Gaga: Five Foot Two

Netflix

Afgelopen week moest Lady Gaga vanwege (fysieke) klachten haar Europese tournee afzeggen. Het klinkt cru, maar in wezen was dat bericht een passend vervolg op de documentaire Gaga: Five Foot Two(100 min.), die enkele dagen later op Netflix zou verschijnen. Het zorgde bovendien voor een nieuwsmomentje waarmee die film nog eens extra onder de aandacht kon worden gebracht.

Gaga’s noodgedwongen pitstop levert ongetwijfeld ook ooit weer een nieuwe plaat of creatie op. Zo werkt dat in het door haar gecreëerde universum. Zoals de dood van haar 19-jarige tante Joanne, veertig jaar eerder, de basis vormde voor het album, waaraan de zangeres werkte tijdens de filmopnames voor deze intrigerende documentaire.

Die tante, waarmee Lady Gaga zich gaandeweg is gaan identificeren, levert de fly on the wall-film van Chris Moukarbel tevens een memorabele scène op als Gaga een aan haar opgedragen liedje voor het eerst laat horen aan Joannes moeder, haar eigen oma. Die wil alleen maar niet zo emotioneel worden als haar kleindochter waarschijnlijk had verwacht/gehoopt.

Als het bijbehorende album, tevens Joanne getiteld, enige tijd later uitkomt, is de naam van Gaga’s tante inmiddels uitgewerkt tot een soort logo, dat is te vinden op billboards en trainingsjacks. Het innerlijk lijkt in Lady Gaga’s wereld zo steeds volledig te worden veruiterlijkt.

De camera betrapt Gaga (de échte, welteverstaan) in de documentaire op haar kwetsbaarste momenten – en voor de liefhebbers ook topless. De echte Stefani Germanotta, een uiterst getalenteerde artieste, laat zich nochtans zelden zien in de voorstelling die Lady Gaga opvoert in Five Foot Two. Imago en identiteit zijn ogenschijnlijk helemaal door elkaar gaan lopen.

Het lijkt soms alsof ze geen idee meer heeft wie ze was, is of wil zijn. Of juist veel te goed. Als kijker zie je ’t met een gevoel van opperste vervreemding aan. Alsof je met de armen over elkaar langs de kant van de weg staat te wachten tot dat gruwelijke ongeluk gebeurt, waaraan je je vervolgens kunt verlekkeren.

Deze film, waarin Lady Gaga zelf wordt opgevoerd als producer, is uiteindelijk niets minder dan een (onbedoeld) demasqué. Niet zozeer van de persoon Stefani Germanotta, als wel van de wereld waarvan zij het gloriërende, supergedreven of juist diepbedroefde middelpunt moet zijn. Het prinsesje dat, ondersteund door haar gedienstige hofhouding en joelende onderdanen, moet zien te overleven in Gagaland.

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.

Eagles Of Death Metal: Nos Amis

HBO

Wat als een fijn hoofdstuk had moeten worden bijgeschreven in Het Grote Popgeschiedenisboek (rockheld neemt boezemvriend op sleeptouw en maakt vervolgens ook hem wereldberoemd) kreeg een inktzwarte bladzijde in de maag gesplitst: Bataclan.

Eagles Of Death Metal, de band van zanger/gitarist Jesse Hughes en zijn behulpzame vriend Josh Homme (frontman van Queens Of The Stone Age en voormalig gitarist van de invloedrijke woestijnrockband Kyuss), is onlosmakelijk verbonden geraakt met de terroristische aanslag bij een concert in Parijs op 13 november 2015.

Op die barre avond vonden 89 fans de dood. Eagles Of Death Metal: Nos Amis (83 min), een documentaire van acteur/regisseur (en zoon van) Colin Hanks, reconstrueert de gruwelijke gebeurtenissen en werkt toe naar de moedige terugkeer van de Amerikaanse rockband naar Parijs, slechts drie maanden later.

Zoals The Roling Stones in 1969 de tragedie bij Altamont (toen een festivalganger werd gedood door Hells Angels die waren ingehuurd als beveiliging) te boven kwam en Pearl Jam het Roskilde-festival van 2000 (toen negen fans werden dood gedrukt) overleefde, proberen Jesse Hughes en zijn band Bataclan een plek te geven.

