Jay-Z In 8

MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Paid In Full: The Battle For Black Music

BBC

Tekenen bij het kruisje. Daar kwam het in de afgelopen honderd jaar vaak op neer voor Amerikaanse artiesten. Pas later bleek dan wat zo’n platencontract inhield – en dat het doorgaans niet de mensen die de muziek maakten waren die er rijk van werden. Dat gold dubbel zo hard voor zwarte performers, die soms op een wel heel geniepige manier werden uitgeknepen. Hun strijd om artistieke vrijheid en financiële onafhankelijkheid duurt, getuige Paid In Full: The Battle For Black Music (180 min.), nog altijd voort.

Toonaangevende artiesten zoals Bessie Smith, Billie Holiday en Nina Simone kregen in de beginjaren van de muziekbusiness vaak nog een vast bedrag per opnamedag betaald. Als daar vervolgens een hit uitrolde, werd iedereen daar rijk van – de witte mannen voorop –behalve zij. En anders was er wel een louche manager, zoals bij Louis Armstrong, die z’n cliënt op slinkse wijze helemaal leeg trok. ‘What a wonderful world’, croont de jazzgigant met een kamerbrede glimlach tijdens een optreden, als de kwestie wordt aangesneden in deze boeiende driedelige serie van Guy Evans.

Exploitatie van zwarte artiesten is van alle tijden. We zijn zo blut als maar kan, meldt de succesvolle meidengroep TLC bijvoorbeeld na de uitreiking van de Grammy Awards in 1996. De manoeuvres om geld weg te sluizen blijken eindeloos. In de jaren vijftig worden bij de composities van rock & roll-held Chuck Berry bijvoorbeeld doodleuk ook andere rechthebbenden opgevoerd, die niets te maken hebben met het ontstaan van zijn songs. Voor de man zelf blijft er nog maar een klein deel van de opbrengsten over, waarvan de gemaakte, vaak flink opgevoerde kosten dan nog worden afgetrokken.

Andere truc: maak een beschaafde witte versie van een zwarte hit, zoals Pat Boones brave versie van de Little Richard-hit Tutti Frutti, en zet die vervolgens wél goed in de markt. Dan stroomt het geld – het is in feite steeds hetzelfde liedje – weer op de juiste plek binnen. Er zijn uitzonderingen: soulzanger Sam Cooke probeert in de sixties met een eigen platenlabel financiële autonomie te verwerven. Hij krijgt navolging via de zwarte labels Motown, Stax en Def Jam, die echter stuk voor stuk zullen worden uitgebuit, weggeconcurreerd of overgenomen door witte mannen met diepere zakken.

Artiesten zoals Smokey Robinson, Gloria Gaynor, Nile Rodgers, Chaka Khan, Ice-T en een keur aan kenners van de muziekindustrie vertellen in deze serie ‘graag’ over de misstanden waarmee ook zij zijn geconfronteerd. Paid In Full is overigens meer dan één grote klaagzang. Ook de initiatieven van eigengereide en ondernemende artiesten zoals Prince, Jay-Z, Kendrick Lamarr, Stormzy en Jessie Reyez, die een nieuw zelfbewustzijn hebben laten zien, komen aan de orde. Master P vat die attitude heel aardig samen. ‘Als een witte man me een miljoen dollars biedt, hoeveel zou ik dan werkelijk waard zijn?’

De meeste verhalen in deze fijne miniserie, bijeengehouden door verteller Zawe Ashton, zijn al wel eens verteld, maar hier worden ze vanuit een heldere invalshoek – wie wordt er rijk van? – verteld en in een bredere historische context geplaatst, zowel van de ontwikkeling van de muziekbusiness als de emancipatie van zwarte Amerikanen. En de vertelling is natuurlijk gelardeerd met fijne performances van baanbrekende artiesten zoals Ruth Brown, The Supremes, Sam & Dave, Public Enemy en Lil Nas X.

In de afgelopen jaren heeft zich met het streamen van muziek, laat de slotaflevering zien, overigens alweer een nieuwe manier aangediend om (zwarte) artiesten te exploiteren. Naar hoe de grote platenlabels Warner, Universal en Sony daarmee omgaan en terugkijken op het beladen verleden, blijft het overigens gissen. Want die wilden documentairemaker Evans niet te woord staan en houden ’t bij een schriftelijke verklaring.

