Philly D.A.

PBS

Philly D.A. is al vergeleken met de vermaarde dramaserie The Wire. Daarin werd eerst de ‘war on drugs’ in de Amerikaanse stad Baltimore in kaart gebracht, waarna geestelijk vader David Simon steeds een laag toevoegde aan zijn vertelling: het bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk ontstond zo een verpletterend beeld van een volledig disfunctionele samenleving. Maatschappijkritiek, verpakt als Shakesperiaans drama.

De achtdelige documentaireserie Philly D.A. (440 min.) is een totaal andere productie, maar kijkt al even kritisch naar de weeffouten in het Amerikaanse samenlevingsconstruct. Plaats van handeling is Philadelphia, de stad van ‘brotherly love’ waar nochtans zo’n driehonderd moorden per jaar worden gepleegd, de Opioid Crisis in sommige wijken een menselijke ravage veroorzaakt en ook de Black Lives Matter-beweging vlam vat nadat een politieagent een zwarte man in de rug heeft geschoten.

De linkse advocaat Larry Krasner vindt dat het plaatselijke rechtssysteem fundamenteel moet worden hervormd en stelt zich in 2017 kandidaat voor het ambt van officier van justitie. Eenmaal gekozen gooit hij begin 2018 direct de knuppel in het hoenderhok. Zijn ambtsperiode begint met bijltjesdag: ruim dertig medewerkers op het kantoor van de District Attorney, waarvan een enkeling al tientallen jaren in dienst is, krijgen te horen dat ze per direct hun biezen moeten pakken.

Dat is het startpunt van een serieuze poging om Vrouwe Justitia met een andere mond te laten spreken: (veel) minder repressie, ten faveure van onderwijs, sociaal werk en preventie. Krasner wil zo het perpetuum mobile van ‘mass incarceration’, dat met name zwarte Philadelphians treft, tot stilstand brengen. Daarbij zal hij niet alleen in botsing komen met hardliners binnen zijn eigen gelederen, maar ook met slachtoffers van misdrijven, bezorgde burgers en – niet te vergeten – de machtige vakbond Fraternal Order of Police.

Het is een ideologische strijd – over het nut en de functie van straffen en aanverwante thema’s als voorarrest, borgsommen en voorwaardelijke invrijheidstelling – die behalve een politieke lading natuurlijk ook een persoonlijke dimensie heeft. De ‘bulldozer’ Krasner stond als advocaat immers jarenlang aan de andere kant van de strijd en werd toen beschouwd als een soort aartsvijand van de wetshandhavers. Nu worden ze geacht om samen te werken.

De filmmakers Yoni Brook, Ted Passon en Nicole Salazar sluiten aan bij Team Krasner en documenteren in de navolgende jaren, aan de hand van enkele concrete gevallen, wat zijn komst te weeg brengt. Zo portretteren ze bijvoorbeeld LaTonya Myers, een jonge Afro-Amerikaanse vrouw die meermaals vastzat vanwege relatief kleine vergrijpen. De komende jaren staat ze nog onder supervisie van de reclassering, intussen heeft de nieuwe D.A. haar echter in dienst genomen om het vastgelopen beleid van binnenuit te veranderen.

Aan de andere kant van de steeds hoger oplopende discussie bivakkeert onder anderen Scott DiClaudio, een rechter die er heilig in gelooft dat iemand zelf verantwoordelijk is voor de misdaden die hij pleegt en die bovendien hoogstpersoonlijk een kijkje gaat nemen bij mensen die een taakstraf uitvoeren. Hij en zijn medestanders staan model voor de traditionele benadering van hard, harder en vaker straffen, die het in Philadelphia altijd voor het zeggen heeft gehad.

Dat is de kracht van Philly D.A.: het verhaal wordt weliswaar verteld vanuit het perspectief van Krasner en zijn vertrouwelingen, maar ook hun ideologische opponenten krijgen het woord. En hun bijdrage heeft aanzienlijk meer substantie dan de ‘talking points’ van Fox News, waar officier van justitie Krasner en zijn medewerkers simpelweg worden uitgemaakt voor ‘the enemies of civilisation’, en de insteek van president Trump, die beweert dat Krasner doelbewust killers vrijlaat.

Zo ontstijgt deze boeiende docuserie met gemak het niveau van een politiek pamflet. Brook, Passon en Salazar brengen treffend in kaart hoe weerbarstig de praktijk kan zijn als een volstrekt andere benadering van het recht wordt geïntroduceerd. Wat betekent de nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor de criminaliteitscijfers? (Hoe) zien gewone mensen deze benadering terug in hun eigen leven? En kan deze de onvermijdelijke incidenten, die tegenstanders aangrijpen om hun punt te maken, eigenlijk overleven?

