Danger Zone

Dogwoof

Als het hommeles is in Somalië, wil iedereen volgens Rick Sweeney naar Somalië. Wanneer het misgaat in Irak, dan ontstaat er automatisch vraag naar Irak. Zo werkt het volgens de Amerikaanse reisorganisator in de wereld van de War Zone Tours. Sweeney wilde als jongen het leger in, maar werd afgekeurd vanwege rugproblemen. Omdat hij echter nadrukkelijk bleef zoeken naar de adrenalinerush van, zoals hij dat zelf noemt, de betere Bruce Willis-film, begon de ‘thrillseeker’ commerciële reizen naar oorlogsgebieden te organiseren.

Eleonora Giuliani uit Los Angeles is zo’n toerist die af en toe de Danger Zone (92 min.) opzoekt. Ze ervaart het normale leven vaak als nep en oppervlakkig en heeft daarom volgens eigen zeggen soms behoefte aan de drie R’en: raw, real en rough. In Irak mocht ze bijvoorbeeld al eens met een mortier op een kamp van Islamitische Staat schieten. Nu maakt ze zich op voor een trip naar het Afghanistan van de Taliban. Eerst krijgt ze in eigen land nog een training. Eleonora gaat, natuurlijk, schieten en mag ook een auto besturen die zogenaamd op de vlucht is en allerlei objecten moet ontwijken. En aan het eind wacht de verplichte foto met een coole blik en indrukwekkende mitrailleur.

De Amerikaanse jongeling AJ Harris wil ook wel eens zo’n gevaarlijke trip maken en sluit in deze sterke film van Vita Maria Drygas aan bij de ervaren oorlogstoerist Andrew Drury. Thuis laat de Brit hem alvast wat parafernalia zien, die hij in de loop der jaren heeft verzameld: een raket uit Tsjetsjenië, het naamplaatje van een opgeblazen man en een menselijk botje dat hij opdeed in Soedan. Drury heeft zulke heftige ervaringen nodig in zijn leven, zegt hij. Hij houdt weliswaar zielsveel van zijn vrouw en kinderen, maar gewoon is ook maar zo gewoon. En we kunnen met z’n allen, legt hij voor de zekerheid nog eens uit in een vlog, natuurlijk ook leren van het lijden van anderen.

Drygas kijkt zonder commentaar mee bij de pleziertrip van Eleonora naar Afghanistan en het ramptoerisme van het duo AJ (steevast met zonnebril) en Andrew (die de stemming erin houdt/brengt met observaties zoals: dit moet toch echt ‘één van de gevaarlijkste plekken op aarde’ zijn) in het Somalische Mogadishu. De twee reizen zijn parallel gemonteerd. Als de spanning op de ene plek oploopt, zijn er op de andere genoeg weerloze kinderen om je weer een goed gevoel te bezorgen. ‘Het is net als in een film’, vertelt AJ aan zijn vriendin. En Eleonora bezigt nog maar eens de lijfspreuk van verwende westerlingen: YOLO, You Only Live Once.

Zo sterft iedereen natuurlijk ook maar één keer – al willen sommige ramptoeristen eigenlijk wel duizend doden sterven (om dan overigens weer vrolijk verder te gaan met hun leven). Gaandeweg blijkt echter dat deze geheel verzorgde all inclusive-tripjes naar oorlogsgebied toch niet voor iedereen zijn weggelegd of op z’n minst meer kosten dan in eerste instantie gedacht. Zonder opsmuk of al te opzichtig waardeoordeel kijkt Vita Maria Drygas naar deze parasitaire industrie, waarbij menige kijker desondanks toch wel even zijn wenkbrauwen zal fronsen.

Time Bomb Y2K

HBO

In de wetenschap dat die hele millenniumbug niet meer dan een storm in een glas water is gebleken, krijgen de doemscenario’s in Time Bomb Y2K (80 min.) al snel iets komisch. Op 1 januari 2000 zou de wereld met de ene na de andere ramp worden geconfronteerd. Van falende energievoorzieningen en een imploderend financieel systeem tot plotse hongersnood en acute problemen met kernreactoren en -bommen.

