De Schatten Van De Krim

IDFA

Wat doe je als niet duidelijk is bij wie kostbare, in bruikleen verkregen spullen moeten worden terugbezorgd? Voor dat dilemma ziet Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson Museum in Amsterdam, zich gesteld. Via de vooraanstaande archeologe Valentina Mordvintseva heeft hij kunstvoorwerpen uit de Krim betrokken voor een expositie. En dan, als die net is geopend, lijft Poetins Rusland begin 2014 ineens de Krim in…

Van wie zijn de kunstwerken nu? Van Oekraïne, dat de Russische annexatie onrechtmatig vindt, en de objecten als cultureel erfgoed beschouwt? Of toch van de Krim-musea, inmiddels gevestigd op Russisch grondgebied, die hun mooiste schatten enige tijd eerder ter beschikking hebben gesteld aan het Nederlandse museum? Het is een interessante startpositie voor de nieuwe ‘kunstthriller’ van Oeke Hoogendijk.

De Schatten Van De Krim (82 min.) is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op haar eerdere films Het Nieuwe Rijksmuseum en Mijn Rembrandt – al lijken de belangen groter en is de context ook grimmiger. De strijd om de eeuwenoude kunstobjecten verwordt tot een jarenlang (geo)politiek en juridisch steekspel tussen de twee landen, waarbij Hoogendijk de menselijke dimensies gelukkig nooit uit het oog verliest.

Ze richt zich zowel op de betrokken advocatenteams als op de twee vrouwen, die de verpersoonlijking van de strijdende partijen zijn geworden: archeologe Valentina Mordvintseva van de Krim-musea en haar Oekraïense tegenstrever, Ljudmila Strokova van het Museum van Historische Schatten uit Kiev. In de rechtszaal keuren de dames elkaar geen blik waardig, in interviews delen ze gedurig schimpscheuten uit naar de ander.

Terwijl de belangen en daarmee verbonden partijen in deze boeiende film blijven botsen, staan de begeerde kunstobjecten te verstoffen in het depot van het Allard Pierson. Waar ze van niemand zijn en ook niemand ze kan bewonderen. In De Krim, laat Oeke Hoogendijk treffend zien, hebben ze ondertussen een gapend gat achtergelaten. Ook in het hart van de plaatselijke bevolking.

Housewitz

Mokum

‘Van reizen heb ik nooit gehouden’, zegt de moeder van Oeke Hoogendijk, terwijl ze eindeloos zit te turen naar beelden uit het tv-programma Die Schönsten Bahnstrecken, van een trein die zich gestaag door een typisch Zwitsers landschap beweegt. Daar zou ze nog wel eens naartoe willen. Ooit. ‘En dan vroegen ze wel eens: heb je zin om te kamperen? Dan zeg ik altijd: ik heb al drie jaar gekampeerd, in de oorlog en de kampen. Dus daar heb ik echt geen behoefte aan.’ Intussen dendert de trein op het scherm voort en voort…

Die treinen fungeren in Housewitz (67 min.) natuurlijk als metafoor voor plekken die ze had kunnen ontdekken, voor levens die ze had kunnen leven. En als metafoor ook, vanzelfsprekend, voor die verdoemde oorlog, voor geliefden die nooit terugkeerden. Ruim vijftien jaar is Oeke Hoogendijk (Het Nieuwe Rijksmuseum, Mijn Rembrandt en De Schatten Van De Krim) bezig geweest met deze persoonlijke film over haar moeder Lous, die zich al dertig jaar in haar eigen burcht heeft verschanst. Ze lijdt aan agorafobie, pleinvrees, en komt de deur niet meer uit. De ongenadige rotzooi in haar woning lijkt een veruiterlijking van de ravage in haar hoofd, die ze samen met haar dochter, ook via de telefoon, binnen de perken probeert te houden. Intussen staat de televisie – herstel: staan de televisies – permanent aan.

Als fervent kijker had ze het portret dat haar dochter nu van haar heeft gemaakt overigens ook best zelf kunnen regisseren. ‘Ik zou deze film zo kunnen maken’, zegt ze, te midden van allerlei regie-aanwijzingen aan Oeke. ‘Ik zou daar echt geschikt voor zijn.’ Het moet voor Hoogendijk niet gemakkelijk zijn om met haar om te gaan, als moeder, als ‘medemaker’ en als (tot de verbeelding sprekend) personage. Soms stemt die hoofdpersoon slechts mokkend in met de plannen van haar dochter. ‘Jesus Christ Superstar, ik wou dat ik dood neerviel!’ moppert Lous bijvoorbeeld, vastgelegd met de webcams die Oeke, op haar eigen verzoek, in de woning heeft geïnstalleerd. ‘Andere mensen hebben een prettige zaterdagavond. En ik moet godverdomme het kamp weer in!’