Deze aangrijpende film zou een prima startpunt kunnen zijn. En dan zien we voor het gemak door de vingers dat Hughes’ controversiële uitspraken tijdens zijn terugkeer in Parijs, bijvoorbeeld over Bataclan-beveiligers die betrokken zouden zijn bij de aanslag, volledig achterwege zijn gelaten. Laten we die (logisch) onderdeel van een ongetwijfeld heftig rouwproces noemen.

The Wrecking Crew


Waar pak ’m beet The Byrds, Sonny & Cher en The Beach Boys met de eer gingen strijken, was het in werkelijkheid een select groepje sessiemuzikantenen uit Los Angeles dat het leeuwendeel van hun grootste hits inspeelde. De fijne documentaire The Wrecking Crew (101 min.), die donderdag door Het Uur Van De Wolf wordt uitgezonden, ontrukt hen aan de vergetelheid.

Gezamenlijk kunnen deze onbekende klasbakken, die ook fungeerden als huisband voor sterproducer Phil Spector, een compleet hitdossier met fifties en sixties-klassiekers vullen; van Da Doo Ron Ron en You’ve Lost That Lovin’ Feeling tot Good Vibrations en These Boots Are Made For Walkin’.

Het bekendste lid van The Wrecking Crew, de onlangs overleden Rhinestone Cowboy Glen Campbell, slaagde er overigens in om ook een succesvolle solocarrière op te bouwen. Over zijn allerlaatste tournee, waarin hij bijgestaan door familieleden de gevolgen van Alzheimer probeerde te maskeren, werd onlangs een prachtige documentaire gemaakt.

Terwijl The Wrecking Crew opereerde vanuit de Amerikaanse westkust, was er aan de oostkust, in Detroit om precies te zijn, nog een andere verborgen superband. En natuurlijk werd ook daar een documentaire over gemaakt. In Standing In The Shadows Of Motown worden de zogenaamde Funk Brothersin het zonnetje gezet, de band achter een hele schoenendoos vol aan onuitwisbare soulhits.

Over helden op de achtergrond gesproken: op Netflix is nog altijd de Oscar-winnende documentaire 20 Feet From Stardom te zien, een film die achtergrondzangeressen als Darlene LoveMerry Clayton en Cindy Mizellevoor eens en voor altijd vol in de spotlights zet.

I Think We’re Alone Now


De documentaire I Think We’re Alone Now (74 min.) van Sean Donnelly schildert een dubbelportret van twee mannen die helemaal idolaat zijn van – zeg maar gerust: geobsedeerd zijn door – het Amerikaanse tienersterretje Tiffany.

De een, Jeff Turner (die al eens een contactverbod opgelegd heeft gekregen), noemt zichzelf liever vriend dan fan van de zangeres die één wereldhit had. De ander, de hermafrodiet Kelly McCormick, is ervan overtuigd dat Tiffany en hij zijn voorbestemd voor elkaar.

Beiden zijn gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, het syndroom van Asperger, en leiden een bestaan aan de rafelranden van de samenleving. Met minder oog voor hun persoon en situatie zou je hen simpelweg kunnen afdoen als (gevaarlijke) stalker.

Sommige scènes, als ze contact proberen te krijgen met hun idool of pochen over hun innige relatie met haar, zijn bijna te pijnlijk om aan te zien. Na het bekijken van het huiveringwekkende I Think We’re Alone Now vechten oprechte compassie en koude rillingen om voorrang.

Je krijgt daarnaast ook echt te doen met Tiffany.

Begin 2023 verschenen enkele updates van Sean Donnelly over hoe de film is gemaakt en hoe het nu is met Jeff Turner en Kelly McCormick.

A Modern Man

VPRO

Als een soort James Bond van de viool dendert hij door het bestaan: in een splinternieuwe Porsche, tijdens handtekeningensessies met verrukte (vrouwelijke) fans en als model voor Boss en Armani.

Charlie Siem, de loverboy van de klassieke muziek, speelt de hoofdrol in de observerende documentaire A Modern Man (58 min.) van regisseur Eva Mulvad. Hij wil koste wat het kost excelleren en daarvoor moet eigenlijk alles wijken. Vrienden heeft hij daarom niet, pocht Siem op een terrasje tegenover een aantrekkelijke dame.