En dat allemaal vanwege één kortzichtige bezuinigingsmaatregel: computerprogrammeurs hadden in allerlei systemen alleen de laatste twee cijfers van een jaartal ingevoerd: 99 dus, in plaats van 1999. En dat moest volgens Amerikaanse computerexperts zoals Peter de Jager bij de start van 00 wel tot ernstige problemen leiden. Hij luidde de noodklok. En niet één keer, maar zowat continu. Totdat je er horendol van werd. Het begon verdacht veel op een businessmodel te lijken.

Dat is ook precies de kritiek die De Jager krijgt. Verdien jij niet gewoon de kost met mensen doodsbang maken? vraagt een interviewer van het televisieprogramma Crossfire hem bijvoorbeeld venijnig. Deze docu van Marley Mcdonald en Brian Becker toont nog talloze andere voorbeelden van hoe mensen reageren op de bug: Y2K-survivalists willen terug naar de natuur. Religieuze leiders krijgen een boodschap van God. En gewapende milities zien er munitie in voor hun strijd tegen de overheid.

Het is niet moeilijk om in deze heerlijke archieffilm, op smaak en tempo gebracht met een kleurrijke soundtrack, parallellen te vinden met de Coronacrisis. Van ontkenners (‘hoax van computerprogrammeurs‘) tot gelovigen (‘The End Of The World As We Know It’). John Koskinen haalt na oudejaarsnacht opgelucht adem. Als alles goed gaat, dan zijn ze jou snel vergeten, stelt de door de Amerikaanse regering aangestelde millenniumtsaar. Maar gaat het mis, dan weten ze je te vinden.

Met louter bestaand materiaal hebben Mcdonald en Becker intussen treffend de tijdgeest opgeroepen. Zodra ze bij de start in 1995 beginnen af te tellen naar het nieuwe millennium/Doomsday komt alles terug: de angst- en juichverhalen over computers en het internet, alle pogingen om ook deze ‘good crisis’ vooral niet te verpesten en media die met alle winden meewaaien, om maar in de gunst van hun publiek te blijven. Het was van toen, is ook van nu en wordt ongetwijfeld eveneens van straks.

Uiteindelijk werd het dus een tamelijk geruisloze transitie naar de 21e eeuw, waarin George W. Bush al snel president van de Verenigde Staten werd, de aanslagen van 11 september al in de pijplijn zaten en de mens nog heel veel technologische uitdagingen te verwerken zou krijgen. Tijdens die veelbesproken jaarwisseling kwam er bovendien, bijna ongemerkt, een man aan de macht in Rusland waarvan destijds veel werd verwacht in het westen. Hij zit er nog steeds: Vladimir Poetin, de ramp die niemand zag aankomen.

Planet Finance

VPRO

Wanneer Planeet Aarde na een ramp of oorlog nog druk bezig is om de scherven bij elkaar te vegen, verdient Planet Finance (300 min.) alweer goed geld. ‘Hoe kan dat?’ vraagt Marije Meerman zich af in deze zesdelige serie. ‘Hoe kan het belang van Planeet Aarde zo anders zijn dan dat van Planet Finance?’ Voor buitenstaanders lijkt het antwoord simpel: hebzucht. Never waste a good crisis, toch? Maar is het werkelijk zo eenvoudig?

Met insiders neemt Meerman een diepe duik in de financiële markten, waar ‘kapitalisme in z’n zuiverste vorm’ wordt beoefend. Waar je de snelste of de slimste moet zijn, waar je wint of verliest. Die onwerkelijke wereld, met zijn geheel eigen mores, regels en codes, is gebaat bij ‘volatiliteit’ in de echte wereld. Want tijdens maatschappelijke onrust gaan de beurskoersen flink op en neer, zodat slimme traders snel en gemakkelijk geld kunnen verdienen – en minder snuggere handelaren alles kwijtraken wat ze hadden.

Intussen bewegen de gewone sukkels van Planeet Aarde noodgedwongen – en vaak zonder dat ze het zelf doorhebben – mee met de golfbewegingen van de beurs. Marije Meerman, die eerder voor Tegenlicht meerdere documentaires maakte over de financiële wereld, wil echter ‘geen kruistocht tegen bankiers of de rijkste één procent’ starten, maar begrijpen hoe Wall Street en al die andere knooppunten van het financiële verkeer werken. Welke impliciete en expliciete regels zijn er? En (hoe) werken ze in de praktijk?

