook weer twijfel: is deze voor zichzelf werkende timmerman, ogenschijnlijk een brave huisvader, verantwoordelijk voor alle verdwijningen? Zo ja, (hoe) kan dat dan worden bewezen? En, natuurlijk, de vraag der vragen die Geraldine Niland, de misdaadjournalist die zich al een half leven lang heeft vastgebeten in de zaak, al bij aanvang op tafel legde: wáár zijn ze?

La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas

Netflix

Deze seriemoordenaar heeft het nu eens niet voorzien op jonge meisjes of jongens. Hij heeft het gemunt op bejaarde vrouwen. De Mexicaanse killer, volgens het signalement lang en gezet, maakt rond de eeuwwisseling zeker 49 slachtoffers. Mexico is in rep en roer. Het land heeft geen ‘traditie’ op het gebied van seriemoordenaars. Al zeker zestig jaar Is het verschoond gebleven van het type roofdier dat bij de grote bovenbuur, de Verenigde Staten, bijna op elke hoek van de straat een prooi staat te beloeren.

De onderzoekers gaan in de leer in het buitenland. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld ervaring met Thierry Paulin. Het ‘beest van Monmartre’ zou zo’n twintig Franse ouderen hebben beroofd en gedood, voordat hij in 1989 stierf aan de gevolgen van AIDS. ‘La Mataviejitas’ blijkt echter nergens mee te vergelijken. Is het bijvoorbeeld wel een (echte) man die in Mexico-Stad weerloze senioren wurgt in hun eigen huis? Of überhaupt één enkele persoon? Zijn er misschien ook ‘copycats’ aan het werk?

Geduldig ontleedt Maria Jose Cuevas de zaak in La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas (112 min.). Ze neemt de gebeurtenissen min of meer chronologisch door met nabestaanden, opsporingsambtenaren, deskundigen en verdachten. Gaandeweg wordt zo het motief van de moordenaar duidelijk, kunnen er vingerafdrukken worden veiliggesteld en komt gaandeweg ook de dader in beeld. De filmmaakster serveert dit met gevoel voor drama, visuele flair en een zeer uitgesproken klassieke soundtrack uit.

De seriemoordenaar, op heterdaad betrapt door een buurman van één van de slachtoffers, blijkt zowaar een fervent liefhebber van worstelen, die bovendien technieken van deze sport voor malicieuze doeleinden heeft ingezet. De aanhouding van deze dader betekent echter niet dat daarmee alle zaken definitief zijn opgelost. Te elfder ure zet een onverwachte wending de zaak – en ook deze krasse true crime-docu – nog eens goed op zijn kop.

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.

Dating Death

Sky

Dat je jezelf op de gedachte betrapt: dit heb ik al eens eerder gezien. Beter bovendien. Al die pratende hoofden. Getuigen. Familieleden. Politiemannen. Openbaar aanklagers. Journalisten, natuurlijk. Mensen die van ‘hem’ bijna hun beroep hebben gemaakt. Streep ‘bijna’ gerust weg. En de slachtoffers. Willekeurige Amerikaanse vrouwen. Meisjes, beter gezegd. De slachtoffers van een, checks notes, seksueel roofdier. Seriemoordenaar, juist. De enkeling die het kan navertellen doet dat ook. Been there, denkt de geoefende true crime-kijker desondanks. Done that. Daartegen is geen gimmick bestand (zoals: ‘hij’ heeft ooit aan een bekende, lékker dubbelzinnige datingshow op de Amerikaanse televisie deelgenomen en wij hebben de beelden!).

En dat je dan pas bedenkt: this is real, mán! Niet de pennenvrucht van een verknipte geest, maar de dadendrang van een verknipte geest. Herstel: van een psychisch gestoorde man. Die best gewoon oogt – overigens ook niet súperaantrekkelijk, al wordt het verhaal daarvan natuurlijk wel een stuk smeuïger – maar het van binnen helemaal niet is. Geen larger than life-personage, maar een levensechte man. Écht echt, zeg maar. Rodney Alcala, oud-militair en fotograaf in Californië. Een man die zijn eigen macabere invulling gaf aan de vrije liefde die de tweede helft van de sixties in z’n greep kreeg. En die in de jaren zeventig onder een andere naam, John Berger, van geen ophouden wist. Zijn, jawel, ‘body count’ zou al gauw zijn opgelopen tot honderd. Of meer. Of, ja, minder. Niemand die het precies weet. Al is dat geen beletsel om er tóch over te speculeren.