De film speelt zich volledig af op openbare plekken: kleedruimtes, restaurants en hotelkamers. Alsof Siem helemaal geen persoonlijk leven heeft. Ook de mensen waarmee hij zich omringt, of het nu fans zijn of z’n ouders of persoonlijke assistent, worden nooit meer dan figuranten. Echt contact lijkt er nauwelijks te ontstaan.

Gaandeweg begint de Teflonlaag van de mediagenieke violist echter slijtageplekken te vertonen en wordt hij toch, ondanks zichzelf, geconfronteerd met de schaduwkanten van zijn levensstijl. Aan het eind van deze straffe documentaire resteert een man(netje) alleen. Shaken not stirred, zo vermoed ik.

Rocknrollertjes


In 2011 maakte Carin Goeijers een documentaire over Dewolff, een jeugdig Limburgs trio dat vol overtuiging de psychedelische rock van de sixties en seventies nieuw leven inblies. Als een piepjonge erfgenaam van bands als Led Zeppelin, Cream en The Allman Brothers.

Zes jaar later zitten de gebroeders Van de Poel (zang/gitaar en drums) en Robin Piso (Hammondorgel) in de studio voor langspeler numero zeven en is er zowaar een Limburgse nazaat van Dewolff met zijn eigen film: Morganas Illusion, vastgelegd in de fraaie korte jeugddocu Rocknrollertjes (25 min.).

De tieners Sia, Bas en Vince vormen een hechte drie-eenheid. Totdat zanger en gitarist Sia langzaam maar zeker afglijdt in een depressie en Bas en Vince hun bandje (tijdelijk?) in de pauzestand moeten zetten. Reikhalzend kijken ze in deze fijne film van Daan Bol, die op het IDFA van 2016 werd uitgeroepen tot beste kinderdocumentaire, uit naar het eerstvolgende optreden van Morganas Illusion.

Jimmy Rosenberg: De Vader, De Zoon & Het Talent

 

Hij had de Hendrix van de zigeunermuziek moeten worden. Wonderkind Jimmy, telg van de beroemde Rosenberg-familie. Een drugsverslaving gooide roet in het eten. De gitaarvirtuoos belandde in de gevangenis en raakte los gezongen van zijn gezin en familie.

 

In deze indringende en bijzondere sfeervolle film, waarvoor Jeroen Berkvens in 2007 een geheel terecht Gouden Kalf verdiende, probeert de inmiddels 26-jarige Jimmy Rosenberg zijn leven en loopbaan weer op te pakken. Intussen meldt ook zijn vader Macky, die acht jaar vastzat, zich weer in het leven van de man die de Helmondse Django Reinhardt had moeten worden.

Anvil: The Story Of Anvil


De vergelijking met de hilarische mockumentary This Is Spinal Tap, over een omhoog gevallen hardrockband met exploderende drummers, is tot in den treure gemaakt. De metalband Anvil zou een soort ‘real life’-variant zijn op het legendarische Spinal Tap. Ik zou het willen omdraaien: Spinal Tap is een gescript bandje dat nooit zo innemend, ontroerend en grappig wordt als het volledig spontaan opererende Anvil.

De openingsscène van de kostelijke documentaire Anvil! The Story Of Anvil (80 min.) van filmmaker/fan Sacha Gervasi zet direct de toon. We gaan terug naar 1984, naar het Super Rock Festival in Japan. Alle bands die tijdens dat festival op het podium stonden (The Scorpions, Whitesnake en Bon Jovi) werden wereldberoemd. Behalve eentje… Juist.

Steve ‘Lips’ Kudlow en zijn boezemvriend Robb Reiner, de kern van de invloedrijke metalband, proberen 25 jaar later het hoofd boven water te houden als respectievelijk maaltijdbezorger en sloopwerker. En intussen is er nog altijd dat bandje en de droom die van geen wijken wil weten.

Terwijl Lips en Robb tegen beter weten in nog altijd hun band in de vaart der volkeren proberen op te stuwen, en intussen het ene na het andere obstakel moeten nemen, ga je ook als non-metalhead vol-le-dig overstag voor Anvil en deze dolkomische, meeslepende én tranentrekkende documentaire, die wereldwijd diverse prijzen in de wacht sleepte.