Meerman spreekt in dat kader met (vloer)traders, beurskenners, investeerders, hedge fund-managers en shortsellers. Insiders die voor de verandering eens wél uit de school willen klappen, ook omdat ze hun schaapjes vaak al op het droge hebben. Via hen belandt ze bijvoorbeeld in Cushing, een nietszeggend plaatsje in Oklahoma dat een centrale plek in de mondiale oliehandel is geworden. En ze ontmoet mevrouw Watanabe, de verzamelnaam voor Japanse particuliere beleggers die allemaal op zoek zijn naar ‘de perfecte trade’ en zo soms gewoon al hun spaarcenten verliezen.

Planet Finance wordt via diverse interessante casussen toegankelijk gemaakt, maar blijft desondanks tamelijk onherbergzaam, alleen voor echte specialisten volledig begaanbaar. Zij genieten van het risico, spelen even virtuoos als rücksichtslos de ‘zero-sum game’ en hebben tijdens het maken van essentiële keuzes zelden last van empathie. Al valt zeker te betogen dat bijvoorbeeld rampenobligaties, waarmee investeerders een soort verzekering tegen natuurrampen verzorgen, niet alleen financiële maar ook maatschappelijke waarde vertegenwoordigen.

Tegelijkertijd blijft het voor een buitenstaander moeilijk te bevatten dat een aantal van ’s werelds knapste koppen nu juist deze planeet hebben uitgekozen.

Murky Skies

Jos Wiersema / VPRO

Na een journalistieke reconstructie van de Bijlmervliegramp (Rampvlucht) en een persoonlijke terugblik op de gevolgen daarvan voor kinderen uit de Amsterdamse wijk (Akwasi’s Een Gat In Mijn Hart) is er nu de Israëlische miniserie Murky Skies (143 min.), die de inmiddels dertigjarige ramp aanvliegt vanuit een internationaal perspectief.

Regisseur Noam Pinchas ontleedt de ramp en de jarenlange nasleep daarvan met diverse Nederlandse slachtoffers en bekende Bijlmervliegramp-gezichten zoals journalist Vincent Dekker (Trouw), onderzoeker van de Rijksluchtvaartdienst Henk Pruis, PvdA-kamerlid Rob ‘Bijlmerboy’ van Gijzel en Theo Meijer, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie. Pinchas steekt zijn licht daarnaast ook op in Israël. Hij ontfutselt officiële woordvoerders, insiders en deskundigen nieuwe inzichten en stuit op nog niet eerder gebruikt archiefmateriaal en onbekende bewijsstukken.

In aflevering 1 concentreert Pinchas zich op de oorzaken van de fatale vlucht met een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al op 4 oktober 1992. Was er sprake van een overmoedige vliegtuigcrew, achterstallig onderhoud of toch een probleem in de constructie van het toestel? Het antwoord op die vraag is tevens van belang in verband met de aansprakelijkheid. Bij wie kunnen slachtoffers zich melden voor een schadevergoeding? Bij de Nederlandse overheid, bij vliegmaatschappij El Al of toch bij de Amerikaanse fabrikant Boeing?

Aflevering 2 geeft ruimte aan de overlevenden die zich niet gehoord voelen als ze gezondheidsklachten krijgen. Mensen verzinnen van alles om compensatie te krijgen en worden daarbij geholpen door de media, stelt Israel Chervin, cargo manager van El Al in Europa, zonder te verblikken of verblozen. ‘Alles wat je verwacht als iemand een slaatje probeert te slaan van een ramp zoals deze.’ En van het stiekeme vervoer van verarmd uranium of ‘mysterieuze mannen in witte pakken’ willen de betrokken partijen in eerste instantie al helemaal niets weten.

