Wakker In Paraguay

VPRO

Jeroen maakte van zijn vlucht een bestemming, aldus Roos Ouwehand. De empathische verteller van deze vijfdelige serie van Fleur Amesz en Gijs Swantee kruipt, in navolging van klassieke documentaireproducties zoals Schuldig en Stuk, in het hoofd van de personages en heeft voor elke hoofdpersoon van Wakker In Paraguay (216 min.) slechts enkele pennenstreken nodig om die te kenschetsen. Het gaat om verontruste burgers die zich, zeker sinds de Coronacrisis, ernstig bekneld voelen in Nederland en aan de andere kant van de wereld, in de door Duitse immigranten gestichte gemeenschap Hohenau, samen een nieuw bestaan willen beginnen met de leefgemeenschap Oasis.

Mart ziet bijvoorbeeld ‘wat er echt speelde in de wereld’, hoopt in Paraguay een ongevaccineerde partner te vinden en wil in de ‘stralingsvrije jungle’ ook zijn frequentieapparaten blijven verkopen. Carla werd in haar jeugd beschouwd als onhandelbaar – ‘alsof ze niet wilde luisteren’ – maar was in werkelijkheid doof aan één oor. Zij zou met haar broer Rob naar het Zuid-Amerikaanse land verkassen, maar die is op het laatste moment afgehaakt. En Jan groeide op met ‘een diep wantrouwen tegen de overheid’ en besloot nieuwe invallen of arrestaties van de politie niet meer af te wachten – ‘ook al betekende dat dat hij zijn twee opgroeiende kinderen moest achterlaten’.

En jurist, ondernemer en voormalig drugshandelaar Jeroen Pols, die eerst samen met Jans broer Willem Engel het gezicht was van de omstreden actiegroep Viruswaarheid en die inmiddels geldt als de onofficiële voorman van de ‘wakkere’ gemeenschap, maakt van zijn vlucht dus een bestemming. Pols heeft de krachten gebundeld met een jong hoogopgeleid ondernemersstel, dat net z’n eerste kind heeft gekregen in Paraguay. ‘De onrust in Nederland legde Anne en Lester geen windeieren’, vertelt Ouwehand over hen, als zij een bijeenkomst ‘op een kil bedrijventerrein in het winterse Weesp’ organiseren. ‘Een zaal vol zeer verontruste mensen die hun hoop op hen hadden gevestigd.’

‘De belofte van vrijheid, eenvoud en ruimte was groot’, constateert de alomtegenwoordige verteller nog maar eens. ‘Zou Paraguay ook echt het beloofde land blijken te zijn?’ De vraag stellen is hem vermoedelijk ook beantwoorden. Pols’ motto ‘ieder voor zich, allemaal samen’ doet intussen toch echt denken aan de slogan die de ‘vrije jongens’ van De Tegenpartij, de culthelden van het illustere satirische duo Van Kooten & De Bie, ooit gebruikten: samen voor ons eigen. ‘Project Paraguay’ moet een oase van vrijheid worden. Met een kleine overheid, want dat is volgens Pols als ‘een kankergezwel’, en zónder 5G-straling, lockdowns, pedonetwerken en chemtrails.

Amesz en Swantee bezien de lotgevallen van hun hoofdpersonen met oog voor de mens en zonder duidelijk oordeel en vallen hen ook niet lastig met kritische vragen. Ze portretteren daarnaast wel Enrique, een vertegenwoordiger van de ‘inheemse’ bevolking die regelmatig met de wakkere gemeenschap van doen heeft, en Bart, een Nederlander die al veel langer in het Zuid-Amerikaanse land bivakkeert. Zij bezien de nieuwkomers en de manier waarop die zich manifesteren, ook online, met de nodige verbazing. Zo vormt zich een intrigerend groepsportret van een gemeenschap, die z’n toevlucht heeft gezocht tot een land dat jarenlang leefde onder een militaire dictatuur en een thuishaven was voor gevluchte nazi’s.

Het lijkt onvermijdelijk dat er gaandeweg steeds meer barsten zichtbaar worden in de wakkere idylle. Of zoals verteller Roos Ouwehand ‘t bij aanvang van de slotaflevering verwoordt: ‘Hier in het verre Zuid-Amerika hadden ze eindelijk gevonden, waar ze zo wanhopig naar op zoek waren: vrijheid. Maar… bestond er werkelijk zoiets als vrijheid zonder een prijs?’

