The Real Bling Ring: Hollywood Heist

Netflix

Voor de liefhebber is dit een goed verhaal: losgeslagen Amerikaanse tieners breken in bij beroemdheden als Paris Hilton, Orlando Bloom en Lindsay Lohan en maken vervolgens de blits met de luxe spullen die ze daar buit hebben gemaakt. Dat verhaal is dan ook al eens verfilmd, door Sofia Coppola als The Bling Ring (2013). Nu is er een driedelige documentaireserie die dan weer het echte verhaal achter de speelfilm belooft te vertellen: The Real Bling Ring: Hollywood Heist (145 min.).

Regisseur Miles Blayden-Ryall verlaat zich daarvoor vooral op het persoonlijke relaas van twee van de betrokken inbrekers, Nick Prugo en Alexis Neiers. De andere leden van de jeugdbende wilden niet meewerken aan deze nieuwe versie van dat oude verhaal. Met nauwelijks verholen trots loopt Prugo hun strooptochten door de huizen van ‘the rich and famous’ door, zijn voornaamste ‘claim to fame’. Neiers kiest eerder de positie van onwillige participant, die in eerste instantie nauwelijks doorheeft waar ze in hemelsnaam in terecht is gekomen.

Blayden-Ryall dient dit moderne schelmenverhaal op met gelikte reconstructiescènes, beeldgrapjes en slicke muziekjes, introduceert een aalgladde makelaar als geinig bedoelde gids voor Los Angeles en probeert de gebeurtenissen verder te linken aan een wereld die door, om maar wat te noemen, het exhibitionistische celebrity-programma Cribs, realityseries als The Osbournes en Paris Hiltons sextape veel bevattelijker is geworden voor roem als doel op zich. Zonder dat er nog enige vorm van talent of kwaliteit tegenover hoeft te staan.

Zelfs een mediagenieke inbreker kan in die wereld het grote publiek bereiken. Sterker: op het moment dat ze wordt gearresteerd, spelen Alexis en haar moeder en beste vriendin net de hoofdrol in hun eigen realityshow, Pretty Wild. De arrestatie zelf hebben ze alleen niet op camera. Die moet dus even over. Waarbij de cameraman alvast binnen wacht totdat de politie – in werkelijkheid: producers van de show – bij hen aanklopt. Volgens Alexis was het traumatisch om juist deze gebeurtenis opnieuw te moeten doen.

Behalve over haar eigen realityserie is zij ook niet te spreken over hoe Sofia Coppola haar in The Bling Ring heeft geportretteerd. Alexis vindt het frustrerend, zegt ze, dat juist zij wordt gespeeld door de bekendste acteur, Emma Watson. Nick vindt dan weer dat hij hét gezicht had moeten zijn van die film. Als hij zelf had mogen kiezen, zegt hij met een stalen gezicht, had hij zichzelf door een ‘superjonge Tom Cruise’ laten spelen. Zo blijven de twee hoofdpersonages ook in deze nieuwe productie netjes in hun rol.

Hoewel één van hun slachtoffers, actrice Audrina Patridge (The Hills), glashelder maakt wat de inbraak bij haar teweeg heeft gebracht, wordt deze miniserie daardoor toch een soort glorificatie van wat deze dekselse Hollywood-kids allemaal hebben uitgevreten. Waarna automatisch aan de orde komt wat daarvan de gevolgen voor henzelf zijn geweest – die ze nu voor Blayden-Ryalls camera weer tot in detail mogen opdissen en herbeleven. Dit heeft een soort dubbelheid, die deze serie al dan niet bewust lijkt op te zoeken.

Het komt allemaal samen in een ingenieuze slotscène, waarbij Nick Prugo’s advocaat het laatste woord claimt. ‘Die tieners wilden alles doen voor de waardering die ze zo graag wilden van anderen’, slaat hij de spijker op zijn kop tegenover de documentairemaker: ‘En met deze film heb je ze gegeven wat ze toen wilden.’

In september 2023 heeft HBO The Ringleader: The Case Of The Bling Ring uitgebracht, een film over min of meer hetzelfde onderwerp.

Over Grenzen

Prime Video

Afgaande op de lawine van nieuwsberichten over drugsvondsten, laboratoria voor synthetische drugs en afrekeningen binnen het criminele circuit, was de conclusie eigenlijk al onvermijdelijk: Nederland en België nemen een sleutelpositie binnen de internationale drugshandel in. Toch sorteert de vierdelige documentaireserie Over Grenzen (168 min.) nog wel degelijk een schokeffect. Door de schaal van de serie (die zich afspeelt in Mexico, Brazilië, Australië en talloze plekken in de lage landen), de miljardenindustrie die daaruit naar voren komt en de geestdrift waarmee die zich echt in onze directe leefomgeving nestelt.