In de laatste aflevering belicht Murky Skies tenslotte de politieke afhandeling van de Bijlmervliegramp, in de vorm van een parlementaire enquête die bepaald niet door iedereen wordt omarmd. Israël weigert bijvoorbeeld elke medewerking. Het woord ‘antisemitisme’ valt zelfs om de kritische houding in Nederland te omschrijven. Toch zal het onderzoek uiteindelijk weinig opleveren. Er lijkt voor de betrokken landen en ondernemingen te veel op het spel te staan, om zomaar open kaart te spelen naar de slachtoffers en nabestaanden.

Met gedegen onderzoek, scherpe interviews en een flinke scheut suspense brengt Noam Pinchas in deze driedelige docuserie in kaart hoe de machinaties rond dat neergestorte vliegtuig in de Bijlmer, waarbij zeker 43 mensen de dood hebben gevonden, het oorspronkelijke verdriet en verlies alleen maar hebben vergroot en bij menigeen bovendien een gevoel van opperste machteloosheid hebben achtergelaten. Van gewone burgers die worden vermalen door ‘the powers that be’.

The Volcano: Rescue From Whakaari

Netflix

The Volcano: Rescue From Whakaari (98 min.) begint als een klassieke rampenfilm. Nietsvermoedend maken allerlei verschillende personages zich op voor wat een normale dag lijkt te worden. Een groepje avontuurlijk ingestelde toeristen en hun begeleiders gaan op 9 december 2019 een bezoek brengen aan White Island in Nieuw-Zeeland en daar van dichtbij één van ‘s werelds actiefste vulkanen bekijken.

Als geoefende kijkers weten wij dan al wat er staat te gebeuren en – afgaande op wie er wel en niet in interviews aan het woord komen van de mensen die zijn te zien op beelden van die dag – is zelfs al in te schatten wie daarbij de dood zullen vinden. En dan lijkt het in deze degelijke documentaire van Rory Kennedy nog slechts een kwestie van tijd tot het monster, vermomd als toeristische trekpleister, zich begint te roeren.

Als de Whakaari-vulkaan plotseling tot uitbarsting komt en zwarte rook, as en stoom van zo’n tweehonderd graden Celsius begint af te geven, wordt het eiland acuut een rampgebied en krijgen de verschillende betrokkenen schijnbaar automatisch hun rol toebedeeld: held, slachtoffer, helper, omstander of familielid. Stuk voor stuk dragen ze sindsdien de sporen van deze natuurramp: op hun huid en/of op hun ziel.

Kennedy speelt op zeker en reconstrueert op basis van de getuigenissen en ter plaatse gemaakte beelden chronologisch de eruptie die uiteindelijk 22 mensen het levens kost en enorme schade veroorzaakt. Soms kunnen de overlevenden volgens eigen zeggen inmiddels ‘voorbij de vulkaan kijken’, andere dagen blijven verduiveld moeilijk. Brandwonden genezen nu eenmaal heel langzaam, laat staan de psychische schade en het gemis van dierbaren.

Een Gat In Mijn Hart

Omroep Zwart

Op die zondag in 1992 begon zijn leven. Van vóór die tijd kan hij zich niets herinneren. ‘Alleen maar wat er ná die dag kwam.’ Die dag was 4 oktober. Toen stortte een Boeing 747 van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al neer op de Amsterdamse flats Groeneveen en Klein-Kruitberg. De Bijlmerramp.

De bekende rapper, acteur, dichter en activist Akwasi O. Ansah was nog maar een jongetje van vier toen het vrachtvliegtuig zich voor zijn ogen in de flatgebouwen boorde. Het is zijn eerste actieve herinnering. Hij mocht zijn indrukken destijds verwerken in de bundel Een Gat In Mijn Hart (48 min.), waarin kinderen uit de Bijlmer hun verhalen, gedichten en tekeningen over de ramp kwijt konden (en die nu fraai tot leven zijn gewekt met animaties).

Akwasi laat het boek dertig jaar later zien aan zijn dochtertje Nekaya, nu ook vier jaar oud. ‘Hier zie je papa’s mama en daar zie je brand’, vertelt hij haar. ‘Brand in het huis.’ Daarna maakt hij in deze persoonlijke documentaire, die werd geregisseerd door Olivier S. Garcia (Torso en Gewoon Boef), een rondgang door de omgeving waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht. Na de ramp verhuisde hij met zijn gezin naar Osdorp, weg van de herinneringen.