Stasi FC

Sky

De hegemonie van Dynamo Dresden is Erich Mielke al enige tijd een doorn in het oog. De beruchte baas van de Stasi, de alomtegenwoordige inlichtingendienst van de Duitse Democratische Republiek (DDR), loopt in december 1978 hoogstpersoonlijk de kleedkamer van de grote concurrent binnen. Hij heeft een heldere boodschap: jullie hebben met Dresden je jaren aan de top van de Oberliga nu wel gehad, het is tijd voor een andere kampioen: de Berliner Dynamo FC (BFC), een echte Stasi-club.

Erich Mielke geldt als een cruciale figuur in Oost-Duitsland (1949-1990), de communistische heilstaat die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.  De ene helft van de bevolking rapporteert er als informant aan zijn almachtige veiligheidsdienst over de andere helft – en andersom. Zoals ’t een man met enorme geldingsdrang betaamt, wil Mielke die totale dominantie – net als bijvoorbeeld Silvio BerlusconiPablo Escobar en Benjamin Netanyahu – ook uitdrukken via een succesvolle voetbalclub.

In de boeiende historische documentaire Stasi FC (87 min.) ontleden Daniel GordonArne Birkenstock en Zakaria Rahmani hoe sport in de DDR zo, in de laatste fase van de Koude Oorlog, schaamteloos wordt ingezet voor politieke doeleinden en macht intussen wordt gebruikt om sportieve successen te behalen. Terwijl Dynamo Berlin de kampioenschappen aaneenrijgt in de jaren tachtig – waarbij Mielkes team de scheidsrechters, zacht gezegd, niet tegen heeft – wordt de sportieve concurrentie doelbewust verzwakt.

Exemplarisch is het tragische relaas van Gerd Weber. De middenvelder van BFC’s grote concurrent Dynamo Dresden wordt in 1981 bij een uitwedstrijd in Enschede benaderd of hij samen met twee medespelers wil overlopen naar het westen. Ze bieden hen een contract aan in West-Duitsland, bij FC Köln. De mannen die hem proberen te verleiden tot een overstap blijken in werkelijkheid Stasi-medewerkers te zijn. Weber wordt opgepakt en bestempeld tot verrader. Hij is pas 25, maar zijn voetbalcarrière zit er al op.

Andere spelers die een poging wagen om achter het IJzeren Gordijn vandaan te komen, zoals de BFS-spelers Falko Götz en Dirk Schlegel, worden tot staatsvijand verklaard en op alle mogelijke manieren in verlegenheid gebracht. Het zijn tragische verhalen die eerder al hun weg hebben gevonden naar het boek The People’s Game van de Britse historicus Alan McDougall. Hij plaatst, net als oud-Stasi medewerker Harald Wittstock, alle persoonlijke verwikkelingen nog eens in hun maatschappelijke context.

Terwijl Dynamo Berlin ondertussen met elk volgend kampioenschap meer wordt gehaat, als sportieve representant van een gevreesde politiestaat, dreigt het Oostblok zelf, de alliantie van communistische landen waarvan de DDR deel uitmaakt, ook uit elkaar te vallen. En als de Muur in 1989 daadwerkelijk valt en Oost- en West-Duitsland na verloop van tijd weer worden herenigd, dringt bij al die voetballers pas echt door hoe lang de arm van de Stasi, die staat in een staat, eigenlijk was: tot diep in de kleedkamer.

Stasi FC toont zo wederom aan dat sport een perfecte arena vormt voor het vertellen van een groot maatschappelijk verhaal en de bijbehorende kleine menselijke verhalen.

Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut

Netflix

Als we deskundigen zoals Giulia Enders, de schrijver van de bestseller Gut: The Inside Story Of Our Body’s Most Underrated Organ (2015) en de centrale figuur van de documentaire Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut (80 min.) mogen geloven, zijn onze darmen net zo interessant als pak ‘m beet het melkwegstelsel.

‘Vroeger zag ik mezelf als hoofd, brein en de rest’, vertelt de jonge Duitse wetenschapper en auteur. ‘Ik dacht dat in het leven alle gevoelens en gedachten hier ontstonden. Dat is een onnozel idee en doet me denken aan hoe m’n neefje mensen tekent. Hij tekent een hoofd met twee voetjes. We weten nu dat ons darmstelsel ons brein adviseert.’