Deze wereldwijde business, met vertakkingen naar allerlei kleinere en grotere organisaties, gaat bijzonder inventief te werk. In de havens van Rotterdam en Antwerpen arriveren bijvoorbeeld containers die zijn ingericht als appartement. ‘Dus de uithalers, degenen die de switch moeten uitvoeren, zitten al in de container en worden stiekem ook al op de kade gezet’ vertelt de Belgische misdaadjournalist Joris van der Aa. ‘Ze verblijven soms dagen of weken aan één stuk in een container. Er is een wastafel en een toilet in gemaakt. Ze komen eruit. Ze laden de drugs over. En dan gaat die container van de kade af.’

‘Nederland is een draaischijf voor de internationale cokehandel’, stelt zijn Nederlandse collega Yelle Tieleman, één van de misdaadverslaggevers die in deze ambitieuze miniserie van Joost van der Valk, Duco Coops, Anna Maria van ‘t Hek, Sakir Khader, Minna Sedmakov en Joey Boink voor duiding zorgt. Daarnaast laten zij bestuurders, politiefunctionarissen, undercoveragenten en douanebeambten aan het woord. Ze mogen bovendien een kijkje nemen bij zowel politieacties als de illegale praktijken van (geanonimiseerde) labmedewerkers, smokkelaars, uithalers, drugsrunners en rippers, mannen die met bruut geweld dealers beroven.

Gezamenlijk schetsen zij een schemerwereld waarin morele grenzen vervagen en onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar verweven dreigen te raken. Ex-smokkelaar Nina Lindeborg vertelt bijvoorbeeld hoe ze kinderlijk eenvoudig een havenmedewerker wist te strikken. Eerst volgde ze met haar eigen auto de bus waarin de man zat, toen hij uitstapte sprak ze hem aan. ‘Binnen dertig seconden zat hij in mijn auto’, zegt ze trots. ‘Ik heb hem een blow job gegeven en toen heb ik hem thuisgebracht. Binnen 24 uur wist ik alles van hem.’ Ze kijkt uitdagend in de camera: ‘En zo wordt het broodje altijd belegd.’

De eerste aflevering van deze met duistere beelden en dreigende muziekjes volgepompte serie ontleedt de internationale handel in cocaïne, aflevering 2 concentreert zich op synthetische drugs, crystal meth in het bijzonder. In deel drie is te zien hoe de georganiseerde misdaad zich manifesteert in het gewone leven, via witwassen, het bedreigen van bestuurders en criminele weldoeners, die zich in sociale activiteiten mengen of sportclubs beginnen te sponsoren. En de laatste aflevering belicht hoe misdaadbendes steeds nieuwe manieren zoeken, de verpletterende drug Fentanyl bijvoorbeeld, om snel geld te verdienen.

‘Als je morgen drugs legaliseert en de Bijbel verbiedt’, zegt Marc Vancoillie, het hoofd van de Centrale Drugs Cel Federale Politie van België, treffend. ‘Dan gaan die criminelen morgen de Bijbel verkopen.’ Tegen zoveel amoreel koopmanschap, dat zich bovendien bijna ongemerkt vestigt in willekeurige plaatsen als Hedel, Hechtel-Eksel of de Wouwse Plantage (waar zowaar een martelkamer met tandartsstoel en allerlei werktuigen werd aangetroffen), is nauwelijks beleid te maken. Toch blijven de autoriteiten aan beide zijden van de Nederlandse en Belgische grens alles op alles zetten. Afgaande op deze onheilszwangere miniserie, die steevast door Antoine Bodar wordt ingeleid met een bezwerende preek, zou dat wel eens een gevecht tegen de bierkaai kunnen worden.

Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac

Vanuit de Oostkust opereerden Puff Daddy en The Notorious B.I.G. (alias Biggie Smalls) van het New Yorkse platenlabel Bad Boy Records. De Westkust werd vertegenwoordigd door Snoop Dogg, Dr. Dre en Tupac Shakur van Death Rowe Records. De wedijver tussen de hiphoppers van de Amerikaanse Eastcoast en Westcoast zou halverwege de jaren negentig helemaal uit de hand lopen. Op 13 september 1996 werd Tupac neergeschoten. Dik een half jaar later, op 9 maart 1997, volgde zijn evenknie aan de andere kant, Biggie Smalls.