Hij bezoekt zijn moeder en broer, de schooldirecteur die het boek bedacht, de rampjuf die drie jaar lang ouders en kinderen begeleidde in hun rouwproces en voormalige flatbewoners voor wie de Bijlmerramp een vormende ervaring was in hun jeugd. ‘Ik vind het niet leuk want het vliegtuig is neergestort’, leest één van hen uit het boek voor tijdens een groepsgesprek. ‘En misschien is Lisandra dood. En dat wil ik niet. Want Lisandra is mijn beste vriendin.’

Joey Jasien Khan was elf toen het vliegtuig zich in de flat Groeneveen boorde. Zijn vader raakte vermist. En hun huis werd naderhand, vanwege brand- en waterschade, onbewoonbaar verklaard. In zijn huidige woning hangt nog altijd een brokstuk van het vervloekte toestel aan de muur. ‘The Killer’ is erop geschilderd. ‘Je kan niet komen bij mij thuis zonder de Bijlmerramp te voelen en de verbinding te maken met het vliegtuig zelf.’

Zo maakt deze delicate film invoelbaar hoe de vliegramp – waarbij meer dan veertig mensen de dood vonden, waarvan een deel ongedocumenteerd was en nooit is geïdentificeerd – een half leven later nog altijd doorwerkt in het dagelijks bestaan van de Bijlmer-bewoners die er getuige of slachtoffer van werden. De ramp is nooit onderdeel geworden van hun verleden, maar nog altijd onlosmakelijk verbonden met wie ze nu zijn.

Je moet tot je door laten dringen wat het met je doet en dat accepteren, stelt Berthold Gersons, voormalig afdelingshoofd psychiatrie van het AMC ziekenhuis, tegen Akwasi. ‘Het klinkt heel raar, maar ik zou zeggen: koester het gat in je hart.’

Meltdown: Three Mile Island

Netflix

De speelfilm The China Syndrome, waarin Jane Fonda en Michael Douglas als respectievelijk verslaggever en cameraman misstanden op het spoor komen bij een Amerikaanse kerncentrale, is twaalf dagen eerder in première gegaan. En nu lijkt de werkelijkheid Hollywood zowaar in te halen: bij Three Mile Island ontstaat in maart 1979 een ernstig probleem. Tsjernobyl, de grootste nucleaire ramp uit de wereldgeschiedenis, ligt nog zeven jaar in de toekomst verscholen – en daarna zal het nog eens 25 jaar duren voordat de aarde wordt opgeschrikt door Fukushima.

Het ongeluk in Middletown, Pennsylvania, waardoor iedereen die niet ziende blind wilde zijn wel overtuigd moest raken van de risico’s aan kernenergie, is daardoor enigszins in de vergetelheid geraakt. In de vierdelige serie Meltdown: Three Mile Island (176 min.) reconstrueert Kief Davidson met direct betrokkenen, ooggetuigen, omwonenden, journalisten en deskundigen het ernstigste nucleaire ongeval op Amerikaans grondgebied. Als het allereerste gevaar lijkt te zijn afgewend, volgen de zorgen over de volksgezondheid en dreigt er zich nóg een ramp te voltrekken.

Davidson wil van die ontwikkelingen vooral een spannend heldenverhaal maken, niet zozeer een serieuze verhandeling over de gevaren van kernenergie. De gebruikelijke respons op een ongeval – paniek, ontkenning, zorg – maakt gaandeweg plaats voor thrillerachtige elementen: kwade opzet, intimidatie en samenzwering. Daarbij wordt ook al snel het verband gelegd met een andere Hollywood-hit: Silkwood, een waargebeurd verhaal waarin Meryl Streep een klokkenluider in een Amerikaanse plutoniumfabriek vertolkt, die uiteindelijk zal omkomen bij een mysterieus auto-ongeluk.

De Karen Silkwood van Meltdown luistert naar de naam Rick Parks. Als medewerker luidt hij de noodklok over de kerncentrale. ‘Alleen met een camera op hun beide mondhoeken’, zegt hij met gevoel voor drama over de bedrijfsleiding, ‘zou je kunnen ontdekken uit welke ze logen.’ Waarna hij, om zijn woorden nog eens kracht bij te zetten, even met priemende ogen richting de camera kijkt. Punt. Parks’ ‘tone of voice’ sluit naadloos aan bij de met acteurs nagespeelde scènes die Meltdown soms eerder het karakter van een Hollywoodthriller geven dan van een historische reconstructie.

