The Darkest Web

BBC

De beelden op het ‘dark web’, het onguurste hoekje van het internet, pakken iets van je af, stelt Greg Squire, een Amerikaanse speciaal agent die namens Homeland Security strijdt tegen de verspreiding van kinderporno. Maar ze geven je ook iets terug: brandstof om te gáán. Jagen op de mensen die kinderen misbruiken en de weerslag daarvan online plaatsen.

Squire deelt in The Darkest Web (84 min.) zijn eerste echte zaak: The Lucy Investigation. Onvermoeibaar blijven ze jacht maken op een man die jarenlang hetzelfde meisje misbruikt en de wanstaltige beelden daarvan deelt op duistere internetfora. Elk detail in het beeldmateriaal wordt uitgeplozen. Zonder resultaat. Totdat de agenten besluiten om de bakstenen in zijn slaapkamer te laten analyseren. Een medewerker van de Texaanse Acme Brick Company herkent de stenen direct, type Flaming Alamo, en kan zelfs het vermoedelijke afzetgebied daarvoor identificeren. Niet veel later kunnen Squire en zijn collega’s een verdachte inrekenen. Hij krijgt ruim zeventig jaar gevangenisstraf.

Met zulke verhalen zoekt Sam Piranty hetzelfde terrein op als de schokkende documentaire The Children In The Pictures (2022). Agenten van speciale units uit de Verenigde Staten, Portugal, Brazilië en Rusland worden gevolgd tijdens (undercover) operaties. Ze jagen bijvoorbeeld op Twinkle, de beheerder van de schmutzige website Babyheart. Als de Portugese agent Ricardo Vieira deze Twinkle op het spoor komt, valt hij direct zijn huis binnen en gaat op zoek naar de harde schijf van z’n computer. Die blijkt te zijn begraven in het bos. Viera documenteert ’t met z’n bodycam. Twinkle stond blijkbaar net op het punt om een weekendje weg te gaan met een ‘webvriend’ en enkele kinderen.

Behalve op hun werk richt Piranty zich in deze gestaalde documentaire ook op het effect dat dit heeft op de agenten. PTSS lijkt bijna onvermijdelijk. Zeker als je, zoals Greg Squire, zelf ook kinderen hebt. Hij moet leren leven met beelden, waaraan nooit meer valt te ontsnappen – al is het ook de vraag of hij ooit nog ander werk wil/kan doen. Want als geen ander weet Squire wat (of wie) er op het spel staat. In de slotscène wordt dit nog eens heel duidelijk tijdens een ontmoeting met een geanonimiseerde jonge vrouw: Lucy.

Trustorhärvan

Netflix

Vanuit een Deense gevangenis, waar hij een straf uitzit voor oplichting, begint Joachim Posener halverwege de jaren negentig het ‘Team Moyne’ samen te stellen. Voor een klus, de frauduleuze overname van een beursgenoteerd bedrijf, waarmee ze helemaal gaan binnenlopen. Zijn flamboyante neef Thomas Jisander, ‘consultant’, zal functioneren als z’n postiljon d’amour, terwijl diens maatje Peter Mattsson, kind van een bevoorrechte familie uit Gothenburg, voor de contacten zorgt. Zakenman Lindsay Smallbone wordt de beoogde ‘managing director’. En de Britse Lord Moyne, het zwarte schaap van een familie die fortuin heeft gemaakt met Guinness-bier, moet het geheel voldoende cachet geven. Zij worden Poseners stromannen in de Trustor-affaire.

Posener wil de aankoop van de Zweedse investeringsmaatschappij Trustor financieren met haar eigen kasreserve. Uitroepteken. Zo zet hij in 1997 een enorm oplichtingsschandaal, waarbij honderden miljoenen Zweedse kronen verdwijnen, in gang. Trustor wordt leeg geplunderd. En Posener had naderhand vermoedelijk niet eens de benen hoeven te nemen als zijn patserige neef Thomas, bijgenaamd Mr. No Limit, daarna niet ongegeneerd met geld was gaan smijten. ‘s Mans champagnefeesten in Saint-Tropez worden binnen de kortste keren een begrip. En Jisander laat zich, getuige enkele smakelijke scènes in Trustorhärvan (internationale titel: Inside The Trustor Scandal, 102 min.), nog altijd graag voorstaan op het luxe leven.