Nadat hij eerder al de dood van Nirvana-zanger Kurt Cobain had onderzocht in het trashy Kurt & Courtney (1998) ging Nick Broomfield in Biggie And Tupac (2002) op zoek naar de ware toedracht van de twee hiphop-moorden. Toen stuitte de Britse documentairemaker, die destijds meestal zelf het geluid deed voor zijn films en daarin dan ook prominent aanwezig was als ‘man met een missie’, nogal eens op gesloten deuren. Een kleine twintig jaar later is de bereidwilligheid bij direct betrokkenen om te praten over wat er destijds is gebeurd een stuk groter.

Dat heeft een heel praktische reden: sinds 2018 zit Marion ‘Suge’ Knight, de eigenaar van Death Rowe Records, vanwege moord in de gevangenis, waarschijnlijk voor de rest van zijn leven. Suge zou de kwade genius zijn geweest, die van zijn platenmaatschappij een bolwerk maakte van bendeleden, afkomstig van zowel The Bloods als hun grote vijand The Crips. Hij was er naar verluidt ook hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat de intelligente en welbespraakte jongeling Tupac veranderde in een onvervalste ‘street thug’. Intussen werd de rivaliteit met de rappers van de Eastcoast naar steeds gevaarlijker hoogte opgepookt.

Met allerlei insiders en fraai archiefmateriaal van achter de schermen vangt Nick Broomfield in Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac (105 min.) het giftige klimaat binnen Death Row Records, dat tot allerlei excessen leidde en Tupac uiteindelijk de kop zou kosten. Vanuit de gevangenis zou Suge Knight, die in de documentaire American Knightmare / American Knightmare (2018) al zijn lezing van het verhaal heeft gegeven, vervolgens de opdracht hebben gegeven om Biggie te liquideren. En daarbij kunnen best eens politieagenten van de Los Angeles Police Department betrokken zijn geweest.

Het is inmiddels een klassiek verhaal geworden: over Tupac en Biggie, twee rappers die door hun dood voorgoed met elkaar zijn verbonden. Die tragedie wordt hier nog eens van extra details en context voorzien. Zonder dat dit tot wezenlijk nieuwe inzichten leidt.

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.

Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Imperdonable

IDFA

Als je goed kijkt, zie je een ontwapenend joch. Dan moet je wel goed kijken. Tussen de tralies en tatoeages door, ook in het aangezicht. Halfnaakt zit Geovanny in een soort kooi. Sommige gedetineerden om hem heen hangen lusteloos in een hangmat. Half ontkleed. Uitgestald bijna. In het zicht van de gehele populatie van San Francesco Gotera, een gevangenis in El Salvador die louter wordt bevolkt door leden van de rivaliserende bendes Barrio 18 en La Mara Salvatrucha (kortweg: MS-13).

‘Onze enige taak was om te doden’, herinnert Geovanny, die tot Barrio 18 behoorde, zich in Imperdonable (36 min.). ‘Ik begon dit te beschouwen als een soort hobby, als een sport.’ In de trant van: wie kan er het meeste mensen vermoorden? Hij haatte MS-13, al een jaar of dertig de aartsvijand van zijn eigen gang, met alles wat hij had. Zonder al te veel moeite roept de jongen herinneringen op aan die ene keer dat ze een lid van de andere bende langzaam openhaalden en vervolgens zijn organen eruit trokken. Het is een gruwelijk verhaal, waarin hijzelf een naargeestige hoofdrol vertolkt.’

Sinds 2017 hebben de gedetineerden van San Francesco Gotero zich collectief tot de Heer bekeerd. Alleen een klein groepje gevangenen, onder wie Geovanny, is buitengesloten. Omdat ze hun ware aard hebben laten zien. Hun seksuele geaardheid. Volgens God zijn mensen zoals zij niet meer dan honden. Tenminste, dat stelt één van de religieuze leiders zonder omhaal van woorden. Geovanny en de zijnen bevinden zich nu in een afgezonderde cellenvleugel en zijn hun leven niet meer zeker binnen de gevangenismuren. Van de ene onverdraagzame wereld zijn ze in de andere beland.

In hun cel doden ze de tijd en kunnen ze ook even zichzelf zijn. En samen, niet te vergeten. Het is een intrigerende uitgangspositie voor deze bijzonder indringende film van Marlén Vinayo, die niet voor niets al op diverse festivals is uitgeroepen tot beste korte documentaire. Imperdonable (Engelse titel: Unforgivable) portretteert met verve een grimmige wereld waarvan slechts een enkeling waarschijnlijk het bestaan vermoedde – en die menigeen zonder enige twijfel liever helemaal niet had leren kennen.