Piece By Piece

Universal Pictures

‘Het zou toch wel tof zijn als we mijn verhaal met legostukken zouden vertellen’, begint Pharrell Williams in de openingsscène van Piece By Piece (93 min.) tegenover documentairemaker Morgan Neville (20 Feet From Stardom, Shangri-La en STEVE! (martin) – A Documentary In 2 Pieces). ‘Haha’, reageert die. ‘Serieus?’ Williams is onverbiddelijk: ‘Ja’. Neville wil zeker weten dat hij niet voor de gek wordt gehouden. ‘Lego?’ Zijn hoofdpersoon legt ’t nog maar eens uit: ‘Probeer je voor te stellen hoeveel kleur dat zou kunnen geven. Onbeperkt. Dit is dé manier waarop ik mijn pure zelf kan zijn, zonder me vreemd te voelen.’

Zo gezegd, zo gedaan. Bovenstaand gesprek / toneelstukje is overigens al afgewikkeld in lego. De uitkomst ervan staat dus op voorhand vast: Pharrell Williams, het muzikale multitalent dat zich als onderdeel van het producersduo The Neptunes, met het project N.E.R.D. en kneiterhits zoals Get Lucky en Happy al op jonge leeftijd onsterfelijk heeft gemaakt, gaat de komende anderhalf uur door het leven als stuk plastic. Wat blijft er dan nog van hem over? En van zijn vrouw, kinderen, ouders, Neptunes-partner Chad Hugo, manager Rob Walker en collega’s als Timbaland, Missy Elliott, Jay-Z, Snoop Dogg, Busta Rhymes, Gwen Stefani, Kendrick Lamarr en Justin Timberlake?

Pharrells levensverhaal – van nobody tot superster en vervolgens van identiteitscrisis naar remonte – is door Neville in elk geval heel inventief en met veel humor vertaald van een tamelijk voorspelbare popdocu naar een geanimeerde legofilm. Zo’n opvallende vorm past ook bij de hoofdpersoon, een man die van ‘out of the box’ denken z’n modus operandi heeft gemaakt en alles aangrijpt om te kunnen creëren. Van sneakers, skateboards en gezichtscrème tot drankjes, zonnebrillen en een McDonald’s-jingle. Zolang hij er maar zijn stempel op kan drukken. Het grote risico daarvan is, volgens zijn directe omgeving, totale versnippering en afgesneden raken van je roots.

Nee, de vertelling grijpt niet aan. Daarvoor blijft die legowereld toch te veel een gimmick. Geen gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal of menselijke interactie bijvoorbeeld. De film blijft wél over de volle lengte boeiend en amusant – met de ogen dicht wordt Piece By Piece overigens gewoon een podcast – en illustreert nog maar eens hoeveel invloed Pharrell Williams heeft gehad op de populaire muziek, en bijbehorende (jongeren)cultuur, van de afgelopen twintig jaar. 

Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy

Netflix

Het is een gok die totaal verkeerd had kunnen uitpakken. Eind jaren negentig stuit de stand up-comedian Clarence ‘Coodie’ Simmons tijdens het filmen voor een lokaal tv-station in Chicago op een uniek hiphop-talent: Kanye West. Hij valt op door zijn beats, zijn raps en – ook – zijn enorme zelfvertrouwen. Coodie besluit om zijn eigen carrière aan de kant te schuiven en zich, geïnspireerd door Steve James’ klassieke coming of age-documentaire Hoop Dreams, volledig te gaan richten op Kanye, die naar New York verkast om het daar te gaan maken.

Ruim twintig jaar later is helder dat Coodie op het juiste paard heeft gewed: Kanye is een absolute wereldster geworden. Met zijn (voormalige?) echtgenote Kim Kardashian vormt hij bovendien zo’n beetje het bekendste koppel op aarde. Maar heeft de man die zijn eigen imago streng bewaakt ook voor de juiste videograaf gekozen? Met andere woorden: Is Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy (367 min.) een productie die past bij de statuur van Kanye West? En is de driedelige serie over het Amerikaanse enigma ook méér geworden dan zomaar een door de ster zelf gladgestreken promodocu?

Coodie heeft Kanye in elk geval als een schaduw kunnen volgen tijdens zijn formatieve jaren, toen hij nog vooral werd beschouwd als een getalenteerde producer en nauwelijks serieus werd genomen als rapper. Zelfs nadat hij een contract had getekend bij de toonaangevende platenmaatschappij Roc-A-Fella bleef hem dat parten spelen. Hoewel dat moet hebben geknaagd aan zijn zelfvertrouwen laat West daarvan in beeld weinig blijken. Sterker: hij geeft meermaals zelf aan dat er vooral moet worden gefilmd, bijvoorbeeld als hij na een auto-ongeluk zijn kaak moet laten repareren bij de tandarts. Dit is immers, daarvan lijkt hij zelf overtuigd, ‘history in the making’.