Crip Camp: A Disability Revolution

Netflix

In Camp Jened ontdekten ze dat ze, behalve gehandicapt, ook gewoon mens konden zijn. Daar, op dat vakantiekamp voor jongeren met een lichamelijke beperking, werd begin jaren zeventig de basis gelegd voor een ferme emancipatiestrijd. Niet alleen bezoekers van het kamp zouden zich overigens veel beter bewust worden van hun eigen maatschappelijke positie. Ook Afro-Amerikaanse begeleiders merkten dat er in hun leven buiten Jened nog een wereld te winnen was.

In Crip Camp: A Disability Revolution (108 min.) van Nicole Newnham en James LeBrecht, die zelf als tiener het kamp bezocht en tevens als verteller van deze aangrijpende film fungeert, blikken sleutelfiguren van deze authentieke bevrijdingsbeweging terug op hun ervaringen in het kamp, die een diepgevoelde behoefte aan een volwaardig bestaan in hen losmaakten. Hun herinneringen worden ondersteund met fraaie filmbeelden van (groeps)gesprekken en activiteiten tijdens het zomerkamp en een lekkere soundtrack met gekende hippiehits.

Via de verhalen laten ze zich ook echt in hun ziel kijken. Dit resulteert in diep ontroerende ontboezemingen. Zo had Denise Sherer Jacobson, die ernstige hersenbeschadiging opliep bij haar geboorte, zich voorgenomen om beslist niet als maagd te sterven. Na een blindedarmoperatie kreeg ze van haar dokter te horen dat ze gonorroe had. ‘En heel even was ik zo trots op mezelf’, bekent ze nu lachend, ‘Maar toen ik erover nadacht was dat vooral omdat ik ervan uitging dat die arts vast dacht dat ik niet seksueel actief kon zijn. Kijk maar naar me. Wie wilde er nu seks met mij?’

De vrouw uit New York, veroordeeld tot een elektrische rolstoel, besloot om weer te gaan studeren en haalde een master in menselijke seksualiteit. ‘En dat was mijn ticket uit de Bronx.’ Intussen laten Newnham en LeBrecht een oude foto zien van Denise, waarop ze een shirt draagt met de tekst ‘Behind this T-shirt lies a sensuous woman’. Crip Camp maakt zo duidelijk wat een beperking doet met mensen en maakt die mensen tegelijkertijd ook weer los van die beperking. Voor ons, 21e eeuwers, lijkt dat misschien vanzelfsprekend, maar een kleine halve eeuw geleden was er doorgaans nog weinig oog voor de persoon achter het spasme of in de rolstoel.

Die aandacht voor hun persoon en belangen hebben de Crip Campers ook echt moeten bevechten. Tot een hongerstaking aan toe. Het maatschappelijke respect, en bijbehorende zelfrespect, is hen dus bepaald niet komen aanwaaien. Deze prachtfilm, geproduceerd door Barack en Michelle Obama en winnaar van de Audience Award op het Sundance-filmfestival, maakt die persoonlijke strijd uitstekend invoelbaar en blaast meteen het stof van een welhaast vergeten deel van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

Buddha In Africa

NCRV / BOS

In het hart van Afrika krijgen kinderen een Chinese naam. Ze leren Mandarijn, eten (vegetarisch) met stokjes en krijgen onderricht in kung fu. Het weeshuis ACC in Malawi wordt gerund door de Boeddhistische oprichter Hui Li en een groep Chinese leerkrachten, die de Afrikaanse kinderen met tucht en discipline opvoeden.

De ultieme beloning is de mogelijkheid om door te studeren in China. Het vijftienjarige kung fu-talent Enock Bello (Chinese naam: Alu) krijgt die kans, maar erg veel zin heeft hij er eigenlijk niet in. Net als veel andere kinderen zou ‘Alu’ zich het liefst bevrijden van het Chinese juk. Maar wat is zijn alternatief? De jongen redt zich inmiddels beter in het Mandarijn dan in zijn eigen taal.

Met Buddha In Africa (93 min.) laat regisseur Nicole Schafer zien hoe de geschiedenis in Afrika zich blijft herhalen; waar zomaar een christelijke missieschooltje had kunnen staan, heeft zich nu een Chinees internaat op Boeddhistische grondslag gevestigd. De activiteiten van de verantwoordelijke liefdadigheidsinstelling zijn tevens een treffend voorbeeld van hoe China, dat jarenlang met zijn rug naar de rest van de wereld stond, zich nu actief bemoeit met het dagelijks leven op een ander continent.

De bevoogding van Afrikaanse jongeren zoals Enock begint gaandeweg steeds nadrukkelijker te schuren in deze observerende film. Ze raken vervreemd van hun directe omgeving, ten faveure van een cultuur waarvan ze ook nooit volwaardig deel kunnen uitmaken. Zo blijkt dat de weg naar de hel, zelfs als je persoonlijke verlichting nastreeft, toch geplaveid kan zijn met goede bedoelingen.