Dating Death (123 min.) dus. Een driedelige docuserie van David Harvey. Tamelijk routineus gemaakt: veel sprekers, aangekleed met een hele smak archiefbeelden en dichtgesmeerd met tamelijk platte muziek. Weerzinwekkende misdaden van een psychopaat, tot in detail doorgelicht. De plaatsen delict. Het politieonderzoek. De rechtszaak. Een hervertelling van een, nou ja, smakelijk verhaal. Geen nieuwe inzichten verder. Gewoon één van de vele seriemoordenaars – te situeren tussen pak ‘m beet Ted Bundy en Richard Ramirez – die tussen de jaren zestig en tachtig nu eenmaal actief waren in Amerika. Alan R. Warren, auteur van het boek The Killing Game over Alcala, heeft daarvoor wel een verklaring: ‘Een groot deel van die generatie is opgevoed door ouders, vaders in het bijzonder, die terugkwamen van de oorlog. Zij waren doorgaans niet affectief naar hun kinderen.’

En zulke liefdeloos aan de wereld toevertrouwde jongeren werden dus, denkt de doorgewinterde true crimer even welwillend mee, losgelaten in een tijd waarin alles mocht en kon. Dat móest wel tot een hele generatie lustmoordenaars leiden. Het is, in een wereld waarin wij ons verlustigen aan misdaad, al even onvermijdelijk dat daarover een eindeloze stroom boeken, films, podcasts en documentaires op gang is komen. Die we gewoon kunnen gaan uitzitten – of links laten liggen. Omdat de ene n(auwelijks )iets toevoegt aan de andere. Behalve de kick van het griezelen. The horror, the horror! Zoiets. Zonder dat we, écht, iets wijzer worden. En dan gewoon nóg een rondje. In de afzichtelijke achtbaan van de dood. Waar ditmaal Rodney Acala, of het monster dat we van hem hebben gemaakt, aan de knoppen zit.

Zulke gedachten dus…

Trailer Dating Death

Fred West: The Glasgow Girls

SkyShowtime

Hij helpt haar, een zwangere tienermeisje uit Schotland, met liefde en plezier uit de brand. En dus trouwt Rena Costello in november 1962 in het kleine Britse stadje Ledbury met die aantrekkelijke kerel, Fred West.

Ze heeft er geen idee van dat de twintigjarige Fred ervan wordt verdacht dat hij zijn dertienjarige zusje Kitty heeft verkracht. En ze kan ook niet weten dat in het huis van diezelfde Fred en zijn tweede echtgenote Rose in Gloucester ruim dertig jaar later de lichamen van negen vrouwen zullen worden aangetroffen. Dan wordt ook duidelijk dat Rena en haar dochtertje Charmaine, sinds een bezoek aan de boerderij van Freds vader in 1971, van de aardbodem lijken te zijn verdwenen.

Dat is de startpositie voor Fred West: The Glasgow Girls (140 min.), een driedelige serie van Gussy Sakula-Barry over de Schotse periode van de seriemoordenaar. Want na hun bruiloft verhuist Fred met Rena naar de beruchte volkswijk Gorbals in Glasgow. Daar zal hij naam maken als ijscoman die (moedwillig?) een driejarig jongetje doodrijdt en jonge meisjes zijn wagen in probeert te lokken. Als de grond hem daar te heet onder de voeten wordt, neemt West weer de wijk naar Engeland.

Aan de hand van het politieonderzoek naar Fred en Rose West in het voorjaar van 1994 – niet alleen in hun horrorhuis aan 25 Cromwell Street, maar ook op landbouwgrond nabij Freds geboorteplaats Much Marcle – duikt deze true crime-serie met rechercheurs, ooggetuigen, biografen en mensen uit Wests directe omgeving in het verleden van de verdorven aannemer, die ook vóórdat hij in 1969 zijn vijftienjarige (!) zielsverwant Rose ontmoette dus al de nodige levens op zijn geweten had.

Pas een kwart eeuw later wordt duidelijk wat er is gebeurd met Rena, Charmaine en de achttienjarige Anne McFall, de enige vrouw waarvan West volgens eigen zeggen, in audio-opnamen van een interview met de seriemoordenaar, ooit heeft gehouden. ‘Maar als Fred West van je blijkt te houden is dat geen onverdeeld genoegen’, merkt de schrijver Paul Pender nuchter op in deze afdaling in de hel die West voor zoveel kwetsbare vrouwen – nee: meisjes – heeft gecreëerd.

