Haagse Sjonnie

‘In verband met het grote aantal ongepaste reacties heeft de redactie moeten besluiten de reactiemonitor voor dit bericht te sluiten’, staat er onder het bericht ‘Haagse Sjonnie verliest strijd tegen kanker‘ op de website van Omroep West. De 53-jarige Hagenees is in 2014 overleden aan de gevolgen van longkanker.

John Waldschmit kreeg acht jaar eerder landelijke bekendheid door de tv-docu Haagse Sjonnie (54 min.) van Joost van der Valk. Daarin oogt, klinkt en gedraagt hij zich als de archetypische Hagenees, een bijna karikaturale Tokkie die verdacht veel lijkt op een extra small-versie van de beroepshooligan Henk Bres. De ‘vrije jongen’ ligt continu met iets of iemand overhoop: de sociale dienst, zijn aannemer (‘beunhaas’) of de woningbouwvereniging. En met elke tegenstander van zijn cluppie FC Den Haag natuurlijk, waar hij tot de harde kern behoort.

Thuis, in een door schimmel overwoekerde huurwoning, gaat het er precies zo aan toe als je verwacht. Er wordt bijvoorbeeld nauwelijks gekookt in Huize Waldschmit. De heer des huizes leeft op shoarma, biefstuk en patat en drinkt minimaal vijftien bakken koffie per dag, maar is inmiddels wél gestopt met alcohol. ‘Met een grammetje of acht, negen wiet erbij lukt het wel.’ Want anders kan-ie, in de woorden van zijn eigen dochter Priscilla, als een ‘boze aap’ tekeergaan. Sjon, die volgens eigen zeggen niet in deze maatschappij hoort, laat zich echter zomaar niet naar de ‘spychiater’ sturen.

 Van der Valk, getuige zijn films over de Haagse jeugdbende Crips en motorclub Satudarah een liefhebber van types die met liefde en plezier de grenzen van de wet opzoeken of routineus overschrijden, legt de onaangepaste Hagenees geen strobreed in de weg en documenteert simpelweg zijn dagelijks leven, waarbij Sjon tegen alles aan beukt wat op zijn pad komt. ‘Goed blowen’, zegt hij bijvoorbeeld tegen zichzelf, als hij met een flinke stapel cash op weg is naar de woningbouwvereniging om zijn huurachterstand af te kopen. ‘Anders sla ik er dadelijk weer één z’n hoofd dicht.’

Terwijl hij zo van het twaalfde ambacht in het dertiende ongeluk valt – de nieuwste onderneming, opgezet met zoon Johnny Jr., valt onder de categorie ‘growshop’ – maakt hij van zijn hart bepaald geen moordkuil, waarbij het k-woord veelvuldig als stoplap wordt gebruikt: kankermoskee, kankerrechter en natuurlijk kankerjoden (ofwel: Ajax-supporters). Pas aan het eind van deze rauwe, observerende film uit 2006, als Van der Valk doorvraagt naar Waldschmits achtergrond, wordt enigszins duidelijk waarom hij eigenlijk als ‘een lopende tijdbom’ door het leven gaat.

Voor echte compassie met deze Haagse rouwdouwer, waarnaar je als een soort amateurantropoloog kunt blijven kijken, is het dan al aan de late kant.

Gogo

Paradiso

Ze is de oudste van haar klas. Dik in de negentig inmiddels. Priscilla Sitienei, alias Gogo, heeft nooit leren lezen of schrijven. Nu zit ze samen met zes van haar eigen achterkleinkinderen op de basisschool van het Keniaanse dorp Ndalat, waar ze al haar hele leven woont. Gogo, die hetzelfde olijfgroene schooluniform draagt als de andere leerlingen, wil haar diploma halen, maar ook een signaal afgeven: kinderen moeten leren, zo is haar vaste overtuiging.

Dat klinkt als een modern sprookje. Letterlijk: via een zeer zoete soundtrack, die niet zou misstaan in een feelgoodfilm uit Hollywood. En zo oogt Gogo (84 min.) ook. Een lieve film, met sprankelende kleuren en een positieve boodschap. Dat is ook precies wat je op de documentaire van Pascal Plisson tegen kunt hebben: de werkelijkheid wordt wel heel erg gladgestreken. Deze film wil, moet, zal inspireren! En Gogo zou, dat ook, zo een rol van Whoopi Goldberg kunnen zijn.

Als de oude vrouw buffelt om haar diploma te halen, een standje krijgt van haar lerares of tijdens een schoolreisje met haar klasgenoten giraffen, olifanten en leeuwen spot, lijkt ze in alles een lievige knuffeloma. Er is ook een andere Gogo: wanneer de bouw van een nieuwe slaapzaal bij de school niet wil vlotten, spreekt ze de bouwvakkers streng toe. Pit heeft ze echt in overvloed. En aan levenservaring natuurlijk ook geen gebrek bij Gogo, die ruim een halve eeuw als vroedvrouw werkte.

Het is alleen de vraag of Sitienei‘s zicht nog goed is om haar schoolwerk te kunnen doen. Daardoor is het nog even afwachten of de film daadwerkelijk afstevent op het eigenlijk verplichte happy end.

Elvis Presley: The Searcher

HBO

In 1968 leek zijn carrière over. Elvis Presley was verleden tijd. Ook volgens zichzelf. Afgegleden naar plat entertainment en voorbij gestreefd door The Beatles, Stones en al die andere sixtiesbands. Hij ging het niettemin nog eenmaal proberen. Tegen beter weten in. Omdat het bloed nu eenmaal kruipt waar het niet gaan kan. Tot het uiterste geladen overtrof ‘s werelds beroemdste rock & roller nog eenmaal alle verwachtingen en gaf zijn zieltogende loopbaan met de zogenaamde ‘68 Comeback Special een allerlaatste klap.

Dat is het startpunt van het epische portret Elvis Presley: The Searcher (205 min) van Thom Zimny, dat de komende donderdagen in twee delen wordt uitgezonden door Canvas. Zimny, de huisfilmer van Bruce Springsteen, voert een imposante collectie sprekers op – mensen die je in de film overigens alleen hoort en niet ziet. Van Presleys vrouw Priscilla, oude vrienden en zijn bandleden, songschrijvers en producers tot (pop)historici, biografen en zwaar door Elvis beïnvloede artiesten als Tom Petty, Emmylou Harris, Robbie Robertson (The Band) en – natuurlijk – Springsteen.

Tezamen gaan ze terug naar Presleys armoedige jeugd in Tupelo, Mississippi en schilderen van daaruit zijn enerverende leven, glorieuze carrière (die ook uitwaaierde naar, veelal aalgladde, speelfilms) en de tragische afloop daarvan in 1977; als extra large Vegas-versie van zichzelf, gedeprimeerd en verslaafd aan allerlei chemicaliën in zijn eigen potsierlijke paleis Graceland te Memphis, nog altijd een bedevaartsoord voor Elvis-adepten. Ruim veertig jaar na zijn dood geldt de man met de soepele stem, overrompelende good looks en losse heupen niettemin nog steeds als de onbetwiste ‘king of rock & roll’. Dit uitputtende documentaire-tweeluik bewijst hem op een bevredigende manier alle eer.