The Spy In Your Mobile

BBC / zondag 21 juni, om 23.15 uur, op Canvas

‘We verkopen het alleen aan overheden en entiteiten waarvan we weten, of willen geloven, dat ze de mogelijkheden niet zullen misbruiken’, laat Shalev Hulio, CEO van de Israëlische NSO Group, optekenen tijdens een televisie-interview in april 2020. En we beschikken over alle mechanismen, voegt hij er met het nodige aplomb aan toe, om ervoor te zorgen dat klanten geen misbruik maken van het systeem.

Slechts enkele maanden later krijgen medewerkers van het journalistieke netwerk Forbidden Stories in Parijs een databestand in handen met ruim 50.000 telefoonnummers. Op deze telefoons is in het diepste geheim NSO’s voornaamste product Pegasus geïnstalleerd. Met de spyware kunnen buitenstaanders stiekem meelezen, -kijken en -luisteren. Het is de ideale tool voor repressieve regimes, stelt journalist Paul Lewis van de Britse krant The Guardian. Nooit was surveillance van kritische burgers gemakkelijker. De technologie is niet voor niets verkocht aan zo’n veertig landen.

Samen met tachtig nieuwsorganisaties uit zeventien landen gaat Forbidden Stories de kwestie verder onderzoeken. Terwijl documentairemaker Anne Poiret meekijkt, proberen ze de personen achter de nummers op te sporen. Aan het begin van The Spy In Your Mobile (86 min.) stuiten ze bijvoorbeeld op de Azerbeidzjaanse journaliste Khadija Ismayilova, die al een hele tijd wordt geïntimideerd door de machthebbers in haar land. Zij is níet verrast dat haar telefoon is gehackt, wél dat dit is gebeurd zonder dat ze zelf ook maar iets heeft aangeklikt. Én ze voelt zich schuldig, tegenover haar familie, vrienden én bronnen.

Ook de regeringen van Mexico en Saudi-Arabië zetten Pegasus in om kritische geluiden de kop in te drukken, stellen CNN-journaliste Carmen Aristegui en de mensenrechtenactiviste Hatice Cengiz. Bij de moord op Cengiz’s Saudische verloofde Jamal Khashoggi in 2018 zou Pegasus zelfs een faciliterende rol hebben gespeeld – ook al ontkent The NSO Group dit ten stelligste. In deze duistere wereld mag immers niets lijken wat het is. Het bedrijf komt voort uit de Israëlische defensie-industrie en weet zich in de rug gedekt door de regering Netanyahu, die vindt dat cyberveiligheid zo min mogelijk belast en gereguleerd moet worden.

Als de onderzoekers ontdekken dat ook de Franse president Macron en andere leden van zijn regering worden bespioneerd en hun gezamenlijke deadline in 2021 nadert, loopt de spanning op in deze typische journalistenfilm. De lancering van The Pegasus Project veroorzaakt wereldwijd opwinding en verontwaardiging. De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden luidt dan nog eens de noodklok. Volgens hem zijn er nog véél meer bedrijven zoals NSO. ‘Als we veilig willen zijn, moeten we het spel fundamenteel veranderen.’

En ook als het Pegasus-verhaal eenmaal op straat op straat ligt, duiken er nog talloze nieuwe slachtoffers op. Het Europese parlement ziet zich genoodzaakt om The NSO Group ter verantwoording te roepen. Uiteindelijk moet de Israëlische onderneming bekennen dat ze ook veertien landen van de Europese Unie als cliënt heeft. NSO ontkent verder de meeste aantijgingen in deze film. En ook de regering Netanyahu werpt de suggestie dat Pegasus als politiek wisselgeld is aangeboden aan andere landen ver van zich. Waarvan akte.

The Spy In Your Mobile is hier te zien.

The Oligarch & The Art Dealer

VPRO / vanaf woensdag 3 juni, om 20.25 uur, op NPO2

Het zou echt een wonder zijn als we het schilderij Wasserschlangen II van Gustav Klimt voor 180 miljoen dollar kunnen krijgen, houdt kunsthandelaar Yves Bouvier zijn vaste cliënt Dmitry Rybolovlev voor. Dit is een kans uit duizenden! Bouvier heeft gezien hoe de ogen van de Russische oligarch begonnen te glinsteren toen hij het kunstwerk voor het eerst zag. En de man heeft hele diepe zakken.

Uiteindelijk weet de Zwitserse dealer de koop te sluiten. Voor 183 miljoen. Goede deal, niet? Hij wordt er zelf ook niet slechter van: bij elke aankoop krijgt hij twee procent commissie. En ‘Rybo’ heeft er geen idee van dat hij de Klimt in werkelijkheid voor slechts 126 miljoen heeft aangekocht via het bekende veilinghuis Sotheby’s. In stilte verdwijnt er dus nog eens 57 miljoen in Bouviers zak. Dat smaakt dus naar meer.

Welkom in de schimmige wereld van The Oligarch & The Art Dealer (175 min.), waar kunsthandel, dubieus geld en oplichting hand in hand gaan en Bouvier en Rybolovlev inmiddels recht tegenover elkaar staan. De mediaschuwe Rus laat zich in deze driedelige serie van Andreas Dalsgaard vertegenwoordigen door advocaten en vertrouwelingen, terwijl zijn opponent zelf pontificaal voor de camera gaat zitten.

‘Mijn hele wereld is in elkaar gedonderd’, vertelt Bouvier, die schathemelrijk is geworden van zijn werk ‘voor’ de Russische zakenman, die officieel laat optekenen dat hij geen ‘oligarch’ genoemd wil worden. ‘Zowel mijn professionele als persoonlijke leven. Dat wil ik hem betaald zetten. Ik wil hem op z’n gezicht slaan en bestraffen. Hij is degene die naar de gevangenis of de goelag moet worden gestuurd. Niet ik.’