‘Als die jongens niet waren gaan pierewaaien aan de Côte d’Azur, waren ze er waarschijnlijk mee weggekomen’, stelt de doorgewinterde financier Björn Björnsson, een hardliner met naar verluidt de bijnaam ‘de Terminator van de zakenwereld’, in deze ferme witte boorden-docu van Karin Af Klintberg. Als er stront aan de knikker blijkt te zijn, moet hij als liquidateur de belangen van de aandeelhouders veiligstellen. Intussen heeft Trustors adjunct-directeur Richard Djursén, volgens Björnsson niet meer dan een ‘useful idiot’, in het openbaar de klappen opgevangen. De affaire zit de brave burgerman Djursén, bijna dertig jaar na dato, nog altijd zeer hoog. Hij gaat zichtbaar gebutst door het leven – al zit ie er tegenwoordig ook opvallend warmpjes bij.

Af Klintberg heeft daarmee enkele van de belangrijkste spelers voor de camera gekregen, waaronder zowaar ook Posener zelf. Hij is al drie decennia een enigma. Op de vlucht voor Interpol wordt ie in zowat elke uithoek van de wereld gespot. Nu de misdrijven zijn verjaard, wil hij er eindelijk openlijk over praten. Samen met de Zweedse rechercheur Jochum Söderström en journalist Gunnar Lindstedt leiden deze Team Moyne-leden de filmmaakster door het doolhof van de Trustor-affaire, waar wetten niet meer dan richtlijnen zijn – voor als het zo uitkomt – en de waarheid een zeer rekbaar begrip blijkt. Zij benadert hen met gezonde scepsis, kadert hun beweringen in met een snedige voice-over en probeert zo de feiten van de fictie te scheiden.

Met die no nonsense-attitude, gepaard aan een gedegen uitleg van allerlei ondoorzichtige malafide constructies en soms een opzichtige knipoog, tekent Trustorhärvan een financieel schandaal op, dat uiteindelijk een nogal ironische uitkomst krijgt. Op rekening van de belastingbetaler.

Operation Dark Phone: Murder By Text

Channel 4 / Videoland

Het is alsof ze ‘de sleutels van het koninkrijk’ ontvingen, herinnert één van de betrokken Britse agenten zich. Terwijl de Coronacrisis op gang komt, krijgen specialisten van de National Crime Agency (NCA) begin 2020 plotseling toegang tot EncroChat, het systeem waarmee de georganiseerde misdaad via versleutelde mobiele telefoons communiceert. Ineens wordt een soort Pandora’s doos geopend, bomvol verwijzingen naar drugshandel, wapensmokkel en liquidaties. Maar wie gaan er schuil achter gebruikersnamen als Live-long, Tyrion Lannister en Ace Prospect?

Operation Dark Phone: Murder By Text (190 min.) combineert nagespeelde scènes van de zware criminelen met de chats en foto’s die zij gedurende 74 dagen, tijdens het begin van de pandemie, met elkaar delen. Ongefilterd, in de veronderstelling dat zij onder elkaar zijn. Intussen kan de politie, samen met collega’s uit andere Europese landen, meelezen en -kijken op deze ‘Linkedin van de georganiseerde misdaad’ en proberen te deduceren wie er verantwoordelijk zijn voor de miljoenen zeer expliciete, van geweld en illegale zaken doortrokken, berichten die zij onderling uitwisselen.

Nauwgezet reconstrueren de Britse rechercheurs in deze vierdelige serie van Luned Tonerai en Sophie Oliver  de grootschalige, internationaal gecoördineerde operatie. Het duurt niet lang of ook de Nederlandse onderwereld komt daarbij nadrukkelijk in beeld. Vanaf aflevering 2 zoomt politiechef Andy Kraag, ondersteund door de Nederlandse misdaadjournalisten Jan Meeus en Wouter Laumans, in op de groepering rond de Rotterdamse crimineel Piet Costa, die in het Brabantse dorp Wouwse Plantage een onderwereldgevangenis met martelkamer in aanbouw heeft.