Filmer Coodie fungeert daarbij als alwetende verteller, die dat belangwekkende verhaal van binnenuit mag vertellen. Zonder al te veel distantie, maar wel met ongekende toegang. Zo nu en dan had Coodie zeker scherper kunnen selecteren – dan dobbert Jeen-Yuhs wat stuurloos rond in oeverloze hiphop-clichés – maar daartegenover staat dat hij unieke opnames in de studio, met collega’s als Jay-Z, Jamie Foxx en Pharrell Williams, en heel bijzondere privémomenten, bijvoorbeeld thuis met zijn moeder Donda, heeft kunnen vastleggen. Belangwekkende beelden, áls Kanye West inderdaad die beeldbepalende artiest wordt die Coodie in hem zag.

Heel lang lijkt die carrière echter op niets uit te lopen. Totdat, tegen het einde van aflevering twee, Kanye West begin 2004 alsnog vlam vat met zijn debuutalbum The College Dropout en al dat fly on the wall-materiaal van Coodie, die deze serie in elkaar zette met filmmaker/graficus Chike Ozah, ineens tóch waarde krijgt voor de buitenwereld. Met het succes ontstaat er tevens verwijdering tussen de filmer en zijn protagonist, die voortaan vooral het megalomane personage ‘Kanye’ wil uitventen. Ook over deze productie wilde de hoofdpersoon bijvoorbeeld het laatste woord hebben, waarschijnlijk om enkele scènes te kunnen verwijderen.

Het gaat dan vermoedelijk om materiaal uit de derde aflevering, die overvloedig bewijsmateriaal bevat van zijn toenemende instabiliteit. Als Kanye van een hoogmoedige jonge hond zienderogen verandert – zeker na de plotselinge dood van zijn moeder – in een zich steeds vreemder gedragende celebritiy en onderdeel wordt van een droomkoppel met Kim Kardashian (die overigens vrijwel volledig ontbreekt in deze serie). Waarschijnlijk heeft Coodie, zoals hij onlangs al aankondigde in een interview met Variety, inderdaad artistieke eindverantwoordelijkheid voor de serie gekregen en zijn poot stijf kunnen houden.

Jeen-Yuhs is daardoor niets minder geworden dan muziekgeschiedenis die zich voor ieders ogen – en zonder reflectie achteraf, in de vorm van interviews – stap voor stap ontvouwt. Waarbij wat nu vanzelfsprekend lijkt – Kanye West als (volledig doorgedraaide) megaster – helemaal niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn geweest.

Deze bespreking is na elke aflevering geactualiseerd.

Homecoming: A Film By Beyoncé

Netflix

Is Homecoming: A Film By Beyoncé (137 min.) een documentaire? Dat lijkt me een definitiekwestie. Als klassiekers zoals The Last Waltz (The Band) en Stop Making Sense (Talking Heads) tot het genre worden gerekend, dan dient dat ook te gelden voor deze dampende concertfilm van de Amerikaanse zangeres Beyoncé Knowles-Carter.

De hoofdmoot van de film wordt gevormd door de twee shows die de flamboyante superster gaf op het Amerikaanse Coachella-festival in 2018, waar ze de eerste zwarte vrouwelijke hoofdact uit de historie was. ‘Beychella’ is een groots opgezet, zorgvuldig gechoreografeerd en met veel bravoure uitgeserveerd spektakelstuk, waarmee Beyoncé zich nadrukkelijk plaatst in de muzikale en culturele historie van zwart Amerika, van de zwarte vrouwen in het bijzonder. De docu is niet voor niets gelardeerd met verwijzingen naar Afro-Amerikaanse iconen als Nina Simone, Audre Lorde en Alice Walker.

Een ander hoofdbestanddeel van de film is daarmee nauw verbonden: hoe een willekeurig zwarte moeder, die na haar loodzware zwangerschap en de geboorte van haar tweeling bepaald niet topfit is, weer de ‘queen of pop’ Beyoncé moet zien te worden en zich intussen stort op een zeer ambitieuze show, waarin ze een groep van tweehonderd (!) Afro-Amerikaanse performers alle ruimte geeft om te excelleren, gasten ontvangt als haar echtgenoot Jay-Z, zus Solange en voormalige leden van Destiny’s Child en zelf tóch het stralende middelpunt moet worden. Ga er maar aanstaan.

Via ‘fly on the wall’-beelden van de uitputtende repetities met haar dansers en een enorme marching band, bijeengehouden door een persoonlijk audiodagboek, wordt die terugkeer inzichtelijk en invoelbaar gemaakt. De norm ligt torenhoog, zowel voor Beyoncé als haar entourage. Maar het resultaat is ernaar: een volvet, funky, sensueel en diepzwart concert, waarmee ook een door en door ‘witte’ huiskamer voor dik twee uur kan worden omgedoopt tot ‘Beychella’. Homecoming geeft bovendien enigszins zicht op het fenomeen Beyoncé – of op zijn minst op hoe ze zichzelf ziet of wil zien.