Via de twee opponenten krijgt Dalsgaard een inkijkje bij de zogeheten ‘freeports’, verborgen vrijhandelszones voor kunst waar handige jongens zoals Yves Bouvier kunnen floreren. Moneyland, noemt journalist Oliver Bullough deze plekken. Geld kan er al naar believen verdwijnen en weer opduiken. Het zijn oorden waar de superrijken ongestoord hun gang kunnen gaan en dus ook, zonder al te veel kennis, investeren in kunst.

Belangrijke werken verdwijnen zo in de zeer exclusieve privécollecties van de allerrijksten. Die worden op hun beurt getild door tussenpersonen zoals Bouvier, die met hun zogenaamde kennersoog (‘absoluut meesterwerk’) eerst kunstmatig de prijs opdrijven en er dan zelf een slaatje uit slaan. En het gereputeerde veilinghuis Sotheby’s, met kilo’s boter op het hoofd, faciliteert zulke praktijken heel discreet.

The Oligarch & The Art Dealer ontleedt het fascinerende conflict tussen de twee voormalige partners, dat in ‘s werelds rechtbanken en media wordt uitgevochten, tot in detail en daarmee ook de schimmige wereld waarbinnen zich dit afspeelt. Het duurt alleen even voordat ook de machinaties van de Russische miljardair onder het vergrootglas worden gelegd. Ook die lijken uiteindelijk slechts ‘business as usual’.

Intussen probeert Yves Bouvier, die een paria is geworden in z’n natuurlijke habitat, nog altijd de indruk te wekken dat hij niet meer dan een handige handelaar was.

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Viva Varda!

AVROTROS

Aan het eind van een lang en vruchtbaar leven kwam dan eindelijk de algehele erkenning. De Franse filmmaakster Agnès Varda (1928-2019), die zichzelf zonder (valse) bescheidenheid ‘de grootmoeder van de nouvelle vague’ was gaan noemen, werd bedolven onder oeuvreprijzen: een Palme d’Honneur in 2015 en een ere-Oscar in 2017. Ze oogde toen inmiddels als een uitvergrote versie van zichzelf: een excentrieke oma, met twee kleuren klaar en de goesting om zich eens ongegeneerd te laten fêteren.

Viva Varda! (tv-versie: 53 min.) is een viering van de vrouw en de kunstenaar. ‘Een radicale pionier in het maken van beelden in deze tijd’, aldus collega Atom Egoyan. En een onafhankelijk, origineel, veeleisend, rebels en geestig mens, volgens de andere sprekers in deze vlotte docu van Pierre-Henri Gibert, zoals haar dochter Rosalie, zoon Mathieu, assistenten Didier Rouget en Jacques Royer, actrice Sandrine Bonnaire en de regisseurs Audrey Diwan, Marjolaine Grandjean en Patricia Mazuy.

Ze werd geboren in een welgesteld gezin als Arlette Varda, het kind van de directeur van een staalfabriek, De Antwerpse Titaan. Ze had weinig op met haar vader, maar hield uiteindelijk wel een flinke erfenis aan hem over. Daarmee financierde zij, nadat ze haar naam had veranderd in Agnès, haar eerste film La Pointe Courte (1955). Die wordt beschouwd als een voorloper van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die cineasten als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Francois Truffaut voortbracht.

Varda zou uiteindelijk te eigenzinnig blijken voor willekeurig welke kwalificatie. Steeds vond ze zichzelf opnieuw uit in films waarmee ze handig tussen fictie en non-fictie door slalomde – of de beide genres verbond in een hybride-form. ‘In mijn films verzet ik me een beetje tegen het systeem’, zei ze daar zelf over. ‘Ik zit niet in een bus of limousine. Ik ben te voet in de cinema. Misschien omdat het mijn eigen keus is en ik niet meedoe met het sterrensysteem en het spel niet wil meespelen.’

Agnès Varda brak door met een film over een zangeres die wacht op de uitslag van een kankeronderzoek (Cléo de 5 à 7), maakte in de Verenigde Staten films over hippies en Black Panthers, filmde de winkeliers in haar eigen Parijse straat in Daguerréotypes (1975), vroeg het uiterste van actrice Jane Birkin in Jane B. Par Agnès V. (1988) en ontdekte de intimiteit van een kleine digitale camera in het veel gelauwerde Les Glaneurs Et La Glaneuse (2000).

Intussen onderhield ze een moeizame relatie met de filmwereld (‘een familie waarin iedereen elkaar haat’). Agnès Varda hield er daarnaast ook een kleurrijk leven op na, getuige dit vermakelijke, voor haar doen alleen wel tamelijk conventionele portret. Met een grote liefde, regisseur Jacques Demy, die in alles een tegenpool bleek. Het leidde tot een zoon, echtscheiding en verzoening. Jacques was toen al ernstig ziek. Zijn vrouw probeerde hem te vereeuwigen door een film over hem te maken: Jacquot De Nantes (1991).

‘Zolang we filmen, leeft Jacques nog’, zou ze daarover hebben gezegd. En datzelfde uitgangspunt leek ze later ook op zichzelf toe te passen. Tot het allerlaatst bleef de lekker dwarse Française actief. Met het kostelijke Visages Villages ((2017), gemaakt met haar ruim een halve eeuw jongere zielsverwant JR, sleepte ze zelfs nog een Oscar-nominatie in de wacht. En toen het einde zich daadwerkelijk aandiende, hield Agnès Varda – hoe kan het ook anders? – zelf de regie.