Waarin vliegen zich verzamelen rond een stapeltje slippers. Een kwetsbare muis met een paars draadje aan een kat wordt verbonden. En Geovanny inmiddels een transfer naar een andere plek heeft aangevraagd. Daar zal hij dan wel alleen naartoe moeten.

Las Tres Muertes De Marisela Escobedo

Netflix

In eerste instantie lijkt het een traditioneel true crime-relaas te worden: jonge vrouw is uit de weg geruimd door jaloerse echtgenoot. Haar moeder Marisela Escobedo Ortiz, de protagonist van deze vertelling, probeert vervolgens recht te halen. Eerst moet alleen het stoffelijk overschot van haar zestienjarige dochter Rubí worden gevonden. En dan neemt dat ogenschijnlijk licht voorspelbare verhaal, met typische Latijns-Amerikaans melodrama opgedist, een onverwachte wending.

Die crime passionel blijkt in Las Tres Muertes De Marisela Escobedo (109 min.) de opmaat naar een groter verhaal over de samenleving waarbinnen die zich heeft afgespeeld: het Mexico waar drugskartels de dienst uitmaken en een mensenleven een soort wegwerpartikel is. Letterlijk. Zeker een vrouwenleven, getuige de feminicide in het land. Rubí is slechts één van de vele vermiste vrouwen van Ciudad Juárez. En ze zal ook niet het laatste slachtoffer in deze zaak zijn.

Het schokkende verhaal van Marisela en haar kinderen is exemplarisch voor de maalstroom van corruptie, incompetentie en geweld die het Midden-Amerikaanse land nu al jaren in zijn greep houdt en die door regisseur Carlos Pérez Osorio met direct betrokkenen uit en te na wordt gereconstrueerd. Intussen wordt Sergio Barraza Bocanegra, Rubí’s gewelddadige ex, lid van de beruchte drugsbende Los Zetas. Hij raakt zo steeds verder buiten bereik van justitie en Marisela zelf, die hem nog altijd wil (laten) inrekenen.

Lost Boys, 5 Jaar Later

EO

Het ene probleem veroorzaakt het andere, dat weer een nieuw probleem oplevert. De situatie van Demo is als een Gordiaanse knoop, die nauwelijks meer valt te ontwarren. Wie hakt hem door? Het begon ooit met gewapende overvallen. Of eerder: met een jeugd, die verder onbesproken blijft. Daarna volgde in elk geval een detentie, voorwaardelijke invrijheidstelling en strubbelingen met de reclassering.

De bokkige jongen, die zijn criminele verleden van zich af probeerde te schudden en begon aan een HBO-opleiding, was in 2011 de blikvanger van de documentaire Lost Boys: Bloods Forever van Margit Balogh (die nog altijd is te zien op de 2doc-website, net als een nabrander van vier jaar later). In die tijd was Demo lid van The Bloods, een Rotterdamse pendant van de beruchte Amerikaanse jeugdbende. Zijn vrienden Mr. T, Smockey en Lil-G hielden zich nog altijd bezig met drugs, geweld en criminaliteit.

In het vervolg Lost Boys, 5 Jaar Later (55 min.) fungeert Jeansen ‘Demo’ Djaoen als enige hoofdpersoon. Hij heeft de bendekleuren, in de vorm van rode bandana’s en shirts, afgelegd en werkt tegenwoordig als reporter/marketingmedewerker van de publieke radiozender Funx. Ogenschijnlijk moeiteloos houdt hij zich staande te midden van politici en collega-journalisten. Met Mijn Eerste Overval, een hoorspel over zijn criminele verleden, wordt hij zelfs genomineerd voor de prestigieuze NTR Radioprijs.

Zijn verleden blijft hem echter achtervolgen. Demo’s torenhoge schulden worden, ondanks aflossingen, door boetes en heffingen alleen maar hoger. En vanwege zijn strafblad komt hij niet in aanmerking voor schuldsanering. Dat is het centrale thema van deze tweede Lost Boys-film, een aangrijpend portret van een bijna-dertiger die blijft betalen voor oude fouten (al blijft wel schimmig waarvoor dan precies) en ervoor moet waken dat hij niet voor gemakkelijke oplossingen valt.

Tegelijkertijd is het (vrijwel geheel) ontbreken van de andere gangleden van The Bloods in deze film wel een gemis. Demo vormt ondanks zijn financiële malheur, die door Balogh zéér uitgebreid in beeld wordt gebracht, de uitzondering op de regel. Hoe zou het de meer stereotiepe bendejongens Mr. T, Smockey en Lil-G zijn vergaan? Die vraag blijft grotendeels onbeantwoord.