Black Is Beautiful: The Kwame Brathwaite Story

Wayfarer Studios / Omroep Zwart

Zijn kinderen weten zogezegd van niets. En het kost z’n vrouw Sikolo een jaar om Kwame Brathwaite (1938-2023) te overreden, voordat zij toegang krijgen tot zijn archief. Daar vinden zoon Kwame Jr. en dochter Ndola de weerslag van zestig jaar fotografie. Met klassieke beelden van zwarte helden zoals Muhammad Ali, Stevie Wonder, Bob Marley, Oprah Winfrey en The Jackson 5 (tijdens een reis naar Afrika!) blijkt hun vader hoogstpersoonlijk voor de iconische beelden bij de ‘black is beautiful’-gedachte te hebben gezorgd – al levert even googelen op zijn naam dan nog verdacht weinig op.

Daar moet maar eens verandering in komen, vindt ook filmmaker Yemi Bamiro. In Black Is Beautiful: The Kwame Brathwaite Story (99 min.) toont hij hoe de Afro-Amerikaanse fotograaf zijn stem vindt via z’n camera. Voor Brathwaite is het laten zien van zwarte schoonheid, kracht en intelligentie ook een politieke keuze. Wit hoeft helemaal niet de norm te zijn, die het, zeker in zijn beginjaren, nog onbetwist is. Met de zogeheten ‘Grandassa Models’, zwarte modellen die niet aan witte idealen proberen te voldoen, staat hij begin jaren zestig aan de basis van een onweerstaanbaar alternatief.

En daarmee draagt Kwame Brathwaite, samen met z’n broer Elombe, bij aan het zelfrespect van Zwart Amerika en legt hij een fundament, waarop de burgerrechtenbeweging en Afro-Amerikaanse cultuur kunnen floreren. Des te frustrerender is het voor zijn familie als bij de opening van The National Museum For African American History And Culture in 2016 door de eerste zwarte president Barack Obama geen woord wordt gewijd aan de rol van de bevlogen fotograaf. Alle reden om de man alsnog te eren – zeker omdat hij zelf rond die tijd zijn herinneringen begint te verliezen.

Bamiro belicht in deze postume lofzang vervolgens hoe Kwame Brathwaite uitgroeit tot huisfotograaf van zowel de legendarische concertzaal The Apollo als het illustere tijdschrift Blues & Soul en hoe hij zich engageert met de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika. Zo speelt de activistische fotograaf uit Harlem ook dan een essentiële rol bij de ontwikkeling van een zwart zelfbewustzijn. Een levensmissie waarvoor hij de laatste jaren, door hedendaagse iconen zoals Beyoncé, Alicia Keys en Rihanna, eindelijk de waardering krijgt die hem toekomt.

Dear Memories: A Journey With Magnum Photographer Thomas Hoepker

AVROTROS

De man die ruim een halve eeuw iconische beelden vond in de dagelijkse realiteit – een groep jongeren bijvoorbeeld, die ontspannen zit te kletsen bij de Hudson-rivier terwijl er op de achtergrond enorme rookwolken komen uit de Twin Towers, of de legendarische bokser Muhammad Ali, zowel in zijn gloriedagen als in z’n Parkinson-jaren – begint stilaan het zicht op de wereld te verliezen. De hoogbejaarde Duitse fotograaf Thomas Hoepker, al bijna een halve eeuw woonachtig in de Verenigde Staten, is in de greep geraakt van dementie.

Samen met zijn tweede echtgenote Christine Kruchen maakt hij in Dear Memories: A Journey With Magnum Photographer Thomas Hoepker (52 min.) een trip nostalgia door zijn huidige vaderland, die wordt begeleid door foto’s, audio-interviews en geschriften van vroeger. Zo komen in deze weemoedige roadtrip van Nahuel Lopez verleden en heden samen – of botsen ze ongenadig op elkaar. Want dat Christine en Thomas dik vijftien jaar eerder in een ‘wedding chapel’ te Las Vegas zijn getrouwd, kan hij zich nu echt niet meer herinneren.

Thomas Hoepker leeft in het hier en nu. Zoals hij dat vroeger met zijn camera deed. Klik, en meteen voor de eeuwigheid vastgelegd. Hij fotografeert overigens nog steeds. Zonder bestaat hij niet. Terwijl het oudere echtpaar met hun camper vanuit hun woonplaats New York dwars door het Amerikaanse heartland, ofwel ‘Trumpland’, naar San Francisco reist en onderweg familieleden ontmoet, van een intiem concert geniet en steeds weer halt houdt voor ‘s mans onverzadigbare camera, filosofeert een vroegere versie van Hoepker over zijn vak en stiel.

‘Totale perfectie vind ik oersaai’, stelt hij bijvoorbeeld in het essay Zelfportret uit 1983. ‘Een goed verhaal vertellen of een belangrijke gedachte uitdrukken, daarom gaat het in de fotojournalistiek. En die moet dus direct en eenvoudig zijn. Dus liever niet te veel poseren.’ Deze bespiegelende film is een fraaie weerslag van diezelfde benadering: via zijn werk en ideeën blijft de mens, kunstenaar en journalist die hij ooit was bewaard, intussen toont hij de fragiele oudere man die daaruit is voortgekomen en nog altijd van het leven en zijn professie probeert te genieten.