Alleen Rose, die in de slotaflevering van deze roestvrijstalen miniserie in Freds leven en deze vertelling verschijnt, zal de dans ontspringen. Waarschijnlijk omdat zij bereid was om hem terzijde te staan bij zijn perverse beulswerk. Zodat hij haar niet hoefde te slachtofferen.

L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier

Netflix

Volgens de alomtegenwoordige true crime-doctrine heeft elke seriemoordenaar zijn eigen handelsmerk, dat hem op de één of andere onsmakelijke manier ook ‘sexy’ maakt. Jeffrey Dahmer kwam bijvoorbeeld te boek te staan als een kannibaal die zich letterlijk tegoed deed aan homoseksuele jongens van kleur. Ted Bundy maakte slachtoffers bij de vleet als ‘het type man waarmee je je zus zou laten trouwen’. En de ultieme horrorclown John Wayne Gacy joeg niet alleen kinderen de stuipen op het lijf.

Michel Fourniret, die aan het eind van de twintigste en begin van de eenentwintigste eeuw een spoor van vernieling en verdriet trok door zowel Frankrijk als België, vormde dan weer een angstaanjagend koppel met zijn echtgenote Monique. Zij zou direct betrokken zijn geweest bij gruwelijke ontvoeringen, verkrachtingen en moorden – ook al heeft ze zich naderhand consequent voorgesteld als hulpeloos en onderdanig. Is de vrouw van ‘het Monster van de Ardennen’ zelf ook een monster? Of toch een slachtoffer van deze Europese variant op de diabolische seriemoordenaar?

In L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier (Engelse titel: Monique Olivier: Accessory To Evil, 196 min.) belichten Christophe Astruc en Michelle Fines de huiveringwekkende misdaden van Michel Fourniret, een als mens vermomd roofdier dat in ongeveer dezelfde periode en omgeving actief was als de beruchte kinderverkrachter en -moordenaar Marc Dutroux. Daarbij besteden ze speciale aandacht aan de vrouw met wie hij tijdens een eerdere detentie, vanwege een waslijst aan seksuele delicten, begon te corresponderen en daarna een buitengewoon ongezonde relatie kreeg.

Michel Fourniret was geobsedeerd door maagdelijkheid en sprak vaak met minachting over de veelal zeer jonge meisjes die hij tot zijn slachtoffer maakte. Ze waren niet meer dan ‘membramen op benen’ die hij met zijn ‘regenboog’ wilde ‘doorboren’. En zij verleende hand- en spandiensten, veelal in aanwezigheid van hun eigen kleine kind. Was ook Olivier bang voor hem? vraagt deze vijfdelige serie die nabestaanden, rechercheurs, psychiaters en haar advocaat aan het woord laat. Of deelden de twee gewoon samen een perversie die genadeloos op jonge meisjes en vrouwen werd botgevierd?

Als we Monique Oliviers eigen woorden mogen geloven, was ook zij geen partij voor haar psychopathische echtgenoot. L’Affaire Fourniret biedt daarnaast echter allerlei aanknopingspunten om tot een totaal andere conclusie te komen. Als de gewetenloze killer tijdens een opgraving tegen onderzoeksrechter Francis Nachbar zegt dat het slachtoffer toen hij haar vermoordde ongeveer even oud was als diens dochter nu is, krimpt ook zijn vrouw ineen. Volgens Nachbar zegt ze dan: ‘Het is zo verdrietig. Maar snapt u in welke situatie ík zit?’ Huilend laat Olivier hem dan haar handboeien zien. 

Het zijn dergelijke details die van L’Affaire Fourniret – opgeleverd met de verplichte duistere reconstructies, tijdssprongen, dramatische accenten en cliffhangers – een unheimische kijkervaring maken. Een volwaardige seriemoordenaarsserie, zou je met een verwrongen blik ook kunnen zeggen. Over een man én vrouw – hoe haar gedrag uiteindelijk ook moet worden geduid – waarvan iedereen met (klein)dochters koude rillingen over z’n rug krijgt.

