Puff: Wonders Of The Reef

Netflix

Verplaats jezelf voor een uurtje in een spitskopkogelvis. We noemen hem Puff. Het minuscule rifvisje wordt geboren in een koraalrif. Een wondere onderwaterwereld die te klein, langzaam of juist te snel is om te vangen met het menselijk oog. Via speciale camera’s kunnen we nu toch even meeleven met Puff, die in eerste instantie nauwelijks groter is dan een snoepje.

Op zijn eigen bescheiden schaal zwemt het spitskopkogelvisje, getuige de natuurdocu Puff: Wonders Of The Reef (59 min.) van Nick Robinson, niettemin een groots en meeslepend leven tegemoet in een verblindend mooie ‘koraalmetropool’. Daarbinnen kan een garnaal van nog geen drie centimeter ogen als een trotse en veelkleurige strijder en wordt een duimlange zeeduivel al gauw een angstaanjagend monster waarvan een mens met zwakke zenuwen nachten wakker ligt.

Van Puffs lotgevallen, vervat in prachtige beelden en aangekleed met een weelderige soundtrack en -design, wordt door verteller Rose Byrne met veel vertelvreugde, suspense en droge humor een heus coming of age-verhaal gemaakt over een koen visje dat zich zwemmende moet zien te houden in een héél gevaarlijke wereld. Puff heeft desondanks helemaal geen last van een Calimero-complex. Hij heeft wél een stichtelijke boodschap voor de mensen: grijp snel in, anders gaat ons koraalrif naar de gallemiezen!

Die Puff toch. In een andere, grotere wereld dan het rifgebergte onder water had hij, net als de ‘hoofdpersonen’ van March Of The Penguins, Gunda en My Octopus Teacher, een vriend voor het leven kunnen worden. Maar ja, normaal gesproken blijven de spitskopkogelvis en de zijnen volledig onzichtbaar voor ons. Hoe goed we ook kijken.

Biggie: I Got A Story To Tell

Netflix

‘Fuck the world, fuck my moms and my girl’, rapte Christopher ‘Biggie’ Wallace in het titelnummer van zijn debuutalbum Ready To Die (1994). ‘My life is played out like a jheri curl. I’m ready to die.’ Zijn producer Easy Mo Bee kan zich nog goed herinneren hoe de zwaarlijvige rapper na afloop uit het opnamehokje stapte. ‘Weet je dat je zei: fuck je moeder?’ vroeg hij hem verbaasd. ‘Hij antwoordde dat hij niet klaar was om te sterven. Het was gewoon hoe hij zich voelde. Hoe serieus het destijds was voor hem.’

Christopher Wallace, die zichzelf gaandeweg The Notorious B.I.G. ging noemen, vult zelf aan: ‘Als ik dood was, zou ik me nergens meer zorgen over maken. Ik kon gewoon rusten. In de hemel of in de hel.’ Niet veel later zou de New Yorkse rapper inderdaad in het hiernamaals terechtkomen. Op 9 maart 1997, op slechts 24-jarige leeftijd, werd hij neergeschoten. Als tweede prominente slachtoffer van de ‘oorlog’ tussen hiphoppers van de Amerikaanse west- en oostkust, die eerder al zijn Californische tegenpool Tupac Shakur het leven had gekost.

Regisseur Emmett Malloy besteedt in Biggie: I Got A Story To Tell (98 min.) relatief weinig aandacht aan die volledig uit de hand gelopen rivaliteit, maar richt zich vooral op Wallace’s jeugd als kind van een alleenstaande lerares uit Jamaica, dagelijkse werk als dealer in Brooklyn en opkomst als rapper met meer dan genoeg ‘street credibility’. Een uitgesproken troef daarbij ís het beeldmateriaal van zijn vriend Damion ‘D Roc’ Butler. Hij hield al die jaren een videodagboek bij en voorziet dat nu van commentaar. In een T-shirt met daarop de tekst ‘ready to live’.

Met de gastenlijst van deze film is verder weinig mis: behalve jeugd- en straatvrienden, een bevriende hiphopjournalist en zijn producer Puff Daddy worden ook Biggies moeder Voletta, echtgenote Faith Evans en Jamaicaanse oom Dave en 96-jarige oma Gwendolyn opgevoerd. Zij geven dit gedegen portret, waarin de straffe songteksten van de rapper prominent in beeld worden gebracht, sjeu en kunnen bovendien Biggies opkomst van binnenuit schetsen. Zodat de hiphopheld, die de tijd niet kreeg om de straat in te ruilen voor een blingbling-villa, weer even tot leven komt.

Zoals dat gaat: ready to live, destined to die.