De drang om een bingehit te scoren, waarbij de behoefte om te amuseren de noodzaak om te informeren regelmatig overvleugelt, ondermijnt zo nu en dan de authenticiteit van deze miniserie, die een nog altijd relevant maatschappelijk thema behandelt.

I Am So Sorry

Mokum

Kernenergie lijkt terug van nooit helemaal weggeweest. In de essayistische documentaire I Am So Sorry (96 min.) maakt de Chinese filmer Zhao Liang een verstilde rondgang langs de plekken en mensen die de sporen dragen van deze ‘schone’ vorm van energie. Hij komt als vanzelf terecht in de Oekraïense stad Tsjernobyl, in de toenmalige Sovjet-Unie, waar in 1986 een reactor van de plaatselijke kerncentrale explodeerde. Het is nog steeds de grootste kernramp ooit.

De omgeving is tegenwoordig grotendeels verlaten. Een enkeling is er echter blijven wonen of zelfs teruggekeerd. ‘Het is net als leven in een goelag’, zegt de oudere eenzaat Ivan Sevenyuk. ‘Dit is het Tsjernobyl-concentratiekamp.’ Maria Shovkuta, een verweerde vrouw met een hoofddoek, zit volgens eigen zeggen vooral op de dood te wachten. ‘Ik leef al zo’n dertig jaar alleen’, vertelt ze. ‘Ik ben het gewend om tegen mezelf te praten.’ In dezelfde omgeving woont ook Ina Chaliadzinskaya met haar zwaar gehandicapte dochtertje Lizaveta. Hun dorp zou eerst geëvacueerd worden, maar daarvoor ontbrak uiteindelijk toch het geld.

Nabij de kerncentrale van het Japanse Fukushima, waar in 2011 door een tsunami het ernstigste nucleaire ongeluk sinds Tsjernobyl plaatsvond, stuit de filmmaker op een ouder echtpaar in een tijdelijke woning. In de afgelopen zeven jaar hebben ze acht keer moeten verhuizen. Kalm – zeg maar gerust: traag – documenteert Liang zo de menselijke gevolgen die het gebruik van kernenergie kan hebben. Hij belandt verder onder andere bij protesten in Japan en Duitsland, in ondergrondse Finse tunnels waar voor de komende duizend jaar radioactief afval wordt opgeslagen en bij de ontmanteling van een Duitse fabriek.

Het is een ronduit unheimische trip langs verwoeste of verlaten werelden, waar Zhao Liang als een soort geest – in sommige geënsceneerde scènes bijna letterlijk, in de vorm van een gemaskerde figuur – doorheen waart. Op zoek naar leven, beducht voor stralingsgevaar. ‘Je zei dat dit de schoonste en veiligste vorm van energie was’, constateert hij bijvoorbeeld, bij beelden van de enorme controlekamer van een kerncentrale, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende elementen van de film verbindt. ‘Dat onze toekomst uit één en al geluk zou bestaan.’ De werkelijkheid is, zo laat de filmmaker met gevoel voor de esthetiek van het desolate zien, een stuk weerbarstiger.

De Waarheid

BNNVARA

Complotdenkers hadden er jarenlang een dagtaak aan: de Vuurwerkramp in Enschede. Op zaterdag 13 mei 2000 vloog daar een fabriek van S.E. Fireworks, gelegen in de woonwijk Roombeek, in brand. De navolgende explosie, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, zorgde voor een enorme ravage in de Twentse stad. Honderden huizen waren volledig verwoest. Er vielen bovendien 23 doden en bijna duizend gewonden. Dat kón geen eenvoudige samenloop van omstandigheden zijn, vonden sommigen.