Crime Scene: The Texas Killing Fields

Netflix

Alle basisingrediënten voor een real life-whodunnit zijn aanwezig in Crime Scene: The Texas Killing Fields (147 min.):

* een huiveringwekkende serie onopgeloste moorden die begint in de jaren zeventig en doorloopt tot na de eeuwwisseling (waarbij de lijken worden gevonden op of rond Calder Road Field, aan de I-45 tussen Houston en Galveston, dat al snel The Texas Killing Fields wordt gedubd)

* een tot de verbeelding sprekende dader (‘een briljante, maar verdorven seriemoordenaar’, aldus Skip Hollandsworth, journalist van Texas Monthly Magazine)

* een amateuristisch politieonderzoek dat veel meer vragen oproept dan beantwoordt (‘Als je een misdaad wilt plegen doe het hier, want ze krijgen het met geen mogelijkheid opgelost.’)

* slachtoffers – waaronder enkele Jane Doe’s – die door de autoriteiten (veel te gemakkelijk) worden weggezet als ‘wegwerpkinderen’ of vrouwen van lager allooi

* plattegronden van plaatsen delict, overzichtskaartjes van de omgeving en unheimische compositietekeningen

* plotse verhaalwendingen, slimme tijdsprongen en onderzoekspistes die allang zijn doodgelopen (maar desondanks met liefde en plezier nog eens worden doorgelopen)

* geschokte nabestaanden, kritische deskundigen, een aansprekende getuige à charge, onverschrokken rechercheurs en FBI-agenten, en een bewezen true crime-crack (Kathryn Casey, de auteur van het boek Deliver Us, die vanuit een verduisterde ruimte deelt wat ze heeft ontdekt)

* en een getraumatiseerde ouder die de zaak maar niet wil of kan laten rusten (Laura Millers onvermoeibare vader Tim, die inmiddels zijn eigen zoekorganisatie runt, Texas EquuSearch).

Dit derde seizoen van Joe Berlingers Crime Scene-franchise – na miniseries over een verdwijning in het Cecil Hotel en de Times Square-moordenaar – zet netjes overal een vinkje. En in zekere zin presenteert de driedelige serie van regisseur Jessica Dimmock zelfs een eigen variatie op het inmiddels welbekende true crime-thema. 

Al laat dit onverlet dat er aan het eind van deze miniserie, als je alle ontwikkelingen nog eens de revue laat passeren, toch nog enkele losse eindjes rondslingeren. En dat is dan ook weer heel exemplarisch voor het genre.

Wisconsin Death Trip

mubi.com

Is dit nu een voorbeeld van hoe ‘nieuws’, door zijn voortdurende gerichtheid op de (negatieve) afwijking van wat we met z’n allen normaal vinden, ons beeld van de wereld kan verminken? Afgaande op de berichten die Frank Cooper in de jaren 1890-1900 voor een plaatselijke krant schreef was de dood werkelijk alomtegenwoordig in Black River Falls, een stadje in het noorden van de Amerikaanse staat Wisconsin dat vooral werd bevolkt door Noorse en Duitse immigranten en dat in die tijd werd geconfronteerd met mijnsluitingen en een economische crisis. Magere Hein kwam bovendien zelden helemaal uit zichzelf. Hij werd regelmatig een handje geholpen.

In Wisconsin Death Trip (78 min.), de verfilming van Michael Lesy’s gelijknamige non-fictieboek uit 1973, daalt regisseur James Marsh aan de hand van Coopers nieuwsberichten, ingelezen door acteur Ian Holm, af in een zwart-witte horrorwereld die volledig wordt gedomineerd door malheur: ziekte (difterie), drugsgebruik, allerlei vormen van gekte (winterdepressies, liefdesverdriet en godsdienstwaanzin) en de vertaling daarvan naar tragische ongelukken, wanhoopsdaden en – niet te negeren: zo vaak – redeloos geweld. Tegen een voormalige geliefde, zichzelf of iemand die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was.

Zo introduceert de filmmaker in deze documentaire uit 1999 bijvoorbeeld de verwarde schoollerares Mary Sweeney die overal ruiten kapot slaat, een dertienjarige Duitse jongen die samen met zijn tienjarige broertje een willekeurige man doodt en de wereldberoemde Franse operaster Pauline L’Allemand, die in de herfst van haar carrière en leven plotseling, zonder enige vooraankondiging, het geïsoleerde plaatsje in Wisconsin aandoet. Marsh illustreert al deze menselijke drama’s met authentieke foto’s van de lokale fotograaf Charles Van Schaik, stemmige klassieke muziek en naargeestige gereconstrueerde scènes zonder geluid.