Één van de direct betrokkenen, sportschoolhouder Robin van O., verschijnt zelfs voor de camera, om alle beschuldigingen ver van zich te werpen. En ook Costa’s advocaat Jan-Hein Kuijpers krijgt nog even de gelegenheid om diens straatje schoon te vegen. Intussen vorderen de pogingen van diverse politiekorpsen om criminele netwerken in kaart te brengen – fraai en overzichtelijk gevisualiseerd – gestaag. Alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat het niet lang kan duren voordat de gangsters in kwestie doorkrijgen dat hun volstrekt onkraakbare telefoons tóch gekraakt zijn.

Deze boeiende miniserie maakt inzichtelijk hoe zowel de politie als de criminelen, die hun tentakels hebben uitgeslagen naar landen als Frankrijk, Dubai, Spanje, Ierland en Australië, inmiddels over de landsgrenzen heen denken en zeer creatief te werk kunnen gaan. En als de internationale klopjacht via Encrochat naar z’n einde loopt – omdat de politie via het meelezen uiteindelijk ook zichzelf in de kaarten laat kijken – verplaatst die zich automatisch maar een ander terrein, waar de criminelen zich opnieuw onbespied wanen. Totdat de jagers daar weer een ingang vinden naar hun prooi.

Meet Me In The Bathroom

Utopia

Rond de eeuwwisseling leek de muziekstad New York dood en begraven. Sinds de opkomst van punk en disco in de jaren zeventig en tachtig was er nauwelijks meer iets noemenswaardigs gebeurd in de Amerikaanse metropool die zichzelf altijd als toonaangevend had beschouwd. In de jaren negentig hadden niksige bands uit ongecompliceerdere delen van de Verenigde Staten, zoals The Offspring, Blink-182 en Limp Bizkit, ongegeneerd het initiatief naar zich toe getrokken.

En toen stond er zowaar een nieuwe generatie elementaire rockbands op, met als vaandeldrager The Strokes, een übercoole band uit Manhattan. Samen met het rudimentaire duo The White Stripes uit Detroit (Rockcity, roepen liefhebbers er dan direct achteraan) en de cartoonachtige riffmachine The Hives (uit Zwéééden!) werden deze vijf jongelingen, met vooralsnog slechts één plaat en een handvol optredens op hun conto, opgezadeld met het predicaat ‘The New Rock Revolution’.

De documentaire Meet Me In The Bathroom (105 min.), gebaseerd op het gelijknamige boek van Lizzy Goodman, maakt een trip nostalgia naar de opkomst van de bijbehorende New Yorkse scene (spreek uit: sien) die na de millenniumwisseling The Strokes en enkele verwante groepen heeft voortgebracht. Alhoewel, verwant? De precieze relatie en muzikale verbanden tussen de verschillende acts maakt de film van Will Lovelace en Dylan Southern nu juist niet helemaal duidelijk.

De link tussen The Strokes en de rockbands The Moldy Peaches (die tijdens een tournee als hun voorprogramma, hun ‘fluffers’ volgens frontvrouwe Kimya Dawson, mochten fungeren) en Yeah Yeah Yeahs (met de iconische riot grrrl Karen O) zijn duidelijk, maar naar wat precies het verband is met Interpol, TV On The Radio, The Rapture en LCD Soundsystem blijft het gissen. Behalve dat al deze bands in min of meer hetzelfde tijdsgewricht vanuit New York City opereerden.

Die stad is in elk geval een essentieel decorstuk voor dit associatieve groepsportret. Met de name de terroristische aanslagen van 11 september 2001 lijken alles in New York, ook de muziek, op scherp te hebben gezet. Lovelace en Southern, eerder verantwoordelijk voor de LCD Soundsystem-concertfilm Shut Up And Play The Hits (2012), kneden met al die losse bandverhalen een dwingend narratief over succes dat – even kort door de bocht – eerst onvermijdelijk wordt en daarna niet te dragen blijkt.

Meet Me In The Bathroom, waarin alle hoofdrolspelers buiten beeld aan het woord komen en lekker veel obscuur beeld- en geluidsmateriaal is opgenomen, wordt daarmee meer dan de zoveelste popdocu, waarin pratende hoofden gedetailleerd hun eigen carrière doorlopen, de ene na de andere smeuïge anekdote uit hun mouw schudden en de hitjes tussendoor lekker veel ruimte krijgen. Dit is een oprechte poging om de toenmalige tijdgeest, couleur locale en zweetgeur te pakken te krijgen.