A Perfect Candidate

Misschien droomden ze ervan om de Republikeinse James Carville en George Stephanopoulos te worden. Die hadden twee jaar eerder Bill Clinton het Witte Huis in geholpen en waren zelf via de meeslepende weerslag daarvan, de klassieke campagnedocu The War Room, uitgegroeid tot sterren van de Democratische partij. Seniorstrateeg Mark Goodin en communicatiedirecteur Mark Merritt mikten in 1994 op een senaatszetel voor de Amerikaanse staat Virginia.

Ze moesten een al even omstreden kandidaat in het zadel helpen: luitenant-kolonel Oliver North, de centrale figuur van het zogenaamde Iran-Contra-Schandaal. Namens de Regering Reagan had North halverwege de jaren tachtig clandestien wapens geleverd aan de toenmalige aartsvijand Iran. Met de opbrengst werden vervolgens stiekem rechtse Contra-rebellen in Nicaragua gefinancierd. Zijn baas Ronald Reagan werd er ernstig door in verlegenheid gebracht.

‘Ollie’ ziet enkele jaren later niettemin A Perfect Candidate (105 min.) in zichzelf. Een ideale vertolker van het sentiment van de gewone man. En de beide Marks, Goodin en Merritt, halen alles uit de kast om hem namens Virginia naar Washington te brengen. Daarvoor moeten ze één belangrijke horde nemen: de zittende Democratische senator Chuck Robb, een ideale schoonzoon (van voormalig president Lyndon Baines Johnson, om precies te zijn) die de voorgaande jaren echter onder vuur is komen te liggen vanwege een buitenechtelijke affaire met Miss Virginia en vermeend cocaïnegebruik.

Oliver Norths messcherpe huurwoordenaars ruiken bloed. Hoe kunnen ze in debatten en met vileine campagnespots de traditionele ‘liberal’ Robb definitief vloeren en intussen hun eigen populistische kandidaat het beste positioneren om diens plek te confisqueren? Ze kiezen daarbij voor ‘wedge issues’, thema’s waarover veel verschil van mening is, die opvallend modern aandoen: het behouden van de ‘Confederate Flag’, de vooringenomenheid van de mainstream media (MSM) en een verstikkend maatschappelijk klimaat dat we tegenwoordig ‘woke’ zouden noemen.

Terwijl North enthousiast wordt onthaald in het heartland, over zijn persoonlijke band met de Heer spreekt in een kerk en eens lekker gaat schieten (hij zou later niet voor niets president van de NRA worden) laat ook zijn tegenstrever Robb zich niet onbetuigd: ‘Mijn opponent is een documenten-vernietigende, Grondwet-vertrappende, opperbevelhebber-bashende, Ayatollah-liefhebbende, wapenhandelende, misdadigers beschermende, curriculum-verbeterende, Noriega-knuffelende, Zwitsers bankierende, wetbrekende, zwendelende, egoïstische, tweedehands autoverkoper, die het verschil niet kent tussen de waarheid en een leugen.’

Don Baker ziet het allemaal misprijzend aan. De journalist van The Washington Post fungeert in deze fijne campagnefilm van R.J. Cutler en David Van Taylor uit 1996 als de stem van de rede, een man die met dichtgeknepen neus het politieke theater aanschouwt en becommentarieert. Wellicht voelt hij ook een heel klein beetje compassie met North, die bepaald geen natuurtalent lijkt. Geen politicus bijvoorbeeld die zo klunzig een brok in zijn keel kan veinzen als ‘Ollie’. Voor het duo Goodin en Merritt kan hij niettemin een belangrijk voertuig naar politiek sterrendom zijn.

Anvil: The Story Of Anvil


De vergelijking met de hilarische mockumentary This Is Spinal Tap, over een omhoog gevallen hardrockband met exploderende drummers, is tot in den treure gemaakt. De metalband Anvil zou een soort ‘real life’-variant zijn op het legendarische Spinal Tap. Ik zou het willen omdraaien: Spinal Tap is een gescript bandje dat nooit zo innemend, ontroerend en grappig wordt als het volledig spontaan opererende Anvil.

De openingsscène van de kostelijke documentaire Anvil! The Story Of Anvil (80 min.) van filmmaker/fan Sacha Gervasi zet direct de toon. We gaan terug naar 1984, naar het Super Rock Festival in Japan. Alle bands die tijdens dat festival op het podium stonden (The Scorpions, Whitesnake en Bon Jovi) werden wereldberoemd. Behalve eentje… Juist.

Steve ‘Lips’ Kudlow en zijn boezemvriend Robb Reiner, de kern van de invloedrijke metalband, proberen 25 jaar later het hoofd boven water te houden als respectievelijk maaltijdbezorger en sloopwerker. En intussen is er nog altijd dat bandje en de droom die van geen wijken wil weten.

Terwijl Lips en Robb tegen beter weten in nog altijd hun band in de vaart der volkeren proberen op te stuwen, en intussen het ene na het andere obstakel moeten nemen, ga je ook als non-metalhead vol-le-dig overstag voor Anvil en deze dolkomische, meeslepende én tranentrekkende documentaire, die wereldwijd diverse prijzen in de wacht sleepte.