Tegenover dat ‘stomme’ verleden, gerangschikt aan de hand van de vier jaargetijden, plaatst hij hedendaagse beelden van Black River Falls: ogenschijnlijk onschuldige taferelen van kinderen in Halloween-kostuum, de plaatselijke missverkiezingen of kerkdiensten, die echter steeds nadrukkelijker worden begeleid door verhalen over brandstichting, seriemoordenaars en zelfmoord. Zo klinkt de beladen geschiedenis van het kleine stadje onmiskenbaar door in het heden. Alsof alle ellende zich zomaar zou kunnen herhalen. Wisconsin Death Trip wordt daarmee niets minder dan een reis, bepaald niet ontdaan van drama en bombast, naar de donkerste spelonken van de menselijke geest. Daar waar doorgaans, dat ook, het spraakmakendste ‘nieuws’ wordt gevonden.

Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes

Netflix

De documentaire als bijsluiter voor een op ware gebeurtenissen gebaseerde dramaproductie. Is het (meer dan) een doorzichtige poging om het momentum rond een nieuwe titel te verlengen? Bij Netflix lijkt er in elk geval sprake van een voorzichtige trend. Thai Cave Rescue werd bijvoorbeeld vergezeld door The Trapped 13: How We Survived The Thai Cave. Bij Blonde hoort The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes. En Extremely Wicked, Shockingly Evil And Vile heeft als ‘companion documentaryConversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

En dat laatste trucje was blijkbaar voor herhaling vatbaar. Want enkele weken na de omstreden serie Dahmer – waartegen slachtoffers van de Amerikaanse seriemoordenaar onlangs luidkeels protesteerden omdat ze van mening zijn dat hun persoonlijke leed, opnieuw, wordt geëxploiteerd voor een ‘lekker’ smeuïge true crime-productie – volgt Conversations With A Killer: The Jeffrey Dahmer Tapes (180 min.). Daarbij kun je natuurlijk dezelfde bedenkingen hebben: is het werkelijk nodig om alle gruweldaden van de gestoorde killer wederom op te rakelen?

Dat is beslist een relevante vraag, waarop schrijver dezes – veelpleger, als het gaat om het bekijken van misdaaddocu’s – het antwoord ook even schuldig moet blijven. En doet het er dan toe dat de driedelige serie van Joe Berlinger, een maker met een aanzienlijk true crime-strafblad (behalve de Conversations With A Killer-series over Bundy en John Wayne Gacy ook de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en de franchise Crime Scene), zeer kundig is gemaakt en de wereld van de psychopaat, met behulp van 32 uur opnames van gesprekken die hij tussen juli en oktober 1991 had met zijn advocate Wendy Patrickus, overtuigend oproept?

De nadruk ligt wel volledig bij Jeffrey Dahmers duistere geest en zijn huiveringwekkende daden. De slachtoffers, veelal jonge homoseksuele mannen van kleur, worden nooit meer dan pionnen in het Duivelse spel van – opgepast: schokkende seriemoordenaarsnaam op komst! – ‘The Milwaukee Cannibal’. Net zoals ze dat voor hemzelf waren als hij in zijn donkerste ‘Exorcist’-modus kwam. En ook voor al die voormalige politiemensen, advocaten en psychiaters, die steeds blijven opdraven in dit soort horrorverhalen en daar bijna een carrière aan hebben overgehouden, lijken ze soms een soort ‘materiaal’ geworden, personages in het signatuurverhaal van hun (professionele) leven.

Een gruwelijke geschiedenis rond een bijzonder kwetsbare groep Amerikaanse jongens/mannen, die destijds het HIV-virus op afstand moest zien te houden en die in de publieke ruimte nauwelijks werd beschermd door de politie, wordt zo, met al z’n ongelooflijke ontwikkelingen en gore details, op een verwrongen manier ‘sexy’ gemaakt. Net als de omstreden serie Dahmer dus: kijkvoer om bij weg te kijken of blijven. Dat wil alleen – de menselijke geest, ook de mijne, is nu eenmaal zwak – niet helemaal lukken.

The Abduction Of Milly Dowler

Channel 5

Het blijft een schandvlek voor de Britse journalistiek: rücksichtslose verslaggevers en privédetectives van de Engelse tabloid News Of The World hacken in 2002 Milly Dowlers mobiele telefoon en beluisteren stiekem de voicemailberichten die ze heeft ontvangen. Daardoor denken de ouders van het vermiste dertienjarige meisje dat ze nog in leven is. In werkelijkheid is Milly allang overleden, ten prooi gevallen aan een seriemoordenaar die pas net op gang lijkt te zijn gekomen.