‘Van suiker eten krijg je suikerlievende bacteriën’, legt microbiële ecoloog Jack Gilbert uit. ‘Van vet eten krijg je vetlievende bacteriën. Als ik in China ben en weinig suiker eet omdat daar weinig suiker wordt gebruikt, verdwijnt m’n verlangen naar chocolade. In Noord-Amerika heb ik elke dag zin in chocolade.’ Zo stuurt het microbioom, de verzameling bacteriën in onze darmen, ons aan.

Het darmstelsel is ons tweede brein, beweert de Ierse neurowetenschapper John Cryan zelfs in deze populair wetenschappelijke documentaire van Anjali Nayer. In de (Engelse) taal zijn daarvoor ook meer dan genoeg aanknopingspunten: je voelt iets in je ‘gut, spreekt over een ‘gutsy’ stap of bent na een teleurstelling ‘gutted’. Om over vlinders in je buik nog maar te zwijgen.

In onze darmen is ook het antwoord te vinden op obesitas, stress, depressies, voedselallergie en verschillende eetstoornissen, betogen allerlei wetenschappers in deze informatieve, toegankelijke en speels vormgegeven tocht door ons darmstelsel. Met testjes, onderzoek en animaties (al dan niet met pluchen objecten) tonen ze het belang aan van ieders microbioom.

Daarbij zet Nayer ook een divers samengesteld testteam in: een zwaarlijvige Afro-Amerikaanse moeder, doctoraalstudente met chronische buikpijn, Japanse wedstrijdeter en gothic sterkok die eerst anorexia had en nu orthorexia, een enorm wantrouwen naar eten, heeft ontwikkeld. Zij weten uit eigen ervaring hoe het microbioom in de darmen hun leven bepaalt.

Daarbij worden gevoelige verbanden niet geschuwd. John Cryan onderzoekt bijvoorbeeld mensen met zowel darm- als hersenproblemen. ‘Denk aan autisme, de ziekte van Parkinson en stressgerelateerde psychiatrische aandoeningen zoals angst en depressie. De vraag is altijd wat er eerst was.’ Kan een tekort of teveel aan bepaalde bacteriën ook andere problemen triggeren?

Zo ontwikkelt een documentaire, waarvan je ‘gut’ je eigenlijk vertelde dat je nog liever een fax uit Darmstad zou ontvangen, zich tot een boeiende rondleiding door ons tweede brein, met tevens een positieve boodschap voor het eerste brein: die darmen beïnvloeden jou, maar je kunt ze zelf ook beïnvloeden.

The Natural History Of Destruction

Cinema Delicatessen

Als we de gevolgen ervan even buiten beschouwing laten is het nachtbombardement, dat de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog boven een Duitse stad uitvoeren, een machtig schouwspel. Niet in het minst doordat regisseur Sergei Loznitsa er bombastische klassieke muziek onder heeft gezet. Daarmee vormen de explosies, die op het eerste gezicht bijna speels oplichten tegen de donkere lucht, een symfonie van beeld en geluid, die het zicht ontneemt op wat daarachter – of beter: daaronder – schuilgaat: gewone mensen die sterven, gewond raken, enorm verdriet krijgen te verteren of zomaar alles kwijtraken wat ze ooit bezaten.

Zo bezien is The Natural History Of Destruction (109 min.), de nieuwe documentaire van de Oekraïense grootmeester van de archieffilm, tevens een actuele productie. De verwoestende luchtaanvallen die Loznitsa (The TrialState Funeral en Babi Yar. Context) bijna tachtig jaar na dato met bestaand materiaal, veelal in zwart-wit, reconstrueert kunnen op dit moment vrijwel dagelijks in een willekeurige stad in zijn geboorteland, of eerder bijvoorbeeld overal in Syrië, worden waargenomen. Tussen de bombardementen door toont hij het gewone leven zoals dat tussen 1940 en 1945 gewoon zijn gang gaat, totdat het bruusk wordt onderbroken, en vangt hij tevens de oorlogstaal die voortdurend wordt uitgeslagen door leiders, die de rijen in eigen land gesloten proberen te houden.

