Martin Luther King Vs. The FBI

Zouden we eigenlijk moeten willen weten wat er op de audiotapes staat die de FBI in de jaren zestig stiekem maakte van burgerrechtenleider Martin Luther King? vraagt één van de sprekers in Martin Luther King Vs. The FBI (106 min.) zich af. Want de schadelijke ‘feiten’ die de G-men van directeur J. Edgar Hoover destijds op slinkse wijze vastlegden hadden slechts één doel: de ‘most dangerous negro in America’ zwartmaken. En het bewijsmateriaal – van Kings buitenechtelijke affaires, ‘s mans rechterhand met communistische antecedenten en zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën – was bovendien op volstrekt illegale wijze verkregen.

De onlangs vrijgegeven officiële documenten over deze kwestie stellen vooral de FBI – directeur voor het leven Hoover in het bijzonder – in een kwaad daglicht. King, die in de halve eeuw na zijn gewelddadige dood in 1968 is uitgegroeid tot een held van welhaast mythische proporties, blijkt vooral een gewoon mens, met enorme gaven en enkele, ogenschijnlijk heel normale, karakterzwakten. De FBI daarentegen, die destijds nog door menigeen werd beschouwd als een organisatie met louter nobele wetshandhavers, komt daadwerkelijk naar voren als de ‘dark state’ waarover Donald Trump tegenwoordig regelmatig rept. Een in het duister opererende schaduwoverheid, die bijvoorbeeld een brief over Kings seksuele escapades liet opstellen met maar één bedoeling: de zwarte leider te bewegen om een einde aan zijn leven te maken.

Die achterbakse actie vormt één van de schrijnendste episoden uit de jarenlange pogingen van de binnenlandse veiligheidsdienst om, in Hoovers woorden, ‘the most notorious liar in the United States’ onschadelijk te maken. Die campagne wordt in deze boeiende documentaire van Sam Pollard belicht met een combinatie van oude reportages, interviews en slim uitgekozen en geplaatste fragmenten uit klassieke speelfilms. Hij roept daarmee de turbulente sixties en de bijbehorende strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging op. Dat archiefmateriaal wordt, buiten beeld, ingekaderd en van context voorzien door FBI-directeur James Comey, burgerrechtenactivist Andrew Young en diverse FBI-agenten, schrijvers en historici.

MLK/FBI is in eerste instantie een historische reconstructie van een scharnierpunt in de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. Tegelijkertijd heeft de film een actuele boodschap: zo lelijk wordt de wereld dus als overheidsfunctionarissen en het justitiële apparaat de vrije hand krijgen om vertolkers van een tegengeluid te betitelen als staatsgevaarlijk en het leven onmogelijk te maken. Een dergelijke waarschuwing resoneert op elke plek waar democratische waarden hoog in het vaandel staan. De illegale audiocassettes die de FBI heeft gemaakt van Martin Luther King blijven overigens zeker tot 2027 achter slot en grendel. Het is de vraag of ze dan het beeld van de legendarische burgerrechtenactivist Martin Luther King Jr., of de man daarachter, nog kunnen of mogen kantelen.

Who Killed Malcolm X?

Netflix

‘Ik ben ten dode opgeschreven’, realiseerde Malcolm X zich in het laatste jaar van zijn leven. Hij was een ‘marked man’. Op 21 februari 1965 zou het daadwerkelijk zover komen: de Afro-Amerikaanse activist werd op 39-jarige leeftijd rücksichtslos neergemaaid. Ook zijn dood – net als die van prominente tijdgenoten als John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert Kennedy – zou het onderwerp van eindeloze geruchten en speculaties worden.

Who Killed Malcolm X? (258 min.) is de vraag die ook het leven beheerst van Abdur-Rahman Muhammad, volgens eigen zeggen een ‘regular brother’ die de moord op X nu al zo’n dertig jaar onderzoekt. Hij fungeert als hoofdpersoon van deze zesdelige documentairereeks van Rachel Dretzin en Phil Bertelsen, waarin de dood van de ‘black muslim’ opnieuw tegen het licht wordt gehouden, een verhaal dat menigeen in de zwarte moslimgemeenschap liever zou laten rusten.

Deze boeiende serie komt daarbij onvermijdelijk uit bij de Nation Of Islam van ‘the Honorable Elijah Muhammad’, die de kruimeldief Malcolm Little onder zijn hoede nam en hem binnen korte tijd omvormde tot een leider met de gave des woords, Malcolm X. Daarmee groef die meteen zijn eigen graf: hij werd een bedreiging voor de enigmatische geestelijk leider Muhammad, die leden van Fruit Of Islam, de paramilitaire tak van zijn organisatie, vervolgens zou hebben opgedragen om de charismatische spreker te liquideren.

Dat is tenminste de centrale hypothese van Who Killed Malcolm X?. Waarbij ook de FBI van directeur/meesterintrigant J. Edgar Hoover een cruciale rol zou hebben gespeeld. De enerverende zoektocht naar de moordenaars, en hun opdrachtgevers, is echter ook een dekmantel om met direct betrokkenen, ooggetuigen, politiemedewerkers en historici de opkomst en ondergang van de controversiële figuur Malcolm X nog eens goed in de verf te zetten.