In The Abduction Of Milly Dowler (67 min.) roept televisiemaker Alex Nott met een vriendin van Milly, enkele agenten die waren betrokken bij het onderzoek en Paul McMullan, een voormalige journalist van de destijds bijzonder machtige krant News Of The World, het onderzoek van de politie van Surrey naar de geruchtmakende verdwijning van de Engelse middelbare scholier op. Dat komt erg moeizaam op gang en zal pas jaren later tot een concrete verdachte leiden.

Deze true crime-docu, afgeleverd met een nét iets te nadrukkelijk sensatierandje, belicht behalve het schokkende misdrijf zelf ook de dubieuze methoden van de tabloidjournalisten en de manier waarop zij tevens het politieonderzoek proberen te corrumperen. Als de illegale hacks van Dowler en talloze beroemdheden in 2011 eindelijk publiekelijk aan de kaak wordt gesteld, wordt News Of The World vrijwel direct opgedoekt door de omstreden mediamagnaat Ruper Murdoch.

Voor Milly Dowler en haar nabestaanden is dat niet meer dan heel bittere mosterd na de maaltijd.

De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar

Videoland

‘Hoe erg het ook is en hoe groot de koppen in de krant ook zijn, ik kan mezelf niet stoppen’, stelt Michel Stokx, via teksten die zijn gebaseerd op officiële politieverslagen en ingesproken door stemacteur Alexander van Breemen. ‘Ik kan niet zeggen: het is nu één keer gebeurd en nu ben ik er vanaf. Dat bestaat niet. Als het weer wat rustiger wordt, komt de drang weer opzetten. Dat kan een maand of een jaar duren, maar terugkomen doet het.’

Terwijl de Belgische trucker, die al enige tijd in Nederland woont, aan het woord is, zijn in beeld krantenartikelen te zien. ‘Verdachte zaak Jessica Laven verdacht van tweede moord’ bijvoorbeeld. Of: ‘Team-Jessica kijkt ook naar verjaarde zaken.’ En: ‘Onderzoek naar meer kindermoorden.’ Het is duidelijk: hier is een heus monster aan het woord, een lage landen-variant op beruchte seriemoordenaars zoals Ted Bundy, Dennis Nilsen of John Wayne Gacy.

En net als zijn Amerikaanse ‘vakbroeders’ heeft Stokx nu zijn eigen documentaire gekregen: de driedelige serie De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar (74 min.). Regisseur Flynn von Kleist heeft daarvan een klassieke true crime-productie gemaakt, compleet met duistere re-enactments, slinkse tijdssprongen én intrigerende verklaringen van de dader zelf, die worden vergezeld door close-up beelden van draaiende geluidsbanden.

‘s Mans gruweldaden worden belicht via nieuwsreportages en televisieprogramma’s (Crimetime bijvoorbeeld) en van context voorzien door onder anderen zijn advocaat, een oud-collega, de leider van het politieonderzoek en een Vlaamse daderprofiler. Ook de ouders van Cheryl Morriën en Nathalie Geijsbregts, die al tientallen jaren worden vermist en mogelijk ten prooi zijn gevallen aan Stokx, komen aan het woord. Zij willen zekerheid over wat er met hun kind is gebeurd.

Von Kleist introduceert verder de (geanonimiseerde) dochter van Michel Stokx. Zij worstelt met de loodzware erfenis van haar vader, een op het eerste gezicht heel aardige man die nochtans is veroordeeld voor drie kindermoorden en bovendien in verband wordt gebracht met nog enkele tientallen andere verdwijningen. De eventuele details daarover heeft hij in 2001 alleen mee het graf ingenomen. Zo ‘leeft’ de kinderlokker nu alweer twintig jaar voort, als verdachte in talloze cold cases.

In deze straffe serie worden de archetypische psychopaat en zijn modus operandi vakkundig en met de nodige visuele bravoure tegen het licht gehouden. Net als beruchte ‘collega’s’ zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Golden State Killer heeft hij zelfs een typische seriemoordenaarsnaam toebedeeld gekregen: De Sneeuwman. Het wordt alleen niet helemaal duidelijk waar die op is gebaseerd. Of is-ie vooral bedoeld om bij te dragen aan de mythevorming van Michel S.?