De titel van deze documentaire belooft dat Pieter Fleury nu, ruim twintig jaar na dato, niets minder dan De Waarheid (93 min.) gaat onthullen. De filmmaker zit echter op een ander spoor dan vuurwerkwappies misschien vermoeden. Hij gaat niet op zoek naar een sinistere samenzwering maar naar de gewone alledaagse waarheid: de combinatie van onachtzaamheid, pech, bureaucratie, winstbejag en politiek spel die de ontploffing (door Fleury tastbaar gemaakt met onwerkelijke beelden van hoe de Nederlandse stad het toneel werd van een bizar vuurwerkbombardement) destijds mogelijk maakte.

Hij spreekt met vrijwel alle belangrijke spelers: de burgemeester, minister, onderzoeker, hoofdofficier van justitie, brandweerman, ambtenaar milieuzaken, ambtenaar juridische zaken, bezwaar makende burger en vuurwerkhandelaar. In eerste instantie worden die zonder naam opgevoerd, om te benadrukken dat ze echt vanuit hun functie worden aangesproken. Nu is het persoonlijke en zakelijke in dit soort kwesties altijd lastig te scheiden, maar in sommige gevallen is dat wel héél moeilijk. Voor Rudi Bakker, één van twee directeuren van het verantwoordelijke bedrijf S.E. Fireworks, is dat bijvoorbeeld nauwelijks te doen. Hij wordt nog altijd met de nek aangekeken.

Ook voor anderen had de ramp, en het onderzoek dat daarnaar werd gedaan door de Commissie Oosting, persoonlijke consequenties, blijkt uit deze nauwgezette reconstructie, waarbij het spel zwarte pieten ruim twintig jaar na dato nog altijd niet helemaal blijkt te zijn uitgespeeld. Na afloop blijft toch de vraag hangen of ‘Enschede’ en soortgelijke rampen werkelijk zijn te voorkomen. De koe in de kont kijkend kan natuurlijk iedereen constateren wat er zoal verkeerd is gegaan, en wie dat is te verwijten (of, in politieke termen, wie ervoor verantwoordelijk was), maar was de vuurwerkramp echt te voorzien en daardoor ook te voorkomen?

De Waarheid is hier te bekijken.

Hoog Water: De Watersnood Van 1995

BNNVARA

In januari 1995, nu 25 jaar geleden, dreigde er een enorme watersnoodramp te ontstaan in Nederland. Het leidde tot de grootste naoorlogse evacuatie: 250.000 mensen moesten huis en haard verlaten om het wassende water te ontlopen. Die bange dagen worden opnieuw opgeroepen in Hoog Water: De Watersnood Van 1995 (200 min.). Qua opzet en speelduur kan deze vierdelige miniserie van Martin Maat en Hans Hermans bijna wedijveren met When The Levees Broke, Spike Lee’s vierdelige documentaire-epos over hoe orkaan Katrina in 2005 een ongelooflijke chaos veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans. De uitkomst is echter – typisch Nederlands, zou je bijna zeggen – minder dramatisch.

Niet dat de dreigende overstroming zonder gevolgen bleef: huwelijken ging eraan kapot, wethouders moesten ervan aftreden en kinderen werden noodgedwongen elders geboren. Op dat kleine menselijke niveau zit ook de kracht van Hoog Water: de paniek van het moment bij gewone mensen, het onbegrip dat er nog altijd geen deugdelijke dijken blijken te zijn aangelegd en de boosheid op ‘de hoge heren in Den Haag’, die het zelf natuurlijk wél droog houden – een sentiment dat op de hedendaagse Groningse woede over de gevolgen van de aardgaswinning lijkt.

Het overvloedige archiefmateriaal, waaronder bijzonder fraaie amateurbeelden, krijgt alle ruimte en wordt ingekaderd door direct betrokkenen, die het hoogwater van 1995 nog glashelder op hun netvlies hebben staan. Behalve over de bijna-ramp zelf verhalen zij ook over gemeenschapszin en saamhorigheid. Hoog Water heeft alleen wel erg veel vlees op de botten en vertelt, in elk geval in de eerste twee afleveringen over Zuid-Limburg en het Land van Maas en Waal, steeds min of meer hetzelfde verhaal: van het moeten verlaten van je thuis, de angst dat je daarmee alles kwijtraakt en later de opluchting dat een echte ramp tóch kon worden voorkomen.

De complete serie Hoog Water is hier te bekijken.