En daarbij valt op dat diens woorden ruim een halve eeuw na dato nog nauwelijks aan kracht en actualiteit hebben ingeboet. In die ferme statements leeft hij voort, als de ultieme vertolker van zwarte onvrede. Waarbij zijn slogans over de positie van ‘the negro’ in de jaren zestig ook prima blijken aan te sluiten bij actuele kwesties zoals Black Lives Matters.

Enemies: The President, Justice & The FBI

Het is bijna gewoon geworden dat de Amerikaanse president Donald J. Trump (2016-…) zijn eigen Federal Bureau of Investigation de mantel uitveegt. ‘Very sad that the FBI missed all of the many signals sent out by the Florida school shooter’, tweette hij bijvoorbeeld op 18 februari van dit jaar na de ‘school shooting’ in Parkland, om daar vervolgens, volgens die geheel eigen Trump-logica, aan toe te voegen. ‘This is not acceptable. They are spending too much time trying to prove Russian collusion with the Trump campaign – there is no collusion. Get back to the basics and make us all proud!’

Spanningen met de FBI zijn echter bepaald niet alleen voorbehouden aan president Trump. De vierdelige documentaireserie Enemies: The President, Justice & The FBI (258 min.) van Jed Rothstein en Alex Gibney, geïnspireerd door het boek Enemies: A History Of The FBI van Tim Weiner uit 2012, toont aan dat de omgang tussen de regering en binnenlandse veiligheidsdienst vrijwel nooit zonder strubbelingen verloopt. Aflevering 1 richt zich bijvoorbeeld op de gemankeerde vriendschap tussen de legendarische directeur J. Edgar Hoover, een duistere figuur die ruim een halve eeuw directeur was, de mythe van de G-men in het leven riep en zijn macht op alle mogelijke manieren misbruikte, en de enige Amerikaanse president die ooit werd gedwongen om af te treden, Richard Nixon (1968-1974). Zijn pijnlijke vertrek had Nixon mede te danken aan Deep Throat, de geheimzinnige bron die de Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein van de ene na de andere scoop voorzag in het Watergate-schandaal. Ruim dertig jaar later werd duidelijk dat achter het mysterieuze pseudoniem een G-man in hart en nieren schuilging, FBI-onderdirecteur Mark Felt.

De relatie tussen een president en de FBI is delicaat en poreus, zo blijkt eveneens uit de tweede en derde aflevering van Enemies als de presidenten Ronald Reagan (1980-1988) en Bill Clinton (1992-2000) in respectievelijk de Iran-contra Affaire en Monicagate verzeild zijn geraakt. Kan de leider in tijden van nood op rugdekking van de inlichtingendienst rekenen of probeert die hem dan juist pootje te lichten? In een gestileerde setting, waarin de geïnterviewden door gebruik van allerlei schermen subtiel in en uit beeld verdwijnen, proberen Rothstein en Gibney met (voormalige) medewerkers, stafleden van Amerikaanse presidenten en auteur Tim Weiner door te dringen tot het wezen van de organisatie. Gezamenlijk slagen ze erin om politieke schandalen waarover door de jaren heen al uitvoerig is bericht van extra context en diepte te voorzien. De parallellen met de voetangels en klemmen van het tijdperk Trump zijn onmiskenbaar. Het verleden is slechts een proloog voor het heden, willen de filmmakers maar zeggen. Zoals ook sommige beeldbepalende figuren van nu opnieuw opduiken in een eerdere crisis, soms in een totaal andere rol.

De afsluitende episode richt bijvoorbeeld de schijnwerper op de bekendste FBI-directeur sinds de diabolische Hoover. In 2004 gaat James Comey als onderminister van justitie de confrontatie aan met de regering van George W. Bush (2000-2008) over diens grootschalige surveillanceprogramma, waarbij gewone Amerikanen stiekem in de gaten worden gehouden. Ruim tien jaar later staat diezelfde Comey, inmiddels directeur van de inlichtingendienst, opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Eerst beschadigt hij de kandidatuur van Hillary Clinton voor het Amerikaanse presidentschap met persverklaringen over haar roekeloze omgang met vertrouwelijke e-mails. Daarna komt hij lijnrecht tegenover de man te staan die het presidentschap vervolgens heeft opgeëist. Trump eist een loyaliteitsverklaring. Als die uitblijft, stuurt hij Comey de laan uit. Daarmee zet hij ongewild het Russiagate-onderzoek in gang, dat wordt geleid door voormalig FBI-directeur Robert Mueller, een vertrouweling van James Comey die ook al aan diens zijde stond tijdens het conflict met de regering Bush. Over geschiedenis die zich blijft herhalen gesproken.

Enemies toont glashelder aan dat de meningsverschillen tussen regering en FBI aan het hart van de Amerikaanse rechtstaat raken. Als de FBI zomaar kan worden aangestuurd door een president, dan wordt de inlichtingendienst al snel een gevaarlijk politiek wapen. Als de FBI echter zijn eigen koers vaart, dan kan de organisatie inderdaad – zoals Trump te pas en vooral te onpas roept – een soort oncontroleerbare ‘deep state’ worden. Een middenweg is, blijkens de in deze miniserie geschetste turbulente historie van de inlichtingendienst, nauwelijks te bewandelen.