#SeAcabó: Diario De Las Campeonas

Netflix

Achteraf bezien was de wereldtitel die het Spaanse vrouwenvoetbalteam in 2023 won geen logische conclusie van de voorgaande periode. De kus die bondsvoorzitter Luis Rubiales tijdens de medaille-uitreiking gaf aan speelster Jenni Hermoso was dat in feite wel. Daarmee zette Rubiales zijn eigen aftocht in gang en legde hij meteen de conflicten bloot die de kersverse wereldkampioen al jarenlang parten speelden.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas (95 min.) reconstrueert de hele affaire nog eens met vrijwel alle betrokken voetbalsters. Die begint enkele jaren eerder met algehele onvrede over bondscoach Jorge Vilda. Hij weet zich echter permanent gesteund door zijn vriend Rubiales. En dat noopt vijftien speelsters uiteindelijk tot het besluit om zich publiekelijk terug te trekken uit de nationale ploeg. Met het wereldkampioenschap in Australië en Nieuw-Zeeland keert een aantal van hen later echter terug op z’n schreden en stelt zich toch weer beschikbaar.

Het geheel gereviseerde voetbalteam wint vervolgens in de zomer van 2023 dus de wereldcup, maar daarmee is de interne onrust nog niet de kop ingedrukt. Er blijft frustratie over hoe de Spaanse voetbalbond is omgegaan met de klachten, niet in het minst bij de speelsters die het wereldkampioenschap noodgedwongen thuis vanaf de bank hebben moeten volgen. En de waardering voor ‘succescoach’ Vilda houdt ook nog altijd nog niet over. Het gevoel overheerst dat ze eerder ondanks dan dankzij hem kampioen zijn geworden.

‘De kus’ doet de emmer simpelweg overlopen – en wordt misschien ook wel gebruikt als stok om te slaan. Al heeft Luis Rubiales die ongetwijfeld meermaals zelf aangereikt. In deze gladde docu van Joanna Pardos zit bijvoorbeeld een potsierlijke peptalk, die hij voor de WK-kwartfinale tegen Zweden geeft. ‘Alèxia, wie is sterker?’ vraagt hij aan middenveldster Alèxia Putellas. ‘Wij.’ ‘Harder.’ ‘WIJ.’ ‘Aitana, wie is slimmer, wij of zij?’ Na enig aandringen antwoordt FC Barcelona-speelster Aitana Bonmatí: ‘WIJ.’ ‘En wie’, balt Rubiales zijn vuisten, ‘heeft er grotere eierstokken?’

En dan is er ook nog het fragment waarop hij uit pure vreugde bijna demonstratief in z’n kruis grijpt. Kus mijn kloten, lijkt hij te willen zeggen. Het zou interessant zijn geweest om te horen hoe Rubiales hier – en naar alle andere gebeurtenissen voor en na ‘de kus’, inclusief de navolgende mediacampagne – zelf naar kijkt. Zover komt ‘t niet. Dit lijkt ook niet in Pardos’ opzet te passen. Zij wil duidelijk het verhaal van de vrouwen vertellen. Luis Rubiales en Jorge Vilda hebben daarbinnen geen plek. Net als de verdeeldheid die er soms ook was tussen de speelsters.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas wordt daarmee een ondubbelzinnig pamflet tegen het machismo binnen de Spaanse voetbalwereld, dat weinig ruimte laat voor nuance.

Notes From Brussels

In Context Productions

‘Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter verhaal, is dat het waard om al je andere behoeften en verlangens te onderdrukken?’ vraagt Nadine van Loon zich halverwege Notes From Brussels (79 min.) af. Ze werkte ooit zelf als politiek medewerker van een Europarlementariër en haakte toen af met een burn-out. Voor haar debuutdocu heeft ze gedurende enkele jaren drie vrouwen gevolgd, die nog altijd werkzaam zijn in Brussel en Straatsburg. En dan begint het toch weer te kriebelen. Had ze niet gewoon wat harder moeten zijn voor zichzelf?

Die persoonlijke insteek voelt soms wat gezocht in deze film over het werk aan de basis van de Europese Droom. De verhalen van de drie geportretteerde vrouwen spreken voor zichzelf. De carrière van de Duitse topambtenaar Beate Gminder heeft een normaal gezinsleven bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk gemaakt en de hoeveelheid stress zorgt ook voor gezondheidsproblemen. De Poolse journaliste Joanna Sopinska vraagt zich ondertussen af wanneer ze met haar gezin wil terugkeren naar haar eigen land, dat in de voorgaande jaren steeds verder is geradicaliseerd.

En de jonge Française Anne-Cécile Gault, medewerker van Europarlementariër Nathalie Griesbeck, vraagt zich af of ze nog steeds een lange Europese carrière ambieert. ‘Hoe ik mezelf over tien jaar zie?’ zegt ze in gesprek met twee jonge collega’s. ‘Ik heb werkelijk geen idee.’ Gault hoopt dat ze tegen die tijd kinderen heeft en kan zich niet voorstellen dat ze nog in Brussel werkt. ‘Zou jij geen Europarlementariër willen zijn?’ vraagt ze aan één van de anderen. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Nooit!’ vult de derde jonge vrouw aan. ‘Nooit. Nooit.’

Via drie levens die voortdurend van beleidsnota naar vergadering snellen, waarbij er nauwelijks meer ruimte is voor een privéleven, geeft deze film een aardige inkijk in hoe de Europese politiek en bureaucratie direct betrokkenen helemaal kan slopen. Voor hun idealen en/of carrière moeten ze zien te overleven in de Europese arena, waarbinnen het nog verdomd lastig is om een succesje te scoren ook. Of de kosten opwegen tegen de baten? Nadine van Loons antwoord op de vraag die ze halverwege de film opwierp laat zich wel voorspellen.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.