Zo houdt de Britse generaal Montgomery bijvoorbeeld een triomfantelijke toespraak voor het thuisfront, waarin hij overduidelijk zelfvertrouwen wil projecteren. Er kan maar één einde aan deze oorlog komen, zo klinkt door in vrijwel elke zin: de totale overwinning. Soortgelijke woorden komen van de leider van het Verenigd Koninkrijk. ‘De burgerbevolking van Duitsland kan zonder al te veel problemen ontsnappen aan de ontberingen’, stelt Winston Churchill verder unverfroren, terwijl bommenwerpers alweer onderweg zijn naar een nieuwe Duitse stad. Vrij vertaald: mensen hoeven van hem alleen te stoppen met werken in de oorlogsindustrie en de stad te verlaten. Dan kunnen ze daarna van een afstandje toekijken hoe zijn manschappen alles in lichterlaaie zetten.

Het is van een wreedheid die menigeen waarschijnlijk liever niet met een geallieerde leider associeert, maar die onlosmakelijk is verbonden met het cynische karakter van oorlog, waarbij alle betrokken partijen burgers van de tegenstander doorgaans vooral als nevenschade dan wel pressiemiddel beschouwen, in het gruwelijke gevecht om de macht. Sergei Loznitsa levert het bewijsmateriaal – dat doorgaans gewoon, zonder al te veel opsmuk, voor zichzelf mag spreken – en bouwt daarmee een lange, collageachtige film die als een woordeloos pamflet tegen oorlogsvoering tegen de burgerbevolking zijn werk doet.

Wisconsin Death Trip

mubi.com

Is dit nu een voorbeeld van hoe ‘nieuws’, door zijn voortdurende gerichtheid op de (negatieve) afwijking van wat we met z’n allen normaal vinden, ons beeld van de wereld kan verminken? Afgaande op de berichten die Frank Cooper in de jaren 1890-1900 voor een plaatselijke krant schreef was de dood werkelijk alomtegenwoordig in Black River Falls, een stadje in het noorden van de Amerikaanse staat Wisconsin dat vooral werd bevolkt door Noorse en Duitse immigranten en dat in die tijd werd geconfronteerd met mijnsluitingen en een economische crisis. Magere Hein kwam bovendien zelden helemaal uit zichzelf. Hij werd regelmatig een handje geholpen.

In Wisconsin Death Trip (78 min.), de verfilming van Michael Lesy’s gelijknamige non-fictieboek uit 1973, daalt regisseur James Marsh aan de hand van Coopers nieuwsberichten, ingelezen door acteur Ian Holm, af in een zwart-witte horrorwereld die volledig wordt gedomineerd door malheur: ziekte (difterie), drugsgebruik, allerlei vormen van gekte (winterdepressies, liefdesverdriet en godsdienstwaanzin) en de vertaling daarvan naar tragische ongelukken, wanhoopsdaden en – niet te negeren: zo vaak – redeloos geweld. Tegen een voormalige geliefde, zichzelf of iemand die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was.

Zo introduceert de filmmaker in deze documentaire uit 1999 bijvoorbeeld de verwarde schoollerares Mary Sweeney die overal ruiten kapot slaat, een dertienjarige Duitse jongen die samen met zijn tienjarige broertje een willekeurige man doodt en de wereldberoemde Franse operaster Pauline L’Allemand, die in de herfst van haar carrière en leven plotseling, zonder enige vooraankondiging, het geïsoleerde plaatsje in Wisconsin aandoet. Marsh illustreert al deze menselijke drama’s met authentieke foto’s van de lokale fotograaf Charles Van Schaik, stemmige klassieke muziek en naargeestige gereconstrueerde scènes zonder geluid.

Tegenover dat ‘stomme’ verleden, gerangschikt aan de hand van de vier jaargetijden, plaatst hij hedendaagse beelden van Black River Falls: ogenschijnlijk onschuldige taferelen van kinderen in Halloween-kostuum, de plaatselijke missverkiezingen of kerkdiensten, die echter steeds nadrukkelijker worden begeleid door verhalen over brandstichting, seriemoordenaars en zelfmoord. Zo klinkt de beladen geschiedenis van het kleine stadje onmiskenbaar door in het heden. Alsof alle ellende zich zomaar zou kunnen herhalen. Wisconsin Death Trip wordt daarmee niets minder dan een reis, bepaald niet ontdaan van drama en bombast, naar de donkerste spelonken van de menselijke geest. Daar waar doorgaans, dat ook, het spraakmakendste ‘nieuws’ wordt gevonden.