We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

A Dangerous Boy

Siggi Hakkari (l) en Julian Assange (r) / c: Allen Clark

‘Is this the most dangerous man in Iceland?’ schreeuwt de cover van The Reykjavik Grapevine op 19 juli 2013. Op de bijbehorende levensgrote foto staat Sigurdur Thordarson alias Siggi The Hacker, een twintigjarige computernerd die betrokken is geraakt bij het WikiLeaks-schandaal. Als IJslandse rechterhand van Julian Assange, de oprichter van de omstreden klokkenluiderssite (en hoofdpersoon van We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks), was Siggi direct betrokken bij de verspreiding van de beruchte Collateral Murder-video. Hij zou daarnaast echter ook als stiekeme informant voor de FBI hebben gefungeerd en diezelfde Assange hebben overgeleverd aan de Amerikaanse veiligheidsdienst.

De documentaire A Dangerous Boy (89 min.), waarvoor filmmaker Ole Bendtzen negen jaar lang heeft gefilmd met Siggi, start in 2014 als hij in de gevangenis van Reykjavik zit. ‘Ik hoop dat ik een goede ‘bad guy’ blijk te zijn’, zegt hij dan. Thordason is veroordeeld vanwege (betaalde) seks met een minderjarige jongen. Het leeftijdsverschil tussen hen was volgens de hacker echter maar anderhalf jaar. En hij heeft hem ook niet betaald, zegt hij, maar simpelweg enkele geschenken gegeven. De vraag rijst: zijn de beschuldigingen tegen Sigurdur misschien een afrekening, omdat hij via WikiLeaks – en eerder ook al via de reguliere IJslandse media – misstanden aan het licht heeft gebracht?

Julian Assange verblijft vanwege beschuldigingen van seksueel geweld immers ook al jarenlang in de Ecuadoriaanse ambassade te Londen, het onderwerp van de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange, om zo uitlevering naar de Verenigde Staten te voorkomen. Siggi’s moeder Ragnheidur Sigurdardóttir, bodyguard Dan Sommer en advocaat Vilhjálmur Vilhjálmsson sluiten zeker niet uit dat ook hij erin is geluisd. Duidelijk is dat de jeugdige hacker de verkeerde mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar of dat de aanklachten van negen afzonderlijke tienerjongens verklaart? En in hoeverre is Siggi Hakkari eigenlijk verantwoordelijk voor de suïcide van één van hen?

Zulke suggesties blijven in elk geval niet zonder gevolgen. Als Thordason de gevangenis mag verlaten, staat hij te boek als crimineel en pedofiel. Hij wordt persona non grata in zijn eigen land. Gaandeweg komt er in dit intrigerende portret, naast het slachtoffer van wel hele bijzondere omstandigheden, echter ook een andere Siggi naar voren: een geboren manipulator, die ervoor zorgt dat hij, goedschiks dan wel kwaadschiks, krijgt wat hij wil. Bendtzen weet niet meer wat hij moet geloven – ook omdat WikiLeaks eveneens duchtig twijfel zaait – maar blijft in contact met Siggi, die zijn omgeving bespeelt als The Puppet Master, de oplichter uit een Netflix-docu waaraan hij zich spiegelt.

Een gevaarlijke jongen was hij altijd al. Op de basisschool hackte Sigurdur Thordarson bijvoorbeeld een schoolcomputer om de cijfers te verlagen van klasgenoten die hij niet mocht. Inmiddels lijkt Siggi het kinderspel voorbij en is het steeds de vraag op welke borden hij schaakt, met/tegen wie en wie van hen er dan schaak(mat) wordt gezet.