De DocUpdater

Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes

Netflix

Van november 1979 tot april 1980 voerde John Wayne Gacy, in afwachting van een rechtszaak vanwege moord, gesprekken met een medewerkers van zijn eigen verdedigingsteam, iemand waarvan de identiteit nog altijd onbekend moet blijven van z’n familie. De opnamen, zestig uur in totaal, zijn voor het eerst te horen in de driedelige documentaireserie Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes (185 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die in 2019 al een serie afleverde over een andere beruchte seriemoordenaar: Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

In de kruipruimte onder het huis van Gacy in Des Plaines, een stadje ten noordwesten van Chicago, heeft de politie eind 1978 de lijken van bijna dertig jonge mannen aangetroffen. Dat griezelverhaal is al talloze malen verteld – niet zo lang geleden in de sterke docuserie John Wayne Gacy: Devil In Disguise, opgebouwd rond gesprekken die de killer had met de befaamde FBI-profiler Robert Ressler – maar blijft onverminderd tot de verbeelding spreken. Niet vreemd: Gacy was een lokaal bekende ondernemer, deed dienst als voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Democratische Partij en stond zelfs op de foto met Rosalynn Carter, de vrouw van de toenmalige Amerikaanse president.

De joviale baas van aannemersbedrijf Painting Decorating Maintenance, die in zijn vrije tijd graag op kinderfeestjes kwam opdraven als Pogo The Clown en nog altijd voortleeft als de personificatie van de horrorclown, had al eens eerder in de gevangenis gezeten. Vanwege sodomie. Dat had hem ook zijn huwelijk gekost. Toen hij begin jaren zeventig opnieuw trouwde besloot hij volgens eigen zeggen om eerlijk te zijn naar zijn tweede echtgenote. ‘Ik wilde vertellen dat ik biseksueel was en me inliet met andere dingen, maar dat ik geen homo was of zo’, legt hij, volgens een geheel eigen logica, uit op de nieuwe audio-opnames. ‘Daar hoefde ze niet bang voor te zijn. Ik was tegen ze. Ze waren ziek en zwak.’

John Gacy – zou die tweede naam, Wayne, overigens ooit zijn toegevoegd om van hem de absolute tegenpool te maken van de ‘all American hero’ John Wayne? – ging zijn geperverteerde lusten en (zelf)woede genadeloos botvieren op de jongens die hij naar zijn huis wist te lokken. De agenten die hem destijds inrekenden kunnen de geur van hun rottende vlees en de bijbehorende beelden van ontbindende lichamen ruim veertig jaar later nog altijd moeiteloos oproepen. Hoe vaak zouden die sindsdien al hebben verteld over die macabere zoektocht door Gacy’s woning en hun ervaringen met de heer des huizes? En, zo bezien, delen zij nu werkelijk hun herinneringen of het logische verhaal dat ze daarvan ooit hebben gemaakt?

Berlinger laat hen in elk geval gewoon weer hun verhaal doen en ruimt tevens plek in voor een oude celmaat van John Wayne Gacy, zijn advocaten, een overlevende, de openbaar aanklagers, een voormalige medewerker en nabestaanden van enkele slachtoffers. Hun herinneringen worden gestut met nieuwsbeelden, naargeestige collageachtige sequenties en een onheilszwangere soundtrack. Zo wordt de huiveringwekkende geschiedenis van de sadistische moordenaar weer opgedist. Adequaat en kundig, met enkele eigen accenten, zoals de nadruk op de homoseksualiteit van veel slachtoffers. Daardoor kwam de politie waarschijnlijk later dan gebruikelijk in actie en kon Gacy dus langer ongestoord zijn gang gaan.

Uiteindelijk is het echter lastig om nog iets wezenlijks toe te voegen aan een levensverhaal dat al zo vaak, in al z’n gore details, is verteld. Ondanks hun schokkende karakter zijn de daden van John Wayne Gacy bijna vertrouwd gaan voelen. Tegelijkertijd blijft het schokkend om de man zelf bijvoorbeeld te horen vertellen dat hij heeft genoten van de rechtszaak. ‘Ik sta graag in het middelpunt’, zegt hij op de opnametapes. ‘Maar ik heb het ook verdiend. Niemand anders is weggekomen met wat ik heb gedaan.’

Rose West, Born Evil?