Moeder straalt het misschien niet altijd uit – en herkent het ook vast niet in zichzelf – maar iets in haar wil dat verleden oprakelen. En iets in haar wil zichzelf ook delen. Hoe ze zomaar uit het niets een schrijver kan citeren, geraakt kan worden door de technomuziek van DJ Tiësto of niets moet hebben van gezamenlijk herdenken (‘Dat kan ik niet: het is mijn oorlog, niet die van jullie’). Zij doet dat alleen. In die geheel eigen wereld waarvan ze haar kinderen permanent deelgenoot maakt. Met Housewitz schetst Oeke van binnenuit een sensitief, knarsend en soms ook grappig portret van deze vrouw die, ondanks al haar tics en trucs, honger blijft houden naar de wereld.

Intussen dendert de trein op het scherm voort en voort…

Mijn Rembrandt

Jan Six / Cinéart

Taco Dibbits zal toch ook nooit vermoed hebben dat hij, als kunsthistoricus, een heus filmpersonage zou worden. Toch is dit alweer de derde documentaire van Oeke Hoogendijk waarin de huidige directeur van het Rijksmuseum een prominente rol vertolkt.

Nadat hij eerder figureerde in het jarenlange proces dat moest leiden tot een nieuwe locatie voor het Amsterdamse museum (Het Nieuwe Rijksmuseum) en een centrale rol speelde bij de aankoop van een schilderij van Rembrandt (Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk) volgt de documentairemaakster Dibbits in Mijn Rembrandt (95 min.) naar Schotland waar de puissant rijke Duke of Buccleuch nog gewoon een authentiek schilderij van Rembrandt van Rijn aan de muur heeft hangen.

Net als in haar eerdere films ontsluit Hoogendijk met gevoel voor stijl, humor en drama een wereld die normaal verborgen blijft voor buitenstaanders. Een subcultuur waarin hertogen, museumdirecteuren, kunsthistorici, handelaren en verzamelaars zich vergapen aan Rembrandts schilderijen en met elkaar bakkeleien of een bepaald werk nu wel of niet van de grote meester is. Met illustere personages als de nét iets te happige kunsthandelaar Jan Six, een aalgladde verzamelaar met echt te veel geld en de bloedserieuze Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering.

Het decor waarin alle intriges zich afspelen voelt inmiddels vertrouwd: van de barokke huizen van de oude adel en werkplaatsen van kunstenaars of restaurateurs tot musea en veilinghuizen waar de kunst naar het publiek wordt gebracht. Deze locaties vormen het toneel voor enorme ambities, groot geld én oprechte passie voor een grote kunstenaar. Want daarin schuilt eveneens de meerwaarde van deze liefdevolle film (waarin de verhaallijn van de Marten & Oopjen-docu deels is geïncorporeerd): Mijn Rembrandt dwingt ook de niet-kenner om héél aandachtig te kijken naar de Hollandse meester.

Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk

NTR

Met de veel gelauwerde documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum bracht Oeke Hoogendijk in 2014 de perikelen rond de renovatie van het Amsterdamse museum op prachtige wijze in beeld. In Marten & Oopjen – Portret Van Een Huwelijk (55 min.), een film over de mogelijke aankoop van twee schilderijen van Rembrandt, valt ze terug op twee vertrouwde gezichten uit die serie: voormalig directeur Wim Pijbes (2008-2016) en huidig directeur Taco Dibbits (2016-heden). De spanning tussen hen is soms voelbaar.

De twee krijgen in deze film gezelschap van de aandoenlijke Franse baron Eric de Rotschildt, een telg van de puissant rijke familie die de twee schilderijen in privébezit heeft, en Sébastien Allard, de directeur schilderijen van het concurrerende Franse museum het Louvre, die de kunstwerken ook maar wat graag aan de collectie wil toevoegen. 160 miljoen moeten ze opbrengen. Kunnen de musea Marten en Oopjen misschien samen aanschaffen? Dat lijkt een goed idee. Totdat het Rijksmuseum het bedrag ook in zijn eentje denkt te kunnen ophoesten…

Op een gegeven moment dreigt zelfs een diplomatieke rel tussen Nederland en Frankrijk. Met bravoure, zo nu en dan wat venijn en het nodige gevoel voor humor ontrafelt Hoogendijk het roerige aankoopproces, dat door meerdere crises gaat. Wie daarvoor verantwoordelijk is, daarover verschillen de meningen. Over één ding zijn de direct betrokkenen het echter allemaal eens: het is van eminent belang dat deze twee essentiële Rembrandts in Europa toegankelijk worden gemaakt voor publiek.

En uiteindelijk, na de fraai in beeld gebrachte restauratie, is het dan zover en kunnen Marten en Oopjen aan de wereld worden getoond, een vanzelfsprekende apotheose voor deze chique film, die kleiner van opzet en minder gelaagd is dan Het Nieuwe Rijksmuseum, maar een uitstekende nabrander vormt voor Hoogendijks pièce de résistance.