Sundance Now

Werd Rose West opgevoed tot moordenares? Of was ze kwaadaardig van nature? Deze Britse true crime-docu laat er geen gras over groeien: binnen anderhalve minuut is de argeloze kijker ondergedompeld in de naargeestige wereld van Rose en haar echtgenoot Fred, die diverse lijken bleken te hebben begraven in de kelder van hun horrorhuis op Cromwell Street nummer 25 in Gloucester. En dan dropt verteller Sally Bailey meteen die bijzonder unheimische vraag: nature of nurture?

Rose West, Born Evil? (58 min.) zoomt vervolgens met onder anderen Freds biograaf, Rose’s advocaat, een psycholoog, een criminoloog, enkele buurtbewoners, een voormalige kamerhuurster van het koppel en een vrouw die met Rose in de gevangenis zat in op de huiveringwekkende daden van het echtpaar West in de jaren zeventig en tachtig en keert van daaruit ook een paar keer terug in de tijd, om te ontdekken of er in de (familie)geschiedenissen van Rosemary Letts en Frederick West wellicht aanwijzingen zijn te vinden voor hun totaal ontspoorde gedrag.

Voor alle sprekers blijft het natuurlijk speculeren waarom het tweetal gaandeweg aan het martelen en moorden is geslagen. In hun verleden, wellicht zelfs al ruim vóór hun geboorte, is echter genoeg malheur te vinden, zo toont deze vet aangezette tv-docu van Jared Wright aan, die als voedingsbodem kan hebben gediend voor de geweldsspiraal waarin Rose en Fred terecht kwamen. De vraag of het psychopathische gedrag van het seriemoordenaarsduo biologisch of juist ervaringsgewijs is bepaald valt niet met zekerheid te beantwoorden. Het ligt echter voor de hand dat het ging om een fatale combinatie van natuur en kwetsuur.

Dig Deeper: The Disappearance Of Birgit Meier

Netflix

Je hoeft geen geroutineerde true crime-kijker te zijn om het signaal op te pakken. Als aan het begin van de vierdelige serie Dig Deeper: The Disappearance Of Birgit Meier (235 min.) duidelijk wordt dat de vrouw uit het Noord-Duitse stadje Lüneburg, die op 14 augustus 1989 vermist raakte, op het punt stond om te scheiden, kan ons brein maar één conclusie trekken: haar bijna ex-man, die moet het gedaan hebben! Welnu, hoofdverdachte nummer één, Harald Meier, zit ogenschijnlijk ontspannen voor de camera.

En de man die de dader te langen leste in de kraag gaat grijpen, heeft zich dan ook al gemeld: Birgit Meiers broer Wolfgang Sielaff, die toentertijd hoofd van de staatsrecherche was in het nabijgelegen Hamburg. Hij vermeldt er meteen bij dat er pas in 2017 klaarheid is gekomen in de vermissing. De zaak wordt dus opgelost, weet de kijker op voorhand, maar dat gaat nog bijna dertig jaar – en vier afleveringen! – duren. Waarbij het natuurlijk meteen de vraag is welke dwaalsporen er in de tussentijd voor hem worden uitgezet. Er lijkt namelijk ook nog een (vermeende) seriemoordenaar, ene Kurt-Werner Wichmann, actief te zijn in de omgeving van Lüneburg.

Hoe dan ook, Wolfgang Sielaff verzamelt een team van specialisten om zich heen – een toprechercheur, een psychologe en een advocaat, een soort ‘Sherlock Holmes-team’ dus – en gaat met hen op zoek naar de antwoorden op twee vragen: waar is Birgit en wie is de dader? Regisseur Nicolas Steiner reconstrueert hoe Sielaffs elitegroepje gehakt maakt van het oorspronkelijke politieonderzoek en omkleedt hun bevindingen met tamelijk vet aangezette gedramatiseerde scènes. Zo wordt De Zaak Birgit Meier tot in detail doorgeakkerd. Gründlich, zou je kunnen zeggen. Iets te, soms. Totdat, in de laatste aflevering natuurlijk, de verlossende woorden klinken: we hebben hem, de ‘Schweinhund’. En haar, zijn slachtoffer.

Het wordt uiteindelijk daadwerkelijk een kwestie van ‘digging deeper’ in deze zeer solide docuserie, die een geruchtmakende verdwijningszaak en de gevolgen daarvan, zowel op persoonlijk als maatschappelijk vlak, van voor tot achter ontleedt. Slechts één, tamelijk frustrerende, vraag blijft onbeantwoord: was er een mededader?